Borstkanker tijdens de zwangerschap komt voor bij ongeveer 1 tot 3 vrouwen op 10.000. Anders gezegd wordt 1
tot 2% van alle borstkankers vastgesteld bij zwangere of zogende vrouwen.
Een kwart van alle borstkankers bij vrouwen onder 35 jaar treedt op tijdens de zwangerschap.
Voor vrouwen jonger dan 40 jaar gaat het om 15%.
Het is niet overtuigend vastgesteld dat borstkanker tijdens de zwangerschap agressiever is dan buiten de
zwangerschap.
De diagnose wordt dikwijls wel wat later gesteld omwille van de problemen bij het vinden van een klein
letsel in een onder de invloed van de zwangerschap vergrotende borst. Ongeveer 65% van de patiënten met
borstkanker tijdens de zwangerschap hebben positieve okselklieren.
Tijdens de zwangerschap beschrijft men nogal eens een zogenaamd lactating adenoma waarvan de oorsprong niet helemaal duidelijk is. Het gaat hier mogelijk om lactatieveranderingen in een vooraf bestaande fibroadenoom.
Een andere goedaardige aandoening is galactocoele, wat in feite een verbrede melkgang is gevuld met melk.
In de zoogperiode wordt men ook regelmatig geconfronteerd met de problematiek van het borstabces.
Bloederig tepelverlies is een vrij frequent en meestal goedaardig verschijnsel tijdens het derde trimester van de zwangerschap en de vroege postnatale periode.
Ook hier gelden de klassieke pijlers namelijk:
Aangezien het hier gaat om borsten bij jonge patiënten is de gevoeligheid van de mammografie uiteraard lager dan bij postmenopauzale patiënten.
Als men gebruik maakt van buikafscherming is met de moderne mammografische apparatuur de stralenbelasting op de foetus nagenoeg te verwaarlozen.
Tijdens de eerste twee trimesters van de zwangerschap wordt meestal een gemodificeerde radicale mastectomie aangeraden.
Radiotherapie tijdens de zwangerschap wordt vermeden. Chemotherapie kan in principe toegediend worden vanaf het tweede trimester en gaat gepaard met een heel klein risico op afwijkingen bij het kindje.
In het derde trimester kan men ofwel ook overgaan tot het uitvoeren van een gemodificeerde radicale mastectomie of kan men afwachten tot na de geboorte van de baby die dan ter wereld wordt gebracht op 30 tot 32 weken.
Voor zover de nabestraling van de borst kan worden uitgesteld tot na de geboorte van het kind zijn er in principe geen bezwaren tegen een borstbesparende behandeling.
Wanneer chemotherapie wordt gegeven tijdens het eerste trimester van de zwangerschap bestaat er een hoog risico op abortus, zeker bij het gebruik van Methotrexaat. Er bestaan zeer weinig rapporten over afwijkingen bij de foetus na het gebruik van cytostatica als Fluorouracil, Cyclofosfamide en Adriamycine tijdens het eerste trimester.
Wanneer tijdens het eerste trimester van de zwangerschap een chemotherapeutische behandeling noodzakelijk is, valt de keuze het beste op een combinatie van Cyclofosfamide, Fluorouracil en Adriamycine. De klassieke CMF behandeling (Cyclofosfamide, Methotrexaat en Fluorouracil) wordt alleen toegediend tijdens het tweede en derde trimester.
Corticosteroïden die bij de volwassen patiënten dikwijls worden toegediend tegen misselijkheid en braken, worden best vermeden tijdens de zwangerschap.
Uiteraard vraagt het gebruik van cytostatica tijdens de zwangerschap een belangrijke psychologische ondersteuning en begeleiding van de patiënte.
Er zijn zeldzame rapporten bekend van uitzaaiing van het borstcarcinoom naar de placenta.
Uitzaaiingen naar de baby werd voor het borstcarcinoom nooit beschreven, wel bijvoorbeeld voor melanoma en leukemie.
Bijkomende vragen van bezoekers |