Lateraal
Gelegen weg van het centrum naar een orgaan of het lichaam.
LCIS
Zie lobulair carcinoma in situ.
Letrozole
Stof die de werking van een bepaald eiwit (het aromatase enzym) onderdrukt en daardoor het oestrogeengehalte van de patiënt verlaagt.
Deze stof – die wordt verkocht onder de merknaam Femara – wordt gebruikt bij de behandeling van gevorderde borstkanker in postmenopauzale vrouwen.
Meer informatie vindt u in het onderdeel Hormoontherapie.
Lineaire accelerator
Moderne radiotherapie-apparatuur die röntgenstralen met zeer hoge energie kan produceren.
Lipoom
Goedaardig vetgezwel (ook "vetbol" genoemd).
Lobulair carcinoma in situ (LCIS)
Gezwel in de melkklieren, waarbij de cellen zich niet hebben verspreid buiten de melkklier waarin ze zijn ontstaan.
Zie het onderdeel Soorten borstkanker.
Lobules
Melkproducerende klieren in de borst. Lobulaire kankers ontstaan in de cellen
die de binnenwand van de melkklieren bekleden.
Lumpectomie
De chirurgische verwijdering van een tumor en een gedeelte van het omliggende weefsel.
De bedoeling van een lumpectomie is zoveel mogelijk borstweefsel te sparen, om het uitzicht van een normale borst te behouden.
Lymfatisch systeem
Het systeem van vaten (kanaaltjes) waarlangs de lymfe door het lichaam wordt gevoerd.
Lymfe (lymfvocht) Lymfocyt Lymfoedeem Lymfknopen Lymfovasculaire invasie
Maligne Mammografie Mammotoom Mastectomie Mastodynie Mediaal Medische beeldvorming Voorbeelden van dergelijke onderzoekstechnieken zijn:
Melkgang Menarche Metastase Metastatische tumor Microcalcificaties Micrometastasen Mitosis Mitotische index: MRI Mutageen Mutatie
Necrose Neoadjuvante chemotherapie Nolvadex NSAID Nucleaire graad
Occulte metastase Oedeem Oestrogeen Oestrogeenreceptor Oestrogeenreceptorstatus Oestrogeenvervangingstherapie Okseluitruiming Oncogen Oncoloog
p53-gen Palliatieve therapie Palpatie Partiële mastectomie Pathologisch onderzoek Patholoog Plastisch chirurg Pre-maligne Primaire therapie Primaire tumor Profylaxis Progesteron Progesteronreceptor Progesteronreceptorstatus Prognose Prognostische factoren Prothese
Quadrant Quadrantectomie
Radioactief Radiotherapeut-oncoloog Radiotherapie Radicale mastectomie Raloxifen Recidief/Recidive Reconstructie Regressie Remissie Resectie Rode bloedcel Röntgenstralen
Schildwachtklier Screening mammografie Secundaire tumor Segmentele mastectie Sentinelknoop Sentinelknoop-biopsie Simpele mastectomie Simulator Simulatie S-fase graad Staging Systemische therapie
Tamoxifen Teleangiectasiën Tepelhof TNM staging Zie voor meer informatie het onderdeel Prognose.
Toremifen Totale mastectomie Tumor Tumormarker Tumorsuppressor-gen
Ultrasonografie
Vasculaire invasie (infiltratie) Vasculair systeem Vriescoupe
Witte bloedcel
X-stralen
Geen termen.
Ziekte van Paget Ziektevrij interval Ziektevrije overleving
Een bijna kleurloze vloeistof die door het lymfatisch systeem wordt vervoerd en die cellen bevat die infecties en ziektes in het lichaam bestrijden.
Een bepaald soort witte bloedcel, gemaakt in de lymfknopen.
Zwelling in de hand, pols en/of arm, veroorzaakt door vochtopstapeling die ontstaat doordat de lymfknopen werden verwijderd of geblokkeerd zijn in hun werking.
Meer informatie vindt u in het onderdeel Lymfoedeem.
Kleine, boonvormige klieren die zich op sommige plaatsen in het lymfatisch systeem bevinden.
De lymfknopen vormen de eerste-linie verdediging van het lichaam tegen infecties.
Lymfknopen worden ook lymfeklieren genoemd.
Indringing van kankercellen in lymfvaten (lymfatische invasie) of bloedvaten (vasculaire invasie).
M
Kwaadaardig. Een tumor die het vermogen heeft zich lokaal en op afstand te verspreiden (uit te zaaien) en uiteindelijk de dood van de patiënt kan veroorzaken.
Röntgenonderzoek van de borst dat toegepast wordt om letsels in de borst op te sporen.
Men maakt een onderscheid tussen diagnostische mammografie en screening mammografie.
Toestel dat wordt gebruikt om een borstbiopsie uit te voeren. De mammotoom gebruikt een klein, draaiend snijwerktuig
dat grotere weefselmonsters uit de tumor kan verwijderen.
Chirurgische ingreep waarbij de volledige borst wordt verwijderd en eventueel ook het omliggende weefsel.
Zie ook:
Pijn in de borstklier.
Naar het midden van het lichaam toe gelegen.
Verzamelnaam voor medische onderzoekstechnieken waarbij beelden van inwendige lichaamsdelen worden gemaakt ten behoeve van het stellen van de diagnose.
Buisvormige structuur in de borst, waardoor melk wordt getransporteerd naar de tepel.
Ductale carcinomen (zowel "in situ" als "invasief") ontstaan in de cellen die de binnenwand van de melkgangen bekleden.
Eerste menstruatie.
Uitzaaiing van de primaire tumor vooral in klieren, bot, longen, lever, hersenen en huid.
Een tumor die zich bevindt op een plaats in het lichaam die afgelegen is van de plaats waar de kanker oorspronkelijk ontstond.
De tumorcellen dragen evenwel nog steeds de kenmerken van de oorspronkelijke kanker. Zo
zal borstkanker die zich heeft verspreid naar de longen bestaan uit cellen die de kenmerken van borstcellen vertonen en niet die van longcellen.
Afzetting van kleine hoeveelheden calcium in de borst die kunnen worden ontdekt met een mammografie,
maar niet met een echografie. Hoewel microcalcificaties ook voorkomen in gezond borstweefsel,
kunnen bepaalde microcalcificatiepatronen wijzen op borstkanker.
Metastasen kleiner dan 2 millimeter. Micrometastasen kunnen door hun geringe omvang niet worden ontdekt via medische beeldvormingstechnieken.
Celdeling waarbij de nieuwe cellen identiek zijn aan de oude.
Het aantal cellen in een weefselmonster dat zich aan het delen is.
Afkorting voor Magnetic Resonance Imaging.
MRI, ook wel MR of NMR genoemd, is een techniek om met behulp van een sterke magneet en radiogolven afbeeldingen van organen te maken.
Zie het onderdeel Diagnose.
Mutaties teweegbrengend of bevorderend.
Mutagene stoffen kunnen worden gevonden in het milieu, bepaalde voedingswaren en tabaksproducten.
Omdat mutaties kunnen leiden tot kanker, zijn vele mutagene stoffen ook carcinogeen.
Een permanente wijziging in de genetische code van het DNA die kan worden veroorzaakt
door blootstelling aan bepaalde chemicaliën, ultraviolet licht of door fouten die gebeuren tijdens de DNA-replicatie. Mutaties kunnen leiden tot kanker.
N
Afsterven van cellen in een weefsel op een ongeregelde manier, bijvoorbeeld door verbranding of bevriezing.
Behandeling met chemotherapie-medicijnen met de bedoeling kankercellen te vernietigen en de tumor te verkleinen vooraleer hij chirurgisch wordt verwijderd.
Merknaam waaronder Tamoxifen wordt verkocht.
Niet-steroïdale medicatie tegen ontsteking.
Graad die een schatting aangeeft van de potentiële agressiviteit van de tumor, gebaseerd op microscopisch onderzoek van de kern van de individuele kankercellen.
De kern van de cel (=de nucleus) is het gedeelte van de cel dat het DNA bevat.
O
Nog niet aantoonbare metastase.
Ophoping van een abnormale hoeveelheid vocht in weefsels, die resulteert in een zwelling van die weefsels.
Zie voor meer informatie het onderdeel Lymfoedeem.
Een vrouwelijk hormoon, vooral geproduceerd in de eierstokken, maar ook in de bijnieren en vetweefsel.
Oestrogenen regelen de menstruatie, voortplanting en de groei van bepaalde lichaamsdelen (b.v. de borsten).
Ze kunnen een rol spelen bij de ontwikkeling van borstkanker.
Een proteïne in borstcellen waaraan oestrogeen zich bevestigt. Sommige kankercellen hebben
ook dit proteïne en kunnen zich dus verbinden met oestrogeen. Als de borstkankercellen
veel oestrogeenreceptoren hebben, geeft dit aan dat oestrogeen bijdraagt tot de groei van de kanker.
De afwezigheid of de te verwaarlozen aanwezigheid van oestrogeenreceptoren in de kankercellen, geven aan dat oestrogeen geen rol speelt in de ontwikkeling van de kanker.
Bepaling of de kankercellen veel of weinig oestrogeenreceptoren hebben.
Als de oestrogeenreceptorstatus positief is, bevatten de cellen vele receptoren en zal hormoontherapie een nuttige behandelingsmethode zijn.
Als de oestrogeenreceptorstatus negatief is, bevatten de cellen weinig receptoren en is hormoontherapie niet aangewezen als behandeling.
Oestrogeenbehandeling voor vrouwen in de menopauze.
Zie axillaire dissectie.
Gen dat wordt geassocieerd met kanker. Mutaties in een oncogen kunnen resulteren in een veranderde celgroei en/of een gewijzigd celgedrag.
Arts gespecialiseerd in kanker.
P
Een gen waarbij mutaties worden geassocieerd met het ontstaan van verschillende types kanker bij mensen.
Behandeling met het doel de symptomen veroorzaakt door de kanker te verzachten (b.v. pijn), zonder tot genezing te leiden.
Geneeskundig onderzoek door betasting van het lichaam.
Chirurgische verwijdering van een wigvormig gedeelte van het borstweefsel.
Het verwijderde weefsel bevat de tumor(en) en een gedeelte van het omliggende gezonde borstweefsel.
Onderzoek van lichaamsweefsels, lichaamsvochten en organen op ziekte uitgevoerd door een patholoog.
Een arts die ziektes diagnosticeert door het onderzoek van weefsel onder de microscoop.
Een arts gespecialiseerd in de operatieve correctie of herstel van een aangeboren of verworven misvorming van een lichaamsdeel.
Cellen die abnormale kenmerken vertonen, maar nog niet in staat zijn omliggend weefsel binnen te dringen of zich te verspreiden naar andere organen in het lichaam.
Pre-maligne cellen zullen zich in de toekomst waarschijnlijk ontwikkelen tot kwaadaardige cellen en moeten dus uit het lichaam worden verwijderd.
De eerste therapie die wordt gehanteerd in de strijd tegen een ziekte.
De oorspronkelijke tumor vóór verspreiding naar andere plaatsen in het lichaam.
Als in de borst meerdere tumoren worden ontdekt, wordt aangenomen dat de grootste tumor de primaire tumor was.
Als er tumoren worden ontdekt in beide borsten in het geval van bilaterale borstkanker, is er een aparte primaire tumor in elke borst.
Maatregelen ter voorkoming van ziektes.
Vrouwelijke hormoon geproduceerd door de eierstokken dat helpt bij de regeling van de menstruatiecycli.
Het speelt een belangrijke rol bij de groei van de bevruchte eicel en het klaarmaken van de baarmoeder voor de zwangerschap.
Sommige borstkankers worden gestimuleerd door progesteron. Hoge doses progesteron-derivaten worden bij sommige
tumoren gebruikt als palliatieve therapie (b.v. Farlutal, Megace, Provera, Veraplex).
Een proteïne in sommige cellen waaraan progesteron zich kan hechten. Sommige borstkankercellen hebben veel progesteronreceptoren, wat aangeeft dat progesteron een rol speelt in de ontwikkeling van de kanker.
Niet alle borstkankercellen hebben progesteronreceptoren.
Zie voor meer informatie het onderdeel Hormoontherapie.
Vaststelling of de kankercellen een groot aantal progesteronreceptoren hebben.
Als de progesteronreceptorstatus positief is, kan de kanker waarschijnlijk worden behandeld met hormoontherapie.
Een uitspraak over het vermoedelijke verdere verloop van de ziekte en de genezingskansen, gebaseerd op de vastgestelde ontwikkeling bij een groot aantal patiënten
met dezelfde ziekteverschijnselen.
Factoren die bijdragen tot het verdere verloop van de ziekte.
Prognostische factoren voor borstkanker zijn bijvoorbeeld de aantasting van de lymfknopen, de grootte van de tumor,
en de aanwezigheid van biologische markers, zoals de hormoonreceptorstatus.
Uit kunststof vervaardigde vervanging van een verwijderd lichaamsdeel.
Zie borstprosthese.
Q
Zie kwadrant.
Zie kwadrantectomie.
R
Voortdurend en zonder uitwendige oorzaak energie uitstralend onder de vorm van electromagnetische straling (X-
stralen, gammastralen) of deeltjes (electronen).
Arts gespecialiseerd in de behandeling van kanker door middel van radiotherapie.
Behandeling tegen kanker met behulp van röntgenstralen of radioactieve stoffen met de bedoeling kankercellen te beschadigen of te vernietigen.
Radiotherapie wordt ook gebruikt om een tumor te verkleinen vóór de operatieve verwijdering ervan of om de na een operatie eventueel achtergebleven kankercellen te vernietigen.
Voor uitgebreide informatie, zie het onderdeel Radiotherapie.
Chirurgische verwijdering van de volledige borst, de huid, de onderliggende borstspieren en alle lymfklieren uit de oksel.
Zie ook het onderdeel Chirurgie.
Stof die zich op de oestrogeenreceptor bindt en o.a. gebruikt wordt voor de behandeling van osteoporose.
Wordt verkocht onder de merknaam Evista ®.
Het zich opnieuw vertonen van een reeds doorstane en schijnbaar genezen ziekte. Terugkeer van de kanker nadat alle symptomen tijdelijk verdwenen waren.
Zie borstreconstructie.
Afname van de massa van een tumor.
Tijdelijk of permanent verdwijnen van de tekenen of symptomen van kanker.
Wegname door uitsnijding
Cel in het bloed die zuurstof transporteert.
Hoge-energie (radioactieve) stralen die in lage doses wordt gebruikt om ziektes te diagnosticeren en in hoge doses om kanker te bestrijden.
S
Zie sentinelknoop.
Routinematig röntgenonderzoek van de borst met de bedoeling eventuele borstletsels (zoals tumoren of cysten) vroegtijdig op te sporen.
Een kleinere tumor in hetzelfde orgaan als de primaire tumor. Als er meerdere tumoren in dezelfde borst zijn, wordt de grootste ervan beschouwd als de primaire tumor, de andere(n) als de secundaire tumor(en).
Als er een tweede tumor in de andere borst ontstaat, wordt deze beschouwd als een tweede primaire tumor, omdat borstkanker zich meestal niet verspreidt van de ene borst naar de andere.
Zie partiële mastectomie.
De eerste lymfknoop waarnaar de tumor zich waarschijnlijk zal verspreiden.
De sentinelknoop wordt geïdentificeerd door een zgn. "tracer" (kleurstof en/of radioctieve stof) die in de tumor, rond de tumor of in de huid van de borst wordt geïnjecteerd.
De eerste lymfknoop die de tracer opneemt
en daardoor met een detector kan worden aangetoond of die
verkleurt en zo kan opgemerkt worden, is de sentinelknoop.
De sentinelknoop wordt ook schildwachtklier genoemd.
Chirurgische verwijdering van de sentinelknoop om te bepalen of deze werd aangetast door de kanker.
Als de sentinelknoop is aangetast (positief is), worden ook de andere lymfknopen verwijderd.
Als de sentinelknoop niet is aangetast, wordt er van uitgegaan dat de kanker zich nog niet naar de lymfknopen heeft verspreid en worden de andere lymfknopen niet verwijderd.
Deze techniek wordt nog niet algemeen gebruikt, omdat er nog geen absolute betrouwbaarheid kan worden gegarandeerd.
Chirurgische verwijdering van de volledige borst, zonder verwijdering van de borstspier of de lymfknopen.
Röntgenapparaat dat wordt gebruikt om de radiotherapie voor te bereiden.
De simulator kan doorlichten en foto's maken van zowel voor-, zij- als achterkant van het lichaam.
Zie ook Planning van de behandeling in het onderdeel "Radiotherapie".
Voorbereiding van de radiotherapie met behulp van een simulator.
Tijdens de simulatie wordt het bestralingsveld op het lichaam gemarkeerd (aangetekend) door de radiotherapeut.
Een simulatie duurt ongeveer 30 minuten tot anderhalf uur.
Zie ook Planning van de behandeling in het onderdeel "Radiotherapie".
Bepaling van het aantal tumorcellen dat bezig is het DNA te repliceren.
Zie het onderdeel Prognose.
Classificatie van het stadium van een kanker, die gebaseerd is op tumorgrootte, lokatie van de tumor en de verspreiding ervan.
Zie TNM-staging en het het onderdeel Prognose.
Behandeling tegen een ziekte die via de bloedbanen alle lichaamsdelen bereikt. Systemische kankertherapieën zijn bijvoorbeeld
chemotherapie en hormoontherapie
De bedoeling van systemische therapie is alle kankercellen in het lichaam te vernietigen, ook die kankercellen die zich hebben uitgezaaid naar andere lichaamsdelen.
T
Stof die een sterke gelijkenis vertoont met oestrogeen en veel wordt gebruikt in adjuvante hormoontherapie tegen borstkanker.
Tamoxifen wordt ook onderzocht als preventief middel tegen borstkanker voor vrouwen die een verhoogd risico lopen.
Tamoxifen werkt door zich te binden aan de oestrogeenreceptoren
van borstkankercellen en vervolgens de groeibevorderende effecten van natuurlijk oestrogeen op de cel te blokkeren.
Meer informatie vindt u in het onderdeel Hormoontherapie.
Wordt verkocht onder de volgende merknamen: Nolvadex ®, Tamizam ®, Tamoplex ®.
Na radiotherapie bij sommige vrouwen in de borst optredende permanente zichtbaarheid van kleine bloedvaatjes, die het beeld geven van rode huiduitslag.
Areola. Lichtbruine of roze kring om de tepel bij mensen.
Indeling van borstkanker in een bepaald stadium, gebaseerd op:
Stof die een sterke gelijkenis vertoont met oestrogeen en afgeleid werd van Tamoxifen.
Het wordt gebruikt voor de behandeling van postmenopauzale vrouwen in een gevorderd stadium van de ziekte.
Momenteel wordt het ook onderzocht op zijn mogelijkheden in de adjuvante therapie.
Toremifen werkt door zich te binden aan de oestrogeenreceptoren
van borstkankercellen en vervolgens de groeibevorderende effecten van natuurlijk oestrogeen op de cel te blokkeren.
Meer informatie vindt u in het onderdeel Hormoontherapie.
Merknaam: Fareston ®.
Chirurgische verwijdering van de volledige borst zonder verwijdering van de borstspier.
De axillaire lymfknopen worden evenwel niet verwijderd.
Abnormale weefselmassa gevormd door ongecontroleerde celgroei. Tumoren worden meestal ingedeeld in
maligne of kwaadaardige en benigne of goedaardige tumoren.
Stof die in abnormale hoeveelheden worden aangetroffen in het bloed of andere lichaamsvochten en wijst op de aanwezigheid van kanker.
Bij borstkanker bijvoorbeeld CA 15.3
Gen dat de celgroei regulariseert en daardoor het ontstaan van een tumor onderdrukt.
Als er zich mutaties voordoen in een tumorsuppressor-gen, kan dit leiden tot een ongecontroleerde celgroei en het ontstaan van kanker.
U
Zie echografie.
V
Binnendringing van kankercellen in de lymfvaten of bloedvaten, wat wijst op een neiging tot uitzaaiing.
Zie bloedvatenstelsel.
Een snelle onderzoeksmethode om tijdens een operatie een histologische weefseldiagnose te stellen, d.w.z. vast te stellen of het weefsel bestaat uit goedaardige of kwaadaardige cellen.
Engelse benaming: "frozen section".
W
Cel in het bloed die helpt bij de bestrijding van infecties en ziekte (= leucocyt).
X
Zie Röntgenstralen.
Y
Z
Niet-invasieve borstkanker van de tepel. De ziekte van Paget wordt vaak vastgesteld in combinatie met een onderliggende
invasieve borstkanker, meestal invasief ductaal carcinoom.
Zie ook het onderdeel Soorten borstkanker.
Periode tussen de oorspronkelijke behandeling van de eerste kanker en de eerste indicatie van de terugkeer van de ziekte.
Overlevingsperiode zonder terugkeer van de ziekte.
Overlevingsstatistieken van kanker worden vaak in termen van ziektevrije overleving gedurende een bepaalde periode (5 of 10 jaar) opgegeven.