Ablatie
Ander woord voor amputatie of verwijdering.
Adjuvante therapie
Anti-kankerbehandeling (b.v. chemotherapie, radiotherapie en/of hormoontherapie) die wordt gegeven als aanvulling bij de primaire therapie (meestal chirurgie)
om de kansen op genezing te verhogen en de kansen op terugkeer van de ziekte te verminderen.
Adjuvante therapie volgt meestal snel na het chirurgisch ingrijpen.
Alternatieve therapie
Therapie waarvan de doeltreffendheid niet wetenschappelijk werd bewezen en die niet officieel als therapie wordt erkend.
Alopecia
Haarverlies. In de context van borstkanker, meestal veroorzaakt door de toediening van chemotherapie.
Meestal is het haarverlies gedeeltelijk en tijdelijk.
Amenorrhoe
Uitblijven van de menstruatie.
Analgeticum
Pijnstillend middel.
Anastrozole
Stof die de werking van een bepaald eiwit (enzym) onderdrukt en daardoor het oestrogeengehalte van de patiënt verlaagt.
Deze stof - die wordt verkocht onder de merknaam Arimidex ® - wordt gebruikt bij de behandeling van gevorderde borstkanker bij postmenopauzale vrouwen.
Meer informatie vindt u in het onderdeel Hormoontherapie.
Anemie
Tekort aan rode bloedcellen, ook bloedarmoede genoemd.
Dit kan een bijwerking zijn van een chemotherapiebehandeling, zie het onderdeel Chemotherapie.
Anti-emeticum
Middel tegen braken.
Apoptose
Afsterven van cellen op een geregelde en gestuurde manier, dit in tegenstelling tot necrose.
Areola
Tepelhof. Lichtbruine of roze kring om de tepel bij mensen.
Arimidex
Merknaam waaronder Anastrozole wordt verkocht.
Zie voor meer informatie het onderdeel Hormoontherapie.
Aromatase
Enzymsysteem dat instaat voor de synthese van oestrogenen in meerdere weefsels, o.a. vetweefsel en tumorweefsel.
Atypische cellen
Cellen waarin abnormale veranderingen hebben plaatsgevonden.
Axillair
Betrekking hebbend op de oksel.
Axillaire dissectie
Chirurgische verwijdering van de lymfknopen in de oksel, ook okseluitruiming genoemd.
Bedoeling van de chirurgische verwijdering is uitzaaiing van de borstkanker naar de lymfknopen vast te stellen of uit te sluiten.
Daartoe worden de verwijderde lymfknopen onderzocht door een patholoog op aanwezigheid van kwaadaardige cellen.
Axillaire lymfknopen
Lymfknopen gesitueerd in de oksel.
Benigne
Goedaardig, infiltreert niet in het omliggende weefsel of verspreidt zich niet naar andere lichaamsdelen.
Bilateraal
Langs beide kanten. Met bilaterale borstkanker wordt bedoeld dat er kanker wordt gevonden in beide borsten.
In bijna alle gevallen gaat het bij bilaterale borstkanker om twee afzonderlijke borstkankers (een in elke borst), en niet om borstkanker die zich van de ene kant naar de andere kant heeft verspreid.
Biologische marker
Een kenmerk (zoals de aanwezigheid van een bepaald proteïne) waaraan een ziekte kan worden herkend.
Biotherapie
Kankerbehandeling waarbij het lichaamseigen afweersysteem wordt gestimuleerd of hersteld zodat het de kankercellen gaat aanvallen.
Wordt ook immunotherapie genoemd.
Biopsie
Verwijdering van weefsel of een aantal cellen uit een gezwel. Het verwijderde weefsel wordt vervolgens door een patholoog onderzocht. Uit dit onderzoek blijkt of de cellen goedaardig of kwaadaardig zijn.
Biopsierapport
Een formeel rapport, samengesteld door een patholoog,
dat de resultaten beschrijft van het onderzoek van het bij de biopsie weggenomen weefsel.
Bloedplaatje
Plaatvormig element in het bloed dat een rol speelt bij de stolling van het bloed.
Het aantal bloedplaatjes kan verminderen onder invloed van een chemotherapiebehandeling, zie het onderdeel Chemotherapie.
Bloedvatenstelsel
Het systeem van vaten (slagaders, aders en haarvaten) waardoor bloed stroomt.
Boornaaldbiopsie
Verwijdering van borstweefsel door gebruik van een naald met een relatief grote diameter.
Engelse benaming: Core Needle Biopsie (CNB).
Zie voor meer informatie: biopsie.
Boost
Een bijkomende dosis radiotherapie die wordt toegediend op een kleiner oppervlak, meestal de plaats waar het gezwel werd verwijderd.
De boost wordt toegediend na beëindiging van de bestralingsbehandeling van de rest van de borst.
Borstprothese
Een borstvormig voorwerp gemaakt van kunststof dat in de bh of badpak wordt gedragen, om het uitzicht van een
intacte borst te bekomen. Borstprostheses bestaan in verschillende vormen, maten en kleuren.
Borstreconstructie
Chirurgisch ingrijpen voor vrouwen die een mastectomie hebben ondergaan met de bedoeling een structuur te vormen die gelijkt op een intacte borst.
Deze ingreep wordt meestal uitgevoerd door een plastisch
chirurg.
Borstreconstructie kan gebeuren tijdens de mastectomie (onmiddellijke reconstructie) of een tijd na de mastectomie.
Borstsparende chirurgie
Het gedeeltelijk wegnemen van de borst, met de bedoeling het grootste gedeelte van het borstweefsel te sparen, zodat de borst haar normale uitzicht blijft behouden.
De volgende operaties vallen onder borstsparende chirurgie: tumorectomie, lumpectomie,
partiële mastectomie, en kwadrantectomie.
Borstsparende chirurgie wordt meestal gecombineerd met radiotherapie om de kansen op terugkeer van de kanker te verkleinen.
Botscan
Onderzoek van een bot of van het hele skelet met behulp van radioactieve isotopen.
In de context van borstkanker wordt een botscan verricht met de bedoeling na te gaan of er uitzaaiingen zijn naar de botten.
Vooraleer het onderzoek wordt aangevat, wordt een injectie van een radioactieve stof toegediend.
Brachytherapie
Vorm van inwendige radiotherapie, waarbij isotopen in het lichaam worden gebracht, die inwendig het weefsel waar ze zich bevinden, bestralen.
BRCA1
Borstkankergen 1, dat verantwoordelijk wordt geacht voor het ontstaan van sommige erfelijke borstkankers.
BRCA2
Borstkankergen 2, dat verantwoordelijk wordt geacht voor het ontstaan van sommige erfelijke borstkankers.
Calcificatie
Verkalking, de afzetting van calciumzout in sommige weefsels van het lichaam.
Carcinogeen
Kankerverwekkend. Carcinogene stoffen komen voor in het milieu, sommige voedingswaren en tabaksproducten.
Carcinoom
Een kwaadaardige tumor bestaande uit epitheelcellen, dit zijn cellen in de bedekkende weefsels van het lichaam.
Carcinomen verspreiden zich door lokaal te infiltreren in het omliggende weefsel en door zich uit te zaaien naar andere organen, bijvoorbeeld
longen, lever, lymfknopen en botten.
Carcinoma in situ
Een kwaadaardige tumor die nog geen infiltrerende (invasieve) kenmerken heeft en goed te behandelen is.
Zie Ductaal carcinoma in situ (DCIS) en Lobulair carcinoma in situ (LCIS) in het onderdeel "Soorten borstkanker".
Cardiotoxiciteit
Schade veroorzakend aan het hart.
Catheter
Een dun plastic buisje dat in een ader wordt geplaatst en waarlangs men voeding, medicijnen of bloed kan toedienen.
Insgelijks kan men ook bloed afnemen via de catheter.
Chemotherapie
Het gebruik van medicijnen in de strijd tegen kanker, met de bedoeling kankercellen te doden of hun groei stop te zetten of te vertragen.
Voor uitgebreide informatie, zie het onderdeel Chemotherapie.
Chirurg-oncoloog
Arts gespecialiseerd in de chirurgische behandeling van kanker.
Chromosoom
Staafachtig lichaampje in de celkern dat vooral bij de celdeling een belangrijke rol speelt en de drager is van erfelijke eigenschappen (het zgn. DNA).
Combinatie chemotherapie
Behandeling met een combinatie van chemotherapie-medicijnen met de bedoeling kankercellen te vernietigen of hun groei te stoppen of te vertragen.
Contralateraal
Gesitueerd aan de andere kant van het lichaam.
Core Needle Biopsie (CNB)
Verwijdering van borstweefsel door gebruik van een naald met een relatief grote diameter.
Nederlandse benaming: Boornaaldbiopsie.
Zie voor meer informatie: biopsie.
CT- of CAT-scan
Gedetailleerde foto van delen van het lichaam die wordt gecreëerd door een computer die is verbonden met een röntgenapparaat.
Wordt ook computertomografie-scan genoemd.
Curatief
Met de bedoeling te genezen.
Cyste
Holte of gezwel met vloeibare inhoud. Is meestal goedaardig.
Cytologisch
Behorend tot, betrekking hebbend op de celleer.
Cytopatholoog
Een patholoog gespecializeerd in de studie van de cellen.
Cytopathologie
De studie en de interpretatie van cellulaire veranderingen ten behoeve van ziektediagnose.
DCIS
Zie Ductaal carcinoma in situ.
Diagnostische Mammografie
Gedetailleerde mammografie die wordt uitgevoerd nadat een gezwel of een verdacht letsel in de borst werd ontdekt tijdens een zelfonderzoek of een routineonderzoek
(zie screening mammografie).
Differentiatie(graad) DNA Ductaal Carcinoma In Situ Ductectasie Dunne naald aspiratie Dysplasie
Echografie Elektron Epitheel Erytheem Evista ® Excisie biopsie
Familiale borstkanker Fareston Femara Fibrose Fine Needle Aspiration (FNA) Flebitis Frozen section Fysiotherapie
Gemodificeerde Mastectomie Gen Gen-amplificatie Gentherapie Graad Groeifactor
Halsted Mastectomy Histologisch Histologische graad Histopathologie Histopathologisch type borstkanker Hoge-dosis chemotherapie Hormonen Hormoonreceptorstatus Hormoontherapie Hormoonvervangingstherapie Huidulceratie Hyperplasie Hysterectomie
Immunotherapie Immuunsysteem Infiltrerend Intraductaal carcinoom Intraveneus Inflammatoir carcinoom Interferon Interleukine-2 Invasief Invasief ductaal carcinoom Invasief lobulair carcinoom Ipsilateraal Isotoop
Geen termen.
Kanker Kine Klinisch onderzoek Kwadrant Kwadrantectomie
De graad waarin tumorcellen op de normale cellen gelijken. Over het algemeen is er een betere prognose naarmate de kankercellen meer op de gezonde cellen lijken.
Goed gedifferentieerde tumoren lijken sterk op normaal borstweefsel.
De volgende graden worden gehanteerd:
Afkorting van desoxyribo nucleic acid of desoxyribonucleïnezuur.
Langgerekte, spiraalvormig gewonden molecuulketen in de celkern waarin de erfelijke eigenschappen zijn vastgelegd.
Het DNA bepaalt de werking en de eigenschappen van een cel en daardoor ook die van het lichaam. Door beschadiging van het DNA van een cel, kan een gezonde cel een kankercel worden.
Kankergezwel bestaande uit cellen die zijn ontstaan in de melkgangen van de borst en die zich niet hebben verspreid in het omliggende weefsel.
Zie ook het onderdeel Soorten borstkanker.
Verbreding van de melkgangen.
Biopsie waarbij een dunne naald in het verdachte letsel wordt gebracht en waarmee een aantal cellen worden verwijderd.
De verwijderde cellen worden vervolgens onderzocht door een patholoog, die de juiste aard van het letsel zal vaststellen.
Engelse benaming: Fine Needle Aspiration (FNA).
Een abnormale groei van cellen die bepaalde kenmerken gemeenschappelijk hebben met kankercellen, maar nog in onvoldoende
mate om een kankerdiagnose zeker te maken.
Hier wordt wel duidelijk de pathologische betekenis van het woord bedoeld en niet de radiologische, waar "dysplasie"
duidt op een abnormale radiologische verschijning te wijten aan fibrocystische ziekte.
E
Onderzoeksmethode waarbij geluidsgolven worden gebruikt om een beeld te maken van organen.
Elementair deeltje, de drager van de negatieve lading van een atoom.
Elektronenbundels of beta-stralen worden gebruikt in de radiotherapeutische behandeling van tumoren en hebben
het voordeel dat ze in beperktere mate het weefsel binnendringen
dan de klassieke röntgenstralen of X-stralen.
Buitenste celweefsel van organen. Kankers die ontstaan in het epitheel worden carcinomen genoemd.
Vlekkerige, rode huiduitslag. Ontstaat meestal na enkele bestralingsbeurten.
Zie Raloxifen.
Een chirurgische ingreep waarbij de volledige tumor uit de borst wordt verwijderd voor onderzoek door een patholoog.
F
Borstkanker die voorkomt bij verschillende familieleden in de eerste graad en vaak vóór de leeftijd van 50 jaar.
Deze borstkankers worden vaak veroorzaakt door mutaties in een van de drie volgende genen:
Merknaam waaronder Toremifen wordt verkocht.
Zie voor meer informatie het onderdeel Hormoontherapie.
Merknaam waaronder Letrozole wordt verkocht.
Zie voor meer informatie het onderdeel Hormoontherapie.
Bindweefselvorming bijvoorbeeld na operatie of bestraling.
Biopsie waarbij een dunne naald in het verdachte letsel wordt gebracht en waarmee een aantal cellen worden verwijderd.
De verwijderde cellen worden vervolgens onderzocht door een patholoog, die de juiste aard van het letsel zal vaststellen.
Nederlandse benaming: Dunne Naald Aspiratie.
Ontsteking van een ader. Kan ontstaan na toediening van chemotherapie.
Een snelle onderzoeksmethode om tijdens een operatie een histologische weefseldiagnose te stellen, d.w.z. vast te stellen of het weefsel bestaat uit goedaardige of kwaadaardige cellen.
Nederlandse benaming: "vriescoupe".
Ander woord voor kinesitherapie.
G
Chirurgische ingreep waarbij de volledige borst plus de lymfknopen worden verwijderd.
De borstspier wordt niet verwijderd (dit gebeurt wel bij de radicale mastectomie).
De drager van een erfelijke eigenschap gesitueerd in het DNA in de celkern.
Een DNA-duplicatie waarbij een bepaald chromosoom meer dan eenmaal wordt gedupliceerd,
wat kan resulteren in een verkeerd gen-gedrag.
Experimentele behandeling die wijzigingen aanbrengt aan de genen.
Als een gen is beschadigd, wordt bij gentherapie een gezond gen in de plaats ingebracht in het DNA.
De bedoeling van gentherapie is het natuurlijk vermogen van het lichaam om infecties te bestrijden te verbeteren
of om een tumor meer vatbaar te maken voor andere therapieën.
Er werd een relatie aangetoond tussen de prognose van de patiënt en de differentiatie
van de borstkankercellen. Aan de differentiatie wordt een bepaalde graad toegekend: de
differentiatiegraad.
Een proteïne of proteïne-achtige molecule die de celdeling en weefselgroei stimuleert.
H
Zie radicale mastectomie.
Behorend tot, betrekking hebbend op de weefselleer.
Graad die een schatting aangeeft van de "agressiviteit" van de tumor, gebaseerd op microscopisch onderzoek
van het tumorweefsel en de kankercellen. Graad 1 = weinig agressief, graad 4 = zeer agressief.
De studie van zieke weefsels door middel van microscopisch weefselonderzoek.
Classificatie of typering van de borstkanker gebaseerd op microscopisch onderzoek van het tumorweefsel.
Zie voor meer informatie het onderdeel Soorten borstkanker.
Toediening van hoge doses chemotherapie-medicijnen met een sterke toxiciteit op het beenmerg,
gecombineerd met andere behandelingen die het beenmerg weer moeten herstellen.
Stoffen die door bepaalde klieren van het lichaam worden aangemaakt en die de functie van organen, de stofwisseling, ... besturen.
Vaststelling of de kankercellen oestrogeenreceptoren of
progesteronreceptoren hebben.
Als de hormoonreceptorstatus positief is, kan de kanker worden bestreden met hormoontherapie.
Als de hormoonreceptorstatus negatief is, heeft de toepassing van hormoontherapie geen zin.
Zie het onderdeel Hormoontherapie.
Het gebruik van kunstmatige vrouwelijke hormonen ter vervanging van de natuurlijke hormonen.
De vorming van een open zweer op de huid. Huidulceratie op de borst kan een symptoom zijn van borstkanker.
Verhoogd aantal epitheelcellen. Kan duiden op een licht verhoogd risico op de ontwikkeling van borstkanker.
Chirurgische verwijdering van de baarmoeder. Soms worden samen met de baarmoeder ook de eierstokken verwijderd.
I
Kankerbehandeling waarbij het lichaamseigen afweersysteem wordt gestimuleerd of hersteld zodat het de kankercellen gaat aanvallen.
Wordt ook biotherapie genoemd.
Het lichaamseigen systeem dat tegen infecties en ziekten vecht. Wordt ook het immuunstelsel genoemd.
Zie Invasief.
Zie ductaal carcinoma in situ.
Via de ader (b.v. een intraveneuze injectie is een injectie in een ader).
Een relativief zeldzame vorm van borstkanker waarbij de borst rood wordt, zwelt en warm aanvoelt.
Zie het onderdeel Soorten borstkanker.
Een stof die de werking van het immuunsysteem van het lichaam kan verbeteren.
Het vertraagt de groei en deling van kankercellen, waardoor ze afsterven.
Een stof die de werking van het immuunsysteem van het lichaam kan verbeteren.
Het stimuleert de groei van bepaalde witte bloedcellen in het immuunsysteem.
Wordt ook IL-2 genoemd.
Het vermogen hebbend binnen te dringen in het omliggende weefsel en/of zich uit te zaaien naar andere organen.
Type borstkanker dat ontstaat in een melkgang in de borst en zich buiten deze oorspronkelijke melkgang heeft verspreid.
Zie het onderdeel Soorten borstkanker.
Type borstkanker dat ontstaat in een melkklier in de borst en zich buiten deze oorspronkelijke melkklier heeft verspreid.
Zie het onderdeel Soorten borstkanker.
Gesitueerd aan dezelfde kant van het lichaam.
Chemisch element dat zich in scheikundig opzicht gelijk gedraagt als het gewone element, maar waarvan
de atomen een iets verschillende massa hebben.
Een aantal isotopen zijn radioactief.
J
K
Ziekte die zich openbaart als een kwaadaardig gezwel aan organen. Kenmerk van kwaadaardige cellen is dat ze zich kunnen verspreiden (uitzaaien) in het omliggende weefsel en naar andere organen.
Ander woord voor fysiotherapie of kinesitherapie.
Een fysiek onderzoek waarbij de dokter uitgaat van visuele inspectie en aanraking (palpatie).
Een van de vier kwarten van een driedimensioneel object, zoals een bol.
De menselijke borst kan worden verdeeld in het bovenbuitenste, bovenbinnenste, onderbuitenste en onderbinnenste kwadrant.
Chirurgische verwijdering van een kwadrant van de borst.