Wie zijn wij? |  Email | Natarelle | Medewerkers | Steun deze site | Meters & peters | Partners | Sponsors |  Privacy |  Forum |  Nieuwsbrief
 
 
 >  Home
 +  Borstkanker
 +  Behandeling
 +  Gevolgen
 +  Psycho-sociaal
 +  Andere info
     >  Andere sites
     >  Boeken
     >  Woordenboek
     >  Nieuws
     >  Kalender
     >  Test uw kennis
 +  Contact
 +  Columns
 +  Bekendmaking site
 +  Vind uw weg

Wij onderschrijven de gedragscode van de Health On the Net Foundation Wij voldoen aan de HONcode, die staat voor betrouwbare informatie over gezondheid: Controleer hier .

Klik op de eerste letter van het woord dat u zoekt
A | B | C | D | E | F | G | H | I | K | L | M | N | O | P | Q | R | S | T | U | V | W | X | Z |

A

 

Ablatie
Ander woord voor amputatie of verwijdering.

Adjuvante therapie
Anti-kankerbehandeling (b.v. chemotherapie, radiotherapie en/of hormoontherapie) die wordt gegeven als aanvulling bij de primaire therapie (meestal chirurgie) om de kansen op genezing te verhogen en de kansen op terugkeer van de ziekte te verminderen.
Adjuvante therapie volgt meestal snel na het chirurgisch ingrijpen.

Alternatieve therapie
Therapie waarvan de doeltreffendheid niet wetenschappelijk werd bewezen en die niet officieel als therapie wordt erkend.

Alopecia
Haarverlies. In de context van borstkanker, meestal veroorzaakt door de toediening van chemotherapie. Meestal is het haarverlies gedeeltelijk en tijdelijk.

Amenorrhoe
Uitblijven van de menstruatie.

Analgeticum
Pijnstillend middel.

Anastrozole
Stof die de werking van een bepaald eiwit (enzym) onderdrukt en daardoor het oestrogeengehalte van de patiënt verlaagt. Deze stof - die wordt verkocht onder de merknaam Arimidex ® - wordt gebruikt bij de behandeling van gevorderde borstkanker bij postmenopauzale vrouwen.
Meer informatie vindt u in het onderdeel Hormoontherapie.

Anemie
Tekort aan rode bloedcellen, ook bloedarmoede genoemd.
Dit kan een bijwerking zijn van een chemotherapiebehandeling, zie het onderdeel Chemotherapie.

Anti-emeticum
Middel tegen braken.

Apoptose
Afsterven van cellen op een geregelde en gestuurde manier, dit in tegenstelling tot necrose.

Areola
Tepelhof. Lichtbruine of roze kring om de tepel bij mensen.

Arimidex
Merknaam waaronder Anastrozole wordt verkocht.
Zie voor meer informatie het onderdeel Hormoontherapie.

Aromatase
Enzymsysteem dat instaat voor de synthese van oestrogenen in meerdere weefsels, o.a. vetweefsel en tumorweefsel.

Atypische cellen
Cellen waarin abnormale veranderingen hebben plaatsgevonden.

Axillair
Betrekking hebbend op de oksel.

Axillaire dissectie
Chirurgische verwijdering van de lymfknopen in de oksel, ook okseluitruiming genoemd. Bedoeling van de chirurgische verwijdering is uitzaaiing van de borstkanker naar de lymfknopen vast te stellen of uit te sluiten. Daartoe worden de verwijderde lymfknopen onderzocht door een patholoog op aanwezigheid van kwaadaardige cellen.

Axillaire lymfknopen
Lymfknopen gesitueerd in de oksel.

Terug naar inhoudstafel

 

B

 

Benigne
Goedaardig, infiltreert niet in het omliggende weefsel of verspreidt zich niet naar andere lichaamsdelen.

Bilateraal
Langs beide kanten. Met bilaterale borstkanker wordt bedoeld dat er kanker wordt gevonden in beide borsten. In bijna alle gevallen gaat het bij bilaterale borstkanker om twee afzonderlijke borstkankers (een in elke borst), en niet om borstkanker die zich van de ene kant naar de andere kant heeft verspreid.

Biologische marker
Een kenmerk (zoals de aanwezigheid van een bepaald proteïne) waaraan een ziekte kan worden herkend.

Biotherapie
Kankerbehandeling waarbij het lichaamseigen afweersysteem wordt gestimuleerd of hersteld zodat het de kankercellen gaat aanvallen. Wordt ook immunotherapie genoemd.

Biopsie
Verwijdering van weefsel of een aantal cellen uit een gezwel. Het verwijderde weefsel wordt vervolgens door een patholoog onderzocht. Uit dit onderzoek blijkt of de cellen goedaardig of kwaadaardig zijn.

Biopsierapport
Een formeel rapport, samengesteld door een patholoog, dat de resultaten beschrijft van het onderzoek van het bij de biopsie weggenomen weefsel.

Bloedplaatje
Plaatvormig element in het bloed dat een rol speelt bij de stolling van het bloed.
Het aantal bloedplaatjes kan verminderen onder invloed van een chemotherapiebehandeling, zie het onderdeel Chemotherapie.

Bloedvatenstelsel
Het systeem van vaten (slagaders, aders en haarvaten) waardoor bloed stroomt.

Boornaaldbiopsie
Verwijdering van borstweefsel door gebruik van een naald met een relatief grote diameter.
Engelse benaming: Core Needle Biopsie (CNB).
Zie voor meer informatie: biopsie.

Boost
Een bijkomende dosis radiotherapie die wordt toegediend op een kleiner oppervlak, meestal de plaats waar het gezwel werd verwijderd. De boost wordt toegediend na beëindiging van de bestralingsbehandeling van de rest van de borst.

Borstprothese
Een borstvormig voorwerp gemaakt van kunststof dat in de bh of badpak wordt gedragen, om het uitzicht van een intacte borst te bekomen. Borstprostheses bestaan in verschillende vormen, maten en kleuren.

Borstreconstructie
Chirurgisch ingrijpen voor vrouwen die een mastectomie hebben ondergaan met de bedoeling een structuur te vormen die gelijkt op een intacte borst. Deze ingreep wordt meestal uitgevoerd door een plastisch chirurg.
Borstreconstructie kan gebeuren tijdens de mastectomie (onmiddellijke reconstructie) of een tijd na de mastectomie.

Borstsparende chirurgie
Het gedeeltelijk wegnemen van de borst, met de bedoeling het grootste gedeelte van het borstweefsel te sparen, zodat de borst haar normale uitzicht blijft behouden. De volgende operaties vallen onder borstsparende chirurgie: tumorectomie, lumpectomie, partiële mastectomie, en kwadrantectomie.
Borstsparende chirurgie wordt meestal gecombineerd met radiotherapie om de kansen op terugkeer van de kanker te verkleinen.

Botscan
Onderzoek van een bot of van het hele skelet met behulp van radioactieve isotopen.
In de context van borstkanker wordt een botscan verricht met de bedoeling na te gaan of er uitzaaiingen zijn naar de botten.
Vooraleer het onderzoek wordt aangevat, wordt een injectie van een radioactieve stof toegediend.

Brachytherapie
Vorm van inwendige radiotherapie, waarbij isotopen in het lichaam worden gebracht, die inwendig het weefsel waar ze zich bevinden, bestralen.

BRCA1
Borstkankergen 1, dat verantwoordelijk wordt geacht voor het ontstaan van sommige erfelijke borstkankers.

BRCA2
Borstkankergen 2, dat verantwoordelijk wordt geacht voor het ontstaan van sommige erfelijke borstkankers.

Terug naar inhoudstafel

 

 

C

 

Calcificatie
Verkalking, de afzetting van calciumzout in sommige weefsels van het lichaam.

Carcinogeen
Kankerverwekkend. Carcinogene stoffen komen voor in het milieu, sommige voedingswaren en tabaksproducten.

Carcinoom
Een kwaadaardige tumor bestaande uit epitheelcellen, dit zijn cellen in de bedekkende weefsels van het lichaam. Carcinomen verspreiden zich door lokaal te infiltreren in het omliggende weefsel en door zich uit te zaaien naar andere organen, bijvoorbeeld longen, lever, lymfknopen en botten.

Carcinoma in situ
Een kwaadaardige tumor die nog geen infiltrerende (invasieve) kenmerken heeft en goed te behandelen is. Zie Ductaal carcinoma in situ (DCIS) en Lobulair carcinoma in situ (LCIS) in het onderdeel "Soorten borstkanker".

Cardiotoxiciteit
Schade veroorzakend aan het hart.

Catheter
Een dun plastic buisje dat in een ader wordt geplaatst en waarlangs men voeding, medicijnen of bloed kan toedienen. Insgelijks kan men ook bloed afnemen via de catheter.

Chemotherapie
Het gebruik van medicijnen in de strijd tegen kanker, met de bedoeling kankercellen te doden of hun groei stop te zetten of te vertragen.
Voor uitgebreide informatie, zie het onderdeel
Chemotherapie.

Chirurg-oncoloog
Arts gespecialiseerd in de chirurgische behandeling van kanker.

Chromosoom
Staafachtig lichaampje in de celkern dat vooral bij de celdeling een belangrijke rol speelt en de drager is van erfelijke eigenschappen (het zgn. DNA).

Combinatie chemotherapie
Behandeling met een combinatie van chemotherapie-medicijnen met de bedoeling kankercellen te vernietigen of hun groei te stoppen of te vertragen.

Contralateraal
Gesitueerd aan de andere kant van het lichaam.

Core Needle Biopsie (CNB)
Verwijdering van borstweefsel door gebruik van een naald met een relatief grote diameter.
Nederlandse benaming: Boornaaldbiopsie.
Zie voor meer informatie: biopsie.

CT- of CAT-scan
Gedetailleerde foto van delen van het lichaam die wordt gecreëerd door een computer die is verbonden met een röntgenapparaat. Wordt ook computertomografie-scan genoemd.

Curatief
Met de bedoeling te genezen.

Cyste
Holte of gezwel met vloeibare inhoud. Is meestal goedaardig.

Cytologisch
Behorend tot, betrekking hebbend op de celleer.

Cytopatholoog
Een patholoog gespecializeerd in de studie van de cellen.

Cytopathologie
De studie en de interpretatie van cellulaire veranderingen ten behoeve van ziektediagnose.

Terug naar inhoudstafel

 

 

D

 

DCIS
Zie Ductaal carcinoma in situ.

Diagnostische Mammografie
Gedetailleerde mammografie die wordt uitgevoerd nadat een gezwel of een verdacht letsel in de borst werd ontdekt tijdens een zelfonderzoek of een routineonderzoek (zie screening mammografie).

Differentiatie(graad)
De graad waarin tumorcellen op de normale cellen gelijken. Over het algemeen is er een betere prognose naarmate de kankercellen meer op de gezonde cellen lijken. Goed gedifferentieerde tumoren lijken sterk op normaal borstweefsel.
De volgende graden worden gehanteerd:

DNA
Afkorting van desoxyribo nucleic acid of desoxyribonucleïnezuur. Langgerekte, spiraalvormig gewonden molecuulketen in de celkern waarin de erfelijke eigenschappen zijn vastgelegd.
Het DNA bepaalt de werking en de eigenschappen van een cel en daardoor ook die van het lichaam. Door beschadiging van het DNA van een cel, kan een gezonde cel een kankercel worden.

Ductaal Carcinoma In Situ
Kankergezwel bestaande uit cellen die zijn ontstaan in de melkgangen van de borst en die zich niet hebben verspreid in het omliggende weefsel.
Zie ook het onderdeel Soorten borstkanker.

Ductectasie
Verbreding van de melkgangen.

Ductus
Melkgang.

Dunne naald aspiratie
Biopsie waarbij een dunne naald in het verdachte letsel wordt gebracht en waarmee een aantal cellen worden verwijderd. De verwijderde cellen worden vervolgens onderzocht door een patholoog, die de juiste aard van het letsel zal vaststellen.
Engelse benaming: Fine Needle Aspiration (FNA).

Dysplasie
Een abnormale groei van cellen die bepaalde kenmerken gemeenschappelijk hebben met kankercellen, maar nog in onvoldoende mate om een kankerdiagnose zeker te maken. Hier wordt wel duidelijk de pathologische betekenis van het woord bedoeld en niet de radiologische, waar "dysplasie" duidt op een abnormale radiologische verschijning te wijten aan fibrocystische ziekte.

Terug naar inhoudstafel

 

 

E

 

Echografie
Onderzoeksmethode waarbij geluidsgolven worden gebruikt om een beeld te maken van organen.

Elektron
Elementair deeltje, de drager van de negatieve lading van een atoom.
Elektronenbundels of beta-stralen worden gebruikt in de radiotherapeutische behandeling van tumoren en hebben het voordeel dat ze in beperktere mate het weefsel binnendringen dan de klassieke
röntgenstralen of X-stralen.

Epitheel
Buitenste celweefsel van organen. Kankers die ontstaan in het epitheel worden carcinomen genoemd.

Erytheem
Vlekkerige, rode huiduitslag. Ontstaat meestal na enkele bestralingsbeurten.

Evista ®
Zie Raloxifen.

Excisie biopsie
Een chirurgische ingreep waarbij de volledige tumor uit de borst wordt verwijderd voor onderzoek door een patholoog.

Terug naar inhoudstafel

 

 

F

 

Familiale borstkanker
Borstkanker die voorkomt bij verschillende familieleden in de eerste graad en vaak vóór de leeftijd van 50 jaar. Deze borstkankers worden vaak veroorzaakt door mutaties in een van de drie volgende genen:

  • BRCA1-gen (dat ook verantwoordelijk kan zijn voor familiale eierstokkanker);
  • BRCA2-gen;
  • p53-gen (Li-Fraumeni syndroom).

Fareston
Merknaam waaronder Toremifen wordt verkocht.
Zie voor meer informatie het onderdeel Hormoontherapie.

Femara
Merknaam waaronder Letrozole wordt verkocht.
Zie voor meer informatie het onderdeel Hormoontherapie.

Fibrose
Bindweefselvorming bijvoorbeeld na operatie of bestraling.

Fine Needle Aspiration (FNA)
Biopsie waarbij een dunne naald in het verdachte letsel wordt gebracht en waarmee een aantal cellen worden verwijderd. De verwijderde cellen worden vervolgens onderzocht door een patholoog, die de juiste aard van het letsel zal vaststellen.
Nederlandse benaming: Dunne Naald Aspiratie.

Flebitis
Ontsteking van een ader. Kan ontstaan na toediening van chemotherapie.

Frozen section
Een snelle onderzoeksmethode om tijdens een operatie een histologische weefseldiagnose te stellen, d.w.z. vast te stellen of het weefsel bestaat uit goedaardige of kwaadaardige cellen.
Nederlandse benaming: "vriescoupe".

Fysiotherapie
Ander woord voor kinesitherapie.

Terug naar inhoudstafel

 

 

G

 

Gemodificeerde Mastectomie
Chirurgische ingreep waarbij de volledige borst plus de lymfknopen worden verwijderd. De borstspier wordt niet verwijderd (dit gebeurt wel bij de radicale mastectomie).

Gen
De drager van een erfelijke eigenschap gesitueerd in het DNA in de celkern.

Gen-amplificatie
Een DNA-duplicatie waarbij een bepaald chromosoom meer dan eenmaal wordt gedupliceerd, wat kan resulteren in een verkeerd gen-gedrag.

Gentherapie
Experimentele behandeling die wijzigingen aanbrengt aan de
genen.
Als een gen is beschadigd, wordt bij gentherapie een gezond gen in de plaats ingebracht in het DNA.
De bedoeling van gentherapie is het natuurlijk vermogen van het lichaam om infecties te bestrijden te verbeteren of om een tumor meer vatbaar te maken voor andere therapieën.

Graad
Er werd een relatie aangetoond tussen de prognose van de patiënt en de differentiatie van de borstkankercellen. Aan de differentiatie wordt een bepaalde graad toegekend: de differentiatiegraad.

Groeifactor
Een proteïne of proteïne-achtige molecule die de celdeling en weefselgroei stimuleert.

Terug naar inhoudstafel

 

 

H

 

Halsted Mastectomy
Zie radicale mastectomie.

Hematoom
Bloeduitstorting.

Histologisch
Behorend tot, betrekking hebbend op de weefselleer.

Histologische graad
Graad die een schatting aangeeft van de "agressiviteit" van de tumor, gebaseerd op microscopisch onderzoek van het tumorweefsel en de kankercellen. Graad 1 = weinig agressief, graad 4 = zeer agressief.

Histopathologie
De studie van zieke weefsels door middel van microscopisch weefselonderzoek.

Histopathologisch type borstkanker
Classificatie of typering van de borstkanker gebaseerd op microscopisch onderzoek van het tumorweefsel. Zie voor meer informatie het onderdeel Soorten borstkanker.

Hoge-dosis chemotherapie
Toediening van hoge doses chemotherapie-medicijnen met een sterke toxiciteit op het beenmerg, gecombineerd met andere behandelingen die het beenmerg weer moeten herstellen.

Homogeen
Gelijksoortig

Hormonen
Stoffen die door bepaalde klieren van het lichaam worden aangemaakt en die de functie van organen, de stofwisseling, ... besturen.

Hormoonreceptorstatus
Vaststelling of de kankercellen oestrogeenreceptoren of progesteronreceptoren hebben.
Als de hormoonreceptorstatus positief is, kan de kanker worden bestreden met hormoontherapie.
Als de hormoonreceptorstatus negatief is, heeft de toepassing van hormoontherapie geen zin.

Hormoontherapie
Zie het onderdeel
Hormoontherapie.

Hormoonvervangingstherapie
Het gebruik van kunstmatige vrouwelijke hormonen ter vervanging van de natuurlijke hormonen.

Huidulceratie
De vorming van een open zweer op de huid. Huidulceratie op de borst kan een symptoom zijn van borstkanker.

Hyperplasie
Verhoogd aantal
epitheelcellen. Kan duiden op een licht verhoogd risico op de ontwikkeling van borstkanker.

Hysterectomie
Chirurgische verwijdering van de baarmoeder. Soms worden samen met de baarmoeder ook de eierstokken verwijderd.

Terug naar inhoudstafel

 

 

I

 

Immunotherapie
Kankerbehandeling waarbij het lichaamseigen afweersysteem wordt gestimuleerd of hersteld zodat het de kankercellen gaat aanvallen. Wordt ook biotherapie genoemd.

Immuunsysteem
Het lichaamseigen systeem dat tegen infecties en ziekten vecht. Wordt ook het immuunstelsel genoemd.

Infiltrerend
Zie Invasief.

Intraductaal carcinoom
Zie ductaal carcinoma in situ.

Intraveneus
Via de ader (b.v. een intraveneuze injectie is een injectie in een ader).

Inflammatoir carcinoom
Een relativief zeldzame vorm van borstkanker waarbij de borst rood wordt, zwelt en warm aanvoelt. Zie het onderdeel Soorten borstkanker.

Interferon
Een stof die de werking van het immuunsysteem van het lichaam kan verbeteren. Het vertraagt de groei en deling van kankercellen, waardoor ze afsterven.

Interleukine-2
Een stof die de werking van het immuunsysteem van het lichaam kan verbeteren. Het stimuleert de groei van bepaalde witte bloedcellen in het immuunsysteem. Wordt ook IL-2 genoemd.

Invasief
Het vermogen hebbend binnen te dringen in het omliggende weefsel en/of zich uit te zaaien naar andere organen.

Invasief ductaal carcinoom
Type borstkanker dat ontstaat in een melkgang in de borst en zich buiten deze oorspronkelijke melkgang heeft verspreid. Zie het onderdeel Soorten borstkanker.

Invasief lobulair carcinoom
Type borstkanker dat ontstaat in een melkklier in de borst en zich buiten deze oorspronkelijke melkklier heeft verspreid. Zie het onderdeel Soorten borstkanker.

Ipsilateraal
Gesitueerd aan dezelfde kant van het lichaam.

Isotoop
Chemisch element dat zich in scheikundig opzicht gelijk gedraagt als het gewone element, maar waarvan de atomen een iets verschillende massa hebben.
Een aantal isotopen zijn radioactief.

 

 

J

  Geen termen.

Terug naar inhoudstafel

 

 

K

 

Kanker
Ziekte die zich openbaart als een kwaadaardig gezwel aan organen. Kenmerk van kwaadaardige cellen is dat ze zich kunnen verspreiden (uitzaaien) in het omliggende weefsel en naar andere organen.

Kine
Ander woord voor fysiotherapie of kinesitherapie.

Klinisch onderzoek
Een fysiek onderzoek waarbij de dokter uitgaat van visuele inspectie en aanraking (palpatie).

Kwadrant
Een van de vier kwarten van een driedimensioneel object, zoals een bol. De menselijke borst kan worden verdeeld in het bovenbuitenste, bovenbinnenste, onderbuitenste en onderbinnenste kwadrant.

Kwadrantectomie
Chirurgische verwijdering van een kwadrant van de borst.

Terug naar inhoudstafel

 

 

L

 

Lateraal
Gelegen weg van het centrum naar een orgaan of het lichaam.

LCIS
Zie lobulair carcinoma in situ.

Letrozole
Stof die de werking van een bepaald eiwit (het aromatase enzym) onderdrukt en daardoor het oestrogeengehalte van de patiënt verlaagt. Deze stof – die wordt verkocht onder de merknaam Femara – wordt gebruikt bij de behandeling van gevorderde borstkanker in postmenopauzale vrouwen.
Meer informatie vindt u in het onderdeel Hormoontherapie.

Lineaire accelerator
Moderne radiotherapie-apparatuur die röntgenstralen met zeer hoge energie kan produceren.

Lipoom
Goedaardig vetgezwel (ook "vetbol" genoemd).

Lobulair carcinoma in situ (LCIS)
Gezwel in de melkklieren, waarbij de cellen zich niet hebben verspreid buiten de melkklier waarin ze zijn ontstaan. Zie het onderdeel Soorten borstkanker.

Lobules
Melkproducerende klieren in de borst. Lobulaire kankers ontstaan in de cellen die de binnenwand van de melkklieren bekleden.

Lumpectomie
De chirurgische verwijdering van een tumor en een gedeelte van het omliggende weefsel. De bedoeling van een lumpectomie is zoveel mogelijk borstweefsel te sparen, om het uitzicht van een normale borst te behouden.

Lymfatisch systeem
Het systeem van vaten (kanaaltjes) waarlangs de lymfe door het lichaam wordt gevoerd.

Lymfe (lymfvocht)
Een bijna kleurloze vloeistof die door het lymfatisch systeem wordt vervoerd en die cellen bevat die infecties en ziektes in het lichaam bestrijden.

Lymfocyt
Een bepaald soort witte bloedcel, gemaakt in de lymfknopen.

Lymfoedeem
Zwelling in de hand, pols en/of arm, veroorzaakt door vochtopstapeling die ontstaat doordat de lymfknopen werden verwijderd of geblokkeerd zijn in hun werking. Meer informatie vindt u in het onderdeel Lymfoedeem.

Lymfknopen
Kleine, boonvormige klieren die zich op sommige plaatsen in het lymfatisch systeem bevinden. De lymfknopen vormen de eerste-linie verdediging van het lichaam tegen infecties.
Lymfknopen worden ook lymfeklieren genoemd.

Lymfovasculaire invasie
Indringing van kankercellen in lymfvaten (lymfatische invasie) of bloedvaten (vasculaire invasie).

Terug naar inhoudstafel

 

 

M

 

Maligne
Kwaadaardig. Een tumor die het vermogen heeft zich lokaal en op afstand te verspreiden (uit te zaaien) en uiteindelijk de dood van de patiënt kan veroorzaken.

Mammografie
Röntgenonderzoek van de borst dat toegepast wordt om letsels in de borst op te sporen. Men maakt een onderscheid tussen diagnostische mammografie en screening mammografie.

Mammotoom
Toestel dat wordt gebruikt om een borstbiopsie uit te voeren. De mammotoom gebruikt een klein, draaiend snijwerktuig dat grotere weefselmonsters uit de tumor kan verwijderen.

Mastectomie
Chirurgische ingreep waarbij de volledige borst wordt verwijderd en eventueel ook het omliggende weefsel. Zie ook:

  • simpele mastectomie;
  • partiële mastectomie;
  • gemodificeerde mastectomie;
  • radicale mastectomie.

    Mastodynie
    Pijn in de borstklier.

    Mediaal
    Naar het midden van het lichaam toe gelegen.

    Medische beeldvorming
    Verzamelnaam voor medische onderzoekstechnieken waarbij beelden van inwendige lichaamsdelen worden gemaakt ten behoeve van het stellen van de diagnose.

    Voorbeelden van dergelijke onderzoekstechnieken zijn:

  • radiografie;
  • echografie;
  • mammografie;
  • CT-scan;
  • MR-scan;
  • isotopenonderzoek.

    Melkgang
    Buisvormige structuur in de borst, waardoor melk wordt getransporteerd naar de tepel.
    Ductale carcinomen (zowel "in situ" als "invasief") ontstaan in de cellen die de binnenwand van de melkgangen bekleden.

    Menarche
    Eerste menstruatie.

    Metastase
    Uitzaaiing van de primaire tumor vooral in klieren, bot, longen, lever, hersenen en huid.

    Metastatische tumor
    Een tumor die zich bevindt op een plaats in het lichaam die afgelegen is van de plaats waar de kanker oorspronkelijk ontstond.
    De tumorcellen dragen evenwel nog steeds de kenmerken van de oorspronkelijke kanker. Zo zal borstkanker die zich heeft verspreid naar de longen bestaan uit cellen die de kenmerken van borstcellen vertonen en niet die van longcellen.

    Microcalcificaties
    Afzetting van kleine hoeveelheden calcium in de borst die kunnen worden ontdekt met een mammografie, maar niet met een echografie. Hoewel microcalcificaties ook voorkomen in gezond borstweefsel, kunnen bepaalde microcalcificatiepatronen wijzen op borstkanker.

    Micrometastasen
    Metastasen kleiner dan 2 millimeter. Micrometastasen kunnen door hun geringe omvang niet worden ontdekt via medische beeldvormingstechnieken.

    Mitosis
    Celdeling waarbij de nieuwe cellen identiek zijn aan de oude.

    Mitotische index:
    Het aantal cellen in een weefselmonster dat zich aan het delen is.

    MRI
    Afkorting voor Magnetic Resonance Imaging.
    MRI, ook wel MR of NMR genoemd, is een techniek om met behulp van een sterke magneet en radiogolven afbeeldingen van organen te maken.
    Zie het onderdeel Diagnose.

    Mutageen
    Mutaties teweegbrengend of bevorderend. Mutagene stoffen kunnen worden gevonden in het milieu, bepaalde voedingswaren en tabaksproducten. Omdat mutaties kunnen leiden tot kanker, zijn vele mutagene stoffen ook carcinogeen.

    Mutatie
    Een permanente wijziging in de genetische code van het DNA die kan worden veroorzaakt door blootstelling aan bepaalde chemicaliën, ultraviolet licht of door fouten die gebeuren tijdens de DNA-replicatie. Mutaties kunnen leiden tot kanker.

    Terug naar inhoudstafel

     

     

    N

     

    Nausea
    Misselijkheid.

    Necrose
    Afsterven van cellen in een weefsel op een ongeregelde manier, bijvoorbeeld door verbranding of bevriezing.

    Neoadjuvante chemotherapie
    Behandeling met chemotherapie-medicijnen met de bedoeling kankercellen te vernietigen en de tumor te verkleinen vooraleer hij chirurgisch wordt verwijderd.

    Niet-palpabel
    Niet-voelbaar.

    Nolvadex
    Merknaam waaronder Tamoxifen wordt verkocht.

    NSAID
    Niet-steroïdale medicatie tegen ontsteking.

    Nucleaire graad
    Graad die een schatting aangeeft van de potentiële agressiviteit van de tumor, gebaseerd op microscopisch onderzoek van de kern van de individuele kankercellen. De kern van de cel (=de nucleus) is het gedeelte van de cel dat het DNA bevat.

    Terug naar inhoudstafel

     

     

    O

     

    Occulte metastase
    Nog niet aantoonbare
    metastase.

    Oedeem
    Ophoping van een abnormale hoeveelheid vocht in weefsels, die resulteert in een zwelling van die weefsels.
    Zie voor meer informatie het onderdeel Lymfoedeem.

    Oestrogeen
    Een vrouwelijk hormoon, vooral geproduceerd in de eierstokken, maar ook in de bijnieren en vetweefsel.
    Oestrogenen regelen de menstruatie, voortplanting en de groei van bepaalde lichaamsdelen (b.v. de borsten).
    Ze kunnen een rol spelen bij de ontwikkeling van borstkanker.

    Oestrogeenreceptor
    Een proteïne in borstcellen waaraan oestrogeen zich bevestigt. Sommige kankercellen hebben ook dit proteïne en kunnen zich dus verbinden met oestrogeen. Als de borstkankercellen veel oestrogeenreceptoren hebben, geeft dit aan dat oestrogeen bijdraagt tot de groei van de kanker.
    De afwezigheid of de te verwaarlozen aanwezigheid van oestrogeenreceptoren in de kankercellen, geven aan dat oestrogeen geen rol speelt in de ontwikkeling van de kanker.

    Oestrogeenreceptorstatus
    Bepaling of de kankercellen veel of weinig oestrogeenreceptoren hebben.
    Als de oestrogeenreceptorstatus positief is, bevatten de cellen vele receptoren en zal hormoontherapie een nuttige behandelingsmethode zijn.
    Als de oestrogeenreceptorstatus negatief is, bevatten de cellen weinig receptoren en is hormoontherapie niet aangewezen als behandeling.

    Oestrogeenvervangingstherapie
    Oestrogeenbehandeling voor vrouwen in de menopauze.

    Okseluitruiming
    Zie axillaire dissectie.

    Oncogen
    Gen dat wordt geassocieerd met kanker. Mutaties in een oncogen kunnen resulteren in een veranderde celgroei en/of een gewijzigd celgedrag.

    Oncoloog
    Arts gespecialiseerd in kanker.

    Terug naar inhoudstafel

     

     

    P

     

    p53-gen
    Een gen waarbij mutaties worden geassocieerd met het ontstaan van verschillende types kanker bij mensen.

    Palliatieve therapie
    Behandeling met het doel de symptomen veroorzaakt door de kanker te verzachten (b.v. pijn), zonder tot genezing te leiden.

    Palpabel
    Voelbaar.

    Palpatie
    Geneeskundig onderzoek door betasting van het lichaam.

    Partiële mastectomie
    Chirurgische verwijdering van een wigvormig gedeelte van het borstweefsel. Het verwijderde weefsel bevat de tumor(en) en een gedeelte van het omliggende gezonde borstweefsel.

    Pathologisch onderzoek
    Onderzoek van lichaamsweefsels, lichaamsvochten en organen op ziekte uitgevoerd door een patholoog.

    Patholoog
    Een arts die ziektes diagnosticeert door het onderzoek van weefsel onder de microscoop.

    Plastisch chirurg
    Een arts gespecialiseerd in de operatieve correctie of herstel van een aangeboren of verworven misvorming van een lichaamsdeel.

    Pre-maligne
    Cellen die abnormale kenmerken vertonen, maar nog niet in staat zijn omliggend weefsel binnen te dringen of zich te verspreiden naar andere organen in het lichaam. Pre-maligne cellen zullen zich in de toekomst waarschijnlijk ontwikkelen tot kwaadaardige cellen en moeten dus uit het lichaam worden verwijderd.

    Primaire therapie
    De eerste therapie die wordt gehanteerd in de strijd tegen een ziekte.

    Primaire tumor
    De oorspronkelijke tumor vóór verspreiding naar andere plaatsen in het lichaam. Als in de borst meerdere tumoren worden ontdekt, wordt aangenomen dat de grootste tumor de primaire tumor was. Als er tumoren worden ontdekt in beide borsten in het geval van bilaterale borstkanker, is er een aparte primaire tumor in elke borst.

    Profylaxis
    Maatregelen ter voorkoming van ziektes.

    Progesteron
    Vrouwelijke hormoon geproduceerd door de eierstokken dat helpt bij de regeling van de menstruatiecycli. Het speelt een belangrijke rol bij de groei van de bevruchte eicel en het klaarmaken van de baarmoeder voor de zwangerschap.
    Sommige borstkankers worden gestimuleerd door progesteron. Hoge doses progesteron-derivaten worden bij sommige tumoren gebruikt als palliatieve therapie (b.v. Farlutal, Megace, Provera, Veraplex).

    Progesteronreceptor
    Een proteïne in sommige cellen waaraan progesteron zich kan hechten. Sommige borstkankercellen hebben veel progesteronreceptoren, wat aangeeft dat progesteron een rol speelt in de ontwikkeling van de kanker. Niet alle borstkankercellen hebben progesteronreceptoren.
    Zie voor meer informatie het onderdeel Hormoontherapie.

    Progesteronreceptorstatus
    Vaststelling of de kankercellen een groot aantal progesteronreceptoren hebben. Als de progesteronreceptorstatus positief is, kan de kanker waarschijnlijk worden behandeld met hormoontherapie.

    Prognose
    Een uitspraak over het vermoedelijke verdere verloop van de ziekte en de genezingskansen, gebaseerd op de vastgestelde ontwikkeling bij een groot aantal patiënten met dezelfde ziekteverschijnselen.

    Prognostische factoren
    Factoren die bijdragen tot het verdere verloop van de ziekte.
    Prognostische factoren voor borstkanker zijn bijvoorbeeld de aantasting van de lymfknopen, de grootte van de tumor, en de aanwezigheid van biologische markers, zoals de hormoonreceptorstatus.

    Prothese
    Uit kunststof vervaardigde vervanging van een verwijderd lichaamsdeel.
    Zie borstprosthese.

    Terug naar inhoudstafel

     

     

    Q

     

    Quadrant
    Zie kwadrant.

    Quadrantectomie
    Zie kwadrantectomie.

    Terug naar inhoudstafel

     

     

    R

     

    Radioactief
    Voortdurend en zonder uitwendige oorzaak energie uitstralend onder de vorm van electromagnetische straling (X- stralen, gammastralen) of deeltjes (electronen).

    Radiotherapeut-oncoloog
    Arts gespecialiseerd in de behandeling van kanker door middel van radiotherapie.

    Radiotherapie
    Behandeling tegen kanker met behulp van röntgenstralen of radioactieve stoffen met de bedoeling kankercellen te beschadigen of te vernietigen. Radiotherapie wordt ook gebruikt om een tumor te verkleinen vóór de operatieve verwijdering ervan of om de na een operatie eventueel achtergebleven kankercellen te vernietigen.
    Voor uitgebreide informatie, zie het onderdeel Radiotherapie.

    Radicale mastectomie
    Chirurgische verwijdering van de volledige borst, de huid, de onderliggende borstspieren en alle lymfklieren uit de oksel. Zie ook het onderdeel Chirurgie.

    Raloxifen
    Stof die zich op de oestrogeenreceptor bindt en o.a. gebruikt wordt voor de behandeling van osteoporose.
    Wordt verkocht onder de merknaam Evista ®.

    Recidief/Recidive
    Het zich opnieuw vertonen van een reeds doorstane en schijnbaar genezen ziekte. Terugkeer van de kanker nadat alle symptomen tijdelijk verdwenen waren.

    Reconstructie
    Zie borstreconstructie.

    Regressie
    Afname van de massa van een tumor.

    Remissie
    Tijdelijk of permanent verdwijnen van de tekenen of symptomen van kanker.

    Resectie
    Wegname door uitsnijding

    Rode bloedcel
    Cel in het bloed die zuurstof transporteert.

    Röntgenstralen
    Hoge-energie (radioactieve) stralen die in lage doses wordt gebruikt om ziektes te diagnosticeren en in hoge doses om kanker te bestrijden.

    Ruptureren
    Barsten.

    Terug naar inhoudstafel

     

     

    S

     

    Schildwachtklier
    Zie sentinelknoop.

    Screening mammografie
    Routinematig röntgenonderzoek van de borst met de bedoeling eventuele borstletsels (zoals tumoren of cysten) vroegtijdig op te sporen.

    Secundaire tumor
    Een kleinere tumor in hetzelfde orgaan als de primaire tumor. Als er meerdere tumoren in dezelfde borst zijn, wordt de grootste ervan beschouwd als de primaire tumor, de andere(n) als de secundaire tumor(en). Als er een tweede tumor in de andere borst ontstaat, wordt deze beschouwd als een tweede primaire tumor, omdat borstkanker zich meestal niet verspreidt van de ene borst naar de andere.

    Segmentele mastectie
    Zie partiële mastectomie.

    Sentinelknoop
    De eerste lymfknoop waarnaar de tumor zich waarschijnlijk zal verspreiden. De sentinelknoop wordt geïdentificeerd door een zgn. "tracer" (kleurstof en/of radioctieve stof) die in de tumor, rond de tumor of in de huid van de borst wordt geïnjecteerd. De eerste lymfknoop die de tracer opneemt en daardoor met een detector kan worden aangetoond of die verkleurt en zo kan opgemerkt worden, is de sentinelknoop.
    De sentinelknoop wordt ook schildwachtklier genoemd.

    Sentinelknoop-biopsie
    Chirurgische verwijdering van de sentinelknoop om te bepalen of deze werd aangetast door de kanker.
    Als de sentinelknoop is aangetast (positief is), worden ook de andere lymfknopen verwijderd.
    Als de sentinelknoop niet is aangetast, wordt er van uitgegaan dat de kanker zich nog niet naar de lymfknopen heeft verspreid en worden de andere lymfknopen niet verwijderd.
    Deze techniek wordt nog niet algemeen gebruikt, omdat er nog geen absolute betrouwbaarheid kan worden gegarandeerd.

    Simpele mastectomie
    Chirurgische verwijdering van de volledige borst, zonder verwijdering van de borstspier of de lymfknopen.

    Simulator
    Röntgenapparaat dat wordt gebruikt om de
    radiotherapie voor te bereiden.
    De simulator kan doorlichten en foto's maken van zowel voor-, zij- als achterkant van het lichaam. Zie ook Planning van de behandeling in het onderdeel "Radiotherapie".

    Simulatie
    Voorbereiding van de radiotherapie met behulp van een simulator. Tijdens de simulatie wordt het bestralingsveld op het lichaam gemarkeerd (aangetekend) door de radiotherapeut.
    Een simulatie duurt ongeveer 30 minuten tot anderhalf uur.
    Zie ook Planning van de behandeling in het onderdeel "Radiotherapie".

    S-fase graad
    Bepaling van het aantal tumorcellen dat bezig is het DNA te repliceren. Zie het onderdeel Prognose.

    Staging
    Classificatie van het stadium van een kanker, die gebaseerd is op tumorgrootte, lokatie van de tumor en de verspreiding ervan.
    Zie TNM-staging en het het onderdeel Prognose.

    Subcutaan
    Onderhuids.

    Systemische therapie
    Behandeling tegen een ziekte die via de bloedbanen alle lichaamsdelen bereikt. Systemische kankertherapieën zijn bijvoorbeeld chemotherapie en hormoontherapie
    De bedoeling van systemische therapie is alle kankercellen in het lichaam te vernietigen, ook die kankercellen die zich hebben uitgezaaid naar andere lichaamsdelen.

    Terug naar inhoudstafel

     

     

    T

     

    Tamoxifen
    Stof die een sterke gelijkenis vertoont met oestrogeen en veel wordt gebruikt in adjuvante hormoontherapie tegen borstkanker. Tamoxifen wordt ook onderzocht als preventief middel tegen borstkanker voor vrouwen die een verhoogd risico lopen.
    Tamoxifen werkt door zich te binden aan de oestrogeenreceptoren van borstkankercellen en vervolgens de groeibevorderende effecten van natuurlijk oestrogeen op de cel te blokkeren.
    Meer informatie vindt u in het onderdeel Hormoontherapie.
    Wordt verkocht onder de volgende merknamen: Nolvadex ®, Tamizam ®, Tamoplex ®.

    Teleangiectasiën
    Na radiotherapie bij sommige vrouwen in de borst optredende permanente zichtbaarheid van kleine bloedvaatjes, die het beeld geven van rode huiduitslag.

    Tepelhof
    Areola. Lichtbruine of roze kring om de tepel bij mensen.

    TNM staging
    Indeling van borstkanker in een bepaald stadium, gebaseerd op:

  • grootte van de primaire tumor, aangeduid met "T";
  • aantasting van de axillaire lymfknopen, aangeduid met "N";
  • uitzaaiingen (metastases) naar andere organen, aangeduid met "M".

    Zie voor meer informatie het onderdeel Prognose.

    Toremifen
    Stof die een sterke gelijkenis vertoont met oestrogeen en afgeleid werd van Tamoxifen. Het wordt gebruikt voor de behandeling van postmenopauzale vrouwen in een gevorderd stadium van de ziekte.
    Momenteel wordt het ook onderzocht op zijn mogelijkheden in de adjuvante therapie. Toremifen werkt door zich te binden aan de oestrogeenreceptoren van borstkankercellen en vervolgens de groeibevorderende effecten van natuurlijk oestrogeen op de cel te blokkeren.
    Meer informatie vindt u in het onderdeel Hormoontherapie.
    Merknaam: Fareston ®.

    Totale mastectomie
    Chirurgische verwijdering van de volledige borst zonder verwijdering van de borstspier. De axillaire lymfknopen worden evenwel niet verwijderd.

    Toxiciteit
    Giftigheid.

    Tumor
    Abnormale weefselmassa gevormd door ongecontroleerde celgroei. Tumoren worden meestal ingedeeld in maligne of kwaadaardige en benigne of goedaardige tumoren.

    Tumormarker
    Stof die in abnormale hoeveelheden worden aangetroffen in het bloed of andere lichaamsvochten en wijst op de aanwezigheid van kanker.
    Bij borstkanker bijvoorbeeld CA 15.3

    Tumorsuppressor-gen
    Gen dat de celgroei regulariseert en daardoor het ontstaan van een tumor onderdrukt.
    Als er zich mutaties voordoen in een tumorsuppressor-gen, kan dit leiden tot een ongecontroleerde celgroei en het ontstaan van kanker.

    Terug naar inhoudstafel

     

     

    U

     

    Ultrasonografie
    Zie echografie.

    Terug naar inhoudstafel

     

     

    V

     

    Vasculaire invasie (infiltratie)
    Binnendringing van kankercellen in de lymfvaten of bloedvaten, wat wijst op een neiging tot uitzaaiing.

    Vasculair systeem
    Zie bloedvatenstelsel.

    Vriescoupe
    Een snelle onderzoeksmethode om tijdens een operatie een histologische weefseldiagnose te stellen, d.w.z. vast te stellen of het weefsel bestaat uit goedaardige of kwaadaardige cellen.
    Engelse benaming: "frozen section".

    Terug naar inhoudstafel

     

     

    W

     

    Witte bloedcel
    Cel in het bloed die helpt bij de bestrijding van infecties en ziekte (= leucocyt).

    Terug naar inhoudstafel

     

     

    X

     

    X-stralen
    Zie Röntgenstralen.

     

     

    Y

      Geen termen.

     

     

    Z

     

    Ziekte van Paget
    Niet-invasieve borstkanker van de tepel. De ziekte van Paget wordt vaak vastgesteld in combinatie met een onderliggende invasieve borstkanker, meestal invasief ductaal carcinoom.
    Zie ook het onderdeel Soorten borstkanker.

    Ziektevrij interval
    Periode tussen de oorspronkelijke behandeling van de eerste kanker en de eerste indicatie van de terugkeer van de ziekte.

    Ziektevrije overleving
    Overlevingsperiode zonder terugkeer van de ziekte. Overlevingsstatistieken van kanker worden vaak in termen van ziektevrije overleving gedurende een bepaalde periode (5 of 10 jaar) opgegeven.

    Terug naar inhoudstafel

     

     


    Document laatst aangepast op: 10 januari 2009
    Alle opmerkingen kunt u kwijt aan Nancy Wauters
    © vzw Kaboi