Stel zelf een vraag

3096. Vragen over bestraling pasternale klieren

Datum 15/08/2005
Leeftijd56 jaar
VraagIn juli 2005 onderging ik een gemodificeerde radicale mastectomie links (2 tumoren).
De pathologische uitslag was:
  • Tumor 1: ductaal, Bloom Ri.grd II, gering in situ, matig gedifferentieerd, diameter max. 1,8 cm met uitlopers, oestrogeen- en progesteronpositief, Her2-neu negatief.
  • Tumor 2: lobulair type adenocarcinoom, Bloom Ri grd II,ER/PR -, 6 a 7 mm, Her2-neu negatief? 1lymfklier besmet, verder alles schoon.
Behandelplan: 5 x FEC en hormoontherapie.

Tijdens de sentinelprocedure bleek dat er parasternale drainage bestond. Mijn chirurg gaf mij te kennen hier niets mee te doen, aangezien dat de afspraken waren. Ik heb een second opinion gevraagd in het Antoni van Leeuwenhoek Ziekenhuis, waar men mij te kennen gaf deze plek te willen bestralen. De beslissing ligt bij mij.

Mijn vragen:
  1. Waarom wordt er momenteel niets meer gedaan met parasternale lymfklieren?
  2. Wat zijn de risico's van deze bestralingen voor andere organen?
  3. Wat zijn de bijwerkingen van deze bestraling?
  4. Wat is effectiever, de bestraling voor of na of tijdens de chemokuur
  5. Worden parasternale lymfklieren in- of uitwendig bestraald?
  6. Heeft een hormoontherapie het gewenste effect als 1 van de 2 tumoren hormoonreceptornegatief is?


Antwoord van Dr. Alain Bols, medisch oncoloog, A.Z. Sint Jan, Brugge.
Antwoord datum29/08/2005
AntwoordHierover kan je oeverloze academische discussies voeren.

Het is namelijk niet zo omdat er parasternale drainage bestaat dat dit ook wil zeggen dat de parasternale kieren aangetast zijn.
Ons centrum adviseert een adjuvante bestraling van de parasternale klierketens bij alle mediane tumoren (omdat deze in een aantal gevallen parasternaal zullen draineren maar hiermee is zeker niet iedereen het eens…). Om dezelfde reden adviseren wij ook een adjuvante bestraling van de parasternale klierketens bij laterale tumoren die bij de sentinelprocedure parasternaal blijken te draineren – dit ligt dan immers in de lijn van de logica.

In dit geval wordt de discussie echter nog bemoeilijkt omdat het blijkbaar ging om multipele tumoren – in principe minder geschikt voor het uitvoeren van een sentinelprocedure.

De bestraling van de parasternale klierketens gebeurt uitwendig.

Indien één van de twee tumoren hormoonreceptornegatief is, heeft een hormonale therapie uiteraard geen effect op deze tumor.


Antwoord van Prof. Dr. Erik Van Limbergen, kliniekhoofd Radiotherapie-Oncologie, UZ en KU, Leuven.
Antwoord datum23/09/2005
Antwoord
  1. Er zijn oude chirurgische en radiotherapeutische studies die suggereren dat in een 10 tot 15 % van de patiënten een overlevingswinst te boeken is met parasternale klierbehandeling. De suggestie bestaat dat die winst zou kunnen bestaan vooral bij beperkte aantasting d.w.z. bij mediale tumoren met negatieve okselklieren of laterale tumoren met beperkte okselklieraantasting.
    Welke groepen precies welk voordeel kennen wordt momenteel bestudeerd in een grote EORTC trial die tot enkele jaren geleden liep maar waarvan de resultaten ten vroegste in 2010 bekend zullen zijn. Ondertussen behandelen de centra die de oude studies “geloven” , waaronder Leuven de patiënten die potentiële winst kunnen boeken, d.w.z. patiënten met mediale tumoren en patiënten met positieve okselklieren.
  2. Met moderne bestralingstechnieken zijn de risico’s beperkt: tijdelijke huidreacties in het bestraalde gebied: tijdelijk (2-3 weken) lichte tot matige sliklast in 20 % van de patiënten, als er NIET gelijktijdig chemotherapie wordt gegeven.
    Soms tijdelijk radiopneumonitis met hoest, soms koorts. Verlies van 1 à 2 % van de totale longcapaciteit, zonder enige klinisch belang.
    Beschadiging van de hartbloedvaten met verhoogd risico op infarct 10 tot 15 jaar later, was vroeger een probleem met oude bestralingstechnieken maar met moderne technieken uitzonderlijk te noemen (volgens 2 recentere rapporten).
    Als u rookt zijn de risico's op latere longtumoren en slokdarmtumoren verhoogd door bestraling.
  3. Zie 2.
  4. Het effectiefst voor lokale effecten is ervoor of tijdens.
    Het effectiefst voor vermijden van metastasen is chemotherapie eerst of gelijktijdig.
    Gelijktijdig is duidelijk meer toxisch (huid- en slokdarmreacties) en absoluut tegenaangewezen bij antracyclines (o.m. FEC).
    De meeste centra kiezen in dat geval eerst FEC en 3 weken later radiotherapie.
  5. Normaal gezien uitwendig. Al zag ik een maand geleden in Moscou een techniek van inwendige bestraling met een catheter in de arteria mammaria interna (met succes volgens hun eigen ervaring maar totaal ongebruikelijk in het Westen).
  6. Normaal gezien is de hormonotherapie gericht tegen de receptorpositieve cellen zoals een van de twee tumoren toch vertoont.


Antwoord van Dr. Roger Crombez, radiotherapeut-oncoloog en coördinator Borstkliniek, A.Z. Sint Lucas, Brugge.
Antwoord datum23/09/2005
AntwoordBestraling van de parasternale klieren blijft een groot discussiepunt. Een duidelijk effect op overleving is niet aangetoond. De protocollen i.v.m. indicatie voor deze parasternale bestraling variëren nogal van centrum tot centrum. De borst draineert altijd voor een deel de lymfe naar de parasternale en ook intercostale klieren. Deze zijn chirurgisch niet zo eenvoudig te benaderen als de klieren in de oksel. Parasternale bestraling (=uitwendige bestraling) kan wat slokdarmlast geven en bij linkszijdige bestraling een beperkte stralendosis op de hartspier. Bestraling kan zonder nadelig effect uitgesteld worden tot na de chemotherapie. Hormoontherapie heeft geen effect bij receptornegatieve (ER-) tumor.

Homepage Borstkanker Informatiepagina's

 

Deze informatie heeft niet als doel medisch advies te verlenen.
Alle medische beslissingen moeten worden genomen in overleg met uw arts.