![]() | ![]() | ![]() |
Stel zelf een vraag | |||
| Datum | 15/08/2005 | |
| Leeftijd | 56 jaar | |
| Vraag | In juli 2005 onderging ik een gemodificeerde radicale mastectomie links (2 tumoren). De pathologische uitslag was:
Tijdens de sentinelprocedure bleek dat er parasternale drainage bestond. Mijn chirurg gaf mij te kennen hier niets mee te doen, aangezien dat de afspraken waren. Ik heb een second opinion gevraagd in het Antoni van Leeuwenhoek Ziekenhuis, waar men mij te kennen gaf deze plek te willen bestralen. De beslissing ligt bij mij. Mijn vragen:
|
| Antwoord van | Dr. Alain Bols, medisch oncoloog, A.Z. Sint Jan, Brugge. | |
| Antwoord datum | 29/08/2005 | |
| Antwoord | Hierover kan je oeverloze academische discussies voeren. Het is namelijk niet zo omdat er parasternale drainage bestaat dat dit ook wil zeggen dat de parasternale kieren aangetast zijn. Ons centrum adviseert een adjuvante bestraling van de parasternale klierketens bij alle mediane tumoren (omdat deze in een aantal gevallen parasternaal zullen draineren maar hiermee is zeker niet iedereen het eens…). Om dezelfde reden adviseren wij ook een adjuvante bestraling van de parasternale klierketens bij laterale tumoren die bij de sentinelprocedure parasternaal blijken te draineren – dit ligt dan immers in de lijn van de logica. In dit geval wordt de discussie echter nog bemoeilijkt omdat het blijkbaar ging om multipele tumoren – in principe minder geschikt voor het uitvoeren van een sentinelprocedure. De bestraling van de parasternale klierketens gebeurt uitwendig. Indien één van de twee tumoren hormoonreceptornegatief is, heeft een hormonale therapie uiteraard geen effect op deze tumor. |
| Antwoord van | Prof. Dr. Erik Van Limbergen, kliniekhoofd Radiotherapie-Oncologie, UZ en KU, Leuven. | |
| Antwoord datum | 23/09/2005 | |
| Antwoord |
|
| Antwoord van | Dr. Roger Crombez, radiotherapeut-oncoloog en coördinator Borstkliniek, A.Z. Sint Lucas, Brugge. | |
| Antwoord datum | 23/09/2005 | |
| Antwoord | Bestraling van de parasternale klieren blijft een groot discussiepunt. Een duidelijk effect op overleving is niet aangetoond. De protocollen i.v.m. indicatie voor deze parasternale bestraling variëren nogal van centrum tot centrum. De borst draineert altijd voor een deel de lymfe naar de parasternale en ook intercostale klieren. Deze zijn chirurgisch niet zo eenvoudig te benaderen als de klieren in de oksel. Parasternale bestraling (=uitwendige bestraling) kan wat slokdarmlast geven en bij linkszijdige bestraling een beperkte stralendosis op de hartspier. Bestraling kan zonder nadelig effect uitgesteld worden tot na de chemotherapie. Hormoontherapie heeft geen effect bij receptornegatieve (ER-) tumor. |
![]() | ![]() |
Deze informatie heeft niet als doel medisch advies te verlenen.
Alle medische beslissingen moeten worden genomen in overleg met uw arts.>