| Antwoord | Erfelijkheidsonderzoek bij uw moeder kan nuttig zijn, maar de kans dat bij haar een genetische afwijking zal worden gevonden, is eerder klein en daarom is het onderzoek bij haar niet strict noodzakelijk. De zinvolheid van dit onderzoek bij uw moeder hangt onder meer af van de leeftijden waarop u en uw moeder borstkanker ontwikkelden en de kant van de familie (vaders- of moederszijde) waarin de belasting voor borstkanker het sterkst aanwezig is: voor een juiste indicatiestelling bespreekt u dit best nog eens met uw behandelend geneesheer of neemt u nog eens contact op met het Centrum waar uw erfelijkheidsonderzoek werd uitgevoerd. In principe wordt in families waarin genetisch onderzoek gestart wordt, erfelijkheidsonderzoek aangeboden aan alle vrouwen die reeds borstkanker ontwikkelden. Dit gebeurt omdat niet alle vrouwen uit een familie waarin borstkanker erfelijk bepaald is, borstanker ontwikkelen omdat ze erfelijk belast zijn. In families waarin borstkanker erfelijk bepaald is hebben vrouwen die het familiale genetische defect niet overerfden namelijk nog steeds een populatierisico van 10 tot 12% voor het ontwikkelen van borstkanker. Wanneer een genetische afwijking in een familie vermoed wordt, dan is de kans relatief gezien ook het grootst deze genetische afwijking te vinden bij vrouwen die op jonge leeftijd borstkanker ontwikkelden. Bovendien, mocht er in uw familie een genetische afwijking aanwezig zijn, dan hebt u die ofwel van uw vader ofwel van uw moeder overgeërfd: het feit dat bij u geen afwijkingen in BRCA1 of BRCA2 kon aangetoond worden, maakt dan de kans opnieuw kleiner dat dit bij uw moeder wel het geval zou zijn. |