Stel zelf een vraag

3030. Welke methode voor onderzoek vochtverlies verdient de voorkeur?

Datum 8/05/2005
Leeftijd41 jaar
VraagIs er al ooit een vergelijkende studie gemaakt tussen de 2 methoden van onderzoek (op dekglaasje vs. wissertje) om een uitstrijkje van vochtverlies uit tepel te onderzoeken? Heeft de ene diagnostische methode meer waarde dan de andere? Klopt het dat het uitstrijkje op dekglaasje meer kans geeft op een vals positief resultaat en hoe groot is deze kans? Welke opvolgingsonderzoeken raadt u aan bij drie maal klasse III in één jaar tijd, terwijl mammografie en echografie een negatief resultaat gaven?


Antwoord van Dr. Roger Crombez, radiotherapeut-oncoloog en coördinator Borstkliniek, A.Z. Sint Lucas, Brugge.
Antwoord datum4/06/2005
AntwoordVoor cytologisch onderzoek gebruikt men een uitstrijk op een dekglaasje, voor bacterieel onderzoek een wissertje. De indicatie voor beide technieken is dus heel verschillend.


Antwoord van Dr. Jan Roelens, anatoom-patholoog, H.Hartziekenhuis, Roeselare en Sint-Andriesziekenhuis, Tielt.
Antwoord datum06/06/2005
AntwoordDe vraag is mij niet geheel duidelijk. Wellicht bedoelt men het aanbrengen of het uitstrijken van het tepelvocht op een draagglaasje?

Ik veronderstel dat men met een 'wisser' suggereert dat men eerst met een spatel of met een ander voorwerp het vocht aanneemt of opneemt en het dan op het draagglaasje brengt.

Los van het feit dat men uiteraard bij tepelverlies een zorgvuldig klinisch onderzoek , echo- en mammografie doet, men de rest van de kliniek overloopt, welk vocht er uit komt en uit welke melkgang of uit hoeveel melkgangen dit vocht komt, is het belangrijk van zo veel mogelijk cellen op het glaasje te hebben en deze niet nodeloos kwijt geraakt op de wisser. Ook bij negatief resultaat of bij afwezigheid van verdachte cellen is er geen zekerheid dat alles OK is.

Ook is cytologisch de zaak niet eenvoudig en kunnen geïrriteerde goedaardige epitheelcellen uit de melkgangen soms atypisch zijn en kunnen papillaire groepjes ook afkomstig zijn van ductulaire papillomata. Ook kan er veel debris en bloed de interpretatie van de cellen bemoeilijken. Er moet vaak enige reserve ingebouwd worden bij een besluit van dgl uitstrijkje, van daar ook vaak een klasse III of III à IV. Toch zijn er gevallen waar men vrijwel absoluut zeker van de kwaadaardigheid kan zijn. Steeds moet er tussen de verschillende actoren goed overleg zijn over de te volgen weg.


Antwoord van Dr. Hilde Goris, verantwoordelijke radioloog screeningscentrum V.O.B., Brugge en radioloog, A.Z. Sint-Lucas, Brugge.
Antwoord datum06/06/2005
AntwoordBij een klasse III cytologie van tepelverlies zou ik voorstellen om in geval van negatieve mammografie en echografie toch nog een MRI van de borsten te laten gebeuren.
Indien ook dit onderzoek negatief is , is een verdere opvolging cytologie aangewezen met een short time follow-up mammografie-echografie. Goede opvolging is in ieder geval aangewezen.

Homepage Borstkanker Informatiepagina's

 

Deze informatie heeft niet als doel medisch advies te verlenen.
Alle medische beslissingen moeten worden genomen in overleg met uw arts.