| Antwoord | Eerst behandelen met chemo of hormonotherapie heet 'neoadjuvante therapie' en is zeker niet nieuw.
Deze behandeling wordt in principe toegepast in twee situaties:- Bij lokaal gevorderde borstkanker, die in principe initieel oncologisch als niet-operabel wordt beschouwd, om de omvang van de tumor te reduceren of in het beste geval te doen verdwijnen om dan nadien een chirurgische en radiotherapeutische lokale behandeling te kunnen uitvoeren.
- Bij operabele tumoren, die initieel wegens hun grootte niet in aanmerking komen voor borstsparende heelkunde maar een borstamputatie zouden vereisen. Neoadjuvante chemo of hormonotherapie kan een aantal gevallen dusdanig doen verkleinen dat zij toch nog voor borstsparende heelkunde in aanmerking komen. Hoewel de overlevingsresultaten dezelfde zijn als na postoperatieve chemo en/of hormonotherapie is de mogelijke winst hier de borst toch nog te kunnen sparen.
Een neoadjuvante therapie 'om te testen of de cellen wel gevoelig zijn' is zeker geen standaard aanpak en houdt bij operabele tumoren die nog in aanmerking zouden komen voor primaire borstconserverende therapie het gevaar in ( bij +/- 20% der patiënten die niet gunstig reageren) dat door te wachten toch tot een borstamputatie moet worden overgegaan, zonder dat er overlevingswinst is geboekt. Ik denk dat u ofwel tot groep 1 (neoadjuvant uit noodzaak) of groep 2 (neoadjuvant in een poging tot borstsparing) heeft behoord, en dat u naast de werkelijke reden ook is medegedeeld dat men dan ook kan zien of de medicatie werkt. Dat kan inderdaad interessant zijn om weten , maar niet beslissend voor het eindresultaat ( % overleving en % borstsparing). |