| Vraag | In mei 2002 ontdekte ik een knobbeltje in mijn rechterborst. Het werd operatief verwijderd en onderzocht. Het bleek een kwaadaardige, agressieve hormoongevoelige tumor te zijn. Ik had de keuze tussen borstsparende operatie of volledige amputatie. Na beraad met de chirurg besloot ik te gaan voor de volledige amputatie + okselontruiming. De borst bleek volledig zuiver alsook in de 26 verwijderde lympheklieren waren geen uitzaaiingen te vinden. Ik kreeg daarna hormoonbehandeling met Nolvadex. Bij de tweede controle in december 2002 was alles in orde. Maar in mei 2003, 1 maand voor mijn volgende controleafspraak, ontdekte ik opnieuw een knobbeltje, boven het litteken van de amputatie ! Dit werd opnieuw operatief verwijderd en het bleek weer om een kwaadaardige hormoongevoelige tumor van 2 cm. te gaan. De mogelijkheid bestond dat ik bestralingen en chemo zou krijgen. Uiteindelijk besliste de oncoloog het alleen bij bestralingen (33x) te houden, maar tegelijkertijd een radiologische castratie uit te voeren en nadien een behandeling van 5 jaar met Arimidex. Van Nolvadex had ik hoegenaamd geen last van nevenwerkingen maar door de behandeling met Arimidex heb ik erge skeletpijnen, spier- en gewrichtspijnen, geen zin in eten en ben erg vermoeid. Ik dacht 2 jaar geleden de juiste beslissing te hebben genomen. Nochtans bleek de drastische ingreep, die een amputatie toch is, niet voldoende. Onlangs las ik dat lokale recidieven blijven terugkomen en dikwijls aanleiding geven tot lymfogene uitzaaiingen naar het borstvlies en de mediastale klieren. Wat wordt hier precies mee bedoeld want onzekerheid en angst beginnen opnieuw de kop op te steken. |