![]() | ![]() | ![]() |
Stel zelf een vraag | |||
| Datum | 7/01/2003 | |
| Leeftijd | 42 jaar | |
| Vraag | In augustus 2000 kreeg ik borstkanker. Het betrof een slecht gedifferentieerd ductaal carcinoom. Stagiëring pT1cNONX met cellen die zwak positief voor oestrogeenreceptoren en negatief voor progesteronreceptoren waren. De okselklieren waren vrij van kanker. Hoera, zou je zeggen. Ik kreeg een lichte preventie chemo en geen bestraling. Anderhalf jaar later kreeg ik toch uitzaaiingen in het borstbeen en bekken en inmiddels ook in de rug. Ik heb een nieuwe chemo geweigerd omdat ik er niet meer in geloof (oncoloog vertelde me namelijk dat die chemo voor niets was geweest). Ik ben nu bezig met hormoonkuur, Zoladex en Femara. Ik heb bestraling gehad van de rug i.v.m. klachten. Nu heb ik twee vragen.
|
| Antwoord van | Dr. Roger Crombez, radiotherapeut-oncoloog en coördinator Borstkliniek, A.Z. Sint Lucas, Brugge. | |
| Antwoord datum | 9/01/2003 | |
| Antwoord | Bestraling van botuitzaaiingen wordt meestal gereserveerd voor plaatsen met symptomen zoals pijn of bij het bestaan van fractuurgevaar. De reden hiervoor is onder andere het beperken van de bijwerkingen op normale weefsels zoals beenmerg, darm , long. Andere mogelijke therapeutische opties zijn bisfosfonaten, radionucliden die zich concentreren in de botuitzaaiingen, eventueel Herceptine.. Dat er van chemo geen voordeel meer te verwachten is, durf ik wel te betwijfelen. |
![]() | ![]() |
Deze informatie heeft niet als doel medisch advies te verlenen.
Alle medische beslissingen moeten worden genomen in overleg met uw arts.>