![]() | ![]() | ![]() |
Stel zelf een vraag | |||
| Datum | 16/12/2002 | |
| Leeftijd | 42 jaar | |
| Vraag | Twee jaar geleden heb ik borstkanker gekregen. Nu is aangetoond bij een genonderzoek dat ik het BRCA-1 gen 5382 ins c heb. Er werd gezegd dat dit gen vaak bij joodse vrouwen voorkomt. Is dit zo en hoe kan dat? Het advies dat ik kreeg is mijn eierstokken en borsten preventief te laten weghalen. Voor mijzelf heb ik de beslissing genomen om wel mn eierstokken/leiders weg te laten halen maar niet mijn borsten.. Is dit een domme beslissing? |
| Antwoord van | Dr. Roger Crombez, radiotherapeut-oncoloog en coördinator Borstkliniek, A.Z. Sint Lucas, Brugge. | |
| Antwoord datum | 27/12/2002 | |
| Antwoord | Dit komt inderdaad meer voor bij Ashkenzy joden. Een verklaring daarvoor heb ik helaas niet. |
| Antwoord van | Dr. Bruce Poppe, arts en wetenschappelijk medewerker Centrum voor medische Genetica, U.Z., Gent. | |
| Antwoord datum | 27/12/2002 | |
| Antwoord | Een aantal genetische afwijkingen zowel in BRCA1 als in BRCA2 komen inderdaad frequenter voor in bepaalde bevolkingen. Zo komen drie genetische afwijkingen (185delAG en 5382insC in BRCA1 en 6174delT in BRCA2) bijzonder frequent voor bij Ashkenazi Joden (ongeveer 2% van alle Ahkenazi Joden zijn drager van één van deze drie mutaties). De reden voor het frequent voorkomen van specifieke genetische afwijkingen in bepaalde bevolkingsgroepen is te wijten aan wat men noemt founder effecten. Dit begrip verwijst naar het feit dat personen bij wie deze genetische afwijking gevonden wordt een gemeenschappelijke voorouder hebben. Deze founder effecten komen zowel voor BRCA1 of BRCA2 frequent voor. Zo zijn er bijvoorbeeld specifieke mutaties die in Ijsland frequent voorkomen. Dit is te wijten aan het feit dat deze bevolking genetisch relatief geïsoleerd is. Andere mutaties komen dan weer eerder voor bij Nederlandse, Belgische of Britse families. Ook in kleinere geloofsgemeenschappen (zoals bij Ashkenazi Joden) waarin partnerkeuze sterk beïnvloed wordt door afstamming kunnen op deze manier specifieke genetische afwijkingen aangerijkt worden. De genetisch afwijking waarvan u draagster bent is komt echter niet exclusief voor bij Ashkenazi Joden, maar komt bij deze personen wel frequenter voor dan bij anderen. Het is dus mogelijk dat één van uw voorouders van Ahkenazi afkomst was, maar dit hoeft zeker niet het geval te zijn. Het feit dat u gekozen hebt voor een preventief verwijderen van de eileiders en eierstokken en niet van de borsten is geen domme beslissing. Deze ingreep verkleint niet alleen uw risico op het ontwikkelen van eierstokkanker, maar reduceert daarenboven ook uw risico op borstkanker. De invloed op het risico op het ontwikkelen van kanker zijn uiteraard bijzonder belangrijk in het overwegen van of kiezen voor preventieve heelkunde, maar is natuurlijk niet de enige overweging die hierin een rol speelt. Voor sommige vrouwen is een preventieve borstoperatie aanvaardbaar, terwijl andere vrouwen dit te ingrijpend vinden. Het lijkt ons vooral belangrijk dat u zich goed laat informeren over alle voor- en nadelen van alle preventieve opties en dat u dan in overleg met uw behandelend geneesheer kiest voor dat beleid waar u zich best bij voelt. |
| Antwoord van | Henk, patiënt | |
| Antwoord datum | 28/12/2002 | |
| Antwoord | Ook bij mannelijke Asjkenazim (of Asjkenazi-joden, dw.z. joden afkomstig uit Midden- en Oost-Europa) komt borstkanker meer voor. |
![]() | ![]() |
Deze informatie heeft niet als doel medisch advies te verlenen.
Alle medische beslissingen moeten worden genomen in overleg met uw arts.>