| Antwoord | Persoonlijk denk ik dat uw arts een correcte houding aanneemt. Er is een tijd geweest dat men ervan uitging dat men in de jaren na een behandeling voor borstkanker niet genoeg onderzoeken kon doen om uitzaaiingen tijdig op te sporen. Dit in de veronderstelling dat men deze uitzaaiingen ook beter kon behandelen (lees: de patiënt langer laten leven) als men ze in heel vroeg stadium vond. Men is dit in relatief grote onderzoeken gaan nakijken waarbij men één groep patiënten alleen aan onderzoeken heeft onderworpen als er klachten of tekenen waren die verdacht konden zijn, en een andere groep systematisch om de zoveel tijd met onderzoeken (bloed, echo lever, skeletscan, longfoto) heeft nagekeken. Daaruit is gebleken dat de groep die intensief wordt onderzocht geen betere gemiddelde overleving heeft dan de groep die alleen wordt onderzocht wanneer daarvoor een aanleiding is. Alle grote organisaties die hierover geschreven richtlijnen hebben, stellen daarom voor nacontroles te beperken tot regelmatig lichamelijk onderzoek en jaarlijks mammo- en echografie van beide borsten, en technische onderzoeken enkel uit te voeren wanneer daarvoor een aanleiding is. Wel is het zo dat klachten bij mensen die voor borstkanker werden behandeld sneller met gerichte onderzoeken moeten worden nagekeken en dat er niet te snel mag worden gezegd 'dat zal wel niets zijn'. |