![]() | ![]() | ![]() |
Stel zelf een vraag | |||
| Datum | 18/07/2002 | |
| Leeftijd | 57 jaar | |
| Vraag | Ik kreeg in december 2000 lumpectomie daarna nabestraling, er waren geen uitzaaiingen in oksel. Het was een ductaal invasieve tumor van 0,9 mm. Sinds 3 maanden is een bolletje voelbaar in de bestraalde borst. Mijn controlerend arts/chirurg voelde dat ook. Ook was de borst ontstoken rood, wat dikker en ook bij de oksel wat gevoeliger. Ik kreeg een antbioticakuur. De roodheid is weg. De borst is nog steeds pijnlijk, vooral bij aanraking op de plek van het bolletje en wat dikker. Niet meer zo rood. Iets verkleurd en wat dikker is normaal na bestraling. Het bolletje is er nog, het ligt wat dieper. De chirurg voelde ook dat de borst wat harder is. Een vervroegde mammo en een echo volgde onlangs. Er was niets op te zien. De chirurg zei dat het bolletje niet op dezelfde plaats zit als de vorige tumor, maar iets naar links, waardoor hij zich minder zorgen maakt wat betreft een recidief. Een MRIscan kan niet gemaakt worden omdat de apparatuur in het ziekenhuis ontbreekt, bovendien zijn daar lange wachtlijsten voor. Wel zou later een mammosctintigrafie gemaakt kunnen worden. In oktober heb ik pas weer een controle. Bij meer pijn mag ik eerder terugkomen. Ik maak me toch veel zorgen. Zou het niet toch een recidief zijn? Zou hij dat over het hoofd kunnen zien? Wat vindt u hiervan? Hoe kan het dat er niets op de foto en echo zichtbaar is? Om een punctie te doen moet het zichtbaar zijn? Maak ik me onnodig zorgen? |
| Antwoord van | Dr. Richard Groenendijk, algemeen chirurg, IJsselland Ziekenhuis, Capelle a/d IJssel (NL). | |
| Antwoord datum | 27/07/2002 | |
| Antwoord | U maakt zich terecht zorgen. Uw behandelend chirurg waarschijnlijk ook. Om u tegen te spreken; een punctie is ook mogelijk zonder afbeelding, als het maar te voelen is (het is dan minder betrouwbaar). Naar mijn bescheiden mening dient bij deze verandering in de borst toch aanvullend onderzoek te gebeuren door ofwel MRI met contrast, ofwel cytologisch of histologisch onderzoek. Tenslotte is veroege opsporing van een lokale terugkeer een van de vereisten voor een borstsparende behandeling. |
| Antwoord van | Prof. Dr. Rudy Van den Broecke, gynaecoloog-senoloog, U.Z., Gent. | |
| Antwoord datum | 27/07/2002 | |
| Antwoord | Het kan inderdaad gaan om een recidief of om een tweede tumorale localisatie. Indien het letsel goed voelbaar (palpeerbaar) is kan het onder palpatoire controle aangeprikt worden of via open biopsie benaderd worden. MRI met contrast is een goed alternatief. |
| Antwoord van | Dr. Hilde Goris, verantwoordelijke radioloog screeningscentrum V.O.B., Brugge en radioloog, A.Z. Sint-Lucas, Brugge. | |
| Antwoord datum | 27/07/2002 | |
| Antwoord | Het kan gaan om littekenweefsel, maar lokale terugkeer moet met zekerheid worden uitgesloten.Dit gebeurt best aan de hand van een MRI-onderzoek. Uw geval is een goede indicatie voor MRI van de borst en is dus gerechtvaardigd (ondanks de lange wachttijd). (wat is lang? In ons ziekenhuis max 2 weken). Een blinde biopsie kan gebeuren , maar is minder betrouwbaar bij negatief resultaat aangezien er dan geen zekerheid is over de juistheid van de plaats van biopsiename. |
![]() | ![]() |
Deze informatie heeft niet als doel medisch advies te verlenen.
Alle medische beslissingen moeten worden genomen in overleg met uw arts.>