| Antwoord | Wanneer in een familie een mutatie in één van de twee borstkankergenen gevonden wordt, gelden dezelfde regels wat betreft de overerving. Dus het doorgeven van het gen van de ene aan de andere generatie gebeurt op dezelfde manier bij mannen en vrouwen nl. volgens een 'autosomaal dominant overervingpatroon'. Dit wil zeggen dat ieder kind van een drager evenveel kans heeft om het gen te erven als om het niet te erven nl. 50% kans. Dit wil zeggen dat zowel mannen als vrouwen het gen kunnen erven en doorgeven. Zowel mannen als vrouwen kunnen dus drager zijn. Zie voor meer informatie http://www.kuleuven.ac.be/PsychoGen Wanneer iemand het BRCA1 gen of het BRCA2 gen geërfd heeft, is er wel degelijk een onderscheid tussen beide genen. Eigenlijk is het correcter te spreken over het gen met de mutatie. Bij het BRCA1 gen komt zeer zelden borstkanker voor bij mannelijke dragers en bij het BRCA2 gen is de kans op borstkanker bij mannelijke dragers groter. Wel is het zo dat de kans op borstkanker bij mannelijke dragers van het BRCA2 gen heel wat kleiner is dan de kans op borstkanker bij vrouwelijke dragers. Ook is er een verschil tussen beide genen in het optreden van eierstokkanker bij vrouwelijke dragers. |