| Antwoord | Het lichaam bevat twee types oestrogeenreceptoren, met name 'alfa' en 'beta'. Deze receptoren hebben een verschillende affiniteit voor oestradiol en voor andere stoffen zoals tamoxifen, raloxifen, isoflavonen. Daarenboven bestaan er voor beide types receptoren meerdere types van post-receptorprocessing. Dit maakt dat één product op verschillende weefsels een verschillend effect kan hebben. Met anti-oestrogeen bedoelt men een stof die zich kan binden op de oestrogeenreceptoren en in meerdere of mindere mate de binding van het natuurlijke oestradiol kan afremmen. Dergelijke stoffen kunnen ook als zwak oestrogeen werken ter hoogte van receptoren met eventuele zwakke affiniteit voor oestradiol. |