| Antwoord | De behandeling voor het ductaal (al of niet multifocaal) carcinoma in situ is meestal een borstsparende ingreep indien dit technisch, psychologisch en esthetisch voor de patiënte mogelijk is. Een chirurgische marge bij deze tumorectomie van 1 mm wordt door specialisten van niet-invasieve borstkanker (DCIS) (Silverstein et al. 1999) als limiet beschouwd. Zij vonden in een studie met 235 DCIS patiënten die door tumorectomie werden behandeld een 10% kans op (lokaal) herval in een periode van 5 jaar. Dit herval is weliswaar niet levensbedreigend maar moet meestal wel behandeld worden met een totale wegname van de borst. Er is daarom een tendens onder de chirurgen om dit 'een te nipte marge' te noemen en om die reden zullen zij voorstellen om een bredere 'schil' weefsel weg te nemen of eventueel een mastectomie te doen.
In dit geval werd a priori een mastectomie uitgevoerd en daarbij neemt men aan dat de sneeranden (bij correcte uitvoering van de operatie) toch niet verder kunnen uitgebreid worden omdat alle borstklierweefsel nu al weg is.
De soort chirurgie heeft geen effect op de overleving. |