Stel zelf een vraag

98. Hoe volledig is een volledig okseluitruiming?

Datum 1/03/2000
Leeftijdonbekend
VraagIk heb nog een vraag i.v.m. okseluitruiming. Ik ben in september geopereerd (lumpectomie). Na sentinelprocedure werden bij mij 15 okselklieren verwijderd, 8 daarvan bleken positief te zijn. Mijn arts spreekt daarbij van een 'volledige okseluitruiming', maar ik lees nu dat er zich +/- 50 klieren in de oksel bevinden. Hoe kan hij weten of hij alle positieve klieren heeft weggenomen en dat de andere klieren niet zijn aangetast ? Moet dan alsnog een volledige uitruiming gebeuren ?


Antwoord van Dr. Jan Demol, medisch oncoloog, H. Hartziekenhuis, Roeselare.
Antwoord datum4/03/2000
AntwoordVan zodra er 10 of meer klieren verwijderd zijn (waarbij zeker alle die duidelijk vergroot zijn), spreken artsen van een adequate en volledige okselklieruitruiming.

De okselklieruitruiming heeft voornamelijk tot doel te weten of er klieren zijn aangetast of niet en aldus de verdere nabehandeling te kunnen bepalen (chemotherapie, radiotherapie en hormonale therapie).

Het maakt helemaal niets uit of er nog enkele kleine kliertjes zijn achtergebleven of niet voor de genezingskansen. Als alle zichtbare tumorweefsel verwijderd is in borst en oksel, doet de aanvullende behandeling de rest.


Antwoord van Prof. Dr. Luc Vakaet, kliniekhoofd Radiotherapie, UZ en RU, Gent.
Antwoord datum04/03/2000
AntwoordOp de website staat, terecht, dat het aantal klieren in de oksel ongeveer 50 bedraagt. Toch wordt slechts gemiddeld een kleiner aantal klieren teruggevonden en anatomopathologisch onderzocht. Is dat dan wel betrouwbaar?

Het getal 50 klieren verdient enige uitleg. Haagensen, een Amerikaanse chirurg en onderzoeker, heeft een dertigtal jaar geleden een techniek beschreven om het okselklierpakket te onderzoeken op de aanwezigheid van klieren. Daarvoor deed hij in eerste instantie een (soms uren durende) grondige dissectie van alle stukjes vet die hij in het dissectiestuk herkende. Dan werd de rest in een soort schudmachine gebracht gedurende verschillende dagen met een mengsel van vetoplossende middelen. Dan volgde een tweede zorgvuldige selectie. Op die manier kon hij minuscule kliertjes vinden en onderzoeken. Elk kliertje werd op zijn beurt ingebed in paraffine en volledig onderzocht. Uit deze opsomming zal het u duidelijk zijn dat een dergelijk n onderzoek ongeveer een man-week duurde. Dit kan men uitvoeren in het kader van een wetenschappelijk project maar het is ondenkbaar van dit routine-gewijs bij iedereen te doen. Het experiment van Haagensen heeft ons niettemin de relativiteit van het routineonderzoek doen inzien, d.w.z. dat bij routineonderzoek slechts een beperkt deel van de oksel onderzocht wordt.

Betekent dit dat het routineonderzoek van de oksel waardeloos is of onbetrouwbaar is? Het blijkt dat het routineonderzoek betrouwbaar is wanneer er een minimum aantal klieren verwijderd en onderzocht is. Wanneer er minder dan 10 klieren verwijderd en onderzocht werden, is de kans redelijk groot dat het onderzoek niet voor 100% betrouwbaar is, of, anders gezegd, wanneer er b.v. slechts 5 klieren verwijderd zijn dan zou het goed kunnen dat er zich enkele millimeter verder toch een klier bevindt die kwaadaardige cellen bevat. Wanneer er anderzijds geen kwaadaardige cellen te vinden zijn in 10 weggenomen en onderzochte klieren dan is de kans erg klein dat men zich vergist wanneer men stelt dat er geen okselklierinvasie is.

Om nu meer specifiek op deze vraag te antwoorden. Bij deze patiënte werden 15 klieren weggenomen en 8 bleken positief te zijn op aanwezigheid van kwaadaardige cellen. Werden alle klieren nu wel weggenomen die kwaadaardige cellen bevatten?

Eerst en vooral moet men aan de chirurg vragen of de oksel volledig werd uitgeruimd. Hij weet dit natuurlijk omdat hij dit op het einde van de operatie kan zien: In principe mag er zich in de oksel op dat ogenblik niets meer bevinden van vet en klieren maar wel natuurlijk de 'edele' elementen zijnde de bloedvaten en de zenuwen.

Wanneer dit een volledige uitruiming geweest is, waarom werden dan slechts 15 klieren gevonden en onderzocht? Een van de mogelijke redenen is dat het technisch en wat betreft mankracht onmogelijk is het onderzoek van Haagensen systematisch bij elk geval over te doen. Daarbij stelt zich bovendien de vraag: brengt het Haagensen onderzoek iets supplementair op?

Het blijkt dat het onderzoek volgens Haagesens's methode eigenlijk niets méér opbrengt. Er kunnen zich dus misschien nog enkele klieren met kwaadaardige cellen bevinden in de oksel of ter hoogte van de schouderstreek maar chirurgisch kan men daar niet meer aan. Dan is er een duidelijke indicatie om deze met bestraling bijkomend te behandelen. Het is een illusie dat men chirurgisch elke (mogelijk) aangetaste lymfeklier zou kunnen verwijderen. Dit brengt een veel te grote reeks complicaties met zich mee. Bestraling is daarentegen een ideale aanvullende behandeling van deze niet-verwijderde en misschien aangetaste lymfeklieren.

Homepage Borstkanker Informatiepagina's

 

Deze informatie heeft niet als doel medisch advies te verlenen.
Alle medische beslissingen moeten worden genomen in overleg met uw arts.