| Antwoord | In de behandeling van borstkanker zijn er twee evenwaardige alternatieven: - de behandeling van borstkanker door het wegnemen van de volledige borst;
- het borstspaarzaam wegnemen van de tumor maar daar hoort dan noodzakelijkerwijs bestraling bij.
Een wegname van de borst is een definitieve ingreep; enkel reconstructieve heelkunde kan de mutilatie (gedeeltelijk) opheffen.
Om nu concreet te antwoorden op de vragen die U zich stelt over de bestraling. - Een bestraling kan pas starten, na een grondig gesprek met de bestralingsarts over de voor- en nadelen van bestraling. Het zelf proberen opzoeken van informatie is erg moeilijk en het is nog veel moeilijker om die informatie dan goed toe te passen op uw eigen situatie. Daarom neemt het eerste contact met de radiotherapeut normaal minstens een half uur in beslag. Daarbij moeten al uw vragen concreet en eerlijk beantwoord worden.
- Radiotherapie biedt geen garantie
In de geneeskunde is het bijzonder zeldzaam dat men 'garanties' kan krijgen. Concreet: de volledige wegname van de borst geeft ook een kans op recidief in het litteken en die kans is even groot na een borstsparende ingreep mét radiotherapie. Er is dus de keuze tussen volledige heelkunde of spaarzame heelkunde met radiotherapie en beiden hebben exact hetzelfde resultaat voor wat betreft de 'garantie' op succes. Ik ga er niet mee akkoord dat radiotherapie in deze omstandigheden meer kwaad zou doen dan goed. Er is geen enkele wetenschappelijke studie die dat heeft aangetoond. Integendeel: alle studies - ook diegenen die patiënten op zéér lange termijn (twintig jaar en langer) gevolgd hebben - wijzen erop dat beperkte heelkunde + radiotherapie op zijn minst evenwaardig is en in veel omstandigheden (laatste nieuwe wetenschappelijke gegevens) zelfs de prognose van de patiënten verbetert t.o.v. heelkunde alleen. Het is dus duidelijk niet alleen in Nederland dat radiotherapie standaard is na lumpectomie maar tevens in de rest van de wereld. - Radiotherapie heeft een invloed op mijn lichamelijke constitutie
Elke ingreep die men doet (chirurgische of radiotherapie) heeft een invloed op 'de constitutie'. Het is echter onmogelijk om het effect daarvan te meten en dat effect blijkt bij praktisch alle patiënten van een zeer beperkte duur te zijn. Op lange termijn zijn er geen belangrijke effecten op de constitutie te verwachten. - Radiotherapie kan een tweede tumor induceren
Ioniserende straling kan inderdaad in zeer zeldzame gevallen een tweede tumor induceren. Maar niet bij iedereen dus. Over het algemeen weet men zeer goed welke de risicofactoren zijn die zo een tumor zouden induceren. In het bijzonder bij borstkanker is de inductie van een tumor ten gevolge van borstkanker een zeer grote zeldzaamheid en weegt deze bijzonder kleine kans zeker niet op tegen de verlaging van de kans op het lokale herval dat men bekomt dankzij de radiotherapie. Door het relatief kleine volume van het lichaam dat men bestraalt is de kans op het ontstaan van geïnduceerde tumoren bijzonder klein en absoluut niet te vergelijken met bestralingsongevallen zoals in de kerncentrale van Tchernobyl destijds. Alles is een kwestie van vakmanschap van de radiotherapeut. Hij is de specialist die, met kennis van zaken, uw risico's minimaliseert en uw kansen op lokale controle (= geen lokaal herval) optimaliseert. - Waarom niet ingrijpen op het moment dat het lokaal herval er eventueel zou zijn?
Lokaal herval is een ideale omstandigheid voor het verder in progressie gaan van de tumor: de kans is groot dat, bij zo een herval, de tumor ook uitzaait. Wanneer we dus zouden wachten met de radiotherapie dan neemt de kans toe op uitzaaiing en overlijden ten gevolge daarvan. Het wachten tot het lokaal herval zich manifesteert is dus zeker niet aangewezen. - Er is een kans dat er nooit een recidief optreedt?
Heel zeker. De kans is groot dat ter gelegenheid van de chirurgie de volledige tumor al weggenomen is. Een aanvullende radiotherapie is in die omstandigheden dus niet nodig. Het probleem is echter dat men niet op voorhand kan inschatten voor wie zo een bijkomende behandeling wél en voor wie zo een bijkomende behandeling niét van belang is. Iedereen moet dus nabehandeld worden die borstsparend behandeld geweest is. Er zijn momenteel studies lopende die proberen een aantal vrouwen NIET te behandelen met radiotherapie na een borstsparende behandeling maar het is nog te vroeg. De controle periode, na de al of niet behandeling, is nog veel te kort om een uitspraak te doen. Daarvoor zullen we nog een vijftal jaar moeten wachten. |