| Antwoord | Deze situatie komt eigenlijk zelden voor. Over het algemeen is het meten van een tumor een 'eenvoudige' zaak voor de anatomopatholoog. Bij het multifocaal lobulair carcnoom kan er zich een probleem voordoen. Een lobulair carcinoom heeft soms de neiging om zich met zeer fijne, microscopische strengen (één cel dik) te verspreiden in de omgeving. Toch kan de anatomopatholoog soms verschillende eilanden zien. Op die manier is het voor de patholoog soms zeer moeilijk om de exacte grootte van het letsel te bepalen. Als we ervan uitgaan dat de letsels allemaal kleiner zijn dan 2 cm dan hebben wij met multifocale T1 tumoren. De prognose daarvan is gelijklopend met de andere T1 tumoren. Teneinde dit gegeven van multifocaliteit toch in de TNM classificatie te brengen, gebruikt men een aanvulling die, tussen haakjes, vlak voor de T1 geplaatst wordt.
Samenvattend: wanneer de verschillende foci 2 cm of minder in maximale diameter zijn en laten we aannemen dat er 4 zouden gevonden zijn dan is uw TNM classificatie: (4) pT1 pN0 M0. De prognose wijkt niet af van de andere pT1 pN0 M0 tumoren. |