![]() | ![]() | ![]() |
Stel zelf een vraag | |||
| Datum | 28/11/1999 | |
| Leeftijd | onbekend | |
| Vraag | 7 weken geleden ben ik bevallen van ons tweede kind. Sinds die tijd heb ik een bobbel onder mijn linkeroksel. Aangezien ik borstvoeding geef , en nooit klachten heb gehad zoals stuwing en andere problemen, ben ik naar de dokter gegaan omdat de bobbel er nog steeds zit. Hij onderzocht mijn borsten en vond de bobbel onder de oksel niet verdacht, maar vond wel een bobbel in de borst en wil hij het nu 3 weken aanzien. Nadien moet ik teruggaan omdat hij niet weet of het nu een verstopte melkklier is of wat anders. Als ik zelf voel onder de douche dan is het net of je een harde lijn in de borsten voelt met een bobbel. Als die bobbel er nog zit wil de dokter een foto maken. kan ik mijn kind dan nog borstvoeding geven? En hoe betrouwbaar is een foto als je borstvoeding geeft en je borsten dus steeds anders aanvoelen? Nu ben ik wel degelijk ongerust. kunt u mij daar wat meer over vertellen? |
| Antwoord van | Prof. Dr. Luc Vakaet, kliniekhoofd Radiotherapie, UZ en RU, Gent. | |
| Antwoord datum | 29/11/1999 | |
| Antwoord | De borstklier van de zoogdieren is eigenlijk afgeleid van speciale zweetklieren die zich op een lijn bevinden die loopt van de oksel tot in de lies (zie tekening hiernaast). Het typische voorbeeld dat ieder van ons kent is de reeks borsten en tepels die bij de zeug nodig zijn om alle biggetjes te voeden. Deze lijn van oksel tot lies noemt men 'de melklijst'. Bij de mens ontwikkelt zich normaal slechts 1 klier aan elke kant. Nochtans komt het zeer dikwijls voor dat er zich ook op andere plaatsen een geringe ontwikkeling van borstklierweefsel voordoet. Dit noemt men dan een 'bij-borst'. Dikwijls herkent de vrouw dit zelf niet maar de ligging op de melklijst is een overtuigend argument. Het meest frequent is deze bij-borst gelokaliseerd ter hoogte van de oksel. Het komt nogal eens voor dat deze bij-borst geen eigen tepel heeft. Soms vindt men ter hoogte van de melklijst juist het omgekeerde: een kleine tepel (soms denkt men dat het een wratje is) maar zonder onderliggend klierweefsel. Hoe dan ook, dit zijn allemaal normale varianten. Bij een zwangerschap grijpen er ter voorbereiding van de borstvoeding indrukwekkende hormonale transformaties plaats. Onder invloed van deze hormonen neemt de normale maar ook de supplementaire borstklier sterk toe in volume. Het komt nogal eens voor dat een bij-borst waarvan men het bestaan nog niet had ontdekt 'duidelijk' wordt ter gelegenheid van een zwangerschap. De 'bobbel ter hoogte van de oksel' is dus vermoedelijk een ter-gelegenheid-van-de-zwangerschap opgezwollen bij-borst. De harde knobbel in de borst moet verder onderzocht worden. Artsen worden getraind met het adagio: 'No lady should have a lump in her breast' vrij vertaald: 'geen enkele vrouw mag rondlopen met een knobbel in de borst zonder dat daar verder onderzoek naar gebeurt'. Na een inspectie en palpatie van de borst is een foto de logische volgende stap. Deze kan bestaan uit een echografisch onderzoek (een onderzoek met ultrason zoals gebruikt tijdens de zwangerschap) of een radiologisch onderzoek (zgn. mammografie). Bij het vermoeden van een bobbel gevuld met vocht lijkt een echografisch onderzoek het meest aangewezen. Het onderzoek gebruikt geen ioniserende stralen en kan dus geen belasting betekenen voor het lichaam van de vrouw. Wanneer men een vast weefsel vermoedt, dan is een mammografie meer aangewezen omdat dit meer informatie oplevert van solide dieper gelegen weefsels. Bij geen van beide onderzoeken loopt het kind gevaar bij de borstvoeding. Met andere woorden: als er al schadelijke effecten zouden zijn van ioniserende straling, dan blijven die zeker niet hangen in de borstweefsels of de moedermelk nadat de straling gestopt is. Of de mammografie honderd procent betrouwbare informatie geeft bij een zogende moeder is niet zeker. Tijdens de periode van borstvoeding is het heel moeilijk om zeer kleine details op die foto's te zien. Besluit: wanneer die echografie of mammografie honderd procent betrouwbaar is en dus met zekerheid aanduidt waarover het gaat dan is er geen probleem. In principe moet de borstknobbel dan ook vanzelf weer verdwijnen. Wanneer de knobbel echter niet verdwijnt of eerder toeneemt ondanks het feit dat er 'geen vuiltje aan de lucht is' op de foto's, zou ik toch opteren voor verder onderzoek met een fijne naald punctie door een specialist in een gespecialiseerd centrum. |
| Antwoord van | Angela, patiënte | |
| Antwoord datum | 13/12/1999 | |
| Antwoord | Ik ben weer naar de dokter geweest. Hij heeft mijn linkeroksel en borst weer gevoeld. Ik lag op een tafel met mijn armen naar achteren. Na het onderzoek zei hij dat alles er veel rustiger uitziet. Als ik ga liggen, is die harde knobbel in de oksel inderdaad moeilijk te voelen, maar als ik mijn armen naar beneden heb voel ik hem des te beter. Ik vind zelfs dat deze bobbel harder is geworden. De dokter vond het knobbeltje in de borst kleiner. Mijn vraag is nu of een arts op basis van wat hij voelt met zekerheid kan zeggen dat er niets ernstig aan de hand is? Hoe voel je of iets verdacht is? Is het zo dat een bobbel die los zit en beweegbaar is nooit kanker is (de dokter vond de bobbel in de borst rond en soepel)? Volgens mij kan je pas zeggen dat het niets is nadat er verder onderzoek is gedaan. |
| Antwoord van | Dr. Jan Demol, medisch oncoloog, H. Hartziekenhuis, Roeselare. | |
| Antwoord datum | 15/12/1999 | |
| Antwoord | Een kant-en-klaar en precies antwoord geven op het gestelde probleem is jammer genoeg niet mogelijk. Als arts dien ik te melden dat je voor een adequate aanpak van een dergelijk probleem de patiënt zelf moet zien. Enkel op deze wijze kunnen wij een voldoende duidelijk beeld krijgen van de precieze aard van het probleem. Bij het onderzoek van de borst, kun je als arts inderdaad reeds een vrij goed idee krijgen over de aard van het probleem. Als er een palpabele (duidelijk voelbare) knobbel is, dan wordt in de meeste gevallen een aanvullende mammografie en/of echografie verricht. Belangrijk evenwel is hier de context van borstvoeding. Ik zou tijdens borstvoeding ook minder snel een echo- of mammografie laten uitvoeren, tenminste als ik bij klinisch (manueel) onderzoek geen verontrustende tekens vind (zoals een harde vaag aflijnbare pijnloze weerstand, huid- of tepelretractie, ...). Tijdens borstvoeding kan zich ook een infectie of stuwing van de borstklier voordoen. Hiermee wil ik zeker niet zeggen dat zich tijdens borstvoeding geen kwaadaardige gezwellen kunnen ontwikkelen, doch wel dat het klinisch onderzoek door een ervaren arts toch doorslaggevend is om te beslissen of aanvullend onderzoek nodig is. |
| Antwoord van | Nancy Wauters, patiënte. | |
| Antwoord datum | 15/12/1999 | |
| Antwoord | Ik heb geen medische autoriteit, maar als patiënte vind ik het nergens voor nodig om te blijven rondlopen met gevoelens van schrik en onrust. Ik raad je dan ook aan om bij de dokter aan te dringen op bijkomend onderzoek, al was het maar om helemaal gerustgesteld te worden. |
| Antwoord van | Myriam, patiënte | |
| Antwoord datum | 9/01/2001 | |
| Antwoord | Ik ben 37 jaar oud en heb borstkanker ontwikkeld tijdens borstvoeding. Het is ontdekt 13,5 maanden na het stoppen met de borstvoeding. Ik kon dit niet geloven toen ik de diagnose hoorde. Er wordt altijd verteld dat borstvoeding zo goed is etc etc. In mijn geval heeft het de tumor zeer lang verborgen. Dus raad ik je een mammografie aan. |
![]() | ![]() |
Deze informatie heeft niet als doel medisch advies te verlenen.
Alle medische beslissingen moeten worden genomen in overleg met uw arts.>