Verzekeringen voor (ex-)kankerpatiënten

Dit hoofdstuk staat onder inhoudelijke controle van
prof. Hubert Claassens, Em. hoogleraar K.U.Leuven, Lid CRIS - Centrum Verzekeringswetenschap, Oud-plaatsvervangend raadsheer Hof van beroep Brussel
 


 Inleiding
 Wettelijke bepalingen en andere rechtsregels inzake verzekeringen
 Geen recht op verzekering
 Mededelingsplicht
 Nieuwe rechtsregels in verband met verstrekken van medische informatie
 Uitsluitingen
 Antidiscriminatieregels
 Duidelijkheid
 Aspecten niet geregeld door de wet of ander overheidsinitiatief
 Praktijken op de verzekeringsmarkt
 De dagelijkse realiteit op de verzekeringsmarkt
 Vroegere pogingen om deze realiteit te verbeteren
 Huidige pogingen om deze realiteit te verbeteren
 Hoe moet het nu verder in de toekomst?
 Vragen bij de verzekeringsconsument
 Modernisering bij sommige verzekeraars
 Politieke initiatieven
 Is er hoop op beterschap?


 

 

Inleiding

Mensen die te maken hebben (gehad) met kanker ondervinden na hun ziekte en behandeling vaak heel grote moeilijkheden in verband met verzekeringen. Deze moeilijkheden kunnen zowel met nieuwe als met bestaande verzekeringen te maken hebben.

Toch bestaan er in verband met verzekeringen een aantal wettelijke bepalingen en andere rechtsregels, die door alle of bepaalde betrokkenen (verzekerden en/of verzekeraars) moeten worden nageleefd. We geven hierna een overzicht van de belangrijkste bepalingen.

 

 

Wettelijke bepalingen en andere rechtsregels inzake verzekeringen

Een verzekeringscontract of verzekeringspolis is een overeenkomst of contract gesloten tussen:

Een aantal aspecten van de hier bedoelde verzekeringscontracten worden geregeld door de wet of door een ander overheidsinitiatief.

De belangrijkste wettelijke bepalingen met betrekking tot alle of bepaalde verzekeringscontracten zijn:

 

Geen recht op verzekering

Van zeer groot belang is dat er tot nu toe in België (maar veelal ook elders) voor verzekeraars geen enkele wettelijke verzekeringsplicht bestaat.
Anders gezegd betekent dit dus dat er geen enkel recht op verzekering bestaat voor om het even wie, met of zonder ziekte of handicap.

 

Mededelingsplicht

Op elke verzekeringnemer rust een zgn. spontane mededelingsplicht.

Dit betekent dat de verzekeringnemer bij sluiten van het contract verplicht is nauwkeurig mededeling te doen van alle hem bekende omstandigheden (die hij redelijkerwijs moet beschouwen als gegevens die van invloed kunnen zijn op de beoordeling van het risico door de verzekeraar).
Hij moet de verzekeraar evenwel geen omstandigheden meedelen die deze verzekeraar reeds kende of redelijkerwijze had moeten kennen.
De verzekeraar is niet verplicht daartoe zelf vragen te stellen. Doet hij dat wel en wordt op sommige van zijn schriftelijke vragen geen antwoord gegeven, terwijl hij toch wel het contract of de polis sluit, dan kan die verzekeraar zich later, behalve in geval van bedrog, niet meer beroepen op het niet beantwoorden van de betrokken vragen.

Het opzettelijk verzwijgen of opzettelijk onjuist meedelen van gegevens over het risico, waardoor de verzekeraar misleid wordt bij de beoordeling van het risico, maakt het verzekeringscontract nietig.
Bij onopzettelijk verzwijgen of onopzettelijk onjuist meedelen van gegevens, is het contract niet nietig, maar geldt een mildere regeling die meer in verhouding staat met de ernst van die onopzettelijke tekortkoming.

Ook al kan (ver)zwijgen soms een oplossing lijken (meer dan eens zelfs op aanraden van bepaalde verzekeringsadviseurs …), moeten we benadrukken dat het volgens de wet niet mag en enkel leidt tot "schijnverzekeringen".

Deze regeling geldt niet alleen bij het sluiten van een verzekeringscontract. Ook daarna moet de verzekerde nieuwe of grondig gewijzigde omstandigheden die het risico aanmerkelijk en blijvend verzwaren aan de verzekeringsmaatschappij meedelen.
Maar! Van zeer groot belang is dat deze laatste regeling niet geldt bij levensverzekeringen noch bij ziekteverzekeringen.

 

Nieuwe rechtsregels in verband met verstrekken van medische informatie

Met betrekking tot het meedelen van medische informatie zijn er (door de wet patiëntenrechten) belangrijke nieuwe of gewijzigde rechtsregels ingevoerd.

Samenvatting:

Ook al zijn deze nieuwe regels nu algemeen van toepassing, toch is er op dit moment nog heel wat werk aan de winkel om alle betrokken artsen goed te informeren over hun gewijzigde rechten en plichten. Dit geldt zowel voor huisartsen en andere behandelende artsen als voor de adviserende artsen.

 

Uitsluitingen

In alle verzekeringscontracten of -polissen moet bijzondere aandacht gaan naar de zgn. uitsluitingen. Uitsluitingen zijn alle door de betrokken polis niet verzekerde gevallen.

Uitsluitingen kunnen:

 

Antidiscriminatieregels

Door de Antidiscriminatiewet hebben verzekeringsmaatschappijen nu overduidelijk altijd de verplichting steeds een objectieve en redelijke verantwoording te geven voor elk "verschil in behandeling" of zelfs voor elke "ogenschijnlijke neutrale" handelswijze met een "schadelijke weerslag" voor de getroffen consumenten en personen.

De bedoeling van deze wet is eigenlijk om te komen tot een algemene maar efficiënte beteugeling - dus ook preventie - van inbreuken op het algemeen principe van gelijkheid en niet-discriminatie, zoals dit is ingeschreven in de Grondwet maar ook in internationale verdragen, zoals het Europees Verdrag voor de bescherming van de rechten van de mens, een aantal Europese richtlijnen, enz.

Als algemene regel is er dus een verbod op gelijk welke discriminatie gesteund op onder meer de geboorte, leeftijd, huidige of toekomstige gezondheidstoestand, een handicap of een fysieke eigenschap, en waarvoor geen "objectieve en redelijke rechtvaardiging" of verantwoording wordt gegeven.
Dit verbod geldt onder meer bij het leveren of het ter beschikking stellen (aan het publiek) van goederen en diensten, waarin ook begrepen zijn b.v. verzekeringscontracten aangeboden door verzekeringsmaatschappijen.

Persberichten die door beleidsinstanties werden verspreid lieten hieromtrent geen twijfel bestaan: "verzekeraars mogen chronische zieken en mensen met een handicap niet langer discrimineren".

In de realiteit valt te vrezen dat, om dit doel effectief te bereiken, meer dan één gerechtelijke klacht en procedure nodig zal zijn. Dit moet dan voornamelijk lopen via zgn. "vorderingen tot staking" die bij de daartoe bevoegde rechter kunnen worden ingesteld door het slachtoffer van discriminatie, door daartoe volgens hun statuten gemachtigde verenigingen, maar ook - en wellicht vooral - door het Centrum voor gelijkheid van kansen en voor racismebestrijding. Dit Centrum, waarvan de bevoegdheid nu uitdrukkelijk tot deze materie is uitgebreid, treedt nu al steeds vaker en efficiënter op in de hier behandelde problematiek.

 

Duidelijkheid

Alle bepalingen in verzekeringspolissen moeten steeds "in duidelijke en nauwkeurige bewoordingen" opgesteld worden. Concreter nog: polissen mogen geen enkele clausule bevatten die een inbreuk uitmaakt op de gelijkwaardigheid tussen de verbintenissen van de verzekeraar en de verbintenissen van de verzekeringnemer.

Tot nu toe is m.i. jammer genoeg (om allerlei soms nogal rechtstechnische redenen) niet voldoende (ook niet door alle hoven en rechtbanken) gebruik gemaakt van deze door deze rechtsregels uitdrukkelijk aan alle verzekeringsmaatschappijen opgelegde verplichtingen.

 

 

Aspecten niet geregeld door de wet of ander overheidsinitiatief

Een aantal aspecten werden niet geregeld door de wetgever. Ze hangen af van de goede wil van de verzekeringsmaatschappij of van de markt.

Hierbij is de "vrije beoordeling" en "vrije beslissing" door (elke) verzekeraar van zeer groot belang.

Als we - ook als (ex-)patiënt - op zoek gaan naar een verzekering, moeten we bijgevolg veel aandacht besteden aan een aantal aspecten zoals de ervaring van en met de (betrokken) verzekeraar, inclusief de mening erover van andere belanghebbenden (zoals patiënten of families, verenigingen, zelfhulpgroepen, enz.)

Belangrijke vragen die we ons moeten stellen zijn o.m.:

Evaluatie van risico's

Bij de evaluatie van de risico's kan men stellen dat er op de markt eigenlijk twee extreme standpunten gelden, tot nu toe veelal zonder ruimte voor nuances. Dat wil zeggen dat er voor de verzekeraar gewoon twee mogelijkheden zijn:

Nochtans zou men kunnen verwachten dat verzekeraars met meer nuances zouden optreden zodat meer mensen zouden beschouwd worden als wel verzekerbaar, zij het dan misschien onder bepaalde voorwaarden of modaliteiten, zoals b.v.

Een correcte naleving van de hoger reeds vermelde Antidiscriminatiewet zal beslist leiden tot een meer algemene toepassing van deze meer genuanceerde benadering van alle (ook zieke of gehandicapte) mensen inkake verzekeringen.

 

 

Praktijken op de verzekeringsmarkt

 

De dagelijkse realiteit op de verzekeringsmarkt

Er worden ongetwijfeld (steeds meer?) vragen, problemen en klachten bekend gemaakt over de gebrekkige, trage, onbevredigende, gang van zaken op de verzekeringsmarkt.
Dit feit was al langer bekend bij alle niet vooringenomen, objectief denkende en handelende waarnemers of ingewijden in de verzekeringswereld.

Wie er vandaag de dag nog zou aan twijfelen, kan eenvoudigweg verwezen worden naar:

 

Vroegere pogingen om deze realiteit te verbeteren

Reeds in juni 1997 hadden vertegenwoordigers van de consumenten in de Commissie voor Verzekeringen opnieuw (nadat zij dit verzoek reeds in 1994 hadden geformuleerd) maar nu met aandrang, bijzondere aandacht gevraagd voor de hier behandelde problematiek.

Na algemene besprekingen eind 1997-begin 1998, gaf dit aanleiding tot de oprichting van een bijzondere werkgroep met vertegenwoordigers uit de verzekeringssector (meer bepaald verzekeringsondernemingen, -tussenpersonen en -consumenten) resp. onafhankelijke deskundigen en vertegenwoordigers van de toezichthoudende overheden.
De opdracht van deze werkgroep bestond erin het geheel van de problemen inzake onrechtmatige bedingen en praktijken in het verzekeringswezen uit te diepen met het oog op efficiënte verbetering van de bescherming van rechten en belangen van verzekerden maar ook van het imago van de verzekering. De opdracht werd afgewerkt met een uitvoerig eindrapport dat door de Commissie unaniem werd goedgekeurd in juni 1999.

In dit eindrapport werd toen gekozen voor een getrapte benadering.

Er werd dan door de Commissie voor Verzekeringen, een bijzondere Sectie "Verzekeringspraktijken en -kwaliteit" opgericht. Deze sectie heeft haar activiteiten vrij vlug toegespitst op de problematiek van onrechtmatige praktijken en uitsluitingen bij hospitalisatie- en andere gezondheidszorgverzekeringen.

Maar jammer genoeg liepen de gesprekken in deze bijzondere sectie, bij gebreke aan daadwerkelijke goede wil bij alle betrokkenen, maar toch ook wel voornamelijk bij de maatschappijen, steeds moeizamer; sinds 2002 zijn ze zelfs zo goed als stilgevallen. De problemen echter, blijven verder bestaan …

 

Huidige pogingen om deze realiteit te verbeteren

De jongste tijd lijken alle belanghebbenden hun eigen weg te willen gaan. Voor de verzekeringsconsumenten heeft dit enkel verwarrende gevolgen en een steeds groter wordende discrepantie tussen wat hij/zij verwacht en wat hij/zij krijgt.

Test Aankoop heeft destijds bij de voorzitter van de Handelsrechtbank te Brussel zogenaamde vorderingen tot staking (dit betekent eigenlijk "Vragen tot stopzetting") ingediend tegen verschillende verzekeringsmaatschappijen. Deze vorderingen hebben betrekking op hun verzekeringsvoorwaarden en -praktijken inzake gezondheidszorgverzekeringen.
Hoofdbedoeling was te horen verklaren dat een aantal praktijken in de polissen maar ook in allerlei medische en andere vragenlijsten, in strijd zijn met de wetgeving (voornamelijk Wet op de Handelspraktijken) en bijgevolg moeten "gestaakt" (of gestopt) worden. Bij vonissen d.d. 16 juni 2003 werden de eisen (van TestAnnkoop) grotendeels ingewilligd en verschillende polisclausules en verzekeringspraktijken nadrukkelijk veroordeeld omdat zij in strijd waren met de rechtsregels inzake bescherming van de privacy, met de controlewetgeving op de verzekeringsondernemingen omwille van het onevenwicht tussen verplichtingen van verzekeraar en verzekerden of omwille van onnauwkeurige formulering van clausules, enz. …
Het belang van de uitspraak van de rechtbank over deze klachten is bijzonder groot, zowel voor de betrokken verzekeringsmaatschappijen als voor de consumenten, zeker zodra bleek dat geen enkele maatschappij hoger beroep hiertegen indiende.

Ook door verzekeringsmaatschappijen worden een aantal initiatieven gepland.
Uit officiële mededelingen van hun beroepsvereniging (BVVO, thans Assuralia) blijkt dat de verzekeringsmaatschappijen "klaar staan om antidiscriminatiewet toe te passen" ook al zijn er, volgens hen, in feite weinig of geen echte problemen.
Ze vinden namelijk zelf dat hun optreden in de meeste verzekeringscontracten overwegend verantwoord is en "dat de meeste verzekeraars vandaag objectieve criteria hanteren, en dus ook kunnen bewijzen dat zij niet op onrechtvaardige wijze discrimineren".

Met betrekking tot (hoger al vermelde) gewijzigde wettelijke regeling betreffende de mededeling van medische gegevens, komen die zelfde verzekeringsmaatschappijen tot het volgende besluit: De wet op de rechten van de patiënt zadelt de verzekeraars ook met grote praktische en administratieve problemen op. Zo is er de verplichting voor de patiënt om de geneeskundige verklaringen te overhandigen aan de adviserende arts van de verzekeraar, die de gegevens zal moeten 'filteren" alvorens ze aan de verzekeraar te bezorgen. Ook hebben we het over de verplichting voor de verzekeraar om de geneeskundige verklaringen terug te bezorgen wanneer de verzekerde hem verlaat. Een dergelijke verplichting is moeilijk verenigbaar met de elektronische middelen voor dossierbeheer en -archivering, waarin de originelen na een bepaalde termijn vernietigd worden.

Het nieuwe artikel 95 ondermijnt dus duidelijk de activiteit van de verzekeraars. Dat zal vooral nadelig zijn voor de verzekerden. Enerzijds zal het moeilijk worden om tegen redelijke voorwaarden een verzekering te vinden en anderzijds zal het niet vanzelfsprekend zijn om binnen een normale termijn een correcte schadevergoeding te krijgen."

Overduidelijk is er dus nog veel "werk aan de winkel" en is er nog een heel lange weg af te leggen vooraleer verzekeringsconsumenten, in het bijzonder hier (ex-)patiënten en hun families, zullen kunnen komen tot een voor hen (beter) aanvaardbare "behandeling" door private of particuliere verzekeraars …

 

 

Hoe moet het nu verder in de toekomst?

 

Vragen bij de verzekeringsconsument

De situatie van de (ex-kanker-)patiënten en hun familie met betrekking tot particuliere verzekeringen roept bij de consument vaak levensgrote vragen op.

Enkele concrete vragen als voorbeelden, "uit het leven gegrepen":

Theoretisch moet het antwoord op al deze vragen telkens worden gezocht in de polis van de betrokken verzekeringsmaatschappijen, maar dan wel rekening houdende met de hierboven aangehaalde wettelijke bepalingen en andere rechtsregels.

De ervaring leert echter dat de concrete toepassing van deze rechtsregels in de realiteit vaak botst met praktijken die op de verzekeringsmarkt gelden:

 

Modernisering bij sommige verzekeraars

De jongste tijd blijken een aantal verzekeringsmaatschappijen nu wel bereid om hun verzekeringsvoorwaarden te "moderniseren". Dit geldt ook voor een (al of niet grondige) herziening van bepaalde uitsluitingen zoals b.v. van zgn. vooraf bestaande ziekten of aandoeningen.

Deze modernisering gebeurt echter nog veel te weinig in overleg met bijvoorbeeld belanghebbende patiëntenverenigingen. Hierdoor wordt er veel te weinig tegemoet gekomen aan de verwachtingen die leven bij de mensen.
Als de verzekeringsmaatschappijen hier niet snel anders tegenover gaan staan, dan mogen we ervan uitgaan dat patiëntenverenigingen (steeds meer) zullen roepen om nieuwe of gewijzigde wettelijke bepalingen die hen daadwerkelijk de verwachte bescherming en beveiliging moeten brengen, zo nodig via andere wegen dan die van particuliere of private verzekeringsmaatschappijen.

 

Politieke initiatieven

Op initiatief van parlementsleden uit verschillende politieke partijen zijn vrij recent wetsvoorstellen uitgewerkt en ingediend, ofwel om een zgn. basisdienstverlening inzake (bepaalde) verzekeringen te organiseren, ofwel om een vrij volledige wettelijke regeling in te voeren betreffende de aanvullende verzekering voor gezondheidsverzorging.

De vraag blijft echter wat er concreet met deze voorstellen zal gebeuren en hoe efficiënt ze zullen worden afgewerkt. Het zou in ieder geval voorbarig zijn om nu hieromtrent al bindende voorspellingen te doen. Hetzelfde geldt voor allerlei (goed bedoelde ?) voorstellen die de jongste maanden door de huidige regering zijn aangekondigd of zelfs, al bij de huidige minister van Economie, in voorbereiding (zouden) zijn.

 

Is er hoop op beterschap?

Met de initiatieven van een aantal verzekeringsmaatschappijen enerzijds en van parlementsleden en regering anderzijds komt er eigenlijk, eigenlijk, alles bij elkaar, enkel wat meer hoop op een daadwerkelijke verbetering in het beleid van (particuliere of privé) verzekeringsmaatschappijen.