De longen zijn de organen die we nodig hebben om te kunnen ademen.
Als we inademen komt er lucht door de neus of de mond, langs de luchtpijn en de luchtwegen terecht in de longen.
De luchtwegen bestaan uit buisjes die zich vertakken in almaar kleiner wordende buisjes om tenslotte uit te monden in miljoenen kleine zakjes die omringd zijn door bloedvaten (longblaasjes of alveolen).
In deze zakjes wordt zuurstof uit de binnengebrachte lucht gehaald en in de bloedsomloop gebracht en zo het lichaam rondgevoerd.
De longen zijn verpakt in membranen (vliezen) die "pleura" worden genoemd.
Uitzaaiingen in de longen veroorzaken de volgende symptomen:
Meestal treden deze symptomen pas op bij gevorderde ziekte.
Vele symptomen zijn dezelfde als die van primaire longkanker (dit is kanker ontstaan in de longen, dus niet uitgezaaid van elders in het lichaam).
Een CT scan neemt een reeks röntgenfoto's die samen een driedimensionaal beeld van de longen kunnen maken. Het onderzoek duurt maar enkele minuten en is volledig pijnloos. De radioloog beslist of er een contraststof moet worden toegediend (zelden nodig als het alleen over longuitzaaiingen gaat).
Het effect van deze vloeistof kan een warmtegevoel zijn, maar dat duurt slechts enkele minuten.
Mensen met een gekende allergie voor iodium (iood) of astma kunnen heftig allergisch reageren op de toegediende stoffen en waarschuwen daarom ook best hun arts hierover. Met behulp van steroïden kan men de reactie dan voorkomen, zodat het onderzoek toch kan doorgaan.
De MRI scan lijkt op de CT scan maar maakt gebruik van een magnetisch veld om het gedetailleerde beeld te maken.
Het onderzoek kan tot een uur lang in beslag nemen, waarbij de patiënt in een lange koker/cylinder moet blijven liggen.
De scanner maakt vrij veel lawaai, maar meestal krijg de patiënt een koptelefoon op om de hinder te beperken.
Omdat de cylinder een sterk magnetisch veld is, mag de patiënt geen metaal dragen (b.v. halsketting, horloge) tijdens het onderzoek.
Metaal in het lichaam (b.v. pacemaker, clips,sommige prothesen,osteosynthesemateriaal) kunnen het onderzoek onmogelijk maken.
Ook bij het MR onderzoek wordt er vaak een contraststof ingespoten om betere beelden te krijgen.
Een PET scan gebruikt laag gedoseerde radioactieve suiker (fluorodeoxyglucose of FDG) om celactiviteit in het lichaam te meten.
Een kleine hoeveelheid radioactieve stof wordt geïnjecteerd en zal ervoor zorgen dat op de scan de delen van het lichaam met hogere celactiviteit
duidelijker worden getoond.
Meestal is een PET scan niet nodig.
In sommige gevallen kan het aangewezen zijn een biopsie van het longweefsel te nemen. Dit wordt meestal gedaan met behulp van een CT scan waarbij plaatselijke verdoving wordt toegepast om met een naald in het verdachte letsel te prikken. De biopsie kan een lastig onderzoek zijn, maar duurt slechts enkele minuten.
Uitgezaaide longkanker kan een ophoping van vocht veroorzaken tussen de twee twee lagen van het longvlies die de longen omringen (dit noemt men "pleurale effusie" of "pleuravochtuitstorting").
Dit vocht kan d.m.v. een naald worden verwijderd om onderzocht te worden op kankercellen.
Ademnood: dit is een vaak voorkomende en beangstigende klacht die de kwaliteit van het dagelijks leven ernstig beïnvloedt. De ademnood veroorzaakt door kortademigheid kan verlicht worden door medicatie en bepaalde spierrelaxatie-oefeningen.
Vocht in de longen: tussen de membranen die de longen omringen kan er zich vocht ophopen. Het vocht oefent drukt uit op de long, waardoor kortademigheid, hoest en een doffe pijn kunnen ontstaan. Deze symptomen kunnen worden verlicht door het vocht te draineren. Jammer genoeg is het soms onmogelijk om het vocht weg te halen omdat het zich soms verdeelt over verschillende plaatsen.
Omdat het vocht de neiging heeft zich na de drainage opnieuw beginnen op te hopen, kan er een chemische stof tussen de membranen worden gebracht om dit te (proberen te) verhinderen (dit noemt men pleurodesis). Hiervoor gebruikt men dikwijls een waterige oplossing van talk.
Hoest en pijn in de borst: deze klachten kunnen verlicht worden d.m.v. medicatie.
Om de tumor(en) te verkleinen en onder controle te krijgen, wordt vaak chemotherapie of hormoontherapie toegediend.
Chirurgische verwijdering van de tumor is slechts in een klein aantal gevallen nuttig of mogelijk. Dit is enkel het geval als de oorspronkelijke kanker onder controle is en er (met uitzondering van de longen) geen aanwijzingen zijn van andere uitzaaiingen. Bovendien mag de kanker slechts in een klein stukje van de longen aanwezig zijn dat gemakkelijk bereikbaar is en niet verbonden met belangrijke bloedvaten of zenuwen.
Radiotherapie: om symptomen als kortademigheid en bloed ophoesten te verlichten kan er ook radiotherapie worden gebruikt.
Als de kanker de luchtpijp of een van de grotere luchtwegen blokkeert, kan lasertherapie gebruikt worden om
de tumor uit de luchtweg weg te branden.
Als de tumor een luchtweg blokkeert, wordt soms een speciale vorm van inwendige radiotherapie gebruikt, die men brachytherapie noemt.
Daarbij wordt een dunne buis (een catheter) met radioactief materiaal dichtbij de tumor geplaatst d.m.v. een bronchoscoop (d.i. een dun, flexibel buisje om de luchtwegen aan de binnenkant te onderzoeken).
Andere therapieën kunnen worden toegediend om de onderliggende kanker te bestrijden. Aangezien de uitgezaaide borstkankercellen nog steeds een aantal kenmerken dragen van borstcellen, kunnen ze gevoelig zijn voor hormoontherapie, chemotherapie, enz. die aan borstkankerpatiënten wordt toegediend.
Voor meer informatie over deze behandelingen bij uitgezaaide borstkanker, zie het algemene hoofdstuk over uitzaaiingen.