Soms lees je dat het risico dat een vrouw borstkanker ontwikkelt ongeveer een op acht is.
Dit klopt niet helemaal. Het cijfer zou correct zijn als elke vrouw 85 jaar oud werd.
De gemiddelde leeftijd van een vrouw is evenwel niet zo hoog.
Daarom kan men besluiten dat het gemiddelde risico om borstkanker te ontwikkelen ongeveer 9 tot 10% is.
Dit betekent dus dat per 100 vrouwen er 10 borstkanker zullen ontwikkelen.
Voor risicofactoren bij mannen, zie het hoofdstuk Mannen.
Bij borstkanker is het simpele feit een vrouw te zijn, een risicofactor.
Borstkanker komt ook voor bij mannen, maar de kans dat de ziekte zich manifesteert, is bij vrouwen ongeveer 150 maal groter dan bij mannen.
Voor informatie over borstkanker bij mannen, zie het hoofdstuk Mannen.
De kans op het krijgen van borstkanker neemt toe met de leeftijd. Ongeveer 77% van de vrouwen met borstkanker zijn ouder dan 50. Vrouwen tussen 20 en 29 maken slechts 0,3% van alle borstkankerpatiënten uit.
Hieronder volgt een overzicht van het risico per leeftijdsgroep.
| Leeftijd | Aantal gevallen | ||
| 20-29 | 1 per 2410 | ||
| 30-39 | 1 per 252 | ||
| 40-49 | 1 per 73 | ||
| 50-59 | 1 per 53 | ||
| 60-69 | 1 per 44 | ||
| 70-79 | 1 per 38 | ||
| 0-79 | 1 per 12 | ||
Onderstaand diagram toont een verdeling van het aantal borstkankergevallen bij vrouwen in België over verschillende leeftijdsgroepen in 1997 (klik op het diagram om te vergroten).
Slechts 5 tot 10 % van alle borstkankers wordt in verband gebracht met genetische oorzaken. Van deze gevallen kan zowat de helft worden gerelateerd aan een van twee bekende borstkankergenen, die BRCA1 en BRCA2 worden genoemd. BRCA1 and BRCA2 zijn dus verantwoordelijk voor maar een klein gedeelte van het aantal borstkankers, maar dragers ervan hebben een sterk verhoogd risico op borstkanker.
Of iemand dient te worden getest op deze beide genen kan worden afgeleid uit een aantal familiale factoren:
Indien deze factoren voorkomen en reden geven tot ongerustheid, kunnen potentiële draagsters van de borstkankergenen worden getest.
Het feit dat men draagster is, betekent niet dat men zeker borstkanker zal krijgen.
Meer informatie over erfelijkheid kunt u vinden op de website van Natarelle, een steungroep voor mensen die erfelijk belast zijn voor borst- en/of eierstokkanker en dus een groter risico lopen om ooit deze ziekte(s) te krijgen.
U vindt ook meer informatie op de website van het Centrum voor Menselijke Erfelijkheid: http://www.kuleuven.be/psychogen/teksthboc.htm
Vragen rond erfelijkheid kunnen gesteld worden bij de sociaal verpleegkundige van het Centrum voor Menselijke Erfelijkheid: andrea.boogaerts@med.kuleuven.ac.be.
In Vlaanderen zijn er centra voor menselijke erfelijkheid in Antwerpen, Brussel, Gent en Leuven.
De contactgegevens zijn te vinden op de site van het Vlaams Agentschap Zorg & Gezondheid.
Als de eerste menstruatie zich voordoet vóór de leeftijd van 12 jaar of de menopauze treedt pas in na de leeftijd van 50 jaar, heeft een vrouw een licht verhoogd risico op borstkanker. Het risico neemt dus toe naarmate de borsten meer jaren worden gestimuleerd door oestrogeen.
Vrouwen die in het verleden te maken kregen met goedaardige of kwaadaardige gezwellen in de borst, hebben een hoger risico op de ontwikkeling van (een nieuwe) borstkanker.
Vrouwen zonder kinderen of vrouwen die voor het eerst zwanger worden na de leeftijd van 30, hebben een licht verhoogd risico op het ontwikkelen van borstkanker.
Oestrogeenvervangende therapie verhindert de normale afname van het oestrogeengehalte tijdens de menopauze. Daarom heeft een jaar van oestrogeen-inname na de menopauze het effect van een jaar uitstel van de menopauze.
Van alcohol is bekend dat het het oestrogeengehalte tijdens langere periodes hoog kan houden.
Dit verklaart waarom vrouwen die veel alcohol verbruiken een hoger risico op borstkanker lopen.
Vergeleken bij niet-drinkers, hebben vrouwen die één alcoholische drank per dag gebruiken een kleine verhoging van het risico, diegenen die dagelijks 2 tot 5
alcoholische dranken verbruiken, hebben ongeveer 1,5 maal meer kans op borstkanker.
Vetcellen produceren oestrogeen. Vrouwen met veel vet hebben meer oestrogeen in hun bloed en in vette weefsels, zoals de borsten. Daardoor hebben ze dus ook een verhoogde kans op borstkanker.
Vrouwen kunnen zelf niet bepalen hoeveel jaren ze menstrueren of hebben ook geen invloed op hun natuurlijke oestrogeenproductie. Sommige risicofactoren, zoals eet- en drinkgewoonten of het gebruik van oestrogeenpillen, kunnen ze zelf wel beïnvloeden. Nochtans is het zo dat geen enkele van de risicofactoren de kans op borstkanker zou verhogen zoals roken het risico op longkanker verhoogt. Omdat er zoveel risicofactoren zijn is het onvermijdelijk dat elke vrouw op deze planeet er enkele heeft.
Bijkomende vragen van bezoekers (Risicofactoren) |
Bijkomende vragen van bezoekers (Erfelijkheid) |