Met lokale terugkeer van borstkanker bedoelen we dat er zich na de oorspronkelijke behandeling met chirurgie, radiotherapie, chemotherapie en/of hormoontherapie toch een nieuw gezwel ontwikkelt in dezelfde borst.
Als zich een nieuw gezwel ontwikkelt, wijst dit erop dat een aantal kwaadaardige cellen kans hebben gezien de oorspronkelijke chirurgische en radiotherapeutische behandeling te overleven.
Ze zijn in de borst achtergebleven en zijn zich gewoon blijven delen.
Op het ogenblik dat de lokale terugkeer (ook recidief genoemd) wordt vastgesteld, is het aantal kwaadaardige cellen talrijk genoeg om te kunnen worden opgespoord.
Bij iemand die borstkanker heeft gehad is het risico op een tweede borsttumor minstens 4 maal hoger dan het risico op een eerste borsttumor bij de gemiddelde vrouw. De oorzaken en prognose bij een tweede tumor zijn meestal gelijk aan die bij een eerste borsttumor.
Een lokale terugkeer van borstkanker doet zich vaker voor na een chirurgische behandeling met lumpectomie (borstsparende ingreep) dan na een mastectomie. Om de kans op terugkeer na een borstsparende operatie te verkleinen wordt na de operatie meestal radiotherapie toegepast.
Dat lokale terugkeer vaker voorkomt, betekent echter niet dat de prognose van een borstsparende behandeling slechter zou zijn dan na een volledige wegname van de borst. Meestal is een lokale terugkeer na een lumpectomie namelijk vlot te behandelen met een mastectomie en met hetzelfde eindresultaat (prognostisch) tot gevolg.
Een lokale terugkeer na een lumpectomie wordt meestal vastgesteld 1 tot 6 jaar na de oorspronkelijke behandeling, meestal in het borstweefsel in de onmiddellijke omgeving van de plaats waar de eerste tumor zich bevond.
Het komt slechts zelden voor dat een lokaal recidief zich ontwikkelt in de huid of de lymfknopen. Het feit of de oorspronkelijke borstkanker zich al had verspreid naar de lymfknopen lijkt geen rol te spelen in de kans op de ontwikkeling van een recidief. Het komt wel frequenter voor bij grotere tumoren.
Bij een lokale terugkeer van borstkanker wordt dezelfde staging-systematiek gebruikt als bij de oorspronkelijke borstkanker.
Een lokaal terugkerende borstkanker kan zich dus zowel in stadium I als in stadium IV bevinden, net als de oorspronkelijke kanker.
De behandeling van lokaal terugkerende borstkanker is anders omdat een aantal van de oorspronkelijke behandelingsopties reeds zijn gebruikt.
Een nieuwe lumpectomie behoort zelden tot de mogelijkheden. De reden hiervoor is dat op het bestraalde weefsel moeilijker kan worden geopereerd. Het esthetische resultaat is meestal niet goed: na twee wegnames van weefsel in dezelfde borst is een goede hermodellering bijna onmogelijk. Er kunnen ook wat langer wondproblemen zijn na een tweede radiotherapie. Een mastectomie is het chirurgisch alternatief.
Afhankelijk van het stadium van het lokaal recidief kan ook radio- of chemotherapie supplementair aangewezen zijn.
Een klassieke bestraling behoort echter niet meer tot de mogelijkheden, zodat alleen speciale bestralingsmethodes nog in aanmerking komen.
Indien geen uitzaaiingen worden vastgesteld, wordt meestal geen chemotherapie toegediend.
Na een mastectomie blijven er meestal geen kwaadaardige cellen achter in het weefsel, maar af en toe doet het zich toch voor.
Omdat de borst zelf werd verwijderd, zijn de kwaadaardige cellen nu gaan groeien in de overblijvende huid van de borstwand, de lymfknopen onder de arm of onder het borstbeen. Op deze plaatsen zijn de cellen veel moeilijker te bestrijden dan in de borst zelf.
Lokale terugkeer na een mastectomie doet zich meestal voor in de eerste 2 jaar na de oorspronkelijke behandeling. De kans op de ontwikkeling ervan is groter als tijdens de eerste borstkanker uitzaaiing naar de lymfknopen werd vastgesteld.
Als er lokale terugkeer na een mastectomie is, betekent dit vaak (maar zeker niet altijd) dat er zich ook uitzaaiingen van de oorspronkelijke borstkanker zullen openbaren.
Na een mastectomie zijn de symptomen van een lokale terugkeer: al of niet donker verkleurde knobbels onder de huid of andere veranderingen in de huid, of gezwollen lymfknopen.
Een lokale terugkeer na een mastectomie wordt gestaged in stadium IIIB: lokaal gevorderde borstkanker (tenzij er ook uitzaaiingen zijn, dan gaat het om een stadium IV).
De behandeling van deze terugkerende borstkanker hangt af van de oorspronkelijke behandeling. Meestal worden de gezwellen chirurgisch verwijderd en indien mogelijk wordt het weefsel nadien bestraald.
In sommige gevallen wordt ook chemotherapie en/of hormoontherapie gebruikt.
Bijkomende vragen van bezoekers |