Radiotherapie (deel 2)


Deel 1

Wat is radiotherapie?
Wie krijgt radiotherapie en waar wordt bestraald?
Hoe werkt radiotherapie?
Wie dient radiotherapie toe?
Uitwendige radiotherapie
Planning van de behandeling
Duur van de behandeling
Werkwijze bij een behandelingsessie
Wat is intraoperatieve radiotherapie?
Effecten van de behandeling
Inwendige radiotherapie
Wanneer wordt inwendige radiotherapie gebruikt?
Hoe wordt het implantaat in het lichaam gebracht?
Hoe lang blijft het implantaat in het lichaam?
Effecten van de behandeling
 

Deel 2

Bijwerkingen
Ervaart elke patiënt dezelfde bijwerkingen?
Hoe lang duren de bijwerkingen?
Acute bijwerkingen
Vermoeidheid
Huidproblemen
Problemen met de voeding
Schouderstijfte
Chronische bijwerkingen
Huidproblemen
Lymfoedeem
Hart- en longtoxiciteit
Ontstaan van nieuwe tumoren
Bijkomende vragen van bezoekers


 

 

Bijwerkingen

De hoge dosis radioactiviteit die tijdens de bestraling wordt toegediend, vernietigt niet alleen kankercellen, maar kan ook normale cellen beschadigen. De positieve gevolgen van bestraling voor de bestrijding van kanker zijn echter groter dan de schade die wordt toegebracht aan normale cellen en de bijwerkingen die daaruit voortvloeien.

 

Ervaart elke patiënt dezelfde bijwerkingen?

De bijwerkingen bij radiotherapie verschillen van patiënt tot patiënt. Sommige patiënten ervaren geen bijwerkingen tijdens hun behandeling, anderen ervaren dan weer ernstige bijwerkingen.

Het al dan niet optreden van bijwerkingen hangt af van verschillende factoren:

De meest voorkomende bijwerkingen bij een bestraling van de borst zijn vermoeidheid en veranderingen in de huid.

U moet uw arts verwittigen van elke bijwerking waarvan u last heeft. H/Zij kan misschien iets doen om de bijwerking weg te nemen of in elk geval te verminderen. Als uw arts niet op de hoogte is van de verschijnselen die u ervaart, kan z/hij er ook niets tegen ondernemen.

 

Hoe lang duren de bijwerkingen?

Er wordt een onderscheid gemaakt tussen acute en chronische bijwerkingen.

Acute, of korte termijn bijwerkingen, doen zich voor tijdens of kort na de behandeling en verdwijnen volledig tijdens de eerste weken na beëindiging van de therapie.

Chronische, of lange termijn bijwerkingen, kunnen zich ontwikkelen maanden of zelfs jaren na beëindiging van de therapie en verdwijnen meestal niet meer.

 

 

Acute bijwerkingen

 

Vermoeidheid

Tijdens de radiotherapie heeft het lichaam veel energie nodig om te herstellen van de effecten van de therapie. Stress gerelateerd aan uw ziekte, de dagelijkse verplaatsing naar het ziekenhuis, en de effecten van de bestraling op gezonde cellen kunnen allemaal bijdragen tot het ontstaan van vermoeidheid.
De meeste mensen krijgen reeds last van vermoeidheid de eerste week van de therapie. De gevoelens van zwakte en vermoeidheid zullen geleidelijk aan wegebben 2 tot 4 weken na het beëindigen van de therapie.

U kan uzelf helpen door tijdens de therapie een aantal aanbevelingen in acht te nemen.

Indien u zich de hele dag heel erg moe voelt of uw dagelijkse activiteiten niet meer kunt uitvoeren, raadpleegt u best uw arts.

 

Huidproblemen

    Foto: roodheid van de huid
Het is normaal dat de huid reageert op de bestraling. Op het bestralingsveld kan de huid rood worden en geïrriteerd raken. Na enkele behandelingen kan uw huid ook gaan uitdrogen en beginnen jeuken. Bij sommige patiënten vormt de huid blaasjes die vocht bevatten en soms opengaan. Dit gebeurt vooral in de huidplooien en kan zeer pijnlijk zijn. Indien uw huid op deze manier op de therapie reageert, verwittigt u best zo snel mogelijk uw arts.

De borst kan zeer gevoelig worden en opzwellen doordat de lymfe niet snel genoeg kan worden afgevoerd. Deze vochtopstapeling moet 4 tot 6 weken na beëindiging van de therapie verdwenen zijn. Indien dit niet het geval is, moet u uw arts op de hoogte brengen.

Meer informatie over huidverzorging tijdens radiotherapie vindt u in de folder Huidverzorging tijdens en na Radiotherapie. Adviezen voor patiënten.
 
    Bron foto: http://www.bcdg.org
BREAST CANCER DECISION GUIDE

 

Problemen met de voeding

Problemen met slikken en daardoor ook met de voeding ontstaan door de bestraling van de klierketen in de borst. Deze bestraling raakt vaak ook een gedeelte van de slokdarm, wat slikproblemen geeft. Nochtans is het van belang tijdens de therapie voldoende voedsel op te nemen om het lichaam te helpen beschadigd weefsel te herstellen. Indien u moeilijkheden hebt met voeding, kunt u proberen kleine maaltijden verspreid over de dag te gebruiken. Indien u door voedingsproblemen veel gewicht verliest, contacteert u het best een diëtist. Meestal is er in het ziekenhuis een diëtist die zich specialiseert in de hulp aan kankerpatiënten.

Als u pijn hebt bij het kauwen of slikken, kan uw dokter of diëtist u een vloeibaar voedingssupplement voorschrijven. Voedingssupplementen zijn te koop in de apotheek (zonder voorschrift) en bestaan in verschillende smaken.

Hieronder volgen een aantal aanbevelingen die u kunnen helpen in geval van problemen met de voeding:

Indien u slechts kleine hoeveelheden voedsel kunt eten, verhoogt u best het caloriegehalte van uw maaltijden. Hier volgen enkele tips.

 

Schouderstijfte

Indien de oksel wordt bestraald, kan uw schouder stijf gaan aanvoelen. Indien dat het geval is kan uw arts u speciale oefeningen aanbevelen om de stijfheid te verminderen.

 

 

Chronische bijwerkingen

 

Huidproblemen

Het uitzicht, aanvoelen en de omvang van de borst kan voor lange tijd veranderen (deze veranderingen kunnen een jaar of langer aanhouden).
Roodheid van de huid zal verdwijnen, maar het is mogelijk dat de behandelde borst een donkerder tint blijft hebben dan voordien. De poriën kunnen vergroten en meer opvallen, de gevoeligheid van de borst kan bij sommige patiënten vergroten, bij andere dan weer verminderen. De borst kan dikker en steviger aanvoelen dan voorheen. In sommige gevallen wordt de borst groter door vochtopstapeling (oedeem).

Bij sommige vrouwen worden in de borst permanent kleine bloedvaatjes zichtbaar, die het beeld geven van rode huiduitslag. Dit noemt men teleangiectasiën.

Verschillende maanden of jaren na afloop van de behandeling kan radiofibrose (littekenvorming) optreden. Hierdoor wordt de borst kleiner en harder.

 

Lymfoedeem

Indien de oksel wordt bestraald wordt de kans op het ontstaan van lymfoedeem in de arm groter.
Zie voor meer informatie het onderdeel Lymfoedeem.

Bestraling van de borst tot een relatief hoge dosis kan aanleiding geven tot een verstoring van de afvloeiing van de lymfe ter hoogte van de borst (lymfoedeem). Dit manifesteert zich als een opzetting van de huid en de onderhuidse weefsels. Bijna alle patiënten hebben daar in de loop van hun bestraling tijdelijk last van. Dit verbetert geleidelijk aan in een periode van een aantal maanden na het stoppen van de bestraling.

Zelden komt het voor dat dit oedeem van de borst niet meer volledig weggaat. Het resultaat is dan een wat grotere borst die "steviger" aanvoelt dan de niet bestraalde borst.
Het is echter volledig ongevaarlijk.

 

 

Hart- en longtoxiciteit

In zeldzame gevallen krijgen patiënten af te rekenen met hart- of longproblemen.

Doordat de interne klierketen van de borst vaak wordt meebestraald, raakt de bestraling soms ook een gedeelte van het longweefsel, waardoor jaren na de behandeling longziekten kunnen ontstaan.

Bij bestraling van de linkerborst is het zo dat een dunne schil van het hart (een kleine schil van het vooraan gelegen deel van het hart) mee bestraald wordt. Uit vroegere studies, toen nog een zeer groot deel van het hart dwarsdoor bestraald werd, bleek dat er een klein aantal (maar significant aantal!) extra overlijdens waren ten gevolge van de bestraling en dit tientallen jaren na de bestraling.
Sedert de publicatie van deze studies (een tiental jaar geleden) is er echter een systematische verandering van de techniek geweest, zodat patiënten met een borsttumor links nu veel beter beschermd worden voor wat betreft de dosis ter hoogte van het hart. Er blijft nog altijd dat "dunne schilletje" van het hart dat wordt bestraald maar niemand weet of dat over enkele jaren enig effect zal blijken te hebben op de hartfunctie.
Via de moderne technieken zijn de risico's voor het hart, op lange termijn, sterk gereduceerd. We kunnen nog niet spreken van het verdwijnen van het risico maar het zal in ieder geval verminderd zijn t.o.v. een tiental jaar geleden.
De bestralingstechnieken evolueren nog steeds met als doel de dosis bestraling ter hoogte van het hart nog meer te reduceren.

 

Ontstaan van nieuwe tumoren

In zeldzame gevallen is bestraling verantwoordelijk voor het ontstaan van nieuwe tumoren.
Meestal gaat het dan om sarcoma van de zachte weefsels, lymfvaten of botten (2 op 1000 vrouwen over 10 jaar en 8 op 1000 vrouwen over 30 jaar).
Longkanker als gevolg van radiotherapie doet zich voor bij 1 op 1000 vrouwen over 10 jaar.

 

Bijkomende vragen van bezoekers