Psycho-sociale aspecten van kanker

Met dank aan Bettie Goethals
Dienst Hematologie, Universitair Ziekenhuis Antwerpen
Oncologisch Centrum, AZ. Sint Augustinus


Inleiding
Het onzekere wachten op de diagnose
De diagnose: een ingrijpende gebeurtenis
De diagnose en de behandeling: verlieservaringen
Uiten van emoties, belangrijk bij de verwerking
Moeten we onze (negatieve) gevoelens altijd uiten?
De behandeling: gevolgen
De relatie
Na de behandeling
Hoe het verwerkingsproces bevorderen?


Inleiding

Iedereen is het erover eens dat kanker geen zuiver lichamelijke aangelegenheid is. Ze treft de patiënt tot in zijn diepste wezen; ze heeft gevolgen voor de partner en het gezin. Elke fase kent zijn eigen zorgen en problemen. Elke patiënt, elk gezinslid heeft zijn eigen individuele manier om de gebeurtenissen te verwerken. Toch zijn er doorheen het proces van ziekte en behandeling een aantal te verwachten reacties en voor velen herkenbare problemen te noteren.

De verleiding is groot om te spreken over "normale" en "abnormale" reacties, over goede en slechte manieren van verwerken. We hebben inmiddels met schade en schande geleerd daar heel voorzichtig mee te zijn.
Iedereen reageert op zijn eigen manier op kanker. Sommigen worden geconfronteerd met een veelheid aan emoties (b.v. opluchting en angst, verdriet en agressie), anderen met maar één enkele emotie (b.v. woede). Iemand kan totaal verdoofd of gevoelloos zijn. Gevoelens kunnen in al hun heftigheid en onverwachts naar boven komen, of zeer lang sluimeren...Je kunt zeer lang het gevoel hebben dat je alles verwerkt hebt, en dan kan de angst ineens weer de kop opsteken. Niemand kan je in wezen vertellen wat je op welk moment zult voelen, laat staan wat je zou moeten voelen.

Natuurlijk zijn sommige reacties constructiever dan andere, of leiden ze bij sommige patiënten meestal sneller tot een nieuw evenwicht. Toch zien we dat een brede waaier van reacties uiteindelijk tot hetzelfde positieve resultaat kan leiden, en dat wat passend is voor de ene, helemaal niet passend is voor de andere, en ook, dat elke vrouw en elke man heel anders kan reageren in andere situaties.

We moeten ons dus niet de vraag stellen: "Wat zou ik doen in die situatie?" of "Wat zou die man of die vrouw moeten doen op dat moment?" of "Wat zou hij of zij moeten voelen, doen of zeggen?" Maar eerder: "Waar voelt die man of die vrouw zich het beste bij?" "Wat kan die man of die vrouw aan op dat moment?"

We moeten dus goed voor ogen houden dat elke patiënt, elke partner, op elk moment alleen zelf kan uitmaken wat voor hem of haar het beste is, luisterend naar zijn of haar eigen lichaam, zijn of haar innerlijke stem, gevoel, intuïtie.

Aanpassen, verwerken is een altijddurend proces, een op weg zijn naar, enz. met hoogten en laagten. Vaak zien we dat perioden van spanning, van angst, van verdriet, de noodzakelijke voorbereiding zijn op een positieve periode van rust, dieper bewustzijn en groter evenwicht.

 

Het onzekere wachten op de diagnose

Meestal sluit de diagnose een uiterst moeilijke, angstige en onzekere periode af die begint op het moment waarop de vrouw of de man zelf of de arts het eerste vraagteken plaatst bij een tot dan toe als gezond beleefd lichaam. Tijdens deze periode ondergaat de patiënt een reeks onderzoeken die uitsluitsel moeten geven over aard en stadium van de ziekte. Deze tijd wordt gedomineerd door angst en onzekerheid.

Zeer vele borstkankerpatiënten (83 %) beleven deze periode als één van de meest stresserende uit hun leven en als een veel moeilijker periode dan de hospitalisatie. Dit is vooral het geval als de arts onvoldoende of dubbelzinnige informatie geeft en de ziekenhuisorganisatie weinig begrip toont voor de angst en de onzekerheid van de patiënt.

 

De diagnose: een ingrijpende gebeurtenis

De diagnose zelf is een belangrijke stressfactor voor elke patiënt, zelfs als deze diagnose niet helemaal onverwacht komt. Ze betekent de confrontatie met een levensbedreigende ziekte, een breuk met de normale toekomstverwachtingen en plannen.

Ze vertoont eigenlijk alle kenmerken van wat in de literatuur bekend staat als een "ingrijpende levensgebeurtenis", nl.

Een goede opvang door de partner en de omgeving zijn in deze periode goud waard en kunnen verhinderen dat zich naderhand verwerkingsproblemen voordoen. Een aantal patiënten zal desondanks bij zichzelf de drie fasen van het verwerkingsproces bij ingrijpende levensgebeurtenissen herkennen (Joppen en van Leeuwen, 1992):

 

De diagnose en de behandeling: verlieservaringen

Anderzijds kunnen veel van de emotionele problemen na de diagnose ook vertaald worden in termen van verdriet om verlies.

Natuurlijk is het niet allemaal negatief. Ziek worden, even uit de stress en de jacht van het leven gehaald worden heeft ook zijn positieve kanten : verdieping van de relatie, bewuster leven en genieten, stilstaan bij wat werkelijk belangrijk is, anders gaan leven, prioriteiten stellen.

Maar als we het lijstje van verlieservaringen overlopen is het toch heel wat. Het ligt dan ook voor de hand dat men daar niet onmiddellijk kan overstappen en doen alsof er niets aan de hand is.

Door de nadruk die in de populaire literatuur gehecht wordt aan positieve gevoelens en positief denken als de noodzakelijke voorwaarde voor genezing, zie je dat mensen elk negatief gevoel als een directe bedreiging van hun gezondheid gaan beleven, en elke negatieve emotie die niet geuit kan worden als levensbedreigend gaan ervaren.

Soms is het de omgeving die elke zwarte gedachte wegwuift en snel van onderwerp verandert als verlieservaringen ter sprake komen. Ze helpen de patiënt daar niet mee, integendeel. Het gevaar is reëel dat hij zich nog verdrietiger gaat voelen en nog eenzamer bij zoveel onbegrip, of schuldig omdat hij het niet kan opbrengen om positief te denken.

De antithese tussen het al dan niet uitdrukken van emoties is daarom gevaarlijk en misleidend. We moeten beseffen dat het voor sommige mensen in sommige situaties veel beter en zelfs noodzakelijk kan zijn om hun negatieve gevoelens te onderdrukken. Net zoals het in andere situaties noodzakelijk kan zijn om ze te uiten.

Voor een gezond emotioneel leven is het belangrijk dat men zich bewust wordt van de diversiteit en de intensiteit van zijn emoties, maar ook dat men leert er zich niet mee te identificeren: men heeft emoties, maar men is méér dan zijn woede of zijn angst. Het is heel belangrijk om verdriet te onderkennen, zichzelf tijd te geven om te rouwen, doorheen zijn verdriet te gaan, te huilen, erover te praten, steun te zoeken, zich te laten troosten. Het is niet de bedoeling om in dat verdriet te blijven steken, maar men moet het wel toelaten, tijd nemen om naar een nieuw evenwicht te groeien.

Schematisch voorgesteld komt verdriet verwerken er op neer dat men de diverse rouwtaken tot een goed einde brengt.

 

Uiten van emoties, belangrijk bij de verwerking

Omgaan met de diagnose en de behandeling is altijd een intense emotionele ervaring. Men moet omgaan met intense, diepe en krachtige emoties zoals angst, woede, verdriet, wanhoop en hoop. Deze emoties kunnen zo krachtig zijn dat ze beleefd worden als overweldigend, vernietigend of verpletterend.

 

Moeten we onze (negatieve) gevoelens altijd uiten?

 

De behandeling: gevolgen

10 tot 56 % van de patiënten met borstkanker kent in de loop van de behandeling min of meer ernstige problemen waarvoor vroeg of laat meer professionele hulp is aangewezen (Derogatis, 1979).

Verschillende auteurs geven vergelijkbare cijfers voor andere diagnoses. Het betreft hier dan vooral: angst en onzekerheid, depressie, woede, laag zelfbeeld en zelfwaardegevoel, veranderd lichaamsbeeld en seksualiteit, relatieproblemen, financiële moeilijkheden, schaamte en schuld. Dit hoeft zeker niet als een teken van zwakte of psychische labiliteit geïnterpreteerd te worden. Het is veelal een gevolg van andere factoren.

Welke factoren maken de patiënt kwetsbaarder?

Chemotherapie, radiotherapie, hormonotherapie

Psychologische gevolgen of problemen t.g.v. radiotherapie zijn in regel beperkt en verdwijnen zodra de behandeling stopt. Vermoeidheid is voor vele vrouwen minder erg tijdens de weekends als ze niet bestraald worden en kan voortduren tot meer dan drie maanden na het beëindigen van de therapie.

Vooral chemotherapie betekent een grondige verstoring van het dagelijks leven, en dit veel meer dan een operatie. De meeste nevenwerkingen zijn inmiddels tot een redelijk niveau teruggeschroefd. De meeste mensen herinneren zich echter nog beelden of verhalen van chemotherapie als een bijna onmenselijke, ziek- en misselijk makende behandeling. Het wachten op de eerste behandeling wordt dan ook door de meeste patiënten beschreven als een zeer angstaanjagende periode. Naderhand vindt 41 % onder hen dat de behandeling veel minder erg is dan ze zich hadden voorgesteld.

Haarverlies wordt door 84 % van de vrouwen als de meest stresserende bijwerking beschouwd: het is opnieuw een dagelijkse confrontatie met het eigen lichaam en veel vrouwen voelen zich pas "echt kankerpatiënt" wanneer ze hun eigen kale hoofd in de spiegel zien.

Vooral in oudere studies klagen zeer veel patiënten (71 %) over misselijkheid en braken. Recente studies wijzen vermoeidheid en algemene zwakte als één van de belangrijkste problemen aan bij 70 % van de patiënten (Richardson & Pearce, 1996). In een studie van D. Cella, 1995 komt vermoeidheid als de meest gemelde klacht bij kankerpatiënten in behandeling naar voor (73 %). Dit staat tegenover pijn (60 %), angst (59 %), droefheid (58 %) en misselijkheid/braken (30 %).

Vermoeidheid heeft vaak een verregaande invloed op het dagelijks functioneren, niet alleen van de patiënt zelf, maar ook van de hele omgeving. De laatste jaren komt er gelukkig meer en meer aandacht voor dit probleem. Winningham wijst er op dat nog al te vaak aan patiënten de raad wordt gegeven om "het kalmpjes aan te doen" en "zoveel mogelijk te rusten". Nochtans kan iedere beperking van de normale activiteit na de diagnose of de behandeling van kanker op zich al volstaan om de goede werking van om het even welk orgaanstelsel snel te doen aftakelen. De meest gebruikte strategieën om vermoeidheid te bestrijden (gaan liggen of zitten, een dutje doen, stoppen met bepaalde activiteiten en meer slapen) zijn niet altijd de meest efficiënte. Vaak is het zinvol om na te gaan hoe de energieconsumptie kan beperkt worden en op welke manier voeding extra energie kan opleveren.

Te veel rusten tijdens de dag heeft vaak een nadelige invloed op ons slaappatroon. Slapeloosheid ondermijnt niet alleen het energiepeil, slapeloze nachten brengen ook onze angstige fantasieën tot leven, laten ons vermoeid wakker worden.... Compenserende dutjes tijdens de dag verstoren het bioritme nog meer en leiden verder tot nog meer slaapstoornissen....Voor wie last heeft van slapeloosheid zijn relaxatieoefeningen geen luxe!

Hoe meer begrip de omgeving betoont voor de vermoeidheidsklachten, hoe gemakkelijker de aanpassing. Vaak heeft de patiënt het niet alleen moeilijk om de gewone gezinstaken te blijven vervullen. Ook de emotionele draagkracht is verminderd. Daardoor moet de patiënt vaak zijn traditionele rol in het gezin prijsgeven. Voor wie buitenshuis werkt komt daar nog het verlies van structuur, een zingevende taak en de sociale contacten bovenop. Niet zelden wordt het gezin ook verplicht om financiëel in te leveren en dat kan een bijkomende bron van spanning en schuldgevoelens zijn.

Young Mc. Caughan wijst chemotherapie verder aan als de belangrijkste risicofactor voor het ontstaan van seksuele disfuncties, voor de helft veroorzaakt door lichamelijke factoren (veranderingen in gewicht, warmteopwellingen, vaginale droogte), voor de andere helft te wijten aan meer psychologische factoren (voornamelijk stemmingsschommelingen, libidoverlies). Hormoontherapie zou op dit vlak niet meer klachten geven dan bij normale menopauze.

 

De relatie

Zowel de patiënt als de partner signaleren tijdens de behandeling psychologische problemen als depressie, angst en psychosomatische klachten.

Volgens Wilson en Morse trachten partners van borstkankerpatiënten een soort "buffer" te zijn voor de problemen van hun echtgenote. Dit vergt van hen een soort permanente "waakzaamheid", die hen ook helpt om hun eigen agressie en woede kwijt te geraken.

Verschillende auteurs wijzen er op dat partners een uitgesproken effect hebben op elkaars aanpassing. Toch hebben de partners tot nog toe niet de aandacht gekregen die ze verdienen. Men vindt bij hen verminderde werkprestaties, slaap- en eetstoornissen. Volgens Derogatis zelfs meer stress en meer aanpassingsproblemen dan bij de patiënten zelf. Rait en Lederberg besluiten dat partners en gezinsleden als volwaardige secundaire patiënten moeten beschouwd worden. Vooral depressie van één van beiden weegt zwaar op de relatie.

Voor veel partners is het daarom aan te bevelen dat ze nog steunpunten hebben of zoeken buiten de relatie. Dit is des te belangrijker omdat ze doorgaans minder emotionele steun krijgen van vrienden, verpleging en geneesheren dan de patiënten zelf. Partners die goed ondersteund werden door derden blijken veel minder lichamelijke en psychologische klachten te ontwikkelen. Aanpassingsproblemen binnen de relatie nemen eerder toe dan af doorheen de hele behandelingsperiode. Anderzijds blijken partners doorgaans veel minder problemen te hebben met de nieuwe taken die van hen verwacht worden dan de patiënten zelf.

Verschillende auteurs wijzen er echter op dat de gevolgen voor de relatie of het huwelijksleven niet alleen maar negatief zijn, met als meest geciteerde positieve effecten, dat men dichter tot mekaar komt en dat de communicatie verbetert.

 

Na de behandeling

Na het afsluiten van de behandeling komt de herintrede in het normale leven, verantwoordelijkheden, levensstijl, rolpatronen. Aanpassingsproblemen zijn in deze periode niet uitzonderlijk: de patiënt heeft voor zichzelf én voor anderen als het ware een etiket van "patiënt" meegekregen, d.w.z. dat hij/zij zichzelf kwetsbaar weet, vaak met grotere professionele en financiële onzekerheid moet rekening houden en blijvend gediscrimineerd wordt door het verzekeringswezen. Vooral in de beginperiode kan de angst voor herval (het zgn. "Damoclessyndroom") de kop opsteken.
Deze aanpassing kan weken en zelfs maanden vergen. Stelde men zich de vraag: "Zal de behandeling helpen?" dan wordt dat nu: "Hoe lang zal ze effect hebben?" en de vraag "zullen de kankercellen verdwijnen?" wordt "Hoe lang zullen ze wegblijven?" Dat betekent dus: leren leven met onzekerheid. Bovendien maken de gezinsleden dezelfde overgang mee. Dit kan overbescherming tot gevolg hebben.

 

Hoe het verwerkingsproces bevorderen?

 

Literatuurlijst