| Samenvatting |
Volgens het tijdschrift Nature ondergaat tussen 70 and 91% van alle borstkankerpatiënten bijkomende behandelingen zoals chemotherapie.
Deze adjuvante therapieën hebben als doel de eventueel na chirurgie achtergebleven kankercellen in het lichaam te doden.
Bij een aantal patiënten zijn er echter geen cellen achtergebleven en deze patiënten ondergaan dus in feite nodeloos de bijkomende therapieën. Feit is dat ondanks alle moderne onderzoekstechnieken deze achtergebleven cellen zo
klein in aantal kunnen zijn dat ze niet op te sporen zijn en de adjuvante therapie dus wordt voorgeschreven om zo weinig mogelijk risico's te nemen.
Een nieuwe studie wijst er nu op dat bepaalde patronen van genetische activiteit in de kankercellen
zouden kunnen aangeven of de cellen zich zullen verspreiden of niet. Deze patronen zouden aldus kunnen aangeven of een
bijkomende behandeling aangewezen is of niet.
Alhoewel deze onderzoeksresultaten nog prematuur zijn, zeggen experten dat in de toekomst de therapie die wordt voorgeschreven mede zal afhangen van de genetische activiteit die wordt waargenomen bij tumorcellen.
|