Leven na borstkanker


Ontslagen uit het ziekenhuis
Je relaties met andere mensen
Negatieve gevoelens
Jezelf helpen
Klachten
Als de kanker toch terugkeert
Aanvullende therapieën
Weer aan het werk


Dit is een "goed nieuws" hoofdstuk.

Je hebt nu alle voorgeschreven behandelingen achter de rug en de dokters geven je goede hoop voor de toekomst.
De ziekte is nu weg en je leven zal geleidelijk aan weer moeten worden zoals het was voor je ziek werd.
In het ziekenhuis hoef je alleen nog te zijn voor regelmatige controles. Na alle ellende die je de voorbije maanden hebt doorgemaakt, is dit een zeer positief moment in je leven.

Je kan nu uitkijken naar het zeer speciale geschenk dat je behandeling je heeft geschonken, het geschenk dat "tijd" heet. Nu moet je verder onder het motto: Ik zeg ja tegen alle kansen die zich aanbieden. Ik stel niets meer uit tot morgen!.

Maar ondanks al deze redenen om blij te zijn en de toekomst met vertrouwen tegemoet te zien, is het goed mogelijk dat jij je helemaal niet zo optimistisch of boordevol vertrouwen voelt. Het is zeer goed mogelijk dat je nog steeds met een zekere angst zit over de toekomst, dat je nog steeds je twijfels hebt over de goede afloop van jouw ziekte.

 

Ontslagen uit het ziekenhuis

Als je fysieke behandeling voorbij is en je het ziekenhuis mag verlaten of als je dagelijkse of wekelijkse ziekenhuisbezoeken achter de rug zijn, is het zeer goed mogelijk dat je emotionele herstel nog moet beginnen.
Familieleden en vrienden feliciteren je omdat de frequentie van je controles afneemt, ze zijn allemaal blij dat het je zo goed gaat. Objectief bekeken hebben ze natuurlijk helemaal gelijk.

Maar jou kan het ziekenhuis ook een zeker veiligheidsgevoel hebben gegeven, een gevoel dat nu plotseling wegvalt. Misschien voel je je aan je lot overgelaten nu je niet meer zo vaak naar het ziekenhuis hoeft. Ook het feit dat je niet meer zo vaak wordt gecontroleerd kan je meer angst doen krijgen over wat er in je lichaam (ongezien) gebeurt.

Familie en vrienden kunnen het moeilijk hebben om jouw gevoelens hierover te begrijpen. Zij kunnen moeite hebben om te weten hoe ze moeten reageren.

 

Je relaties met andere mensen

 

Familie en vrienden

Ook al was jij het die ziek bent geweest, het is mogelijk dat je na je behandeling niet alleen zal moeten afrekenen met je eigen gevoelens, maar ook met de gevoelens van familie en vrienden. Ook zij kunnen nog steeds ongerust zijn over jouw toekomst. Het is mogelijk dat ze zich onwennig voelen, dat ze niet weten wat ze moeten of kunnen zeggen. Misschien zijn ze boos of voelen ze zich schuldig dat jij en niet zij kanker hebben gekregen.

Je familie en vrienden zullen misschien proberen deze gevoelens voor jou te verbergen omdat ze denken dat je zo al genoeg problemen hebt. Maar het kan wel zijn dat hun gevoelens de normale omgang met jou verstoren.
Als je de indruk krijgt dat je familieleden bang zijn om te praten over je ziekte, kan je proberen deze barrière te doorbreken door hen open, directe vragen te stellen die verder gaan dan "Hoe gaat het met je?".

Sommige mensen sturen erop aan je te horen zeggen dat je genezen bent. Meestal is het zo dat dit antwoord pas jaren na de oorspronkelijke behandeling kan worden gegeven. Hierover ben je het beste eerlijk en dus vertel je het ook zo aan de mensen, zelfs al is duidelijk dat ze dit antwoord eigenlijk liever niet horen.

Soms kunnen er problemen ontstaan, zelfs in zeer goede, liefdevolle relaties, door een andere verwachting over de toekomst. Zo kan het zijn dat, ondanks een eerder onzekere prognose, de ene partner heel erg optimistisch is en de andere partner zich ten volle bewust is van de risico's. Als dit zich bij jou voordoet, kan het een goed idee zijn om te situatie zoals ze werkelijk is te bespreken in bijzijn van een arts of iemand anders uit het medisch team.

 

Kinderen

Kinderen hebben hoe dan ook geleden onder jouw ziekte. Vooral jonge kinderen kunnen problemen hebben om fantasie en werkelijkheid van elkaar te onderscheiden en kunnen zichzelf de schuld geven van wat jou overkomen is. Zelfs al heb je hen alles goed uitgelegd ten tijde van je diagnose, toch kan het nodig zijn en nu duidelijk te vertellen dat je aan de beterhand bent en hen hiervan herhaaldelijk te verzekeren.

Kinderen kunnen het zelf ook moeilijk hebben om de juiste woorden te vinden en oudere kinderen kunnen dingen gaan opkroppen. Stel hen daarom directe, open vragen en laat het alles vragen wat ze willen weten over je ziekte. Kleinere kinderen kunnen steeds opnieuw dezelfde vragen stellen, geef altijd opnieuw geduldig antwoord.

Soms kunnen kinderen gaan testen of je nog steeds van hen houdt, ze dagen je uit om te zien hoe je zal reageren. Vooral tieners kunnen het moeilijk hebben omdat ze het gevoel hebben dat het gezin weer volop beslag op hen legt, net op een ogenblik dat ze beginnen zich los te maken van het gezin.
Het normale rebelse gedrag van deze leeftijd kan daardoor moeilijker worden, zowel voor henzelf als voor jou.

 

Negatieve gevoelens

Sommige mensen zijn bang van negatieve gevoelens. Ze denken dat deze gevoelens een weerslag zullen hebben op hun herstel. Nochtans is het zo dat zelfs de meest positief ingestelde patiënten af en toe te maken hebben met negatieve gevoelens. Niemand kan aldoor voor de volle 100% positief zijn. Het is dus niet nodig om jezelf te forceren en de vrolijke Frans (Francine?) uit te hangen als je het in werkelijkheid moeilijk hebt.
Wat niet goed is, is dat je gefixeerd raakt op één emotie. Je kan weten dat dat aan het gebeuren is als je weken of maanden na afloop van je therapie toch nog constant met dezelfde gedachten in je hoofd blijft zitten en je niet in staat bent structuur in je dag te brengen of terug te keren naar je normale leven.

Gevoelens die ervoor kunnen zorgen dat je je leven niet opnieuw ter hand kunt nemen zijn:

 

Woede

Woede is een natuurlijke reactie op verlies. Als kankerpatiënt ervaar je heel wat verliezen, b.v. een controleverlies over je eigen lichaam en gezondheid, het verlies van sommige vaardigheden (dingen die je vroeger kon en nu niet meer). Daarenboven kan je boos en opstandig zijn over het feit dat deze ziekte jou moet overkomen.

Ook onze vrienden en familieleden kunnen gevoelens van boosheid koesteren. Mensen zijn boos als iemand hen verlaat en als iemand een ernstige ziekte krijgt als kanker kunnen ze het gevoel krijgen dat ze verlaten zullen worden. Dit kan een zeer pijnlijke ervaring zijn, vooral ook omdat mensen zich ook slecht kunnen voelen omdat ze boos zijn.

Nochtans kan je woede ook energie leveren om jezelf te steunen. De woede over je ziekte kan je helpen om uit te maken wat je wil en wat je niet wil in je leven. Sommige mensen worden er assertiever door. Dingen die hen vroeger stress zouden bezorgd hebben kunnen nu veel minder belangrijk zijn.

Als kankerpatiënt heb je het recht om boos te zijn over wat er met je gebeurt. Je hoeft jezelf je gevoelens van kwaadheid dan ook niet kwalijk te nemen. Het is goed om die kwaadheid voor jezelf toe te geven en het misschien ook te vertellen aan mensen die je vertrouwt. Alleen al luidop zeggen "Ik ben kwaad" kan een opluchting zijn.

Als je gevoelens als kwaadheid opkropt, kunnen ze problemen veroorzaken als depressie, hopeloosheid, vermoeidheid en moedeloosheid.

 

Depressie

Als je je slecht voelt en depressief kan het helpen om na te denken over de gevoelens of ervaringen die je in deze toestand gebracht hebben. Het is mogelijk dat je jezelf kwalijk neemt dat je kanker hebt gekregen, dat je woedend bent maar deze woede aan niemand kwijt kan of misschien voel je gewoon heel veel verdriet omdat je deze ziekte hebt gekregen.

Droefheid kan soms veranderen in depressie. Als je denkt dat je in een depressie verzeild bent geraakt, moet je hierover praten met een arts of een andere hulpverlener. Hij/Zij kan je misschien helpen of doorverwijzen aan iemand die mensen met kanker emotioneel begeleidt.

Het is normaal dat je af en toe gedeprimeerd bent tijdens je strijd tegen kanker. Probeer je bewust te zijn en blijven van je noden en probeer er zoveel mogelijk aan te voldoen.

 

Jezelf helpen

Gezonde houdingen

Mensen denken vaak dat een sterke, positieve houding hen zal helpen te herstellen. Wetenschappelijk is hiervoor nog niet echt het bewijs geleverd.

Vele psychologen en psychiaters zijn het erover eens dat de beste manier om de ziekte te verwerken erin bestaat alle gevoelens die de diagnose met zich meebrengt door te maken. Het is gezond om de gevoelens van woede, onrust, droefheid door te maken en te overwinnen en nadien je leven verder te zetten.

Heel wat mensen die kanker hebben gehad en hebben overleefd zeggen dat ze na hun ziekte gelukkiger zijn geworden dan ze ervoor waren. Kanker heeft hen geleerd hun leven anders in te richten, dingen te doen die ze willen doen en niet uit te stellen tot later. Ze hebben ook hun echte vrienden leren kennen en vaak zijn de banden dieper geworden dan voordien. Sommige ex-patiënten zeggen ook dat kanker hen heeft geleerd naar hun eigen behoeften te kijken en niet altijd de noden van anderen op de eerste plaats te zetten.

 

Klachten

Als je denkt dat je bepaalde symptomen hebt die je voordien niet had of als je denkt dat er iets mis is met je gezondheid, ben je niet verplicht te wachten tot je volgende controlebezoek aan het ziekenhuis.
Als je klachten hebt waarover je je ongerust maakt, aarzel dan niet om langs te gaan bij je huisarts. Hij/Zij is best geplaatst om je klachten te evalueren en je indien nodig door te sturen naar specialisten.

 

Als de kanker toch terugkeert

Voor sommige mensen komt er een moment waarop hun kanker terugkeert en ze opnieuw in behandeling moeten. Dit kan een verschrikkelijke ervaring zijn. Toch hoeft dit niet te betekenen dat je moet beginnen wanhopen. Heel vaak kan een tweede of derde voorkomen van kanker zo goed behandeld worden als een eerste.

In sommige gevallen kan het zijn dat de terugkeer van de kanker meteen ook betekent dat een definitieve genezing niet meer tot de mogelijkheden behoort. Op dit ogenblik kan de arts je een palliatieve behandeling voorstellen. Dit kan een zeer beangstigende periode voor je zijn en de nood aan extra steun kan op dit ogenblik heel groot worden. Als je je in deze situatie bevindt, moet je dan ook verdere hulp zoeken. Praat daarover met je arts of met een andere hulpverlener.

 

Aanvullende therapieën

Heel wat mensen vinden baat bij aanvullende behandelingen om hun stress te verlichten en de kwaliteit van hun leven te verhogen in deze belangrijke herstelperiode.

Relaxatie

Relaxatie is een zeer afdoend middel om om te gaan met stress.

Relaxatie-oefeningen zijn meestal gebaseerd op oefeningen om de ademhaling te controleren en/of op beurtelings spannen en ontspannen van de spieren. Het is mogelijk dat je verschillende methodes moet uitproberen, vooraleer je ontdekt waaraan je zelf het meeste hebt.
's Avonds doe je beter geen relaxatie-oefeningen, tenzij je speciale oefeningen doet die erop gericht zijn beter te slapen. Relaxatie kan je leren via een boek, maar ook bij een therapeut.

 

Voeding

Voeding kan een belangrijke rol spelen in je herstel. Als je tijdens je behandeling veel gewicht bent verloren, is het van belang dit gewicht nu opnieuw bij te winnen. Hiervoor kan je tijdelijk aangeraden worden meer vetstoffen te eten (b.v. veel boter smeren).

Nadien wordt het advies gegeven om alles met mate te eten. Een gezond dieet bestaat uit voeding met veel natuurlijke vezels en granen, veel groenten en fruit, veel vis en kip en weinig rood vlees. Ook niet overdrijven met suiker, zout, koffie, thee en alcohol.

 

Weer aan het werk

Als de therapie voorbij is, willen de meeste mensen zo snel mogelijk hun oude leven weer opnemen en bijvoorbeeld opnieuw gaan werken. Nochtans zal het vaak zo zijn dat je nog niet onmiddellijk hetzelfde aankan als je vóór je behandeling aankon. Vele ex-patiënten hebben jaren na hun behandeling nog steeds last van vermoeidheid. Het is van zeer groot belang in deze periode om niet te proberen de dingen te forceren, doe het eerder rustig aan en luister naar de seinen van je lichaam. Doe ook niet alsof je je uitstekend voelt als dat in werkelijkheid niet zo is.

Kanker eist ook een zware emotionele tol. Vele mensen hebben na afloop van hun behandeling verschillende maanden nodig om zich aan te passen aan de situatie, erover na te denken en te beslissen hoe ze hun leven verder willen inrichten. Omdat dit proces bij de ene mens al langer duurt dan bij de andere, valt het ook moeilijk objectief vast te stellen wanneer iemand weer aan het werk kan. Sommige mensen kunnen niet snel genoeg herbeginnen. Opnieuw aan het werk gaan betekent een enorme stap op weg naar een leven zonder kanker. Sommigen moeten snel weer aan het werk omdat ze in hun levensonderhoud moeten kunnen voorzien. Anderen willen nadenken over hun leven. Er zijn ook mensen die erin slagen om tijdens hun behandeling te blijven werken. De effecten van de behandeling op jou persoonlijk zullen natuurlijk hun weerslag hebben op jouw beslissing.

De terugkeer naar het werk is voor velen een mijlpaal in hun herstelproces: het is een terugkeer naar hun leven zoals het was voor ze ziek werden, het helpt om aan andere dingen te denken dan aan je gezondheid en brengt opnieuw structuur en een gevoel van zekerheid in het dagelijkse leven.

Vooraleer je weer aan de slag gaat, denk je best na over de manier waarop je je zal opstellen tegenover collega's. Soms heb je weinig of niets gehoord van je collega's in de periode dat je ziek was, soms zullen de collega's doen alsof er niets is gebeurd en niets zeggen of vragen over je ziekte. Hierdoor kan je je teleurgesteld en geïsoleerd voelen. Probeer er evenwel rekening mee te houden dat ze waarschijnlijk gewoon niet goed weten wat ze moeten of mogen zeggen of vragen. Het is niet omdat ze niet geïnteresseerd zijn, maar gewoon omdat ze niet weten hoe zich te gedragen.

Bereid je ook voor op de mogelijkheid dat je werkgever - met de beste bedoelingen - kan komen aandraven met het idee je voortaan lichter werk te geven of met het voorstel voor een vervroegde pensionering. Als je hiermee niet akkoord gaat, moet je dat zeker dadelijk zeggen.
Het kan wel een goed idee zijn om het werk eerst parttime te hervatten. Hierover kan je praten met de arts van je ziekenfonds en met je werkgever.