EVEN GEDULD ... U WORDT DADELIJK DOORGESTUURD NAAR ONZE NIEUWE PAGINA'S.
Klik hier als dit niet gebeurt.
Pas indien nodig uw favorieten aan.
Borstkanker bij mannen is een zeldzame aandoening. Minder dan één procent van alle borstkankers treft mannen. De verhouding is: 150 vrouwen tegenover 1 man.
Sinds begin jaren 90 is er een sterke toename van het aantal borstkankers bij mannen.
Borstkanker is bij mannen een zeldzame aandoening. Minder dan één procent van alle borstkankergevallen doen
zich voor bij mannen. De verhouding is: 150 vrouwen tegenover 1 man.
Als men alle kwaadaardige aandoeningen bekijkt waardoor mannen worden getroffen, gaat
het minder dan 1 maal op 100 om borstkanker.
Omdat het zo zeldzaam is, is borstkanker bij mannen een weinig bestudeerd fenomeen.
Het aantal borstkankers bij mannen, was vrij stabiel tot in de late jaren 80. Maar
sinds 1991 is er een scherpe toename in het aantal gevallen, om redenen die men nog niet echt heeft kunnen
identificeren.
Ook bij vrouwen stijgt het aantal gevallen, maar daar is de toename eerder geleidelijk.
Onderstaand diagram toont een verdeling van het aantal borstkankers bij mannen in België over verschillende leeftijdsgroepen in 1997 (klik op het diagram om te vergroten).
Mannen kunnen ook te maken krijgen met goedaardige gezwellen in de borst, zoals pappilomen en fibroadenomen.
De borst van een volwassen man is te vergelijken met de borst van een meisje voor de adolescentie. Ze bestaat uit een aantal vertakte kanaaltjes die zijn afgelijnd met cellen. Bij meisjes beginnen deze kanaaltjes en cellen zich te ontwikkelen o.i.v. de hormoonproductie die op gang komt tijdens de puberteit (zie ontwikkeling van de vrouwelijke borst).
Ook bij mannen reageert het borstweefsel op hormonale stimulansen. Zo hebben ongeveer 40% van alle jongens tijdens de puberteit tijdelijk last van vergroting van de borst, dit noemt men gynecomastie. Gynecomastie tijdens de adolescentie verdwijnt normaalgezien na maximaal twee jaar.
Bij volwassen mannen kan de groei van borstweefsel worden gestimuleerd door bepaalde geneesmiddelen en door bepaalde ziektes.
Groei van het borstweefsel kan worden veroorzaakt door oestrogeentherapie (voorgeschreven
bij b.v. prostaatkanker), maar ook door geneesmiddelen tegen hartziekte (digitalis), hoge bloeddruk (reserpine,
spironolactone), migraine (ergotamine). Ook kan gynecomastie worden veroorzaakt door bepaalde kankers
(teelbalkanker, bijnierkanker), levercirrose, chronische nierdialyse en het syndroom van Klinefelter (zie
verder).
Door vetopstapeling kan de borst van de volwassen man ook vergroten, maar dit verschijnsel noemt men niet
gynecomastie.
Er is geen bewijs dat gynecomastie die niet wordt veroorzaakt door oestrogeenstimulatie het risico op
borstkanker substantieel verhoogt.
Het verband tussen borstkanker bij mannen en een familiale belasting is nog niet grondig bestudeerd. Toch
zijn er een aantal studies die erop wijzen dat borstkanker bij vrouwelijke familieleden in de eerste graad
(moeder, zus, dochter) het risico van de mannelijke verwanten verhoogt. Ook borstkanker bij mannelijke familieleden is een
risicoverhogende factor.
Vooral afwijkingen in het BRCA2-gen zouden verantwoordelijk zijn voor een verhoogd risico bij mannen.
De geografische spreiding van het aantal borstkankergevallen is bij mannen en vrouwen vergelijkbaar. Het meeste aantal gevallen vindt men in Noord-Amerika en Europa en het minste aantal in Finland en Japan.
Meestal is borstkanker bij mannen hormoongevoelig, wat het vermoeden doet rijzen dat oestrogenen op de een of andere manier een rol spelen bij het ontstaan van borstkanker bij de man. Nochtans heeft wetenschappelijk onderzoek tot dusver deze relatie niet waterdicht kunnen vaststellen en spreken studies elkaar vaak tegen.
Een van de belangrijkste risicofactoren voor borstkanker is het Syndroom van Klinefelter. Mannen met dit syndroom zijn drager van één extra X-chromosoom (XXY), wat een aantal symptomen veroorzaakt als: weinig ontwikkelde geslachtsorganen, hormonale stoornissen en gynaecomastie. Deze mannen hebben meestal ook weinig testosteron (dit is een mannelijk hormoon), wat resulteert in een hoge verhouding oestrogeen-androgeen. Studies hebben aangetoond dat mannen met het syndroom van Klinefelter 20 tot 60 maal meer risico lopen op borstkanker dan andere mannen.
Het precieze verband tussen gynaecomastie en borstkanker is niet duidelijk.
Gynaecomastie is een abnormale vergroting van de borst bij de man, die meestal te voelen is als een elastische zwelling van ongeveer één à twee centimeter achter de tepel.
Sommige auteurs beweren dat tot 20 % van hun mannelijke borstkankerpatiënten een voorgeschiedenis heeft van gynaecomastie. Andere studies hebben dit evenwel niet kunnen vaststellen.
Ook hebben pathologen nog nooit een evolutie kunnen vaststellen van gynaecomastieweefsel naar kwaadaardig weefsel.
Afwijkingen aan de teelballen zouden ook het risico op borstkanker verhogen. Zo zijn er studies die een verhoogd risico hebben vastgesteld na teelbalontsteking, verwondingen aan de geslachtsorganen of bij mannen met een voorgeschiedenis van niet ingedaalde teelballen. Er zijn echter ook studies die helemaal geen verband hebben kunnen vaststellen tussen de voorgaande factoren en een verhoogd risico op borstkanker.
Ook het verband tussen leverziekte en een verhoogd borstkankerrisico is omstreden. In Egypte zouden mannen die worden getroffen door "scistosomiasis", een leverziekte veroorzaakt door parasieten, meer borstkanker krijgen dan normaal. Dit zou dan weer te wijten zijn aan het feit dat de aantasting van de lever een veranderd oestrogeenmetabolisme tot gevolg heeft.
Andere risicofactoren zouden zijn:
De gemiddelde leeftijd van diagnose bij de man is 63 jaar, 10 jaar ouder dan de gemiddelde leeftijd bij diagnose van de vrouw. Opvallend is dat er bij vrouwen een "acceleratie" is van het voorkomen van borstkanker in de jaren voorafgaand aan de menopauze: vanaf 38 jaar is er een zeker "overtal" aan borstkankers dat dan weer verdwijnt vanaf ongeveer 50 jaar. Men beschrijft dit als een toename vlak voor de menopauze. Bij de man stelt men dit niet vast omdat er niet zoiets als een menopauze bestaat. Borstkanker bij een jonge man is extreem zeldzaam.
| Figuur: Leeftijdsverdeling borstkanker bij mannen en vrouwen
(Klik op figuur om te vergroten) |
![]() |
| Bron figuur: dr. Luc Vakaet (Gegevens uit SEER-databank, USA) |
Meestal bevindt de tumor zich in de buurt van de tepel(hof), omdat daar het meeste borstweefsel geconcentreerd is.
De volgende symptomen worden meestal vastgesteld:
Omdat mannen kleine borsten hebben, zou men verwachten dat borstkanker bij hen altijd vroeg wordt vastgesteld. Nochtans is het tegendeel waar. Een verklaring hiervoor is precies de kleine omvang van de mannenborst. Omdat er zo weinig borstweefsel is, ligt een tumor sowieso kort bij het omliggende weefsel: de huid erboven of de borstkas eronder. Daardoor kunnen tumorcellen sneller het omliggende weefsel beginnen aantasten.
Veel mensen zijn zich niet bewust van het feit dat borstkanker bij mannen kan voorkomen. De mannenborst
wordt dan ook bijna nooit onderzocht, noch door de mannen zelf, noch door hun behandelende artsen.
Onderzoek heeft ook uitgewezen dat mannen de neiging hebben om tekenen van borstkanker bij zichzelf te negeren en bezoek aan een dokter liefst zolang mogelijk uitstellen.
Voor heel wat mannen is het psychologisch een zeer zware dobber om een "onmannelijke" ziekte als borstkanker bij zichzelf te vermoeden.
Net als bij vrouwen, wordt mammografie toegepast bij mannen, ook al is het onderzoek technisch moeilijker
uit te voeren door de kleine afmetingen van de mannenborst.
Mammografie kan bij sommige patiënten het verschil aantonen tussen borstkanker en gynaecomastie en is ook waardevol in het opvolgen van de tweede borst.
Net als bij vrouwen wordt echografie gebruikt in het onderzoek van de borstafwijking.
Biopsie met behulp van een dunne naald (dunne naald-aspiratie) wordt steeds meer gebruikt bij de diagnose
van een gezwel in de mannenborst. Nochtans wordt deze techniek nog vaak overgeslagen en gaat men dadelijk over
tot een open biopsie.
De verwachtingen zijn dat de biopsie met dunne naald als diagnostechniek in de toekomst aan belang zal winnen.
Mannen kunnen dezelfde soorten borstkanker krijgen als vrouwen. Ook bij mannen is het invasief ductaal
carcinoom de meest voorkomende soort borstkanker.
Lobulaire carcinomen (d.i. van de melkgangen of in de melkklieren) komen bij mannen zeer weinig voor.
Dit is normaal, aangezien in de normale mannenborst geen melkgangen of -klieren aanwezig zijn.
De hiernavolgende tabel geeft de verdeling weer van de soorten borstkanker bij mannen zoals vastgesteld in een studie van 1992 (cijfers afkomstig uit Current management of male breast cancer, Borgen P.I., Wong, G.Y., Vlamis V. e.a., Ann Surg, 1992).
|
||||||||||||||
Borsttumoren bij mannen zijn meestal hormoongevoelig. De oestrogeenreceptoren zijn positief in ongeveer 80% van de gevallen, progesteronreceptoren in 70 tot 80% van de gevallen.
Een borstsparende operatie is bij mannen meestal niet van toepassing, gezien de kleine omvang van de
mannenborst. Daarom wordt bij mannen in het overgrote deel van de gevallen een gemodificeerde radicale mastectomie (d.i. de volledige verwijdering van de borst plus de lymfknopen in de oksel) uitgevoerd. In een beperkt aantal gevallen
(als de tumor zich heeft vastgehecht aan de borstwand) wordt een totale radicale mastectomie uitgevoerd.
De operatietechnieken die worden toegepast zijn bij mannen en vrouwen identiek.
Bij vrouwen wordt adjuvante radiotherapie vooral toegediend na een borstsparende operatie, maar aangezien deze operatie bij mannen nauwelijks wordt uitgevoerd, is deze indicatie bij hen niet van toepassing.
Bij mannen wordt radiotherapie vooral toegediend om de lymfknopen aan de onderzijde van het borstbeen te bestralen.
De weinige onderzoeksgegevens duiden erop dat radiotherapie de kans op lokale terugkeer doet verminderen.
Er zijn maar weinig gegevens bekend over de resultaten van chemotherapeutische adjuvante behandeling van mannen na een borstoperatie. De gegevens die er zijn, duiden evenwel op een verkleining van het risico op lokale terugkeer en van het latere ontstaan van uitzaaiingen.
70 tot 80% van de borsttumoren bij mannen zijn hormoonreceptorpositief. Ook voor hormoontherapie geldt dat er nog niet zoveel studiegegevens voorhanden zijn. Toch zijn de weinige gegevens bemoedigend te noemen, de respons op de therapie schommelt tussen 51% en 71% bij oestrogeenpositieve tumoren.
Hormoontherapie werd in het verleden vooral toegepast bij de behandeling van uitgezaaide borstkanker, maar wordt nu ook meer en meer voorgeschreven als adjuvante therapie bij mannen met okselklieraantasting en hormoonreceptorpositieve tumoren.
De traditionele hormonale therapie bij mannen bestond uit het wegnemen van de zaadballen. Deze behandeling wordt echter momenteel veel minder vaak toegepast en is hoofdzakelijk vervangen door Tamoxifen. Ook bij mannen kan Tamoxifen een aantal bijwerkingen hebben zoals warmte-opwellingen en impotentie.
In het verleden werd gedacht dat mannen met borstkanker een slechtere prognose hadden dan vrouwen, maar verschillende recente studies hebben aangetoond dat in gevallen die vergelijkbaar zijn (gelijk stadium), ook de prognose gelijk is. De belangrijkste prognostische factoren (die werden bewezen) zijn de grootte van het letsel en de aanwezigheid van kwaadaardige cellen in de lymfeklieren van de oksel.
Zoals bij vrouwen komt het er ook bij mannen op aan zo vroeg mogelijk de diagnose te stellen en de behandeling te starten.
Bijkomende vragen van bezoekers |