Wie zijn wij? |  Email | Natarelle | Medewerkers | Steun deze site | Meters & peters | Partners | Sponsors |  Privacy |  Forum |  Nieuwsbrief |  Kalender
 
 
 >  Home
 +  Borstkanker
 -  Behandeling
     >  Prognose
     >  Chirurgie
     >  Radio
     >  Chemo
     >  Hormo
     >  Herceptin
     >  Zwangerschap
     >  Symptoomcontrole
 +  Gevolgen
 +  Psycho-sociaal
 +  Andere info
 +  Columns
 +  Bekendmaking site
 +  Vind uw weg

Wij onderschrijven de gedragscode van de Health On the Net Foundation Wij voldoen aan de HONcode, die staat voor betrouwbare informatie over gezondheid: Controleer hier .

Hormoontherapie bij borstkanker


Wat is hormoontherapie?
Wie krijgt hormoontherapie?
Soorten hormoontherapie
 Blokkering van hormoonreceptoren
 Aromataseremmers
 Blokkering van de eierstokken
Hormoontherapie en zwangerschap
Bijkomende vragen van bezoekers


tamoxifen, nolvadex, toremifen, fareston, letrozole, femara, anastrazole, arimidex, exemestane, aromasin, fulvestrant, faslodex, leuproreline, lucrin,decapeptyl, Triptorelin, gosereline acetaat, zoladex

Wat is hormoontherapie?

Hormonen zijn natuurlijke stoffen die door het het lichaam worden geproduceerd en die een groot aantal lichaamsfuncties regelen, zoals bijvoorbeeld het bloedsuikermetabolisme, de botgroei of de melkproductie in de borsten.

De twee belangrijkste vrouwelijke geslachtshormonen zijn oestrogeen en progesteron. Ook mannen maken deze hormonen aan.
Sommige soorten borstkanker hebben deze hormonen nodig om te groeien. Dit betekent dat zich in die cellen plaatsen bevinden, de zgn. receptoren waaraan oestrogeen of progesteron zich kan vasthechten.

Er bestaan chemische substanties die sterk gelijken op oestrogeen of progesteron en die ook in de receptoren passen, maar die geen groeibevorderende werking op de kankercellen uitoefenen.
Als deze stoffen worden toegediend aan borstkankerpatiënten kan de werking van de natuurlijke hormonen worden geblokkeerd. De stoffen nemen de plaats in van de natuurlijke hormonen (oestrogeen of progesteron) zodat ze de groei van kankercellen zullen vertragen of stoppen. De toediening van deze stoffen noemt men hormoontherapie.

Niet alle borstkankercellen hebben progesteron- of oestrogeenreceptoren. Indien er geen receptoren zijn in de kankercellen, kunnen de chemische stoffen zich niet vasthechten aan de cellen en heeft het gebruik van hormoontherapie dan ook geen zin.
De vaststelling of er al dan niet receptoren zijn, wordt gedaan in een pathologisch onderzoek van het tumorweefsel.

Terug naar inhoudstafel

 

letrozole of femara, tamoxifen of nolvadex, anastrazole of arimidex, exemestane of aromasin, toremifen of fareston, fulvestrant of faslodex, decapeptyl of triptorelin, gosereline acetaat of zoladex, leuproreline of lucrin

Wie krijgt hormoontherapie?

Zowel mannen als vrouwen kunnen worden behandeld met hormoontherapie, in de situaties hieronder beschreven.

Hormoontherapie wordt voorgeschreven:

  • Als adjuvante therapie bij patiënten met positieve hormoonreceptoren. Bij de vrouwelijke patiënten wordt geen onderscheid gemaakt tussen vrouwen vóór of na de menopauze. Als de kankercellen receptornegatief zijn, heeft hormoontherapie geen zin.
    Bij premenopausale vrouwen wordt in het kader van hormoontherapie meestal de eierstokfunctie stilgelegd door medicatie (b.v. Zoladex), minder frequent door heelkundige wegname van de eierstokken of bestralen ervan. Eierstokremming met Zoladex is een omkeerbaar fenomeen, d.w.z. dat na stopzetting van de behandeling de eierstokken hun normale werking weer kunnen hervatten.
  • Uitzaaiingen worden vaak met hormoontherapie behandeld. Ook hier is de regel van toepassing dat hormoontherapie alleen wordt gegeven als de tumorcellen receptorpositief zijn.
  • Oudere patiënten die om een of andere reden niet meer in aanmerkingen komen voor de andere therapieën (b.v. operatie) worden soms enkel met hormoontherapie behandeld.
  • Mensen die een verhoogd risico lopen op borstkanker (b.v. wegens de vastgestelde aanwezigheid van een gemuteerd borstkankergen in hun erfelijk materiaal) worden soms preventief met hormoontherapie behandeld, al bestaat hierover voornamelijk in Europa nog veel discussie.

Terug naar inhoudstafel

 

Soorten hormoontherapie

De indeling in soorten hormoontherapie is gebaseerd op het werkingsmechanisme van de therapie.

 

Hormoontherapie door blokkering van hormoonreceptoren

Deze middelen bezetten de hormoonreceptoren op de borstkankercellen waardoor de natuurlijke hormonen deze receptoren niet meer kunnen bezetten en de kankercellen niet meer kunnen aanzetten tot groei.

Middelen die tot deze groep behoren zijn Tamoxifen, Toremifen en Fulvestrant.

tamoxifen ook bekend als nolvadex, tamizam en tamoplex

Tamoxifen

Merknamen

Tamoxifen wordt verkocht onder de volgende merknamen: Nolvadex®, Tamizam® en Tamoplex®.

Beschrijving

De chemische substantie die bij hormoontherapie het meest wordt gebruikt heet Tamoxifen. Het wordt al vele jaren gebruikt om zowel beginnende als gevorderde borstkanker te behandelen.

De volgende effecten van Tamoxifen werden bewezen:

  • Het vertraagt of stopt de groei van kankercellen die zich al in het lichaam bevinden.
  • Het verlaagt de kans op terugkeer van de kanker in dezelfde en de andere borst.
  • Het verlaagt de kans op borstkankerontwikkeling bij mensen die een verhoogd risico lopen.
  • Recent wordt Tamoxifen ook bestudeerd als middel tegen ander vormen van kanker, zoals melanomen, baarmoederkanker en bepaalde vormen van leukemie.

De behandeling bestaat uit het dagelijks slikken van één pilletje gedurende een bepaalde tijd. Meestal duurt de behandeling vijf jaar.

Verschillende studies hebben aangetoond dat Tamoxifen:

  • Het risico op lokale terugkeer (recidief) vermindert.
  • Het risico op kanker in de andere borst vermindert.
  • De overleving verbetert.
Schema: overzicht van de risicovermindering door Tamoxifen na één, twee of vijf jaar behandeling
Bron schema: prof. Van Limbergen

Mogelijke bijwerkingen

Meld al uw bijwerkingen aan uw arts.
Een dosisverlaging of stopzetting van de behandeling kan nodig zijn.

  • Sommige patiënten klagen over een gebrek aan eetlust (al dan niet gepaard gaande met misselijkheid en/of braken), maar gewichtstoename is een frequentere bijwerking.
  • Omdat hormoontherapie de werking van oestrogeen blokkeert, kunnen er menopauzeachtige symptomen optreden. Hieronder vallen bijvoorbeeld opvliegers en wijzigingen in de menstruatiecycli (bij sommige vrouwen voor de menopauze kan de menstruatie door Tamoxifen onderdrukt worden). Ook al betreft het hier menopauzeachtige symptomen, de eigenlijke menopauze treedt niet in onder invloed van de therapie.
  • Er is een licht verhoogde kans op de ontwikkeling van kanker van het baarmoederslijmvlies (d.i. endometriale kanker). Patiënten die te maken krijgen met vaginaal bloedverlies moeten dan ook hun arts raadplegen.
  • Er is een licht verhoogde kans op de vorming van bloedklonters. Tekenen die hierop kunnen wijzen zijn pijn, warmte, gevoeligheid in een arm of een been. Ook pijn in de borst kan een teken zijn. U moet uw dokter zonder verwijl raadplegen indien u deze symptomen opmerkt.
  • Er is een licht verhoogde kans op de ontwikkeling van cataract (een oogziekte, ook "grauwe staar" genoemd). Sommige patiënten ontwikkelen ook oogproblemen op het net- of het hoornvlies.
  • Sommige patiënten klagen over problemen met het korte termijngeheugen en een toegenomen verstrooidheid. Ook een ijl gevoel in het hoofd kan een bijwerking zijn.
  • Een recente studie uitgevoerd in een Amerikaanse ziekenhuis (Massachusetts General Hospital Cancer Center) toonde een verhoogd risico aan op de ontwikkeling van depressie.
    Bij patiënten die Tamoxifen gebruiken samen met het antidepressivum Paroxetine (Seroxat) vermindert de efficiëntie van de Tamoxifentherapie omdat de voornaamste aktieve metaboliet van Tamoxifen (endoxifen) minder wordt aangemaakt.
    Ook slaapproblemen en een algemeen malaisegevoel werden in de resultaten van deze studie gemeld als mogelijke bijwerking.
  • In sommige gevallen is er sprake van vochtretentie (ophouden van vocht). Dit kan zich uiten in het opzwellen van enkels.
  • Bij sommige mensen treedt er verdunning van het haar op.

 

Terug naar inhoudstafel

toremifen ook bekend als fareston

Toremifen

Merknamen

Toremifen wordt verkocht onder de merknaam: Fareston®.

Beschrijving

Toremifen is een anti-oestrogeen afgeleid van Tamoxifen. Het werkt op dezelfde manier als Tamoxifen en wordt momenteel gebruikt voor de behandeling van vrouwen na de menopauze in gevorderde stadia van de ziekte (als er uitzaaiingen zijn of als terugkeer van de ziekte is).

Het staat nog niet vast dat Toremifen ook kan gebruikt worden als adjuvante therapie om de kans op terugkeer van de ziekte te verkleinen. Momenteel lopen er een aantal studies om dit effect te onderzoeken.
Als patiënten wegens te hevige bijwerkingen een behandeling met Tamoxifen moeten afbreken, wordt Toremifen soms wel al als adjuvante therapie voorgeschreven (ook bij premenopauzale vrouwen).

Toremifen is een veel recentere stof dan Tamoxifen. Daardoor is er nog maar weinig bekend over de lange-termijn effecten ervan (omdat het nog niet lang genoeg wordt gebruikt). Studies op dieren hebben evenwel aangetoond dat Toremifen een lager kankerverwekkend effect zou hebben dan Tamoxifen.

Mogelijke bijwerkingen

Meld al uw bijwerkingen aan uw arts.
Een dosisverlaging of stopzetting van de behandeling kan nodig zijn.

  • Warmteopwellingen, die in sommige gevallen zullen verminderen na de eerste maanden behandeling. Bij andere vrouwen blijven ze evenwel duren tijdens de hele behandeling.
  • Misselijkheid en braken doen zich met dit medicijn vrij vaak voor (bij 25% van de behandelde patiënten), vooral tijdens de eerste weken van de behandeling. Indien u met deze bijwerking te maken krijgt, kan het helpen de tabletten in te slikken met voedsel of 's avonds bij het slapen gaan.
  • Gewichtstoename die vaak wordt veroorzaakt door vochtretentie (het ophouden van vocht). Een ander symptoom van vochtretentie kan het opzwellen van enkels zijn.
  • Allergische reacties zoals huiduitslag.
  • Tijdelijke verdunning van het haar. Het haar wordt weer normaal na beëindiging van de therapie.
  • Hoofdpijn.
  • Zeldzame bijwerkingen:
    • Depressie, vermoeidheid en duizeligheid.
    • Vorming van bloedklonters. Tekenen die hierop kunnen wijzen zijn pijn, warmte, gevoeligheid in een arm of een been. Ook pijn in de borst kan een teken zijn. U moet uw dokter zonder verwijl raadplegen indien u deze symptomen opmerkt.
    • Storingen in het gezichtsvermogen (troebel of verminderd zicht)
    • Tumorflare: bij patiënten met uitzaaiingen in de botten komt dit af en toe voor. Het uit zich in een verhoogd calciumgehalte in het bloed, met misselijkheid, braken en ziekte als symptomen.

 

Terug naar inhoudstafel

fulvestrant ook bekend als faslodex

Fulvestrant

Merknamen

Fulvestrant wordt verkocht onder de merknaam: Faslodex®.

Beschrijving

Faslodex is een olieachtige oplossing van de stof "fulvestrant". Het wordt toegediend in de bilspier in een dosis van 250 mg (in 5 ml), éénmaal per maand.

De werkzame stof is een molecule die behoort tot een nieuwe klasse geneesmiddelen. Het heeft als doel de oestrogeenreceptor te destabiliseren zodat de cellen de receptor zelf gaan afbreken en de cellen dus niet meer kunnen geprikkeld worden in hun groei door oestrogeen.
Ook de aanmaak van progesteronreceptoren vermindert aangezien de progesteronreceptor een oestrogeenafhankelijk eiwit is.

Op die manier doet de werking denken aan Tamoxifen. Tamoxifen bindt ook op de oestrogeenreceptor en schakelt de stimulatie van oestrogeen uit op het niveau van de cellen van de borst. Het heeft echter op zichzelf ook een stimulerend effect op andere cellen (bot en het slijmvlies van de baarmoeder) zodat deze gestimuleerd worden tot activiteit. Het heeft dus een gemengd remmend en stimulerend effect (net zoals ook Tamoxifen dat de alfa-oestrogeenreceptor blokkeert en de bèta-receptor stimuleert).

Faslodex gaat ook binden op de oestrogeenreceptor maar maakt daarbij de normale oestrogeenreceptor definitief kapot en dit in alle cellen van het lichaam.

Op dit ogenblik wordt Faslodex enkel gebruikt bij de behandeling van uitgezaaide borstkanker bij postmenopauzale patiënten na falen van Tamoxifen en na falen van een aromataseremmer (Anastrozole (Arimidex ®), Letrozole (Femara ®) of Exemestane (Aromasin ®)). Er is geen kruisresistentie tussen Faslodex en de aromataseremmers.

Verder onderzoek is aan de gang om de juiste plaats van Faslodex in de behandeling van borstkanker te leren kennen.

Mogelijke bijwerkingen

Meld al uw bijwerkingen aan uw arts.
Een dosisverlaging of stopzetting van de behandeling kan nodig zijn.

De belangrijkste bijwerkingen zijn:

  • Warmteopwellingen (> 10%).
  • Gewichtstoename.
  • Misselijkheid.
  • Huiduitslag.
  • Verhoogd risico op trombose
  • Pijn en ontsteking op de injectieplaats.
  • Hoofdpijn.
  • Rugpijn.

Er zijn geen negatieve effecten gemeld op het baarmoederslijmvlies.

Patiëntenbijsluiter Faslodex.

 

Terug naar inhoudstafel

letrozole ook bekend als femara, anastrazole ook bekend als arimidex, exemestane ook bekend als aromasin

Aromataseremmers: Letrozole, Anastrozole en Exemestane

Merknamen
  • Letrozole wordt verkocht onder de merknaam: Femara®.
  • Anastrozole wordt verkocht onder de merknaam: Arimidex®.
  • Exemestane wordt verkocht onder de merknaam: Aromasin®.


Beschrijving

Letrozole, Anastrozole en Exemestane werken door een eiwit (enzym) dat aromatase heet te blokkeren. Daarom worden ze samen aromatase-inhibitors of aromataseremmers genoemd. De blokkering van het aromatase heeft tot gevolg dat de aanmaak van oestrogeen in sommige weefsels, vooral de vetcellen wordt verhinderd. Op die manier wordt het oestrogeengehalte van de patiënt verminderd en kan oestrogeen zijn tumorstimulerende invloed niet meer uitoefenen. Letrozole, Anastrozole en Exemestaan hebben dus alleen zin voor patiënten met positieve oestrogeenreceptoren.

Letrozole, Anastrozole en Exemestane zijn middelen die tot voor kort voornamelijk werden gebruikt bij de behandeling van uitgezaaide borstkanker (bij vrouwen na de menopauze). Als deze patiênten niet meer reageren op de traditionele Tamoxifen-behandeling zijn Letrozole, Anastrozole of Exemestane aangewezen.

Concreet betekent dit dat patiënten in de volgende gevallen baat kunnen vinden bij deze middelen:

  • Patiënten die na een adjuvante therapie met Tamoxifen toch een nieuwe tumor of uitzaaiingen ontwikkelen.
  • Patiënten bij wie de tumor(en) groeien ondanks een behandeling met Tamoxifen.

Bij sommige patiënten zorgen Letrozole, Anastrozole of Exemestane voor een duidelijke tumorverkleining, bij anderen stabiliseert de tumor (m.a.w. de groei wordt stopgezet).
De behandeling wordt voortgezet tot duidelijk wordt dat het middel zijn invloed verliest, m.a.w. tot de tumor(en) opnieuw beginnen groeien.

Meer en meer wordt echter ook duidelijk dat ook in de adjuvante setting aromataseremmers een belangrijke rol zullen gaan spelen.
Zeker is men echter nog niet over het juiste tijdstip binnen de totale behandeling, de juiste duur en volgens welke volgorde de verschillende hormoontherapieën dan zouden moeten worden toegediend.

Bij postmenopausale patiënten worden de aromataseremmers in monotherapie toegediend.
Premenopausale patiënten worden eerst postmenopausaal gemaakt door onderdrukking van de eierstokken, vooral met Zoladex.


Mogelijke bijwerkingen

Meld al uw bijwerkingen aan uw arts.
Een dosisverlaging of stopzetting van de behandeling kan nodig zijn.

De bijwerkingen die gemeld worden zijn meestal minder ernstig dan de bijwerkingen die Tamoxifen-patiënten ondervinden. De volgende bijwerkingen werden gemeld:

  • Skeletpijnen (pijn in de armen, benen, rug) zijn wellicht de meest voorkomende bijwerking van een therapie met een aromataseremmer en vormen in sommige gevallen een reden om de therapie stop te zetten.
  • Sommige patiënten krijgen af te rekenen met misselijkheid en/of braken, een gebrek aan eetlust en met gewichtsverlies. Bij sommige patiënten treedt diarree op.
  • Omdat deze therapie de werking van oestrogeen blokkeert, kunnen er menopauzeachtige symptomen optreden. Hieronder vallen bijvoorbeeld warmte-opwellingen.
  • Er is een licht verhoogde kans op de vorming van bloedklonters in de aders, maar het risico is duidelijk kleiner dan bij de inname van tamoxifen.
  • Sommige patiënten krijgen af te rekenen met hoofdpijn en/of duizeligheid.
  • In sommige gevallen is er sprake van vochtretentie (ophouden van vocht). Dit kan zich uiten in het opzwellen van enkels en in gewichtstoename.
  • Ook de volgende bijwerkingen werden gemeld:
    • haaruitval:
    • vermoeidheid;
    • huiduitslag;

 

Terug naar inhoudstafel

Leuproreline ook bekend als lucrin, decapeptyl als triptorelin, gosereline acetaat als zoladex

Blokkering van de eierstokken

Merknamen

Deze medicijnen staan bekend onder de volgende merknamen:

  • Leuproreline (Lucrin®).
  • Decapeptyl (Triptorelin®).
  • Gosereline acetaat (Zoladex®).

In België wordt alleen Zoladex in deze indicatie terugbetaald.

Beschrijving

Deze medicijnen hebben tot doel de eierstokken (tijdelijk) uit te schakelen, zodat er geen oestrogeen meer wordt aangemaakt die de tumorcellen kunnen stimuleren tot groei.

De productie van oestrogenen en progesteron in de eierstokken staat onder invloed van de hormonen FSH en LH uit de hypofyse.
De hypofyse is een klein orgaan dat zich onderaan de hersenen bevindt.

Het gebruik van Zoladex of Lucrin zet de hypofyse intieel aan tot de productie van FSH en LH.
Dit leidt snel tot uitputting van de hypofysecellen waardoor de LH productie wegvalt en de eierstokken niet langer oestrogenen en progesteron produceren. Het baarmoederslijmvlies stopt met groeien en de menstruatie blijft uit.

Door het gebruik van deze medicijnen wordt de patiënt (tijdelijk) kunstmatig in de overgang gebracht. Voor een hormoongevoelige borstkanker kan dit betekenen dat de groei van de tumor stopt en dat deze zelfs kleiner kan worden.

Mogelijke bijwerkingen

Meld al uw bijwerkingen aan uw arts.
Een dosisverlaging of stopzetting van de behandeling kan nodig zijn.

De belangrijkste bijwerkingen zijn:

  • Op de injectieplaats kan soms een beperkte bloeduitstorting ontstaan.
  • Verhoogde of verlaagde bloeddruk. Deze veranderingen zijn gewoonlijk van voorbijgaande aard.
  • Opvliegers.
  • Transpiratie.
  • Verminderd libido
  • Gewichtstoename.
  • Hoofdpijn
  • Huiduitslag.
  • Stemmingsveranderingen
  • Droge vagina
  • Veranderingen in borstgrootte.
  • Spier- en gewrichtspijnen.
  • Verlies van botweefsel.
  • Vermoeidheid.
  • Ontwikkeling van cysten in de eierstokken.

Terug naar inhoudstafel

 

Hormoontherapie en zwangerschap

Ook al veroorzaakt hormoontherapie menopauzeachtige symptomen, de kans op zwangerschap blijft bestaan. Nochtans wordt een zwangerschap tijdens de behandeling best vermeden, wegens de verhoogde kans op het ontstaan van geboorteafwijkingen bij de foetus.

Sexueel actieve vrouwen gebruiken dan ook best een anticonceptiemiddel, zoals een condoom of een pessarium. Het gebruik van orale anticonceptiemiddelen wordt afgeraden, omdat het kan interfereren met de hormoontherapie.

Zwangerschap na de behandeling voor borstkanker heeft geen negatieve invloed op de ziekte-evolutie

Terug naar inhoudstafel

 

Bijkomende vragen van bezoekers

Terug naar inhoudstafel

 

 


Document laatst aangepast op: 18 November 2009
Alle opmerkingen kunt u kwijt aan Nancy Wauters
© vzw Kaboi