Wie zijn wij? |  Email | Natarelle | Medewerkers | Steun deze site | Meters & peters | Partners | Sponsors |  Privacy |  Forum |  Nieuwsbrief |  Kalender
 
 
 >  Home
 +  Borstkanker
 +  Behandeling
 +  Gevolgen
 +  Psycho-sociaal
 +  Andere info
 +  Contact
 +  Columns
 +  Bekendmaking site
 +  Vind uw weg

Wij onderschrijven de gedragscode van de Health On the Net Foundation Wij voldoen aan de HONcode, die staat voor betrouwbare informatie over gezondheid: Controleer hier .

Zelf patiënt op de afdeling oncologie

© Nancy Wauters


Wat voorafging ...

Vandaag is het D-day: de beslissing over de therapie valt of wordt mij althans meegedeeld. Om 8 uur heb ik een afspraak met de assistent van de chirurg voor een wondcontrole, om kwart over tien een eerste maal afspraak met de radiotherapeut die mijn dossier zal opvolgen.

De assistent bekijkt mijn wonden en is blijkbaar zeer tevreden over het resultaat. Alles heelt zeer mooi en snel en er hoeven zelfs geen nieuwe verbanden te worden aangebracht. Ik vraag of ik mij nu gewoon onder mijn arm mag wassen en of ik ook deodorant mag gebruiken. Het mag allebei, als ik er ten minste geen hele liter overkap.

Bij de controle van mijn arm gaat de dokter geweldig tekeer. Hij doet me echt veel pijn en op mijn gesmoorde "allez jong" repliceert hij dat ik af en toe eens door de pijn heen moet bijten. Ik ben heus niet van chocolade en bij elke armoefening ga ik net even over de grens, maar het beulswerk dat deze dokter hier op mij uitvoert, vind ik toch wel wat te veel van het goede. 's Avonds voel ik nog steeds de belastende invloed van zijn "door de pijn heen gaan theorie": mijn arm doet voor het eerst sinds enkele dagen ook zonder oefening pijn.
Tijdens het onderzoek blijkt ook dat er zich onder mijn arm een bloedklonter heeft gevestigd. Ik weet nu waarom ik daar altijd maar een verdikking lijk te voelen. Een bloedklonter is echter niets om ongerust over te zijn en zal vanzelf wel verdwijnen. Ook de vochtopstapeling die elke avond een opgespannen gevoel van mijn schouder en bovenarm veroorzaakt is medisch gezien volstrekt normaal. Gek toch hoe dingen die je nooit hebt gevoeld en dus ook volstrekt abnormaal zijn, door artsen toch absoluut normaal worden genoemd en helemaal geen verbazing op hun gezicht teweeg brengen. Ik wou dat het voor mij ook allemaal zo simpel lag.
Al bij al is de assistent tevreden over de vooruitgang die ik boek, hij vindt dat ik de voorgeschreven oefeningen goed uitvoer en hij raadt mij aan hierin te volharden.

Om iets over halfnegen staat er al een volgende afspraak met de chirurg in mijn agenda voor 12 januari en staan we alweer op de gang. Het duurt nog bijna twee uur vóór mijn afspraak met de radiotherapeut. Het ziekenhuisrestaurant is gelukkig open en we gaan een kop koffie drinken om de tijd wat te doden. en zakken dan maar af naar het secretariaat Oncologie. Ik kan er niets aan doen, ik vind het woord alleen al beangstigend.

De radiotherapeut ken ik al sinds mijn vader hier patiënt is. Zij is niet zijn behandelende arts, maar valt af en toe wel eens in voor haar collega. Toen mijn chirurg mij doorverwees, heb ik hard aangedrongen op deze arts omdat ik de manier waarop ze met mijn vader en ons omgaat me wel aanstaat.

Maar nu zit ik hier voor het eerst tegenover haar in een heel andere rol. Ik ben niet de bezorgde dochter, maar zelf de patiënt en dat is toch wel een heel andere verhouding.
Ik verwittig haar maar meteen dat ik mijn huiswerk heb gemaakt en dat ik haar graag 15 vragen wil stellen. In haar reactie is geen zweem van irritatie te merken omdat ik een "lezende patiënt" blijk te zijn. Daar maakte ik mij wel een beetje zorgen over, omdat ik wel eens had gehoord dat sommige dokters niet zo graag hebben dat hun patiënten allerlei dingen beginnen te lezen.
Nou, bij deze dokter is er alvast niets van te merken. We overlopen mijn vragen. Ik krijg een definitief antwoord op mijn TNM waarden die T1b, N1b1, M0 blijken te zijn. De differentiatiegraad van de cellen is matig tot gering, wat jammer is. Ik heb immers gelezen dat goed gedifferentieerde cellen het beste lijken op normale cellen en het gemakkelijkst te bestrijden vallen.
Een aantal onderzoeksresultaten is nog niet bekend: de dokter weet nog niets over de hormonenreceptoren, noch over de nucleaire graad (of graad van deling).
Een prognose kan ze niet geven vóór ze alle resultaten heeft ontvangen, maar gezien de kleine omvang van het weggenomen gezwel en de aantasting van slechts één lymfeklier zegt ze er toch zeker van te zijn dat de ziekte in mijn geval goed te behandelen is en vernietigd zal worden.
Ik heb ook nog vragen over uitzaaiingen. Ik vertel haar over de tegenstrijdige diagnoses van de zwelling in mijn linkerborst. Ze vraagt of er een MR-scan werd uitgevoerd en zegt dat dit een zeer betrouwbaar onderzoek is, waarop we zeker mogen verder bouwen. Als de MR-scan niets heeft gerapporteerd, zal er zeker en vast ook niets zijn waarover we ons zorgen moeten maken.
Ik vraag ook waarom ik wel werd gecontroleerd op uitzaaiingen in longen, botten en lever, maar niet in het hoofd. De dokter zegt dat een onderzoek van het hoofd belastend is en dat het daarom alleen wordt verricht als er redenen tot ongerustheid zijn. Uitzaaiingen in de hersenen komen ook nauwelijks afzonderlijk voor: in de meeste gevallen gaan ze gepaard met uitzaaiingen op andere plaatsen in het lichaam.
Vervolgens doet de dokter een lichamelijk onderzoek. Ze bevoelt mijn klieren in de hals en bekijkt hoe de wonden zijn geheeld. Ook zij lijkt bijzonder tevreden over het werk van haar collega's-chirurgen. Ook mijn armprestaties vindt ze zeer behoorlijk en ze zegt dat dit goed is om de bestraling goed te kunnen uitvoeren: blijkbaar zal ik daarvoor de arm op een steun moeten leggen en daarvoor moet ik hem kunnen heffen. De dokter palpeert de plaats waar ik in mijn linkerborst iets voel en ze besluit dat we ons geen zorgen hoeven te maken. Ik moet even op de weegschaal en ben blijkbaar toch een drietal kilo's afgevallen.

Daarna beginnen we met een bespreking van de therapieën. Het eerste luik van de therapie is de radiotherapie. Die zal bestaan uit 25 straalbeurten, twee weken rust en nog eens 11 straalbeurten op een kleinere oppervlakte. De eerste 5 weken zal er gestraald worden op de rechterhelft van mijn borstkas, omdat ook de klieren die in dat weefsel liggen een beurt moeten krijgen. De resterende 11 straalbeurten zullen enkel gericht worden op het gebied waar ik geopereerd werd. Van de radiotherapie moet ik niet zoveel bijwerkingen vrezen. Mijn borst zal waarschijnlijk wat kleiner en steviger worden en kan rood en geïrriteerd worden zoals na een zonnebad. Het zou ook kunnen dat ik problemen krijg bij het eten omdat achter het bestraalde weefsel mijn slokdarm ligt en die ook te lijden kan hebben onder het nucleaire geweld. Bijna zeker is dat ik na enkele beurten last zal krijgen van vermoeidheid. Alle bijwerkingen zullen van tijdelijke aard zijn. Ik vertel haar dat ik heb gelezen dat sommige patiënten maanden na hun behandeling last krijgen van een stijve borstspier. De dokter repliceert laconiek dat er ook zijn die zeggen dat de borst eraf valt, maar dat alles zodanig goed geregeld en afgesteld zal worden dat ik mij geen zorgen hoef te maken over gevolgen op lange termijn.
Onder mijn oksel zal er geen bestraling moeten gebeuren. Daar is men voldoende zeker dat er geen schadelijke cellen moeten worden kapot gestraald. Hierover ben ik opgelucht, want de kansen op een dikke arm nemen toe als het wegnemen van de lymfeklieren wordt gevolgd door een bestraling.

De chemotherapie zal bestaan uit 6 kuren. Elke kuur duurt 4 weken: in totaal krijg ik dus een therapie van 24 weken. Eén kuur bestaat uit:

  • Week 1 + 2: afnemen en onderzoeken van bloed, plus het toedienen van de medicatie als de bloeduitslagen goed zijn.
  • Week 3 + 4: rusten en herstellen van de twee vorige weken.

Ik begin al onmiddellijk te rekenen tot wanneer de therapie zal duren, maar de dokter raadt mij dit ten stelligste af. Afhankelijk van mijn bloedproeven, kan het immers zijn dat de therapie wat moet worden verschoven. Ze zegt me dat ik mag beginnen tellen na de derde kuur.
De bijwerkingen van de chemotherapie zijn nogal onvoorspelbaar omdat ze zoveel verschillen van persoon tot persoon. De dokter bespreekt wel wat er eventueel kan gebeuren. Misselijkheid en braken behoort tot een van de frequentste bijwerkingen, maar is de laatste jaren al goed te bestrijden met medicatie. Ik zal waarschijnlijk wat haaruitval hebben, maar het zal beperkt zijn. Verder kan ik ook af te rekenen krijgen met aften in de mond, maar daartegen is er ook medicatie. Misschien krijg ik ook wel symptomen van de menopauze, maar ze verwacht dat dat gezien mijn leeftijd nogal zal meevallen. Ik ben bang voor de chemotherapie, maar ik besluit er zo weinig mogelijk over te piekeren en mijn reacties af te wachten.

Na ons gesprek gaan we naar het secretariaat waar mijn schema voor de volgende week wordt opgesteld. Op dinsdag 1 december zal ik de eerste maal de chemotherapie krijgen toegediend. Ik moet me dan om halfnegen aanmelden op de dagkliniek en dan begint dus mijn eerste kuur.
Donderdag 3 december wordt dan de aanvangsdatum voor de radiotherapie. Die dag zal ik eerst een gesprek hebben met de sociaal verpleegkundige, die mij nog eens alles heel precies zal uitleggen. Daarna zal het te bestralen gebied op mijn borst worden afgetekend door de radiotherapeut met behulp van een simulator en zal er een CT-scan van mijn borst worden genomen om de straling heel precies te kunnen afstellen. Ik krijg nog een parkeerkaart mee om tijdens de duur van de behandeling op de voorbehouden plaatsen voor stralingspatiënten te kunnen staan.

Het volgende gesprek is met de sociaal verpleegkundige. De afdeling heeft 3 mensen in dienst die patiënten begeleiden als zij daar nood aan hebben. Ze legt me nog het een en ander uit en geeft mij ook enkele informatiefolders mee over de beide therapieën. Met deze dame kan ik altijd contact opnemen voor psychische en andere problemen die te maken hebben met mijn ziekte.
Ik weet nu alles wat ik behoor te weten over het verdere verloop van de behandeling. Ik wou dat het al allemaal achter de rug was.

Lees het vervolg

nancy.wauters@borstkanker.net