|
De FEC behandeling gaat haar gangetje. Elke drie weken ga ik enkele uren de dagkliniek in voor mijn kuur. Daarna blijf ik één week thuis om zoveel mogelijk te rusten, maar ook te proberen nieuwe krachten op te doen. Week 2 en 3 ga ik werken.
De nevenverschijnselen blijven ongeveer gelijk. Door de verlaging van de dosis cortisone kan ik gelukkig beter slapen, maar desondanks voel ik hoe de vermoeidheid zich langzaam aan opstapelt in mijn lichaam, tot ik me eigenlijk aan één stuk door vermoeid voel.
Op het werk slaag ik er eigenlijk wel goed in me te concentreren. Als de collega's niet te veel decibels verspillen op vergaderingen kan ik zeer goed mee en de vergaderingen die ik moet organiseren en leiden gaan ook door zoals het hoort.
Tegen de collega die tijdens een vergadering eens laat vallen Allez, Nancy, een beetje sneller zeg ik Zeg man, je bent nog altijd tegen een zieke mens bezig hé. Iedereen kan er wel om lachen. Ik kan ook nog altijd rekenen op bijzonder veel positieve steun van heel wat collega's, wat ik als heel verrijkend en bemoedigend ervaar.
Stel je voor dat ze me ineens minder waard zouden vinden omwille van mijn ziekte, daar zou ik echt niet mee om kunnen. Dan zou ik liever de hele dag thuis zitten, waar ik me dan ook nog eens slecht door zou voelen ...
Eigenlijk is dit voor mij de beste situatie die in deze omstandigheden mogelijk is.
Maar dan moet er natuurlijk weer eens iets gebeuren dat aan de relatieve regelmaat probeert te schudden. Tijdens een week van ziekteverlof ga ik naar de bakker, ik moet tenslotte ook eten.
Plotseling word ik er heel duizelig, zwarte en grijze beelden draaien voor mijn ogen en ik voel ik moet hier buiten, want ik ga vallen.
Ik baan me een weg tussen de andere klanten en geraak buiten waar de duizeligheid weg trekt. Ik rijd heel voorzichtig naar huis, gelukkig is het niet ver, en laat me vallen in de sofa.
Ongeveer een kwartiertje later komt mijn zus binnen, als ik thuis ben, komt ze 's middags meestal bij me lunchen. Ik sta op en wandel naar de keuken.
Ik wil iets zeggen, maar alles wat uit mijn mond komt, klinkt als dronkemans praat, bijna onbegrijpelijk gewauwel. Ik hoor het zelf ook pijnlijk duidelijk en mijn zus kijkt me verschrikt aan. Na een drietal zinnen stabiliseert alles zich weer en praat ik weer geheel normaal.
Wat is dit nu weer? vragen we ons samen ongerust af. Een nieuwe hersentumor? Het is duidelijk, hiermee moet ik weer naar het ziekenhuis. De volgende dag onderga ik er een CT-scan en een EEG-scan.
Ik krijg de resultaten tijdens een nieuwe opname in dagkliniek voor een FEC-kuur. De verschijnselen van de aanval zijn helemaal verdwenen en de artsen tasten duidelijk in het duister over wat er nu precies gebeurd is.
De neuroloog denkt aan een kleine epileptische aanval. Als ik dat nog eens heb, moet er gesleuteld worden aan de enti-epilepsie medicatie die ik nog altijd neem (sinds september 2007). Als ik dat nog eens heb? Ik ben nogal verbijsterd: Waarom niet nu, per direct, onmiddellijk, dadelijk? Stel dat het volgende keer erger is, stel dat het gebeurt in de wagen, dat ik daadwerkelijk val en met mijn hoofd een tafel ram?
Zijn bezoek is echter van korte duur, vooraleer ik mijn vraag kan uitspreken is hij alweer de kamer uit. Tja, het is middag en hij heeft vermoedelijk honger.. Ik zal mijn vragen bewaren voor de geplande consultatie van 24 november...
De medisch oncoloog zet in op een TIA. Niet op een Hellebaut, maar op een (Wikipedia definitie) De bloeddoorstroming van een (groter of kleiner) deel van de hersenen wordt even onderbroken door een niet nader gespecificeerde oorzaak (meestal een stolseltje) maar de verschijnselen die dit teweegbrengt zijn binnen 24 uur geheel verdwenen.
Zij schrijft mij bloedverdunners voor. Ik moet ook een dag een holter dragen een draagbaar apparaat dat continu de elektrische activiteit van het hart meet. Ik moet het 24 uur dragen en het resultaat toont geen hartritmestoornissen aan, zodat ik weer stop met de bloedverdunners.
Als ik het verhaal vertel aan de huisarts zegt hij dat het doodeenvoudig een migraine-aanval is geweest. Hij maakt zich een beetje druk in al die onderzoeken die ik heb moeten ondergaan en zegt absoluut zeker te zijn van zijn diagnose.
Tja, daar sta je dan als patiënt, drie artsen en drie diagnoses. Wie moet je nu geloven? Misschien dan toch maar afwachten tot het nog een keer gebeurt?
nancy.wauters@borstkanker.net
|