Wie zijn wij? |  Email | Natarelle | Medewerkers | Steun deze site | Meters & peters | Partners | Sponsors |  Privacy |  Forum |  Nieuwsbrief |  Kalender
 
 
 >  Home
 +  Borstkanker
 +  Behandeling
 +  Gevolgen
 +  Psycho-sociaal
 +  Andere info
 +  Contact
 +  Columns
 +  Bekendmaking site
 +  Vind uw weg

Wij onderschrijven de gedragscode van de Health On the Net Foundation Wij voldoen aan de HONcode, die staat voor betrouwbare informatie over gezondheid: Controleer hier .

26

Een visje ingeslikt

© Nancy Wauters


Wat voorafging ...

Het fantastische nieuws dat we te horen kregen op 23 januari heeft mijn familie en vrienden werkelijk een boost gegeven.
Iedereen is enorm blij voor mij en ziet het weer helemaal zitten. Het valt me op dat mensen ook vandaag bij de diagnose uitzaaiingen nog steeds denken dat je bij wijze van spreken stante pede zal doodvallen en dat ze nu langzaam tot het besef komen dat ik het misschien toch nog wel een tijdje zal volhouden in het ondermaanse.

Zoals ik al eerder schreef, moet ik eerlijk bekennen dat ik na het eerste verdict ook onmiddellijk rekening hield met het scenario van een snel naderende dood. Ik bestond het zelfs om mijn oncoloog te vragen of ik al mijn spaarcenten mocht beginnen uitgeven en de wereld afreizen zolang het nog kon. Maar haar laconieke antwoord "stel dat ik je aanraad om al je geld uit te geven en je blijft toch leven, zal je dan bij mij komen aankloppen om te zeggen dat je geen geld meer hebt?"
En, eerlijk is eerlijk, ik had het antwoord verdiend, ook al klonk het hard.

Maar nu lijkt iedereen wat gerustgesteld en komen we in wat rustiger vaarwater. Waar ik bij wijze van spreken bij de eerste controle van januari in het Sportpaleis speelde, word ik voor mijn volgende controle verwezen naar de Ancienne Belgique.

Als eind april in aantocht is, zijn sommige vrienden en familieleden gewoon vergeten dat er weer een controle aankomt. Het goede nieuws dat er een status quo is vastgesteld, verschijnt deze keer dan ook niet op de voorpagina, maar staat in een klein kadertje onderaan pagina 4 van het binnenlands nieuws.

De kleine nuance die in mijn radiologisch verslag te noteren valt "lichte toename tot status quo rechts" besluit ik voor mezelf te houden. De algemene conclusie is immers "status quo" en de oncoloog kan op de beelden geen toename vaststellen.
Dus laat ik me halvelings sussen, maar blijf er ook wel mee in het achterhoofd zitten. Ik zal tot juni moeten wachten om te zien welke richting het uitgaat.

Het is niet gemakkelijk om met iets in het achterhoofd te zitten dat je het liefst zou uitschreeuwen. De mensen rondom mij wil ik zoveel mogelijk ontzien en het is niet omdat ik misschien een beetje paranoïde reageer op die kleine nuance dat ik iedereen weer moet aan het twijfelen zetten. Maar als ik dan word begroet met "Goed bezig hoor" of iets van die strekking zou ik er toch altijd willen op wijzen hoezeer ik toch nog twijfel en me ongerust maak.

Juni komt eraan en het moment van de waarheid is nu aangebroken. Straks zal ik het belang van de kleine nuance leren kennen als ik de nieuwe scanresultaten te zien krijg.
Er ontploft een kleine bom als blijkt dat er een toename is vastgesteld van de tumoren in mijn longen. De toename is nu wel duidelijk te zien op de beelden (ik kan ze zelf zien als de dokter mij ze aanwijst op het scherm waar de april- en junibeelden naast mekaar worden getoond. Een van de tumoren is van een bolletje veranderd in een vorm die iets wegheeft van een vis; aan het bolletje is een lange brede staart gekomen die er vorige keer niet was. Mijn tumormarker is ook weer gestegen tot 16,5. Aanvaardbaar en niet te hoog volgens mijn oncoloog, want we blijven onder de referentiewaarde van 25, een teken dat het niet goed gaat voor mezelf.

Van de doorgaans beheerste, optimistische patiënt verander ik nu in enkele seconden in een huilend en in zichzelf gekeerd hoopje ellende. Mijn dokter probeert met me te praten, maar antwoorden zit er niet in. Ik kan gewoon geen andere klanken uitbrengen dan hevig snikken en snuiten.
De conclusie wordt getrokken dat de Aromasin haar werk niet meer doet. De optie een andere aromataseremmer te proberen is plausibel, ook al heeft dat vaak geen echt effect. Maar de dokter besluit het toch te proberen en schrijft me nu Femara voor. Ze probeert me te vertellen dat we hiermee nog niet aan het einde van de behandelingsmogelijkheden zitten, maar ik zie alleen het grote chemospook van negen jaar geleden op me afkomen en er dringt amper iets door van wat ze zegt.

Tijdens het klinisch onderzoek word ik wat rustiger, en vraag nog eens naar de opties mocht Femara haar werk niet doen. Er zou dan nog één ander hormonaal middel mogelijk zijn, maar we moeten toch stilletjes aan beginnen rekening houden met chemotherapie. Alweer wellen de tranen op en stopt de conversatie.

De klinische controle wijst niets speciaals uit en uiteindelijk rondt mijn arts ons gesprek - of wat ervoor moet doorgaan - af. Ze zegt dat ik misschien beter enkele dagen pauze neem en dan nog eens een nieuwe afspraak maak om alles nog eens op een rijtje te zetten.
Ik ben intussen weer in staat om te spreken en vraag haar of ik misschien zelf ook iets kan doen om mijn resultaten te verbeteren, maar haar antwoord luidt "neen".

Als we buiten gaan heb ik dat antwoord voor mezelf al veranderd in een "ja". Ik moet zelf meer kunnen doen dan lijdzaam elke 4 weken een spuit laten zetten en een pilletje per dag slikken.

Ik moet het gevoel krijgen dat ik deze rotkanker ook zelf bij de keel grijp met alle middelen die ik kan bedenken en ik besluit daarbij te beginnen met het uitzoeken van wat er bekend is over de relatie tussen voeding en kanker.

Lees het vervolg

nancy.wauters@borstkanker.net