Leve de slechte rug!

© Nancy Wauters


Wat voorafging ...

De week is voorbij gekropen. Waarom moest ik toch per se de heldin uithangen en stoer verklaren dat ik best een week kon wachten op het scanneronderzoek? Tja, omdat ik dacht dat ik onderhand toch al wat beter bestand was tegen dit soort stress. Mooi niet dus. Kon ik mezelf nog wat paaien toen ik nog geen medische bevestiging had gekregen van de mogelijke link met mijn borstkanker, nu lukt het absoluut niet meer. Allerlei doemscenario's bieden zich bij me aan, de angst weegt als een kille steen op mijn maag en de tijd is met geen stokken vooruit te krijgen.

Wat echt dringend aan uitvinding toe is, is een aan-uitschakelaar voor het brein. Hoe geweldig zou het niet zijn mocht ik het, nu het zich gedraagt als een op hol geslagen hogesnelheidstrein, een dolgedraaide mallemolen, resoluut kunnen uitzetten? Gewoon, schakelaar omdraaien, Nancy in rust tot scandag is aangebroken.

Doch, rust is ver weg. Op donderdag gooi ik mijn klavier bijna door mijn scherm heen als ik op het werk weer eens zit te zwoegen op het ongelooflijk onhandige tijdschrijfprogramma om mijn tijdsbesteding van de voorbije maand in te vullen. Vind ik het anders al prullenwerk, in de gegeven omstandigheden kan ik me niets onbelangrijker indenken dan precies te registreren wat me hier de voorbije maand allemaal heeft beziggehouden.
De collega's kijken een beetje verwonderd mijn richting uit; moeten ze bang worden?

Eindelijk is het vrijdagochtend. Ik moet om een ontiegelijk uur naar het ziekenhuis. Om 7:00 uur zijn die mensen daar al paraat om allerlei lichaamsdelen in beeld te nemen, ik word om 7:15 uur verwacht. Ook mijn radiotherapeut is een vroege vogel. Ik kan na het onderzoek gelukkig onmiddellijk naar de afdeling om haar vóór de stafvergadering nog te spreken. Tegenwoordig is het ziekenhuis al zo geavanceerd dat de aanvragende arts via de computer direct de resultaten van het onderzoek te zien krijgt. Leve de PC denk ik eens te meer. U weet het onderhand wel, ik ben een echte fan (behalve wat tijdschrijfprogramma's betreft).

Ik zet de wekker om half zes, ik wil eerst nog in bad om zo ontspannen mogelijk de wandeling naar het ziekenhuis aan te vatten. Met een beetje goede wil zouden we kunnen zeggen dat ik inderdaad ontspannen aan de wandeling begon. Maar bij aankomst zit hij er weer, die steen in de maag. Ik moet gelukkig niet lang wachten en zie een paar minuten later voor het eerst sinds lange tijd de CT-scanner terug. Het is geen prettig weerzien.
Het onderzoek gaat snel en om half acht heb ik al voor de deur van de radiotherapeut postgevat. Het is nog bijzonder rustig en stil in de consultatieafdeling van het ziekenhuis. Tot er een man aankomt die met een heel luidruchtige machine de vloer begint te poetsen. Het geluid van het ding maakt me alleen nog nerveuzer. Ik besluit dat ik zal proberen hem weg te kijken, maar zijn charmante glimlach stemt me dadelijk heel wat milder … ach die mens doet ook maar zijn werk.

Ik heb wat kaartjes van de site meegebracht en begin ze te tellen. Dat doe ik enkele keren na elkaar en elke keer eindig ik bij een ander getal. Het duurt een hele tijd vooraleer ik eindelijk weet hoeveel ik er bij heb.
Ik sta op en flaneer wat door de gang, check of de poster van de site nog steeds uithangt in de wachtkamer van de bestralingsafdeling. Helaas, de poster blijkt (alweer) verdwenen.
Ik slof opnieuw naar de deur waar ik straks naar binnen moet, ga zitten en haal mijn meegenomen magazine tevoorschijn en doe vervolgens alsof ik het lees, meer zit er helaas niet in.

Om iets voor half negen komt de dokter eindelijk mijn richting uit. Ik mag mee naar binnen en ze zoekt onmiddellijk de foto's op. Ik kijk mee op het scherm, maar verder dan het herkennen van een ruggengraat kom ik niet. Ik wacht in stilte af. Zijn het minuten of slechts seconden, maar de spanning wordt uiteindelijk gebroken als ik te horen krijg dat er niets verdachts te zien is, althans niet vanuit oncologisch standpunt. Vanuit fysiotherapeutisch standpunt blijkt mijn rug in slechte staat te zijn, maar slechts één ding is momenteel belangrijk: hij heeft in elk geval geen last van kwaadaardig weefsel.

Voor de zekerheid belt de radiotherapeut nog eens met een radioloog die samen met haar de foto's bekijkt. Hij geeft precies hetzelfde oordeel, wat bij mijn radiotherapeut toch een lichte tevredenheid met en over zichzelf teweeg brengt. Ik gun haar dit moment van persoonlijke triomf van harte.
We mogen er nu absoluut zeker van zijn dat mijn borstkanker niet terug is. De dokter excuseert zich min of meer voor het mij toebrengen van al die onrust, ik doe mijn best haar te verzekeren dat dat absoluut onnodig is. Ook al vertoon ik bij tijd en wijlen struisvogelkenmerken, ik besef maar al te goed dat het grondig laten checken de enige manier was om te weten te komen wat er precies mis was en om vanaf nu dus in alle geestelijke rust rugpijn te kunnen lijden.

Ik haal de kaartjes van de site boven en wijs haar erop dat de poster van de site in de wachtzaal weer verdwenen is. Ik zal er volgende week wel enkele nieuwe brengen.

Deze keer loop ik een kwartiertje later in de druppende regen naar huis en bedenk hoe je werkelijk alles in het leven kunt relativeren. Ik heb net te horen gekregen dat ik over elkaar zittende wervels heb, bulging en artrose en dat heeft me intens blij gemaakt. En iedereen die ik sms en mail met het nieuws verheugt zich met mij over mijn zwakke rug. Bedankt vrienden, bedankt, ik zie jullie allemaal ook heel erg graag .

nancy.wauters@borstkanker.net