Toch borstkanker ...© Nancy Wauters |
|
|
Het is na tien uur als ik weer op de gang sta en ik spring nu naar de spreekkamer van de chirurg die zich gelukkig op dezelfde verdieping bevindt. Mijn tante is even een wandelingetje maken, maar komt even later weer bij me zitten. Ze snapt absoluut niet waarom ik mij zo ongerust maak.
Als het telefoontje afgelopen is, blijkt dat de onderzoeken van de ochtend alweer geen uitsluitsel hebben gegeven over de aard van de tumor. Een ultiem onderzoekswapen is nu nog de punctie, met een fijne naald haalt de dokter een aantal cellen uit het gezwel. Deze cellen zullen worden onderzocht en het uiteindelijke verdict moeten vellen. Hij is er nu in elk geval wel al zeker van dat ik dinsdag moet worden opgenomen in het ziekenhuis en dat hij woensdag de operatie zal uitvoeren. Daarna moet hij immers naar het buitenland voor een cursus en hij wil de operatie geen week meer uitstellen. Weer gaat de alarmbel in mijn achterhoofd aan het klingelen: waarom is er zoveel haast bij de operatie?
Ik vertel nog dat de echografie van dinsdag ook een gezwel in mijn linkerborst had geopenbaard en dat dat er nu plotseling niet meer lijkt te zijn, maar de chirurg zegt dat zijn collega een zeer goede radioloog is en dat hij bovendien ook nog de beelden van de MR-scanner heeft, waarover de dokter van dinsdag niet beschikte.
Weer naar de huisarts 's Avonds krijg ik een telefoontje van mijn huisarts. Ik moet mij de volgende ochtend nuchter bij hem aanbieden want hij moet bloed afnemen. Ik moet ook een elektrocardiogram laten nemen en zal maandag nogmaals naar het Medisch Centrum moeten om foto's te laten nemen van mijn longen en lever. Ik vraag hem waarom dat allemaal nodig is, maar hij zegt dat het om de standaard voorbereiding van een operatie gaat. Als de volgende zaterdagochtend, mijn huisarts druk bezig is met het wegzagen van het gips, begin ik ook tegen hem over de tegenstrijdige diagnose van wat zich in mijn linkerborst bevindt. Ik vraag hem welke dokter ik nu eigenlijk moet geloven. Hij zegt dat hij toch de tweede diagnose betrouwbaarder vindt. De tweede radioloog heeft een zeer goede reputatie op het vlak van interpretatie van mammografieën en hij had bovendien met de MR-scanner ook meer gegevens ter beschikking. Als het gips van mijn voet is, steun ik voor het eerst sinds drie weken weer op mijn linkeronderdaan en dat valt absoluut niet mee. Onmiddellijk krijg ik krampen en gelukkig moet ik niet ver tot de volgende onderzoekstafel waar ik plaats moet nemen voor het elektrocardiogram en de bloedafname. Mijn huisarts probeert mij nogmaals gerust te stellen met de vele factoren die op goedaardigheid wijzen. Ik vertel hem niet over de inwendige alarmbel die reageerde op de beste wensen van de radioloog en de kennelijke haast van de chirurg om mij open te snijden.
Voorbereiding op de operatie ... of screening voor uitzaaiingen? Op maandag 2 november bel ik om iets over negen naar het Medisch Centrum en ik mag mij om twee uur in de namiddag aanmelden in nuchtere toestand. Ik was absoluut niet van plan mij lazarus te drinken, maar als medici het over een "nuchtere toestand" hebben, bedoelen ze uiteraard dat je niet mag eten. Ik merk op dat het nog wel erg lang duurt voor het twee uur is en aan de andere kant van de lijn wordt mij toegestaan om nu dadelijk een boterhammetje te eten, maar dat tussen de middag in elk geval achterwege te laten. Als ik in nuchtere toestand de eerste radioloog terugzie voor een echografie van mijn lever, vertel ik hem over de steunweefsel-diagnose van zijn collega in het ziekenhuis. Hij zegt dat dit gezien de bijkomende enzovoort waarover zijn collega in het ziekenhuis beschikt inderdaad mogelijk is en ik hoop uit de grond van mijn hart dat hij het meent. Gelukkig is er op de foto's van longen en lever niets abnormaals te zien en ik realiseer me plotseling ten volle dat deze onderzoeken niet alleen een voorbereiding zijn op de operatie, maar ook gebeurd kunnen zijn om te checken of ik nog geen uitzaaiingen heb. Deze keer hoor ik de alarmbel niet alleen, ik voel ze ook tegen mijn ingewanden slaan. De grote euforie: bijna absoluut zeker niets ergs aan de hand 's Avonds ga ik nog maar eens langs bij mijn huisarts. Hij begroet me met de uitgelaten mededeling dat hij goed nieuws voor me heeft.
Het ziekenhuis heeft hem laten weten dat de punctie geen kwaadaardige cellen heeft aangetoond en dat we nu toch wel heel dicht bij de zekerheid zijn
gekomen dat er in mijn borst een goedaardig fibroadenoom zit. Inwendig spring ik een meter omhoog en valt er een geweldige last van mijn schouder.
Op dinsdag 3 november ga ik bij wijze van spreken fluitend naar het ziekenhuis om te worden opgenomen. Ik ben er nu absoluut van overtuigd dat enkel de knobbel moet worden weggenomen en dat ik binnen enkele weken volledig hersteld zal zijn en mijn dagelijkse bezigheden weer zal hebben opgenomen. Aankondiging van een botscan Niets kan de geweldige klap beschrijven die ik krijg met het bezoek van de assistent van de chirurg. Hij vertelt me opnieuw dat de dokters in het ziekenhuis nog absoluut niet zeker zijn van de diagnose en dat er in de punctie een aantal "atypische" cellen zijn gevonden die men voorlopig niet kan identificeren. Hij begint ook over een botscan die ik na de operatie waarschijnlijk zal moeten ondergaan als het om een kwaadaardig gezwel gaat. Het woord "botscan" wakkert mijn angst aan met ongeveer tweehonderd procent: dit klinkt echt als kanker, nu wordt het plotseling heel reëel. Hij vertelt me dat de definitieve diagnose zal worden gesteld tijdens de operatie. De chirurg zal het gezwel wegnemen, het zal onmiddellijk door een anatoom-patholoog worden onderzocht en indien het kwaadaardig is zal hij "verder werken". Verder werken betekent in dit geval dat hij ook omliggend weefsel zal wegnemen en dat hij ook de lymfeklieren onder mijn rechterarm zal verwijderen. Als ik wakker word zal ik aan het aantal sneden weten wat de uiteindelijke diagnose is: ofwel heb ik er één enkele op mijn borst en had ik een fibroadenoom, ofwel ook een tweede onder mijn arm en dan heb ik borstkanker. Als de assistent weer weg is, lijkt het wel alsof ik van twee meter boven de grond opeens twee meter onder de grond ben gezakt. Ik voel me totaal verloren en geef in de gang een geweldige schop tegen mijn koffer. Later heb ik nog dikwijls nagedacht over dit onmenselijke gejongleer met mijn gevoelens. Ik ben altijd uitermate tevreden geweest over de artsen in mijn "medisch team", zij zijn met een nooit geziene vasthoudendheid doorgegaan tot we een zekere diagnose hadden, hebben me niet met een kluitje in het riet gestuurd of onnodig aan de lijn gehouden, maar hier vind ik toch dat ze in de fout zijn gegaan. 's Avonds krijg ik in de kliniek twee stevige slaappillen die me ook werkelijk aan het slapen krijgen. Daar ben ik dankbaar voor, want ik denk niet dat ik vanzelf aan slapen was toegekomen. Het moment van de waarheid Op woensdag 4 november is de dag van de operatie aangebroken. 's Morgens krijg ik bezoek van Leen die om 8 uur moet beginnen werken.
Ik vertel haar over de gebeurtenissen van de vorige dag en ik zie dat ook zij er niet gerust in is.
Omstreeks halftien uur word ik naar de operatiezaal gebracht. Terwijl ik in een wachtzaal geparkeerd sta, krijg ik een kort bezoek van de chirurg
die blijkbaar net iemand heeft geopereerd want hij verschijnt aan mijn bed met een mondmasker en vraagt of ik hem herken.
|
|