Toch borstkanker ...

© Nancy Wauters


Wat voorafging ...

Het is na tien uur als ik weer op de gang sta en ik spring nu naar de spreekkamer van de chirurg die zich gelukkig op dezelfde verdieping bevindt. Mijn tante is even een wandelingetje maken, maar komt even later weer bij me zitten. Ze snapt absoluut niet waarom ik mij zo ongerust maak.
Er zit een hele hoop mensen in de buurt van de spreekkamer van de chirurg en ik hoop dat die niet allemaal voor hem gekomen zijn.
Even later blijkt dat niet zo te zijn, want een nogal indrukwekkende man in doktersoutfit komt "mevrouw Wauters … Ingrid" afhalen. Ik vraag of hij ook genoegen neemt met een "Nancy" en dat blijkt gelukkig het geval te zijn. Ik mag mee zijn spreekkamer in: dat is dus de chirurg, een arts waar ik onmiddellijk een onverklaarbaar maar grenzeloos vertrouwen in heb. Als ik binnen ben begint hij zijn betoog met de mededeling dat hij de resultaten van de MR-scanner nog niet heeft en dat het dus onmogelijk is om de gang van zaken tijdens de operatie te bespreken vermits het hem aan de noodzakelijke informatie ontbreekt. Ik werp op dat de radioloog mij heeft gezegd dat hij zijn collega zou opbellen met een voorlopige diagnose. Dat verandert de zaak en prompt belt de chirurg zelf zijn collega op. Terwijl ze overleggen, blijf ik wel aan het bureau zitten, maar ik kan geen woord verstaan van wat aan de andere kant van de lijn wordt gezegd. Jammer, want ik doe nochtans mijn uiterste best.

Als het telefoontje afgelopen is, blijkt dat de onderzoeken van de ochtend alweer geen uitsluitsel hebben gegeven over de aard van de tumor. Een ultiem onderzoekswapen is nu nog de punctie, met een fijne naald haalt de dokter een aantal cellen uit het gezwel. Deze cellen zullen worden onderzocht en het uiteindelijke verdict moeten vellen. Hij is er nu in elk geval wel al zeker van dat ik dinsdag moet worden opgenomen in het ziekenhuis en dat hij woensdag de operatie zal uitvoeren. Daarna moet hij immers naar het buitenland voor een cursus en hij wil de operatie geen week meer uitstellen. Weer gaat de alarmbel in mijn achterhoofd aan het klingelen: waarom is er zoveel haast bij de operatie?
Ik krijg nu ook te horen dat er nog meer verschillen zijn tussen de behandeling van een goedaardig en van een kwaadaardig gezwel. Als het om een goedaardig gezwel gaat, kom ik ervan af met de simpele verwijdering ervan. Als het om een kwaadaardig gezwel gaat, zal er ook omliggend weefsel moeten worden weggenomen, zal hij ook de lymfeklieren onder mijn arm wegnemen en zal de operatie worden gevolgd door een radiotherapie of een chemotherapie. Er lijkt een tijdelijke grote schokbestendigheid over mij te zijn gekomen, want hoewel dit absoluut geen goed vooruitzicht is, neem ik deze nieuwe feiten zeer gelaten op.

Ik vertel nog dat de echografie van dinsdag ook een gezwel in mijn linkerborst had geopenbaard en dat dat er nu plotseling niet meer lijkt te zijn, maar de chirurg zegt dat zijn collega een zeer goede radioloog is en dat hij bovendien ook nog de beelden van de MR-scanner heeft, waarover de dokter van dinsdag niet beschikte.
Buiten vertel ik mijn tante dat het gezwel in mijn linkerborst verdwenen schijnt. Ze reageert heel blij en dankt het aan de zalfjes waarmee ik op haar aanraden mijn gezwellen sinds vorige zaterdag ben beginnen inwrijven. Waarschijnlijk, zo zegt ze, zal ook het rechtergezwel nog vanzelf het hazepad kiezen. Ik ben zodanig onder de indruk van alle gebeurtenissen dat ik haar niet vertel over de verschillende diagnose: de eerste radioloog zag een gezwel, de tweede ziet steunweefsel, bovendien kan ik het gezwel in mijn linkerborst nog altijd voelen. Er is dus geen sprake van het gewoon verdwijnen van wat er was en dat is ook de reden dat ik ondanks de geruststellende woorden van de dokters in het ziekenhuis blijf twijfelen over wat er aan mijn linkerkant voelbaar is geworden.

Weer naar de huisarts

's Avonds krijg ik een telefoontje van mijn huisarts. Ik moet mij de volgende ochtend nuchter bij hem aanbieden want hij moet bloed afnemen. Ik moet ook een elektrocardiogram laten nemen en zal maandag nogmaals naar het Medisch Centrum moeten om foto's te laten nemen van mijn longen en lever. Ik vraag hem waarom dat allemaal nodig is, maar hij zegt dat het om de standaard voorbereiding van een operatie gaat.

Als de volgende zaterdagochtend, mijn huisarts druk bezig is met het wegzagen van het gips, begin ik ook tegen hem over de tegenstrijdige diagnose van wat zich in mijn linkerborst bevindt. Ik vraag hem welke dokter ik nu eigenlijk moet geloven. Hij zegt dat hij toch de tweede diagnose betrouwbaarder vindt. De tweede radioloog heeft een zeer goede reputatie op het vlak van interpretatie van mammografieën en hij had bovendien met de MR-scanner ook meer gegevens ter beschikking. Als het gips van mijn voet is, steun ik voor het eerst sinds drie weken weer op mijn linkeronderdaan en dat valt absoluut niet mee. Onmiddellijk krijg ik krampen en gelukkig moet ik niet ver tot de volgende onderzoekstafel waar ik plaats moet nemen voor het elektrocardiogram en de bloedafname.

Mijn huisarts probeert mij nogmaals gerust te stellen met de vele factoren die op goedaardigheid wijzen. Ik vertel hem niet over de inwendige alarmbel die reageerde op de beste wensen van de radioloog en de kennelijke haast van de chirurg om mij open te snijden.
Er zijn geen redelijke argumenten waarom ik mij zoveel zorgen maak, maar gevoelsmatig word ik alsmaar zekerder van een uiteindelijke kankerdiagnose. Mijn huisarts blijkt alweer een krachtdadig man als hij zelf met het Medisch Centrum belt om een afspraak te maken voor de bijkomende onderzoeken. Helaas lukt dat hem niet, maar hij weet alvast zeker dat ze op maandag 2 november - voor de meeste Vlamingen een vrije dag - open zijn. Ik zal maandagochtend zelf moeten bellen om die dag nog te kunnen gaan.

Voorbereiding op de operatie ... of screening voor uitzaaiingen?

Op maandag 2 november bel ik om iets over negen naar het Medisch Centrum en ik mag mij om twee uur in de namiddag aanmelden in nuchtere toestand. Ik was absoluut niet van plan mij lazarus te drinken, maar als medici het over een "nuchtere toestand" hebben, bedoelen ze uiteraard dat je niet mag eten. Ik merk op dat het nog wel erg lang duurt voor het twee uur is en aan de andere kant van de lijn wordt mij toegestaan om nu dadelijk een boterhammetje te eten, maar dat tussen de middag in elk geval achterwege te laten.

Als ik in nuchtere toestand de eerste radioloog terugzie voor een echografie van mijn lever, vertel ik hem over de steunweefsel-diagnose van zijn collega in het ziekenhuis. Hij zegt dat dit gezien de bijkomende enzovoort waarover zijn collega in het ziekenhuis beschikt inderdaad mogelijk is en ik hoop uit de grond van mijn hart dat hij het meent. Gelukkig is er op de foto's van longen en lever niets abnormaals te zien en ik realiseer me plotseling ten volle dat deze onderzoeken niet alleen een voorbereiding zijn op de operatie, maar ook gebeurd kunnen zijn om te checken of ik nog geen uitzaaiingen heb. Deze keer hoor ik de alarmbel niet alleen, ik voel ze ook tegen mijn ingewanden slaan.

De grote euforie: bijna absoluut zeker niets ergs aan de hand

's Avonds ga ik nog maar eens langs bij mijn huisarts. Hij begroet me met de uitgelaten mededeling dat hij goed nieuws voor me heeft. Het ziekenhuis heeft hem laten weten dat de punctie geen kwaadaardige cellen heeft aangetoond en dat we nu toch wel heel dicht bij de zekerheid zijn gekomen dat er in mijn borst een goedaardig fibroadenoom zit. Inwendig spring ik een meter omhoog en valt er een geweldige last van mijn schouder.
Mijn intuïtie heeft mij blijkbaar goed liggen gehad en ik heb een aantal signalen totaal verkeerd begrepen. De afrondende waarschuwing dat er nog steeds een kleine kans bestaat op een kwaadaardig gezwel gaat helemaal aan mij voorbij. Als ik thuiskom bel ik opgelucht een aantal zeer betrokken mensen op om hen te laten delen in mijn vreugde.

Op dinsdag 3 november ga ik bij wijze van spreken fluitend naar het ziekenhuis om te worden opgenomen. Ik ben er nu absoluut van overtuigd dat enkel de knobbel moet worden weggenomen en dat ik binnen enkele weken volledig hersteld zal zijn en mijn dagelijkse bezigheden weer zal hebben opgenomen.

Aankondiging van een botscan

Niets kan de geweldige klap beschrijven die ik krijg met het bezoek van de assistent van de chirurg. Hij vertelt me opnieuw dat de dokters in het ziekenhuis nog absoluut niet zeker zijn van de diagnose en dat er in de punctie een aantal "atypische" cellen zijn gevonden die men voorlopig niet kan identificeren. Hij begint ook over een botscan die ik na de operatie waarschijnlijk zal moeten ondergaan als het om een kwaadaardig gezwel gaat. Het woord "botscan" wakkert mijn angst aan met ongeveer tweehonderd procent: dit klinkt echt als kanker, nu wordt het plotseling heel reëel.

Hij vertelt me dat de definitieve diagnose zal worden gesteld tijdens de operatie. De chirurg zal het gezwel wegnemen, het zal onmiddellijk door een anatoom-patholoog worden onderzocht en indien het kwaadaardig is zal hij "verder werken". Verder werken betekent in dit geval dat hij ook omliggend weefsel zal wegnemen en dat hij ook de lymfeklieren onder mijn rechterarm zal verwijderen. Als ik wakker word zal ik aan het aantal sneden weten wat de uiteindelijke diagnose is: ofwel heb ik er één enkele op mijn borst en had ik een fibroadenoom, ofwel ook een tweede onder mijn arm en dan heb ik borstkanker.

Als de assistent weer weg is, lijkt het wel alsof ik van twee meter boven de grond opeens twee meter onder de grond ben gezakt. Ik voel me totaal verloren en geef in de gang een geweldige schop tegen mijn koffer. Later heb ik nog dikwijls nagedacht over dit onmenselijke gejongleer met mijn gevoelens. Ik ben altijd uitermate tevreden geweest over de artsen in mijn "medisch team", zij zijn met een nooit geziene vasthoudendheid doorgegaan tot we een zekere diagnose hadden, hebben me niet met een kluitje in het riet gestuurd of onnodig aan de lijn gehouden, maar hier vind ik toch dat ze in de fout zijn gegaan.

's Avonds krijg ik in de kliniek twee stevige slaappillen die me ook werkelijk aan het slapen krijgen. Daar ben ik dankbaar voor, want ik denk niet dat ik vanzelf aan slapen was toegekomen.

Het moment van de waarheid

Op woensdag 4 november is de dag van de operatie aangebroken. 's Morgens krijg ik bezoek van Leen die om 8 uur moet beginnen werken. Ik vertel haar over de gebeurtenissen van de vorige dag en ik zie dat ook zij er niet gerust in is. Omstreeks halftien uur word ik naar de operatiezaal gebracht. Terwijl ik in een wachtzaal geparkeerd sta, krijg ik een kort bezoek van de chirurg die blijkbaar net iemand heeft geopereerd want hij verschijnt aan mijn bed met een mondmasker en vraagt of ik hem herken.
Hij neemt het mondmasker weg en vertrouwt mij toe dat hij nog eens goed voor mij gaat zorgen en dat hij nadien naar het buitenland vertrekt om een cursus te gaan volgen. Ik heb de neiging om te vragen of hij soms gaat leren borsten te opereren, maar de pillen hebben mij zo suf gemaakt dat er van enige verbale sterkte van mijn kant weinig te merken valt. Toch vind ik het bijzonder aardig van hem dat hij even de tijd neemt iets te komen zeggen en het over "zorgen voor" te hebben, ik voel me een mens en niet een borst met een gezwel.

Vanaf het ogenblik dat ik de operatiekamer word ingereden, herinner ik mij niets meer tot op het moment dat ik weer wakker ben. Het eerste waarvan ik mij bewust word is het verband onder mijn arm. Dit gevoel ontlokt mij een hartsgrondige "Shit!", want hiermee is het verdict geveld: ik heb borstkanker...

Lees het vervolg

nancy.wauters@borstkanker.net