| Wat voorafging ...
Op zondag komt de internist-oncoloog tijdens zijn ronde binnen in mijn kamer. Het is nog
steeds dezelfde aangename dokter van 9 jaar geleden die me toen door de chemotherapie heeft
gesleurd.
Hij probeert me een beetje gerust te stellen en zegt dat we in geval van één enkele
uitzaaiing in het hoofd opnieuw kunnen gaan voor volledig herstel. Eigenlijk zegt hij ter zelfder
tijd ook dat we in elk ander geval niet meer kunnen gaan voor volledig herstel.
Maar dat hij het zegt, betekent misschien wel dat hij verwacht dat het beperkt zal blijven tot mijn
hoofd. Zou hij het zeggen als hij nog rekening hield met de mogelijkheid van meer uitzaaiingen?
Ik zou hem de vraag stellen, maar weet toch bij voorbaat dat ook hij zal moeten antwoorden "ik weet het niet"
en zie er maar vanaf.
Op maandagmorgen krijg ik vliegend bezoek van de neurochirurg die me zal opereren.
Hij zegt ook dat de Noren prachtige beelden hebben geschoten en dat er ook voor hem geen
twijfel bestaat over de aard van het letsel. De neiging van veel ziekenhuizen
en artsen om gemaakte beelden nog eens opnieuw te laten maken in de eigen instelling is hier
voor één keer compleet afwezig.
Wat hij zegt komt erop neer dat ik me geen illusies moet maken over de aard van de tumor in mijn hersenen,
dat ik best zo snel mogelijk word geopereerd, dat de tumor goed bereikbaar is en en dat hij me op zijn operatietafel wil terugzien op woensdag, 2 dagen later want dat het dinsdag echt niet meer lukt me er nog bij te nemen. Hij schudt me nog snel de hand en is alweer de deur uit.
Oké, denk ik, als dat ding echt kwaadaardig is, moet het er maar zo snel mogelijk uit. Dat er mogelijk risico's verbonden zijn aan een hersenoperatie komt niet bij me op. Misschien komt dat omdat er hier met geen woord over wordt gerept, maar waarschijnlijk komt
het ook omdat iets in mij weigert er bij stil te staan.
De neurochirurg blijkt al naam te hebben gemaakt als de arts die de hernia's van onze koning onder handen heeft genomen.
Sommige bezoekers noemen hem dan ook een beetje ironisch de "koninklijke chirurg".
Ik vind dat alvast een goed voorteken, dat zal dan wel betekenen dat
ik niet zal worden geopereerd door de eerste de beste die ze vinden konden.
Vandaag staan dus de mammografie, röntgenonderzoek van mijn longen en leverecho gepland.
Door de uitspraak van de internist-oncoloog maak ik me niet al te veel zorgen. Hij verwacht waarschijnlijk geen bijkomende problemen meer en ik sluit me maar al te graag aan bij dit idee dat ik eigenlijk volledig zelf heb opgebouwd door conclusies te trekken uit zijn ene zinnetje.
Ik ben het grootste deel van de voormiddag op pad om alle onderzoeken af te werken.
De arts die na de mammografie de echo van mijn borsten en lever neemt, zegt dat hij op het eerste gezicht niets afwijkends kan vaststellen. Dat is alvast een mooie bevestiging van mijn verwachtingen.
De verpleegkundige die de röntgenfoto van mijn longen neemt, mag niets verklappen. Zelfs als ik zeg dat ik het een mooie foto vind, houdt hij de lippen stijf op elkaar. Of toch niet, hij zegt dat verpleegkundigen echt geen uitspraken mogen doen over de beelden en dat ik daar zeker geen conclusies mag uit trekken.
De rest van de dag breng ik door met mijn bezoekers. Ik vraag me af wat ze denken of
vrezen, veel blijft wellicht onuitgesproken, maar dat ik zoveel familie, vrienden
en collega's heb die de stap zetten om me een bezoekje te brengen, maakt me erg blij.
Lees het vervolg
nancy.wauters@borstkanker.net
|