Scanner of wasmachine?© Nancy Wauters |
|
|
Als ik 's avonds bij de huisarts ben bespreken we de diagnose. We zijn het er roerend over eens dat een operatie wellicht het beste is. Ik wil op mijn 31ste plotseling geen nieuwe lichaamsdelen meer bij krijgen, vooral niet als we niet weten wat ze in de toekomst nog van plan zijn uit te richten en ik word daarin ten volle gesteund door mijn huisarts.
De dokter adviseert mij om vrijdag aan de mensen van de afdeling Radiologie te vragen of ik onmiddellijk mèt de onderzoeksresultaten onder de arm naar de chirurg kan gaan. Als dat niet lukt moet ik wachten tot de resultaten zijn doorgestuurd naar huisarts en chirurg.
Op donderdag 29 oktober belt Leen mij op om te zeggen dat ze tijdens een korte pauze even naar de chirurg is gegaan om hem over mijn geval te spreken. Goed nieuws, want de dokter heeft gezegd dat hij mij om kwart voor tien wel even kan zien tussen twee andere consultaties of operaties door. Als ik met mijn foto's dan naar zijn spreekkamer kom, kunnen we onmiddellijk de operatie bespreken en ook een datum vaststellen.
Mijn eerste NMR Op vrijdag 30 oktober heeft een tante dienst als chauffeur. Ik woon op een boogscheut van het ziekenhuis, maar door mijn voetprobleem kan ik niet te voet gaan. Om kwart over acht melden we ons aan op de afdeling Radiologie. Ik vertel de receptioniste over mijn arrangement met de chirurg, maar zij antwoordt mij dat het helaas onmogelijk zal zijn de foto's en de diagnose op een dergelijke korte tijdsspanne klaar te hebben. Bovendien schijnt ze het een verwerpelijk idee te vinden dat foto's zomaar zouden worden meegegeven met een patiënt die er God weet wat mee kan aanvangen. De chirurg moet maar zelf om de foto's komen als hij ze hebben wil. Ik ben nogal verbouwereerd en druip als een geslagen hond af naar de wachtplaats voor de MR-scanner. Ik besluit om straks, als ik daar binnen ga, mijn verhaal nog eens uit de doeken te doen voor de begeleidende verpleegsters, misschien hebben zij wat meer inlevingsvermogen in de onweerstaanbare drang die ik voel om zo snel mogelijk de hele waarheid te vernemen en lukt het via hen wel. Heel interessant vind ik de folder die mij op het secretariaat in handen werd gestopt en waarin een uitleg wordt gegeven over het onderzoek dat ik zo meteen moet ondergaan. Ik lees hem dan ook een paar keer door vooraleer ik naar binnen word geroepen. Als ik het kleedhokje binnenkom, maakt de verpleegster mij onmiddellijk de groeten over van een "verpleegster op RX" die al is komen vertellen over mijn vervolgafspraak met de chirurg. De MR-verpleegster zegt dat ze het zal uitleggen aan de radioloog en dat ze hem zal vragen de foto's onmiddellijk te evalueren. Een hele opgave valt ineens van mijn schouders. Na de kennelijke onwil van de receptioniste om iets te doen, had ik niet verwacht dat het hier allemaal zo gemakkelijk zou verlopen. Alweer ben ik Leen dankbaar, zelfs als ze niet zichtbaar is, regelt ze dingen die voor de niet-werknemer van het ziekenhuis blijkbaar niet zo eenvoudig te regelen vallen. Als voorbereiding op het onderzoek moet ik een vragenlijst invullen. Net zoals de radioloog in het Medisch Centrum willen ze ook hier weten of er nog vrouwen met borstproblemen in mijn familie zijn. Voor zover ik weet zijn die er niet, alweer een factor die mijn kans op een kwaadaardig gezwel vermindert. De scanner blijkt dwars door kleding te scannen en ik moet alleen maar zorgen geen metalen voorwerpen op mij te dragen. De scanner werkt met magnetische velden en elk metalen voorwerp op of in het lichaam wordt hierdoor aangetrokken, weg dus met de lange broek, bril en beha. Als ik uit het kleedhokje mag, kom ik in het lokaal waar de scanner staat opgesteld. Van buiten gezien lijkt het wel een gigantische wasmachine. Ik zeg dit tegen de verpleegster en ze is het met me eens. Ze merkt op dat het ding ook een geluid maakt dat veel weg heeft van dat van een wasmachine.
Ik word de machine ingeschoven en lig stil te wachten op wat komen gaat. Even is het er zelfs behaaglijk, het is er warm en ik heb de indruk water te horen ruisen en ik beeld me als vanzelf in dat ik op het strand lig te genieten van een heerlijk zonnetje. Even later wordt deze illusie evenwel met een geweldig lawaai verbroken, het lijkt wel of de smalle buis waarin ik mij bevind plotseling wordt omgeven door allerlei klopgeesten die om ter hardst te keer gaan. Doch, een gewaarschuwde vrouw is er twee waard en ik bewaar zonder al te veel moeite de kalmte. Even plotseling als het begonnen is, houdt het lawaai weer op en hoor ik aan de achterkant van de buis iets dat lijkt op het openen van een deur. "We brengen nu de vloeistof in het infuus" hoor ik de verpleegster zeggen. Ik heb op dat ogenblik een geweldige aandrang om mijn rechterhand een beetje te verschuiven en ik roep terug of ik mij even mag bewegen. "Vooral niet doen! Stil blijven liggen!", klinkt het van de andere kant. Gelaten besluit ik gehoorzaam te zijn en verroer mij inderdaad geen vin. De deur gaat weer dicht en ik voel een koude vloeistof door het smalle buisje van het infuus (dat tegen mijn arm ligt) voorbij spoelen. Vervolgens gaat de scanner weer tekeer en worden de volgende foto's genomen. Als de machine is uitgeraasd, gaat de achterdeur weer open en word ik naar buiten geschoven.
Ik mag mijn metalen voorwerpen weer aantrekken en moet gemetaliseerd en wel op de gang even wachten tot ik word opgeroepen voor een echografie. Ik werp op dat het nog maar drie dagen geleden is dat een andere dokter een echografie heeft uitgevoerd, maar ze hebben hier blijkbaar ook al last van het not invented here-syndroom. De radioloog van het ziekenhuis is namelijk absoluut niet onder de indruk van de foto's van zijn collega en wil de echografie nog eens overdoen. De tijd verstrijkt en het uur van mijn afspraak met de chirurg komt alsmaar naderbij. Om twintig voor tien word ik eindelijk binnengeroepen en moet in het kleedhokje nogmaals "het bovenlichaam vrijmaken". Blijkbaar is dit een geijkte formule in de geneeskunde om te zeggen dat je je tot op een bepaalde hoogte moet uitkleden. Het is precies kwart voor tien als de radioloog de onderzoekskamer binnenkomt. Ik begin onmiddellijk over mijn afspraak met zijn confrater en nogal nors antwoordt hij mij dat hij niet zomaar in één twee drie diagnoses stelt, maar mij eerst behoorlijk wenst te onderzoeken.
|
|