De muren op

© Nancy Wauters


Het is maandag 14 november. De dag voor mijn jaarlijkse "grote" controle. Op 4 november vierde ik dat het zeven jaar geleden was dat ik geopereerd werd. Je zou denken dat ik nu wel lang en vaak genoeg de zenuwen heb gekregen als de routinecontrole zich weer aandient.

Doch, helaas, het is niet waar. Telkens als ik eraan denk voel ik mijn maag samenkrimpen en trekken mijn polsen in een kramp. Dit was het gevoel dat ik jaren geleden had op het ogenblik dat ik voor de deur van het klaslokaal zat te wachten tot het mijn beurt zou zijn voor het mondelinge examen. Toen verwachtte ik nog dat ik na mijn studententijd wel nooit meer last zou hebben van dit vervelende gevoel. Wist ik veel dat het zich nauwelijks tien jaar later voor een andere gelegenheid weer zouden aandienen. En zich vanaf dan jaarlijks in XXL-formaat zou herhalen.

Tijdens het middageten denk ik er weer aan, ik krimp inwendig even ineen en ik vertel mijn collega's dat ik morgen bijna de hele dag in het ziekenhuis zal doorbrengen en dat ik zo nerveus ben. Ze zeggen dat ze het begrijpen. En veranderen onmiddellijk van onderwerp.
Ik wil de zielenpoot niet uithangen en babbel schijnbaar vlot dadelijk mee over de nakende verkoop van een vrijetijdsboot. Maar achter de schermen van uiterlijke schijn, keert mijn geest terug en fluistert in de achtergrond "morgen … controle … ziekenhuis". En weer verkrampt er iets.

Ik begin te denken dat het erger is dan vorig jaar. Hoewel, toen waren de onderzoeken op maandag en een ontspannende zondag de dag ervoor is toch nog wel wat anders dan een werkdag, waarbij er problemen opduiken die ik met de beste wil van de wereld vandaag niet kan herkennen als belangrijk, wereldschokkend of actie vereisend.

Met een zwaard van Damocles boven het hoofd wordt alles plots weer heel erg relatief. Maar, krijg dat maar eens uitgelegd aan mensen die nooit te horen hebben gekregen dat ze kanker hebben. Voor buitenstaanders is de "genezen" kankerpatiënt blijkbaar zoiets als de genezen grieppatiënt. De ziekte was geen leuke ervaring, maar ze is voor altijd achter de rug en na een tijdje denk je er gewoon niet meer aan. Och, als dat maar eens waar kon zijn!

Ik vraag me af of dit gevoel door andere ex-patiënten in dezelfde heftige mate wordt beleefd. Zitten er elke dag duizenden mensen met de angst dat ze morgen een bedrukt kijkende radioloog te zien gaan krijgen? Iemand die weliswaar niet zegt dat er weer iets mis met je is, maar met elke morzel van zijn of haar lichaamstaal uitstraalt dat je maar beter een koffertje voor het ziekenhuis klaar maakt?
Of kunnen al die anderen na enkele jaren wel weer geheel onbekommerd de routinecontrole tegemoet zien? Stellen zij achteloos vast in hun agenda: "Oh, hemeltje, morgen moet ik weer even naar het ziekenhuis voor wat foto's en een scan. Wat vervelend dat ik daardoor die razend interessante vergadering zal moeten missen…"

Om kwart over drie zegt de collega die recht tegenover me zit, een jongeman die tijdens de middagpauze niet bij me aan tafel zat en mijn kleine poging tot verzuchting dus niet heeft gehoord: "het lijkt je vandaag niet zo goed te lukken hé".
Even later krijg ik een mailtje van iemand die ik in de loop van de dag in de gang tegen het lijf liep en die zegt te hopen dat er niets mis met me is, "want je zag er zo gespannen uit daarnet".

Ik besluit dat het geen zin meer heeft vandaag, ik zet de PC uit en vertrek naar huis om daar nog wat van pure zenuwen de muren op te lopen. Hier heb ik genoeg geblazen en gezucht. Nog 17 en een half uur en ik kan eindelijk aan de mammografie. Nooit gedacht dat ik daar nog eens naar uit zou kijken.
En even stilstaand bij die laatste gedachte moet ik toegeven: welk normaal mens kan dat begrijpen?

Lees de reacties op dit verhaal.