Oktober is weer in het land. Wereldwijd is deze maand al jaar en dag uitgeroepen tot de borstkankermaand. Om je te laten informeren zijn er diverse artikelen over te lezen. Tv-programma's zijn eraan gewijd. In Nederland zag in 2004 zelfs een speciaal blad het levenslicht. Gedoopt met de naam Pink. Over deze roze ziekte ligt een donker taboe, je zakt in een isolement. Nog nooit zo diep over nagedacht. Als ik eerlijk ben was het voor mij een ver van mijn bedshow. Ik kende niemand die deze ziekte had of onder de leden zou hebben. Als de collectebus rammelend langs kwam, stortte ik er plichtsgetrouw altijd mijn bijdrage in. Dat was het dan.
Tot drie maanden geleden. Mijn leventje veranderde op slag. De huisarts lichtte mij in over het bevolkingsonderzoek. De uitslag was negatief. De dokter voelde niets bijzonders, het kon van alles zijn. Zijn uitleg hoorde ik gelaten aan, ging met twee verwijzingen voor het ziekenhuis rijker naar huis. Toch liet het mij niet los. Vooral 's nachts als ik wakker werd, brak het angstzweet mij uit. Binnen enkele dagen maakten wij onze opwachting in het ziekenhuis. Opnieuw moest ik onder de pletmachine. De andere dag naar de chirurg. De eerste medische informatie was summier. Op mijn foto, die aan de lichtbak hing zag ik een witte vlek met duidelijke uitlopers. Geen mooi rond sneeuwballetje. Ik vroeg ernaar, kreeg geen antwoord. "Het moet er uit", hoorde ik de witte jas zeggen. Dit was het enige wat goed tot mij door drong. Wat er uit moest? Ik begreep er weinig van. Voor de arts zou het allemaal duidelijk worden bij de operatie. Zijn assistente kreeg de opdracht om een snelle opname te regelen. Wij doorkruisten dus met diverse papieren de ziekenhuisgangen: van de röntgen naar de ECG totdat wij alles gehad hadden. De opname was geregeld. Wij mochten naar huis gaan. Eenmaal buiten gekomen drong alles wat tot mij door. Boosheid welde in mij op. Kan dit zomaar? Is dit de normale gang van zaken? Dit betwijfelde ik. Het beangstigde mij. Wat hing er boven mijn hoofd? Wat had ik, de ziekte met de grote K?
Langzaam drong het dieper door. Het leek een boze droom, die voor mij in een nachtmerrie moest eindigen. Dit wilde ik niet. Ik geloof in God. Mijn eerste noodseinen zond ik op naar Hem. Wonderlijk, er begon een weldadige rust over mij heen te komen. Later bleek dat God, dag in - dag uit, maand in- maand uit- deze wonderbaarlijke rust als een deken over mijn schouders heen bleef leggen. Anders was ik er aan onder door gegaan. Zeker weten.
In het ziekenhuis had ik in de wandelgangen de kernwoorden uit het doktersgekrabbel ontcijferd en genoteerd. Op de valreep haalde ik aan de balie nog een brochure over borstkanker op. De drang tot zelfonderzoek begon naar boven te borrelen. De folder ploos ik uit en ik begon het Internet af te struinen. Zocht dagenlang verder tot ik alle medische termen boven water had, en ging aan de studie. Wat waren microcalcificaties, wat een carcinoom, wat betekende invasief, was maligne kwaadaardig? Het potjeslatijn wat over mij heen gegoten was, begon wat gestalte te krijgen. Een heel vriendelijke mammacare-verpleegkundige verduidelijkte de rest.
Mijn gevoelens deelde ik natuurlijk in eerste instantie met mijn man, later met de kinderen. Bij meer duidelijkheid maakte ik de kring van mededeelzaamheid steeds groter. De familie werd ingelicht. Daarna onze vrienden. De buren en diverse kennissen volgden.
Ik had gelezen dat vooraf een biopsie nemen tot de normale gang van zaken behoorde. Ook dat vond de chirurg niet nodig. Bij de operatie zou hij vinden wat hij zocht. Toch kreeg ik mijn zin. Op mijn verzoek via de telefoon werd later de biopsie uitgevoerd. Daarna brak weer een week wachttijd aan. Ook de dag van de eerste uitslag. Met zweet in mijn handen en onder mijn oksels wachtten wij in het ziekenhuishoekje gelaten de uitslag af. Eindelijk was het onze beurt: ik hoorde opnieuw de medische termen over mij heen glijden. Niet invasief ICES, kankergraad 3, en nog veel meer. Met mijn vergaarde kennis was ik nu in staat om een persoonlijke conclusie te trekken. Naar mijn gevoel sloeg de balans naar de lichtste kant door. Zou het wat mee gaan vallen?
Binnen een week werd ik geopereerd. De dag voor de operatie vloog ik van de röntgen naar de oncologie. Met een soort voelspriet in mijn borst kwam ik op de afdeling terug. Er moest ook nog gelokaliseerd worden. Ook de schildwachtklier nog opgespoord. Braaf lag ik onder de scan. Draaien aan het spit leek het wel…Gelukkig kwam de dikke viltstift erbij. Een rood kruisje hier, een zwart daar en ter afsluiting kreeg ik het blauwe kruis op mijn huid. De chirurg moest de schildwachtklier kunnen vinden! Ik haalde opgelucht adem en ging weer terug naar mijn bed. Ik tolde op mijn benen. 's Middags mocht ik het gele nachthemd en de witte kniekousen weer aantrekken. Geen gezicht, alles went. Het zou dus borstbesparend met schildwachtprocedure worden. De ingreep op zich viel mij niet tegen. Het meeste ongemak kwam vanuit de okselruimte. Ik oefende zoveel ik kon om de zaak soepel te houden. De chirurg vertelde mij dat hij toch een gezwelletje gevonden had - kwaadaardig. Daarna borrelde in mijn brein dit akelige woord steeds naar boven: -Van aard uit kwaad - werd mijn ontleding. Ik begreep dat ik hier niet lichtzinnig over heen moest walsen. Er zaten kankercellen in mijn lichaam, nog kwade ook.....
Ik lag op een speciale mammacare afdeling. De verpleegsters waren schatten! Via de verpleging kreeg ik steeds te horen dat er nog van alles met mij kon gebeuren. Naast de bestralingen moest ik ook met eventuele chemotherapie rekening houden. Het kon ook zijn dat een tweede ingreep nodig zou blijken. In eerste instantie wimpelde ik dit af. Ik wilde bij de dag leven en niet in een onzekere toekomst gluren, die angstaanjagend was. Toch was het goed dat zij mijn optimisme wat temperden. Dit bleek later goed van pas te komen.
Ik mocht naar huis. Voelde mij een hele piet, wat later vies tegen viel. Oefende dapper met mijn arm van links naar rechts - van hoog tot laag. Bergen visite op de stoep, die als herinnering mooie bloemen achter lieten. Schitterend, alleen: ik lag uitgeteld op de bank. Na een week mochten we weer terug voor de uitslag van de operatie. Opnieuw kondigde de nodige spanning zich aan. De poortwachtprocedure was goed. Hoera! Ik hoorde gelaten over mij komen dat ik opnieuw onder het mes moest. Op de snijvlakken waren nog restanten van de verkeerde cellen teruggevonden. Opnieuw verscheen het akelige woord KWAADAARDIG op mijn netvlies. Gradatie III- De ergste vorm. Voor ik het wist vroeg ik de arts naar de prognose van amputatie. Op deze vraag keek hij mij verbouwereerd aan. Hij reageerde ietwat verontwaardigd: "wij zetten ons vandaag de dag in voor borstbesparing mevrouw!" Hoe kon ik met zo'n voorstel komen! Moest ik het met hem eens zijn? Ik had het gevoel van niet. Er was in deze weken een zekere assertiviteit boven komen drijven die ik normaliter niet bezit. Het kon mij niet schelen. Het ging om mijn lichaam. Om toch antwoord op mijn vraag te krijgen moest ik alle zeilen bij zetten. Alle registers trok ik open en voelde mij een Dolle Mina uit de zeventiger jaren. De arts hoorde ik zeggen dat er dan een extra overleg moest gepland worden tussen de diverse "logen", wat niet zo heel eenvoudig was. Het was vakantietijd, gewoon heel moeilijk om al deze mensen bij elkaar te krijgen. Wat zeurde ik toch? Jammer dan, ik wilde goed geïnformeerd worden. Ik had de tijd. Zij moesten op hun beurt gewoon tijd voor mij zien te vinden. Zij vergaderden dan maar voor mij. Ik wilde de prognose weten. Hij ging overstag. Waarom moet je als patiënt toch steeds zo op je poot spelen, vroeg ik mij vertwijfeld af. Zo'n Kenau ben ik echt niet. Ik had al moeite om mijn hoofd boven water te houden. Waarom dan dit gevecht om een gewone menselijke benadering? Verstandelijk gehandicapt ben ik niet, al werkte ik vroeger onder deze mensen. Zij missen natuurlijk verweer, ik niet.
Ook deze wachtweek gleed langzaam voorbij. Opnieuw op consult bij mijn niet zo heel aardige chirurg. Ik had het gevoel dat hij dacht: "Daar heb je haar ook weer." Heilig had ik mij voorgenomen om hem op een nette manier duidelijk te maken dat deze ziekte voor een vrouw angstaanjagend is. Een klein beetje menselijke begeleiding mocht ik best verwachten. Bij het terugzien van hem rolden deze woorden over mijn lippen. Tegelijkertijd blonken er tranen in mijn ogen . Het hielp! Hij veranderde op slag en antwoordde nu vriendelijk." Tja, de meningen waren onderling wat verdeeld. De teamscore was fifty-fifty. Hij, als chirurg durfde opnieuw borstbesparend aan te gaan, met daarna radiotherapie. Een radio- en oncoloog konden mij geen zekerheid geven. Zij hadden grote twijfels. De kankergradatie was te hoog."
Mijn conclusie trok ik nu zelf: "Jawel, het kan" zei dus de ene arts. "Ik geef geen zekerheid, concludeerde de ander." Dit laatste antwoord was voor mij genoeg. De keuze lag bij mij. Wat is wijsheid? Ter plekke besloot ik tot volledige amputatie. In goed besef dat dit geen sinecure zou zijn, van welke kant ik het ook bekeek. Bij deze ingreep speelde ik het meest op safe. Opnieuw sprak de ijzige artsenstem tot mij. Er werd mij duidelijk gemaakt dat amputatie niet de juiste benaming was. Omdat in mijn geval de lymfeklieren met rust gelaten konden worden, wordt deze ingreep in medische termen ablatio genoemd mevrouw. Het was maar dat ik dit wist... Daar sta je dan weer, letterlijk en figuurlijk zonder hemd. Opnieuw was ik een medisch begrip rijker. OK, hij kreeg gelijk. Het komt gewoon op hetzelfde neer. De borst wordt volledig weggehaald. Nog amper hersteld van de eerste ingreep zou de tweede volgen. Wij verlieten zijn kamer met opnieuw een geel formulier in de hand. Er moest ook nog even een afspraak geregeld worden met de plastische chirurg. Waarom? "Voor eventuele reconstructie mevrouw, die ingreep voeren wij samen uit. Eerst ik, dan hij." Reconstructie?? Hier had ik nog totaal niet bij stil gestaan. Dit wilde ik helemaal niet. Geen pardon. Zin of geen zin, naar de mooi-maker-chirurg. Ik voelde mij weer het schoolmeisje. Als je stout was moest je van de juf in de hoek gaan staan. IK WAS EEN KLEIN, STOUT MEISJE, terwijl ik oma van twaalf kleinkinderen ben. De oudsten zitten ondertussen al op de middelbare school.
Ik zocht mijn heil op de mammacare-afdeling. Bij mijn meiden vond ik gehoor. Wat moest ik hier nu weer mee? "Gewoon een afspraak maken. Deze artsen hebben een totaal andere instelling. Het zal je goed doen." OK, de afspraak werd gemaakt. Binnen enkele dagen zaten wij weer in het ziekenhuis. Ik keek nu in de vriendelijke ogen van de mooi-maak-dokter. Heel rustig nam hij de tijd voor mij. Zeker een uur sprak hij met ons in heel invoelende woorden. Legde uit dat bij de komende operatie het niet echt een must was om al een begin te maken met reconstructie. Dit kan altijd later nog gebeuren. Hij legde uit welke opties hij dan voor mij in petto had. "Mij nooit gezien," dacht ik stilletjes bij mijzelf. Zo heel aanlokkelijk leek het mij niet. Opnieuw gingen wij naar huis. Nu wel met het fijne gevoel dat wij eindelijk een arts gesproken hadden die gevoel in zijn body meedroeg. Geen technische techneut. Het had mij inderdaad goed gedaan. Zo stevende ik aan op een tweede operatie. Ik had om spoed gevraagd. Men was mij ter wille. Een week later bracht mijn man mij weer naar het ziekenhuis. Mijn laptop nam ik mee......
*******************
Het is zaterdagmorgen, 10.00 uur. Het is, geloof ik, 25 september 2004. Je raakt in het ziekenhuisleventje de oriëntatie een beetje kwijt. Mijn laptop staat hier gelukkig wel. Ik ga gezellig weer een beetje tegen mijzelf aankletsen. Dat ontlaadt de overlopende accu wat. Scheelt weer therapietijd! En het geeft mij afleiding in het wat eentonige ziekenhuisbestaan.
Het is inmiddels de 2de keer dat ik hier opgenomen ben binnen een tijdslimiet van vier weken. De eerste operatie was borstbesparend uitgevoerd. Helaas, op de snijvlakken waren resten achtergebleven van kankergraad III. " Kwaadaardig.'' Dit woord was het eerste wat ik van de chirurg gehoord heb. Het galmt me nog na in de oren. Langzaam drong het door. Ik had dus de ziekte met de grote K.
Deze tweede ingreep is mij behoorlijk tegengevallen. 's Morgens werd ik naar de OK gebracht. Om 8.00 uur zou ik geholpen worden. De anathesist zag ik deze keer amper. Voor ik het wist was ik van het toneel verdwenen. Ik droomde, geloof ik. Een Hells Angel was ik op mijn pad tegengekomen. Met zijn brullende motor had hij mij schaakmat gereden. Hij pakte mij beet en bonkte als een wildeman op mij los. Zijn vuisten doorboorden mijn borststreek. Nog een pets hier, een opmep daar. Met zijn voet gaf hij mij een gevoelige trap na. Hij was zijn agressie kwijt. Verdwaasd bleef ik op de grond liggen. Hij startte zijn motor en reed weg. Huilend werd ik wakker. Ik kwam bij uit de narcose ...
De huilregen was niet te stoppen. Mijn lichaam schokte ervan. Er kwam een arm over mijn schouder. "Laat maar lekker komen," hoorde ik iemand zeggen. Het was een man in een witte jas. Waar was ik in vredesnaam? "Terug op zaal," hoorde ik in de verte dezelfde stem zeggen. Gelijk legde iemand anders een hand op mijn hoofd. Ik kreeg een zoen. Dit was mijn man. Minne, de broeder had hem gebeld en hij was dadelijk gekomen. De tranenstortvloed stopte geleidelijk aan. Ook dat is dus weer over gegaan. Voor mij wel goed dat deze gevoelens een ontlading gevonden hebben. Kwijt = kwijt. Het zat er dus wel degelijk goed weggestopt, dat bleek nu weer. Gelukkig ben ik nog niet van schokbeton. Thuis was ik gewoon "te" rustig voor mijn doen. Nu ik er over nadenk, je bouwt bij zo'n plotselinge overval onbewust toch veel spanning op. Naar mijn gevoel heb ik deze gevoelens niet bewust weggestopt. Dacht heel eigenwijs eigenlijk het tegenovergestelde. Tja, het was niet zo.
Toen het tot me doorgedrongen was dat ik geopereerd was, bekroop mij wel het gevoel: ik was niet ziek, ze maken het mij hier! Ik had pijn, best veel pijn. Vooraleer ik zelfmedelijden kreeg, dacht ik steeds: "Gewoon ophouden Mats, niet zeuren. Dit gaat wel over! Er zijn zoveel mensen die dit niet na kunnen zeggen. Die altijd ziek-zijn....." Een mens moet gewoon in gesprek gaan met zichzelf, zo nu en dan. Ook al was het niet leuk, als je wat nadenkt, voelen de eigen tijdelijke beperkingen echt minder zwaar. Per dag gaat het beter.
De operatie en de vervelende dag en nacht erna zijn nu gelukkig voorbij. Nu ben ik gewassen en gestreken. Nou ja, ben.....Het is zelfbediening hier, dat doe je gewoon zelf. Hulp van de verpleging? Red je zelf, is het motto. Gelukkig dat ik het gewoon zelf kan! Heb ook zelf uitgevonden dat een opgerolde baddoek onder mijn oksel de lege plaats weldadig zacht opvult, de druk van de drain en de pijn vermindert. Ik vraag patent aan.....Zo'n hint moet van de verpleging komen volgens mij. Ik ontdekte dit pas na twee dagen onnodig pijn lijden.
Ik lig nu gewoon op chirurgie. Niet op de speciale mammacare- afdeling van de vorige keer. Vond ik best jammer, die meiden daar waren echt schatten. Hun afdeling gaat altijd op vrijdag dicht, na het weekend weer open. Omdat ik vrijdag toch naar chirurgie gebracht moest worden, ben ik hier dadelijk opgenomen. Het verschil, qua begeleiding, merk ik heel goed. Hier ben je patiënt, daar was je een levende mens. Nee, dat is toch niet helemaal terecht. De verzorging is hier eigenlijk wel goed. Er was hier een broeder, die mij heel tof en menselijk behandelde. Hij en nog een verpleegster waren bij de opname, hebben me naar de OK gebracht- heen en terug. Met die mensen bouw je dan toch een bepaalde band op. Zij zijn nu vrij.
De dag na de operatie komt de dokter officieel langs om alles te bekijken. Ook al ervaar ik het vrij nuchter, het is toch heel confronterend om het mankement onder ogen te zien. Ik had niet veel anders verwacht dan "weg = weg". Het is nu naakte realiteit en ik ben bont en blauw. De chirurg heeft aan mijn bed de gedane operatie haarfijntjes uitgelegd. Hij was weer voorkomend aardig. Fijn vond ik dat. Hij legde uit dat mijn borstvolume aan de kleine kant was en hij behoorlijk heeft moeten sjorren aan de onderhuid. De huid moest uit de voegen getrokken worden om alles netjes neer te leggen en vast te krammen, zodat het bij genezing er zo goed mogelijk bij zal liggen. Er staat nu op dit moment bij mij veel meer spanning op dan bij een "normale " borstgrootte.
Het lijkt inderdaad alsof ik een robbertje gevochten heb: ik ben bont en blauw. De pijn voelt ook aan als kneuzing, verder valt het nu best wel mee. Ook nu ik weer wat op de gang aan de huppel ben, is het weer een pluspunt, (denk ik dan) dat ik niet gezegend ben met een cup D-E of F volume! Je zou dan uit balans raken, er scheef van gaan lopen als je er een van de twee moet missen.....
Het is nu de 4de dag dat ik hier ben. Vandaag schijnt de zon. Heerlijk! Ben op zoek geweest naar een buitentuintje of balkon, helaas: afwezig. Je zou hier claustrofobisch worden op den duur! Geen frisse lucht, niets. Men zegt dat op de psychiatrische afdeling wel een buitengebeuren bestaat. Daar ga ik dan vanmiddag eens koekeloeren....Op dit moment heb ik nog geen behoefte aan probleemmensen rond mij heen!
Vanmorgen kwam de weekendarts op inspectietocht. Hij had mij de eerste keer geholpen, vier weken geleden. Hij herkende mij nog. "Ach", zei hij, "had ik niet voldoende weggenomen? Wat vind ik dat naar voor u!" Ook dat deed mij goed. Kon hij toch ook niets aan doen! Hij gaf mij nu toch best de verzekering dat ik er straks vanuit mag gaan dat alles ECHT weg is. Alles staat nu weer op kweek - Afwachten maar, werd mij na de operatie gezegd. De gedachte alleen al, riep best weer spanning op. Als het nu nog fout zou zijn? Dan weet ik mijn reactie zo net nog niet. Ben er, na de uitspraak van de dokter vanmorgen, toch weer rustiger onder dat ik deze periode ECHT af mag gaan sluiten. Zijn uitspraak troostte mij dus weer. Zo komt er regelmatig iets of iemand op mijn pad, wat me moed geeft of die mij bemoedigt.
Die aardige broeder is nu vrij tot woensdag, hij verwachtte dat ik dan wel thuis zou zijn. Hij heeft mij gisteren voordat hij vertrok van een tijdelijke prothese voorzien, die nu braaf in de kast ligt te wachten. We hebben samen ook best gelachen: hij frommelde mijn BH in zijn zak en kwam later met verschillende doosjes terug. Zij werden, achter gesloten gordijnen, netjes op mijn bed uitgestald. "Wat denk je ervan: Gratis voor niks- Zeg het maar! Wat wil je: wit, roze of zwart? Zwart vind ik niks voor jou!" Die had hij ook niet in de aanbieding, bleek later. Dus heb ik maar gewoon huidkleur gekozen. Vond hij een prima keuze.
Tot nu toe verlies ik nog steeds teveel wondvocht, dus voorlopig mag ik nog niet naar huis. Het hoeft nu van mij ook nog niet! De gevolgen van deze ingreep zijn heftiger dan de vorige. Deze ingreep heb ik best als vrij heftig ervaren. Het mooie is dat mij nog steeds geen spijtgevoel bekruipt. Absoluut niet. Ik had er heel goed over nagedacht. De consequenties onder de loep genomen, afwegingen gemaakt en had er steeds rust bij en geloofde dat deze keuze de goede was. Bestraling / chemokuren moeten echt niet onderschat worden! Deze therapieën ontnemen je kracht en energie. Laten hun impact na in je lichaam en geest, die echt niet dadelijk verdwenen is.
Het besef, dat zoveel jonge vrouwen met deze ziekte geconfronteerd worden, maakt dat ik niet mopper. Ik ken er nu verschillende. Een van hen is deze week aan de chemo begonnen. Als ik aan hen denk, die jong zijn, is dit gebeuren veel ingrijpender. Er ligt een veel langere toekomst nog voor je open, met de nodige vragen, komt het terug!? Je kunt je bijna niet permitteren moe te zijn. Je gezin, je werk eist je op. Rond je heen is het gewone leven gewoon verder gegaan. De aandacht die men voor je had, ebt weg. Zo gaat het gewoon. Vaak blijf je alleen over met je vragen, je angsten, je twijfels. Als ik mij nu voorstel wanneer ik hier zo'n 30 jaar geleden mee geconfronteerd zou zijn? - Dan zat ik met een opgroeiend gezin, alle drukte die er bij kwam kijken, zou veel meer aan verlies aan uiterlijk vertoon geleden hebben, zou? Zoveel! Tel je zegeningen. Als nu de uitslag goed is, kan ik gewoon thuis in alle rust herstellen. Daarna? Dan ben ik gewoon BETER!!! Wat is dan een periode van drie maanden eigenlijk kort.
Kom wel tot de conclusie dat er aardig wat woorden aan verspild zijn door mij. En nog steeds verspild worden. Dit gebeuren houdt mij ondertussen al een paar maanden bezig. Je leven neemt plotseling zo'n andere wending, alles schijnt relevant. En alles draait om dat ene woord, de naam van deze ziekte. Wat een impact geeft deze ziekte op je leven! Werkelijk alles verandert er door. We hebben, doordat ik dit kreeg, nu plotseling een appartement gekocht. Pots-pats-boem. Kunnen deze winter samen verhuizen. Zou anders echt niet 1-2-3- gebeurd zijn, mijzelf kennende! Mijn huis was mijn alles. Mijn tuin was mijn hobby. Ook dat is relatief gebleken. Het is goed zo.
Nog een paar daagjes, dan mag ik weer fijn naar huis. Dan mag ik deze periode af gaan sluiten. Wat zal het heerlijk zijn! Alles zal anders zijn. Mijn tuin, waar ik zo van hield, wij gaan weg. Dag bloemen en vlinders....Het gaat jullie goed! Van zoveel vertrouwde spullen zal ik afscheid moeten nemen. Jammer dan.
Wel ben ik een ervaring rijker, die mijn leven verrijkt heeft. Het is voor mij nog steeds een wonder dat ik alles vrij positief op een rijtje heb kunnen houden. Ondanks veel spanning waren er geen paniektoestanden, geen opstandigheid, ook geen doffe berusting. Dat kon ik niet uit mezelf. Ik heb nu aan den lijve ondervonden dat wanneer je gewoon dingen uit handen geeft, ook al zijn ze best moeilijk, er uiteindelijk een zekere rust over je heen gelegd wordt. In aanvaarding ligt VREDE. Ook al ben ik een stukje van mezelf kwijt, deze intentie heeft mij nu rijker gemaakt. Dat ik rust kon hebben. Dit had ik nooit verwacht. Heel dit gebeuren leek mij een boze droom toe. Dat was het dus niet. Het is een heel goede ervaring geweest. Mooi hè?
Op mijn nachtkastje staan vazen met bloemen. Het prikbord hangt vol met tekeningen en kaarten. Een teken dat men mij niet vergeet. Ik voel me een rijk gezegend mens. Bezoek loopt in en uit. Toch? Ik hoop weer terug te mogen komen naar de bewoonde wereld, waar ietsjes meer gebeurt dan hier. Hoop dan ook weer over wat andere dingen te kunnen gaan schrijven. Misschien kan ik met deze ervaring anderen tot steun zijn? Ik weet het niet. Het komt dan wel.
Mijn advies zal zijn: probeer dat gapende gat op te vullen. Laat niet met je sollen. Laat je goed voorlichten. Loop niet zonder meer de artsen achterna. Denk goed na wat je zelf wilt. Speel geen verstoppertje. Praat erover! Geen praatpaal? Ga op zoek!
PS: De herstelperiode ... het valt niet echt mee. Onder mijn oksel hangt een hard gekookt ei, blauw uitgeslagen. Mijn opgerolde baddoek doet nog goed dienst. In de hoop dat het gaat helpen, ben ik begonnen om de kale maanvlakte met arnicagelei in te smeren. De telefoon is voor Jan. Veel bezoek mag hij afwimpelen. De bank is mijn steun en toeverlaat. Ik lig er meer op dan mij lief is. Ben ik nu zo kinderachtig? Sjok weer door mijn tuintje heen. Probeer onkruid te trekken. Au, doet pijn. Laten staan die groene handel. Ik lees veel. Ook dat verveelt op den duur. Zit wat achter mijn laptop om contact met de bewoonde wereld te houden. En de klok tikt gewoon verder alsof er niets gebeurd is. Droom ik nu weer?
Ondertussen zijn wij weer naar het ziekenhuis geweest. De uiteindelijke uitslag was GOED!!! Wat was ik blij! Al deze narigheid was dus niet voor niets…. Geen bestralingen. Geen chemotherapie. Volgende week mogen de krammetjes er uit. Daarna resten mij nog zes weken om van deze blessure te herstellen. Dat hoop ik dan en ga er voor. Voel mij nog wel totaal uitgeschakeld. Iedere dag is er een.
Gisteren alle vazen met bloemen buiten gezet. Een berg vergane glorie mag met de vuilnis mee. De vazen in de afwasmachine en dan de kast weer in. Het deurtje doe ik nu dicht. Het kankerpoppetje goed gezien…..het kastje mag dicht. Om nooit meer open te gaan! Ik kan er nu over meepraten. Toch een ervaring rijker. Ondanks alles was het niet de slechtste periode uit mijn leven. Zoveel liefde en vriendschap om ons heen, wat zo geweldig was. Dat overkomt je dan als het woord KANKER je leven komt binnen vallen.