Een nieuwe identiteit

© KS


Hier zit ik nu, wachtend op mijn eerste neerdwarrelende lok. Want, ik heb zoals je al kan vermoeden, ook een 'slepende ziekte' of beter gezegd 'borstkanker'.

Het sloeg in als een donderslag bij heldere hemel. Een routinecontrole eventjes tussendoor, tussen al wat ik bezig was en al wat ik van plan was. Compleet onvoorbereid op dit verdict.
Het was de laatste week van de zomervakantie en ik wilde net ons zoontje voorbereiden op de eerste kleuterklas. Verder was het een bijna perfecte zomer geweest. Het weer was ons nooit zo genegen, we waren op de Friese binnenwateren gaan varen en ik had net een spetterend verrassingsfeest georganiseerd voor mijn man. Dat had ik nooit eerder gedaan en ik had zelfs alles tot in de puntjes verzorgd, met paella, drank en zelfs een orkest er bovenop. De symboliek leek de werkelijkheid te overtreffen, was deze zomer dan de apotheose van mijn bestaan ?

Maar nu, geen twee maanden later, lijkt deze stelling iets of wat overdreven. Ik heb immers de neiging om nuchter tegen de dingen aan te kijken. Hoe dan ook, eenvoudig is het niet als de grondvesten onder je voeten beginnen te daveren. Het hectisch leven van alledag wordt abrupt stil gezet en alle evidentie verdwijnt. Plots lijk je in een draaikolk verzeild waarin je de mensen die je het meest bemint meedogenloos meezuigt. Er is geen ontkomen aan. The struggle for live has started…

Want op één of andere manier word je teruggegooid naar je basisinstincten. Zoals een konijn dat 's morgens niet weet of het 's avonds zijn hol nog haalt. Of zoals mensen uit de derde wereld die iedere dag moeten vechten voor hun overleving. Wij in het Westen kennen dit gevoel niet meer, wij moeten eerst kanker of iets aanverwants krijgen vooraleer we weten waarover het gaat in dit nietige bestaan. En dat is even wennen.

Komt daar nog bij dat het borstkanker is. Dat betekent dat het niet alleen de oerinstincten zijn waarmee we moeten afrekenen, maar ook met een boel cultuurgebonden rotzooi. Want ondanks onze gevorderde beschaving staan 'borsten' symbool voor vrouwelijkheid en aantrekkelijkheid. Een gegeven waarop ik vroeger al niet zo gek was. Met mijn ego wil je immers niet dat je essentie herleid wordt tot een set melkklieren. Toch worstel ik er ook wel mee, want onze maatschappij is echt niet vrouwvriendelijk.

In een tijd dat 1 vrouw op 8 borstkanker ontwikkelt, een ander groot percentage daar onterecht bang voor is en haast alle overblijvende soortgenoten vroeg of laat vinden dat hun boezem te groot, te klein, te asymmetrisch of te slap is, kun je haast nergens meer komen zonder dat één of ander uitvergrote foto van overweldigende borsten je netvlies doorboort. Of je nu de tv aanzet, met de auto rijdt of gewoon winkelt in een warenhuis, er is altijd wel een prominente afbeelding die je eigen lichaam ongevraagd in de schaduw zet. Zijn we daarvoor zo lang naar school geweest, vraag ik me soms af … als dit de manier is om vrouwen te portretteren.

Toch is borstkanker zeker niet de ergste vorm van kanker. Je kan immers je borsten onmiddellijk laten amputeren en weg is de tumor, tenminste als die zich nog niet uitgezaaid heeft. Weinig andere organen zijn zo overbodig voor je voortbestaan. Ik hoef mijn borsten alleszins niet meer. Ze verder behouden is in mijn geval gelijk aan 'met twee envelopjes antrax rondlopen' verzeker ik mijn chirurg. Die kijkt daar wel van op, maar zo voel ik het aan. Waarom het nog moeilijker maken dan het al is, waarom strijden voor het behoud van organen die mijn leven op het spel kunnen zetten ? Nee, bedankt, ik heb mijn portie gehad.

Zo zie ik op tv een vrouw die tijdens de chemokuur haar hoofd inpakt in ijs om te voorkomen dat haar haar uitvalt. Hoe zwaar kan je het je zelf maken, zelfs voor wat haar dat sowieso terugkomt na de behandeling? Kanker hebben is op zich al erg genoeg. De behandeling is al een offerande op zich. We leveren veel in. Niet alleen onze gemoedsrust wordt bedreigd, we moeten ook nog onze vitaliteit, onze plannen met onze beminden, onze schoonheid en zelfs deels onze seksualiteit opofferen. Zonder te weten of het een sikkepit uitmaakt. Hoe je het ook bekijkt, ik ben immers een zinkend schip dat we samen proberen drijvende te houden. En ik weet dat het in vele gevallen lukt. Dus is er hoop, genoeg om strijdlustig door te gaan.

Maar de beperkte energie die ik heb, ga ik niet volledig besteden aan het behoud van mijn schoonheid. Schoonheid is immers een middel en geen doel op zich. Mijn doel is mijn therapie nauwgezet volgen opdat mijn zoontje zolang mogelijk van mijn liefde kan genieten. En ook mijn man wil ik niet zomaar verweesd achterlaten. En intussen maken we ervan wat er van te maken valt. Overdreven gejammer hoort daar niet bij. Deze ziekte treft niet alleen mij, maar ook mijn geliefden. Dus moeten we verder en dat op de enige weg die er is. Ook nu kunnen we immers leuke dingen doen en samen lachen en knuffelen, er zijn genoeg goede momenten.

Intussen kijk ik naar buiten en besluit dat ik dit jaar maar met de seizoenen meedoe, mijn haardos waant zich toch al in de herfst. Ik weet immers dat in de lente mijn blad weer schiet en dat is misschien de aanloop naar een volgende nieuwe mooie zomer.