Hinkelen in het heden

© KS


Je hebt goedkope gsm's en duurdere. Wel, ik ben blijkbaar zo'n modelletje dat je voor een appel en een ei op de kop kunt tikken. Pas opgeladen bel ik goed, maar na een poosje moet ik alweer aan de adapter, zoniet vallen de meeste verbindingen uit. Zo vergelijk ik de vermoeidheid waar ik de laatste tijd mee te kampen heb. Na een zware operatie en middenin een fameuze chemo zou je natuurlijk voor minder naar adem happen … letterlijk dan.

Het is helemaal anders dan het gevoel dat ik vroeger had toen het bedtijd werd. Toen werd mijn geest geleidelijk aan suf en de behoefte om niets te doen nam toe. Nu daarentegen blijft mijn kale knikker redelijk lang fris en een poosje platte rust is soms voldoende om weer te stomen van de plannen, waar ik dan jammer genoeg de fysieke kracht niet voor heb om ze uit te voeren.

Een tijdje later sta ik toch weer recht voor één of andere klus of heb ik een energiek gesprek.
De mensen in mijn omgeving kijken dan verward en ik hoor ze denken : 'Ze is toch helemaal niet zo zwak als ik dacht.' Maar niet lang daarna heeft mijn energiepeil weer een dieptepunt bereikt. Dan weet ik dat ik weer moet doseren en uitstellen. Dat leer je immers vlug.

Zo gebeurt het wel eens dat ik een leuk en onderhoudend telefoongesprek voer waarin ik mee draaf als een fris en monter uitgeslapen hoentje. Vaak verneem ik zelfs dingen, die daarna lang op het puntje van mijn tong blijven liggen, omdat ik gebrand ben ze door te vertellen aan mijn man.Toch kan het een poos duren vooraleer ik dat daadwerkelijk doe. Het telefoongesprek heeft immers zoveel energie opgeëist dat ik liever een geschikt moment afwacht om alsnog mijn verhaal te doen.

Soms ben ik echt wel in the mood voor een zinnenprikkelende maaltijd, maar ben ik te moe om langdurig te kauwen. Op het verkeerde moment geserveerd eten is bijgevolg weinig eten.
't Is immers de motorische activiteit die me nu zo zwaar is geworden.Want het is het één of het ander, bewegen of praten, bewegen of helder denken, maar zelden beide lang tegelijk.

Voorts lijk ik plots erg krenterig, de dimmer is inmiddels mijn grootste vriend. Het zwoelste sfeerlampje gedraagt zich als een verblindende spot. Trouwens, de lichtintensiteit die ik in de woonkamer toelaat heeft hier een nieuwe betekenis gekregen. Hij is de barometer van mijn conditie geworden, al leidt dat soms tot enig gekibbel … vermoeiend.

Over de geluidspollutie binnenskamers kan ik ook een aardig woordje meepraten. De ronkende motor van de computer, de kletsende potten en pannen van de keuken, het door elkaar gekwetter en niet in het minst de alomtegenwoordige tv die bijtijds een waar geluidsbombardement lost.

Dan is er natuurlijk onze trap. Altijd eerst bezinnen en dan aan de beklimming beginnen. Ook zou ik dringend, wegens toegenomen bips, enkele nieuwe broeken moeten gaan kopen…ach laat maar, ik doe wel een rokje aan. Ongeveer alles is een karwei, of het nu gaat over mezelf inzepen, me simpelweg omkleden of samen met mijn zoontje onze gansjes Kwek en Kwebbel voeren.

Toch leg ik me niet helemaal neer bij deze verpletterende vermoeidheid. Zodra ik het enigszins kan, veer ik weer recht uit mijn sofa. Het lijkt of mijn tijd is samengeperst. Al heb ik altijd geweten dat ik sterfelijk was, vroeger had ik toch het gevoel dat bij het bewandelen van mijn levenspad na iedere tegel weer een andere kwam. Nu gaapt die afgrond.

Voorlopig dus geen plannen voor mijn oude dag, maar hinkelen in het heden. Geen tijd meer laten verloren gaan. Niet nodeloos luieren, maar iets doen. Iets dat zinvol is of iets dat wat endorfine oplevert. Iedereen geniet mee, ook mijn man en mijn zoontje fleuren op van de soms herwonnen kracht en de leuke dingen die hier uit voortvloeien.

Helaas kan ik geen invloed uitoefenen op de tijd die mijn zoontje nodig heeft om op te groeien. Die valt niet samen te drukken. Ik kan toch niet bij een driejarige rekensommetjes nakijken, tienerperikelen aanhoren of autorijles geven. Dat doet me pijn, veel pijn. Het idee dat ik hem misschien door mijn ziekte in de steek moet laten, terwijl ik het gevoel heb dat de navelstreng nog niet eens is doorgeknipt is moeilijk te verteren. Bovendien ben ik razend benieuwd naar wie hij wordt en hoe hij er later zal uitzien. Daar valt jammer genoeg niets aan te doen. Hem nu met mijn paniekerige gedoe opzadelen, is helemaal uit den boze. Een kind moet immers ontspannen en vol vertrouwen opgroeien, toch ?

Maar dat doemdenken dat me soms overvalt, is natuurlijk geen voorspelling van de toekomst. Die ken ik immers niet. Ik besef dat mijn doen en denken geleid worden door mijn angst en vooral door de hoop, de hoop er nog wat van te maken, moe of niet moe!