Hersenoperatie© Nancy Wauters |
|
| Wat voorafging ...
De volgende dag word ik al zeer snel van mijn kamer opgehaald om naar de operatiekamer te worden gebracht.
In de wachtzaal komt de neurochirurg nog even langs. Hij zegt dat ik me niet te veel zorgen moet maken over de ingreep. De tumor is perfect bereikbaar en hij weet precies hoe hij het letsel moet benaderen dank zij de MR-beelden die de vorige avond zijn gemaakt en de groene dingen die nog steeds op mijn voorhoofd plakken. Tijdens de nacht is er maar één losgekomen en dat is al snel weer op zijn plaats geplakt. Na de operatie moet ik een aantal uren (was het 24 uur?) op intensieve zorgen doorbrengen,
waar men mij om het uur uit mijn slaap haalt om na te kijken of ik handen en voeten nog beweeg,
reageer op licht in mijn ogen, enz, terwijl ik eigenlijk alleen maar met rust gelaten wil worden.
Af en toe zie ik ook wazige verschijningen van familieleden. Zij mogen maar met mondjesmaat in mijn glazen hokje en ik ben zo
murw dat ik me daar nauwelijks bewust van ben. Als het voorziene aantal uren verstreken is en ik ook weer wat bij bewustzijn ben, word ik verhuisd naar de afdeling Midcare. Dat is een kleine zaal waar patiënten worden ondergebracht die nog niet lang zijn geopereerd, van dichtbij moeten worden opgevolgd en - in theorie - beperkt bezoekrecht hebben. Ik zeg wel degelijk "in theorie", want naast mij ligt een dame die rechtop zit in haar bed, graag de ancien wenst te spelen ("ik ben hier wel al 834 maal geopereerd") en duidelijk lak heeft aan andermans rust. Voorbij mijn bed passeert een defilé aan bezoekers, meestal kwakend en kwebbelend op weg naar haar bed. Ik kan best geloven dat ze hier al meer tijd heeft doorgebracht, want er blijken ook heel wat medepatiënten bij haar op bezoek te komen. Het duurt dan ook niet lang voor ze met zijn allen hebben uitgevogeld dat ik een afstammeling ben van de familie Wauters uit daar en ginder en dat er in onze familie wel meer kankergevallen zijn, waarbij de toonhoogte stelselmatig daalt maar ik toch, ondanks de inmiddels tot fluistertoon verlaagde communicatie, nog weet op te vangen dat "het bij hen (ons dus) vast en zeker in de familie zit". Ik heb er nu nog altijd spijt van dat ik daar niet luidop op gereageerd heb. De mensen in de verpleegpost, nochtans vlak naast de deur van het Midcare zaaltje gelegen, lijken niet op te merken hoezeer de regels met de voeten worden getreden.
Eén keer wordt er gevraagd wat stiller te zijn en rekening te houden me de andere patiënt (ik ben de enige), maar
dat de hele kamer zowat volstaat lijken ze niet direct op te merken, noch erg te vinden.
Mijn bezoekers melden zich aan in gespreide slagorde, precies zoals ze vooraf hebben afgesproken. Zo zie ik iedereen toch eens passeren en blijft het goed gedoseerd. De neurochirurg komt ook eens kijken hoe ik eraan toe ben. Hij zegt dat de operatie zeer succesvol is verlopen, het hele letsel is weggenomen en de nazorg is nu aan de oncologen.
|
|