Wie zijn wij? |  Email | Natarelle | Medewerkers | Steun deze site | Meters & peters | Partners | Sponsors |  Privacy |  Forum |  Nieuwsbrief |  Kalender
 
 
 >  Home
 +  Borstkanker
 +  Behandeling
 +  Gevolgen
 +  Psycho-sociaal
 +  Andere info
 +  Contact
 +  Columns
 +  Bekendmaking site
 +  Vind uw weg

Wij onderschrijven de gedragscode van de Health On the Net Foundation Wij voldoen aan de HONcode, die staat voor betrouwbare informatie over gezondheid: Controleer hier .

Stop de chemo!

© Nancy Wauters


Wat voorafging ...

Waren de bijwerkingen van de chemotherapie na de eerste toediening nog redelijk aanvaardbaar, na elke beurt begin ik me slechter te voelen.

Als ik na een toediening het ziekenhuis omstreeks het middaguur verlaat, zie ik er weliswaar steeds weer uit als een wandelend lijk, bleek en met bruine omrande ogen, maar ik voel me tot een uur of 5 in de namiddag nog redelijk.
Maar dan begint het: ik begin me heel erg droevig te voelen, heb een gevoel van een overvolle maag, krijg hoofdpijn en word misselijk en moet ook braken.
Na de vierde toediening zit ik de hele nacht op de grond naast het toilet om elke paar minuten hartsgrondig niets te braken. Mijn hoofd tolt, ik heb me in heel mijn leven nooit zo slecht gevoeld.

Als de derde kuur aanvangt en ik dus voor de vijfde keer met loden schoenen naar het ziekenhuis vertrek voor een ambulante toediening van chemo ben ik vast besloten ermee te stoppen. Ik vind het deze lijdensweg niet waard en vind het erger dit te moeten blijven ondergaan dan het risico te nemen op een groter kans op herval.

Als de medisch oncoloog zijn praatje vooraf komt slaan, belangstellend komt informeren hoe het me de vorige keer is vergaan, vertel ik hem over mijn voornemen. Hij heeft na mijn klachten van de vorige keer de medicatie tegen misselijkheid en braken verhoogd, maar het heeft alweer niets geholpen. Dus wil ik dat het stopt, en wel onmiddellijk, hier en nu en niet over 4 maanden.
Hij luistert aandachtig en zegt dat het toch wel heel belangrijk voor mijn vooruitzichten is dat ik de behandeling zou kunnen volhouden. Daarom stelt hij voor me in het ziekenhuis op te nemen en met intraveneuze medicatie tegen misselijkheid en braken toch proberen verder te doen.

Ondanks mijn vastbeslotenheid om te stoppen, wéét ik dat het beter zou zijn dat niet te doen. Ik weet ondertussen ook wel dat er harde wetenschappelijke studiegegevens zijn die aantonen dat chemotherapie in mijn geval de prognose verbetert. Ik ben er intussen ook achter dat chemotherapie ook al vaker bij jonge mensen wordt voorgeschreven omdat wij beschikken over hyperactieve en deelgrage cellen en dus een groter risico hebben op herval.

Dus ga ik uiteindelijk akkoord met het advies van mijn arts. Na de chirurg en radiotherapeut krijgt ook mijn medisch oncoloog mijn onbegrensd vertrouwen.

En dus blijf ik in het ziekenhuis en krijg zowel voor, tijdens als na de chemotherapie intraveneuze medicatie tegen misselijkheid en braken. En ... het helpt.
Ik blijf weliswaar nog met een loodzware steen op de maag zitten, ze draait om elke keer als ik het eten nog maar ruik dat men mij echter met ongelooflijke volharding blijft brengen. Maar ik moet tenminste niet meer braken.
Ik kan in mijn bed blijven liggen en slapen, slapen en nog eens slapen. Dit wordt mijn nieuwe belangrijkste bijwerking: de dag na de toediening ben ik helemaal uitgeteld, ik kan mijn ogen nauwelijks openhouden en eigenlijk is dat maar goed ook, zo verlopen rotdagen in halve bewusteloosheid.

Naarmate de therapie vordert, wordt het zoeken naar een aanprikbare ader op mijn arm een ware marteling. Ik heb geen port-a-cath, dus moet er in de arm worden geprikt. Van sommige verpleegkundigen vind ik dat ze zich beter hadden bekwaamd in de kunst van het slachten, want ze gaan als echte slagers mijn arme linkerarm te lijf. Op een keer staan ze zelfs met twee te poken, de ene manoevreert met de naald op basis van de instructies van de andere die zich dan weer baseert op de reactie van het infuus. Vooruit, achteruit, vooruit, achteruit. Het duurt zo lang tot mijn vriendin Leen het niet meer kan aanzien en zich ermee bemoeit. De hoofdverpleger wordt er bij gehaald. Hij haalt meewarig zijn schouders op als we het idee opperen er een anesthesist bij te halen. Hij zal die klus toch zelf wel even klaren zeker. Enkele voor mij zeer pijnlijk minuten later, besluit hij toch dat een anesthesist hier toch wel gewenst is. De bijgeroepen specialst doet er enkele seconden over om de naald in een ader te plaatsen.

Bij een van mijn ziekenhuisopnames ben ik alweer een sudden death nabij als een verpleegkundige die ik nog nooit heb gezien, besluit dat ik het maar eens zonder medicatie tegen misselijkheid en braken moet proberen. Als ik vraag waar ze met mijn medicatie blijft zegt ze doodleuk: "Oh, maar dat geven we nooit direct hoor. We zien eerst wat het geeft".
Ik heb veel zin om het bed uit te springen en haar bij de keel te grijpen, maar vredelievend als ik ben, kan ik me gelukkig beheersen. Ik zeg dat ik helemaal niet hoef te "zien wat het geeft", want dat ik wel "wéét wat het geeft" en vraag haar met enige aandrang toch eerst de medisch oncoloog te bellen. Met een "je zal wel zien"-uitdrukking op haar gezicht geeft ze uiteindelijk gevolg aan mijn verzoek en verlaat de kamer om te gaan bellen. Als enige tijd later een andere verpleegkundige met mijn zakje medicatie tegen misselijkheid komt aandraven, valt er een geweldige druk van mijn schouders. Ik ben werkelijk doodsbang geworden van chemo zonder afdoende medicatie tegen die verschrikkelijke misselijkheid. Gelukkig blijkt mijn medisch oncoloog mijn verhaal te hebben bevestigd, hij vindt het ook niet nodig te "zien wat het geeft". Ik zal hem daarvoor de volgende dag uit de grond van mijn hart danken.

Op deze - achteraf bekeken kleine - incidenten na, verlopen mijn talrijke ziekenhuisopnames voor de toediening van de chemo eigenlijk wel goed. Er heerst een aangename sfeer tussen de verpleegkundigen, ze zijn joviaal en aangenaam in de omgang en maken me bij tijd en wijlen ook wel aan het lachen.
Als ik meer dan 5 jaar na de behandeling nog eens op dezelfde afdeling moet zijn voor een ziekenbezoek, word ik zelfs nog herkend en word ik meegesleurd naar de PC in het kantoor om de stand van zaken van mijn website uit te leggen. We slaan een gezellig praatje en ik bedenk hoe ik me hier steeds een mens heb gevoeld en geen lichaam waarin dringend wat chemo moest worden geloosd en hoe ik na al die dat gevoel nog steeds heb.

Ik heb uiteindelijk mijn chemotherapie kunnen beëindigen en daar ben ik zowel mijn medisch oncoloog als deze verpleegkundigen dankbaar voor.

Lees het vervolg

nancy.wauters@borstkanker.net