|
Wat voorafging ...
De ochtend van mijn eerste chemotherapie is er maar één woord dat mijn toestand kan beschrijven: angst. Ik ben heel erg bang omdat ik absoluut niet weet wat me te wachten staat. Als ik de voorbije weken teksten over de mogelijke bijwerkingen van de therapie onder ogen kreeg, maakte de simpele poging te beginnen lezen al dat ik mij niet lekker voelde, zodat ik die pogingen al gauw opgaf. Nu ja, ik weet ook van de dokter wat de mogelijke bijwerkingen zullen zijn en ik moet toegeven dat ik er bang voor ben.
Ook de procedure boezemt me angst in. Ik ben nooit een fan geweest van spuitjes, laat staan van infuzen en de idee dat ze er straks een bij me gaan aanbrengen doet me ook al weinig deugd. Mocht de mogelijkheid bestaan, dan zou ik op dit ogenblik opteren voor een chemotherapie onder volledige narcose.
Gelukkig krijg ik misschien het gezelschap van mijn vriendin Leen. Ze is wonderbaarlijk: ze moest vannacht werken, moet dat volgende nacht weer en heeft toch gezegd dat ze zal proberen langs te komen om me te steunen. Ik hoop van harte dat ze het doet.
Ik meld mij aan bij een vriendelijke verpleger die zegt dat hij en zijn collega's kamer 8 voor mij hebben gereserveerd. Dit blijkt het kamertje te zijn vlak naast het bureau van de verpleging. Ik heb de keuze tussen een bed en een comfortabele zetel, maar gezien al mijn angsten kies ik resoluut voor het bed. Ik bedenk dat ik in een bed aan de lopende band mag flauw vallen, ik zal niet het gevaar lopen ergens met mijn hoofd tegenaan te botsen.
Ik ben nog maar pas geïnstalleerd als Leen de kamer binnenkomt, samen met twee verpleegsters die het infuus komen aanbrengen. Ze zijn ook heel erg vriendelijk en al pratend is het werkje zo geklaard. Er is een bloedstaal genomen en ik hang aan een infuusfles met "fysiologisch zout" (9l keukenzout in gedistilleerd water, overeenkomend met het lichaamsvocht van de mens). Dit fysiologisch mengsel spoelt de ader en kan blijven lopen tot de medicatie wordt toegediend.
Omdat het vandaag de eerste keer is, hoeven we niet te wachten op de bloeduitslagen van het lab. Vanaf de volgende maal dat ik kom, zal de dokter eerst de bloeduitslagen moeten bekijken. Als ik genoeg rode en witte bloedcellen en voldoende bloedplaatjes heb, mag ik mijn shot krijgen. Als dat niet zo is, moeten er eerst maatregelen worden genomen om mijn bloed in orde te krijgen, dan moet ik enkele dagen wachten of grijpen ze in met een bloedtransfusie. Heel de procedure doet me wat denken aan de folterpraktijken van sommige dictatoriale regimes: bij tijd en wijlen wordt even nagegaan of de patiënt/gefolterde nog gezond genoeg is om de medicatie/foltering verder te kunnen doorstaan. Is dat niet het geval, dan lappen we hem of haar wel even op om er daarna weer met evenveel ijver tegenaan te gaan.
Als de bloeduitslagen goed zijn - of zoals vandaag onmiddellijk na het nemen van bloed - vertrekt het doktersvoorschrift voor de medicatie naar de apotheek die ze magistraal bereidt. Terwijl de apotheker zijn werk doet, krijg ik in het infuus injecties van "Solu-Medrol" en van Novaban.
"Solu-medrol" zijn corticosteroïden die moeten helpen om de immunosuppressieve werking van de chemotherapie te bestrijden. In gewoon Nederlands wil dit zeggen dat het hormonen zijn uit de bijnierschors die moeten helpen om het natuurlijk afweersysteem onderdrukkende van de chemotherapie te bestrijden. Als ik later over dit medicijn meer informatie vind op het Internet, lees ik dat dit lieverdje als mogelijke bijwerkingen o.a. heeft: verhoogde bloeddruk, verlaagde bloeddruk, hartritmestoornissen en als klap op de vuurpijl "sudden death". Ik hoop maar dat je alleen maar kan doodvallen als je dit goedje in grote hoeveelheden en zonder medische begeleiding neemt.
De "Novaban" is een medicijn tegen misselijkheid en braken. Ik krijg het toegediend vóór de eigenlijke chemotherapie en zal ook nog een doosje met 5 tabletjes meekrijgen naar huis. Elke ochtend moet ik vóór het ontbijt zo een pilletje innemen. Ze kosten 900 frank het stuk, je moet dan ook een bijzondere toestemming aanvragen bij het ziekenfonds voor terugbetaling.
De chemotherapie die ik krijg, staat bekend als de CMF-therapie en is al aan miljoenen andere patiënten in de hele wereld toegediend. Voor borstkankerpatiënten is het de lichtste vorm van chemotherapie.
Zelf vind ik het bizar om bij chemotherapie het adjectief "licht" te gebruiken en ik krijg pas echt bijna last van een dreigende "sudden death" als andere mensen tegen me zeggen "Oooh, maar het is maar lichte chemo hoor!". Die mensen weten gewoon niet waarover ze spreken en het minimaliseren van wat me overkomt kan ik al helemaal niet hebben.
Het papier waarop de instructies voor de verpleging staan, vermeldt de naam en de dosis van elk medicijn dat ik moet krijgen, met name:
- 76 mg methotrexaat opgelost in 100 ml en toe te dienen in 10 minuten;
- 1134 mg 5FU eveneens opgelost in 100 ml en toe te dienen in 10 minuten;
- 1134 mg cyclofosfamide eveneens opgelost in 100 ml en toe te dienen in 30 minuten.
De dokter is al langs geweest voor ik deze zakjes te zien kreeg en daarom vraag ik aan de verpleegsters of ze over deze medicijnen documentatie bezitten. Er blijkt niet zoiets te bestaan als een bijsluiter voor chemotherapie en daarom steek ik ook hierover mijn licht op op het Internet. Het is gek, maar nu de therapie eenmaal begonnen is, ben ik plotseling wel bestand tegen lectuur erover.
Methotrexaat is een medicijn dat de cellen blokkeert die zich effectief aan het delen zijn. Er wordt aanbevolen om tijdens de behandeling veel te drinken, maar absoluut alcohol te vermijden. Niet in de zon gaan lopen en geen aspirine of pijnstillers met acetylsalicylzuur te nemen zonder voorafgaand overleg met de dokter.
5FU doet me denken aan Star Trek maar is wel degelijk een medicijn dat de DNA-synthese van cellen die zich in de S-fase bevinden stopzet. Ik weet nog niet wat de S-fase is, maar dat zal ik nog wel ergens ontdekken. Als je dit medicijn krijgt, moet je ook al vermijden veel in de zon te lopen. Ik mag blijkbaar tevreden zijn dat ik midden in de winter af te rekenen krijg met deze therapie.
De cyclofosfamide is ook een medicijn dat interfereert in de DNA-synthese. Hiervoor wordt de raad gegeven om veel te drinken om de goed werking van blaas en nieren te verzekeren.
De algemene raadgevingen tijdens het volgen van de CMF-therapie zijn:
- Drink veel.
- Neem de voorgeschreven medicijnen tegen misselijkheid en braken stipt èn preventief.
- Alert zijn voor symptomen van verkoudheid of een infectie: onmiddellijk temperatuur nemen en bij meer dan 38,5 ° contact opnemen met de dokter.
- Alert zijn voor blauwe plekken.
De meest voorkomende bijwerkingen van de CMF-therapie zijn:
- Haarverlies.
- "Matige" misselijkheid en braken.
- Verminderde weerstand tegen infecties.
- Pijnlijke mond.
- Diarree.
- Veranderingen in de menstruatie.
Al deze informatie heb ik pas later - na de tweede toediening van de chemo - gevonden, maar hoe voel ik me zelf eigenlijk?
Als ik omstreeks half een word losgemaakt van het infuus heb ik een rare smaak in de mond. Ik heb de kleur van een lijk van enkele dagen oud en voel me ook nogal draaierig. Omdat er moet aangeschoven worden, valt het dan ook niet mee om nog naar het secretariaat van de afdeling Oncologie te gaan om betalen voor het bezoek van de dokter. Daar mogen ze wat mij betreft toch wel een andere oplossing voor bedenken.
Als ik buiten kom, voel ik me dadelijk wat frisser en heb ik zelfs honger. 's Middags eten is dan ook geen enkel probleem. Omstreeks 16:00 uur beginnen de bijverschijnselen zich goed te manifesteren. Ik krijg hoofdpijn en pijn in de ledematen, net of ik heb last van een griepinfectie. Ik heb de absolute drang te gaan liggen en mijn ogen te sluiten, maar als ze dan dicht zijn lijkt het net of er rollen allerlei dingen tegen elkaar aan en dat noodzaakt mij om mijn ogen weer te openen. Dat duurt tot een stuk in de eerste nacht. Gelukkig helpt de pijnstiller Dafalgan wat tegen de pijn in hoofd en ledematen, maar het gerollebol in mijn hoofd kan ik er niet mee stoppen.
De volgende drie dagen zijn dagen die gekenmerkt worden door een gevoel van een overvolle maag (honger ken ik dan niet meer), af en toe korte aanvallen van misselijkheid (gelukkig zonder braken), constant willen gaan liggen en een allesoverheersende moeheid. Ik heb ook altijd maar dorst en drink liters water. Ik ben ook geweldig huilerig en voel me depressief. Ik kan aan tafel zitten of gewoon in bed liggen en plotseling in tranen uitbarsten.
Bij de vierde dag begint het dan geleidelijk te beteren en op de zesde dag ben ik weer helemaal op de been, om de moeheid en de depressiviteit na dan. Die gaat maar zeer geleidelijk over.
Lees het vervolg
nancy.wauters@borstkanker.net
|