Proficiat, het is een borstmuis

© Nancy Wauters


Wat voorafging ...

Op zaterdagochtend komt Freddy mij oppikken om me naar de dokter te brengen om daar het gips van mijn voet te laten halen. Althans, dat denkt hij. Hij weet nog niet dat er intussen een veel belangrijker zorg bij me heeft postgevat.
We vertrekken en zijn de straat nog niet uitgereden of ik begin over mijn schrik. Ook hij probeert mij gerust te stellen, maar ik weet dat hij in mijn situatie al even ongerust zou zijn: wat karakter betreft lijken we immers wel broer en zus.

Bij de dokter is het gelukkig niet zo heel erg druk en ik kan al vrij snel de spreekkamer in. Eerst bespreken we de toestand van mijn voet. Ik vertel hem over een incident dat me de voorbije week is overkomen. Toen ik woensdag op het werk - staande op mijn rechterbeen - een zware klapdeur wou open duwen, verloor ik het evenwicht. In een poging het terug te vinden, kwam ik met een harde klap op mijn linkervoet terecht en voelde toen nog een scherpe pijn. Dit doet hem besluiten dat ik beter nog een weekje met het gips verder doe en hij maakt al aanstalten om afscheid te nemen als ik hem zeg: "En dan heb ik nog iets, ik voel hier namelijk iets in mijn borst…".

De dokter kijkt me aan met iets van ongeloof en schrik in zijn ogen en komt onmiddellijk naar me toegestapt. "Waarschijnlijk is het je borstspier die wat geforceerd is" zegt hij en hij begint links en rechts bovenaan op mijn borstkas te duwen. "Doet dat pijn?", vraagt hij. Mijn bevestiging doet hem goedkeurend mompelen dat het wel degelijk de borstspier betreft. Hij tast steeds verder naar het midden en komt uiteindelijk ook bij mijn inwendige gom terecht. "Daar is het" zeg ik met een pijnlijk gezicht en dadelijk verandert hij van toon: "tja, dit is toch iets anders dan een geforceerde borstspier".
Hij neemt het ding eens goed onder handen, duwt het allerlei richtingen uit en besluit het onderzoek met de mededeling dat het tijd is voor een mammografie.

"Dokter, kan dit kanker zijn?", vraag ik hem. Ik krijg te horen dat er niets uit te sluiten valt, maar dat zijn eerste bevindingen eerder wijzen op iets goedaardigs, met name een "borstmuis", en dat ik mij niet dadelijk al te ongerust moet maken. Overtuigend vind ik dat niet echt en ik vraag hem of hij mij toch altijd de waarheid zal zeggen. Zijn reactie hierop schenkt me wel veel vertrouwen. Hij legt zijn pen even neer, kijkt mij zeer ernstig aan en zegt ongeveer het volgende: "Ik zal je altijd de waarheid vertellen. Momenteel denk ik echter rekening houdend met een aantal factoren dat we met iets goedaardigs te maken hebben. Er is je leeftijd, borstkanker komt weinig voor onder 40 jaar. Er is het feit dat je pijn voelt, meestal doet kanker geen pijn. Er is het feit dat ik het gezwel goed kan heen en weer bewegen, een kwaadaardig gezwel hangt meestal vast aan de huid. Tenslotte is er het feit dat je iets voelt in allebei je borsten, meestal begint iets kwaadaardigs slechts in één borst. Laat ons dus maar even wachten op de resultaten van de mammografie voor we verdere actie ondernemen".

Als ik buiten kom, weet ik niet meer wat ik voel. De dokter lijkt er oprecht gerust in, zijn argumenten houden steek, maar toch ben ik nog altijd even ongerust als voor mijn consultatie.
's Avonds ga ik met drie vriendinnen uit eten om de verjaardag van Leen, mijn beste vriendin, te vieren. Leen is de vrouw van Freddy en weet er intussen al van, maar aan tafel vertel ik ook aan de anderen over de unidentified objects in mijn borsten en over de schrik die ik heb om de waarheid erover te weten te komen. Zij zijn het erover eens dat het waarschijnlijk toch allemaal niet zo erg zal zijn en halfhartig ga ik uiteindelijk akkoord met hun geruststellende woorden.

Mijn eerste mammografie

Op maandag 26 oktober heb ik de kans het nieuwe computersysteem voor te stellen aan het directiecomité van de onderneming. Dit is een kans die je niet elke maand krijgt, zelfs niet elk jaar, dus ik besluit ze met beide handen te grijpen. Gezien de toestand van mijn voet en de onrust die me steeds meer in haar greep krijgt, heb ik evenwel besloten de rest van de week eindelijk gevolg te geven aan de orders van de dokter en thuis te blijven. 's Ochtends vraag ik mijn baas even een paar minuutjes van zijn tijd en ik vertel hem over de rust die ik de komende week zal moeten houden en over de knobbel in mijn borst die onderzocht moet worden. Hij neemt mijn verhaal nogal goed op en zegt dat ik nu maar even op de eerste plaats aan mijn gezondheid moet denken. Later zal hij vertellen dat hij zich op dat ogenblik absoluut geen zorgen maakte over mijn verhaal.
Vóór de uiteindelijke diagnose leek ik wel de enige abnormale te zijn die werkelijk helemaal niet gerust was in de goede afloop.

De volgende dag - we zijn nu één week na mijn eerste kennismaking met mijn nieuwe lichaamsdeel, zit ik in de wachtzaal van het "Medisch Centrum" van mijn thuisstad. Leen heeft zich deze keer aangemeld als vrijwilliger-chauffeur en doet geen vervelende pogingen om mijn angsten te bagatelliseren, noch om ze te dramatiseren. Ze is de perfecte gesprekspartner voor de toestand van geestelijke onrust waarin ik mij bevind.

We praten over het komende onderzoek, dat zij ook nog nooit heeft ondergaan en al vrij snel moet ik naar het kleedhokje waar ik "het bovenlichaam vrij moet maken". In gewone mensentaal trek ik dus mijn blouse en beha uit en wacht tot ik bij de dokter word geroepen. De arts en zijn assistente hebben - uitgaande van mijn voet in het gips - in een bliksemtempo hun een eigen theorie ontworpen over wat mij is overkomen. Ik ben gevallen, heb mijn voet bezeerd en ben ook op mijn borst terechtgekomen alwaar zich inwendige bloeduitstortingen hebben voorgedaan die nu even dienen te worden onderzocht.

Ik leg de dokter kort de ware toedracht uit en het onderzoek begint. Het is zeker geen pretje: het lijkt wel of de mammografie de definitieve plettingsgewijze afzetting van de borsten tot doel heeft. Gelukkig duurt het allemaal niet zo lang en voor ik het weet lig ik op een onderzoekstafel klaar voor een echografie.

Terwijl we wachten op de foto's, ontpopt de radioloog zich tot een bijzonder aardige man en we slaan een gezellig praatje. Dan trekt hij zich even terug om de foto's te gaan bekijken. Als hij in het belendende kamertje met zijn assistente praat, spits ik zoveel mogelijk de oren. Ik versta niet veel, maar toch hoor ik tweemaal het woord "ernstig" vallen. Zou het over mijn foto's gaan of wacht er elders nog een andere patiënt die er blijkbaar niet zo goed aan toe is? De minuten die verstrijken terwijl hij met zijn assistente aan het praten is, lijken wel uren en gespannen staar ik naar de half openstaande deur. Uiteindelijk komt hij weer binnen met een vrij vrolijk gezicht en zegt een naar alle waarschijnlijkheid goedaardig gezwel te hebben ontdekt dat hij nu verder wil bekijken met de echo. Het ontbreekt mij aan moed om te vragen waarom hij daarnet tweemaal het woord "ernstig" in de mond nam en of dat over mij ging. Tijdens de echografie wijs ik de dokter nogmaals op het gezwel dat ik in de linkerborst voel. Op de mammografie blijkt hiervan geen spoor terug te vinden, maar met de echo ontwaart de dokter inderdaad ook hier iets verdachts.

De uiteindelijke conclusie van de aardige radioloog is dat ik waarschijnlijk enkele zogenaamde "fibroadenomen" huisvest, goedaardige borstgezwellen die zich vooral voordoen bij jongere vrouwen. Medisch gezien is er geen noodzaak om deze weg te nemen, maar uit esthetisch standpunt is het wel het beste de knobbel te verwijderen vóór hij al te groot wordt. De dokter beweert dat het niet is bewezen dat fibroadenomen kunnen ontaarden in kanker, maar hij zegt toch dat als ik besluit ze niet te laten wegnemen, ik elke vier maanden op controle zal moeten komen om de snoodaards opnieuw te onderzoeken.
Ergens klopt er iets niet in zijn uitleg. Aan de ene kant moet ik mij blijkbaar geen zorgen maken en is er alleen een esthetische reden voor het weghalen van de zogenaamde fibroadenomen. Aan de andere kant vertrouwt hij deze "goedaardigen" blijkbaar absoluut niet, want hij wil ze om de vier maanden opnieuw onderzoeken, dat betekent toch dat ze kunnen ontaarden in "kwaadaardigen"? Doch deze tegenstelling treft me alleen gevoelsmatig en ik kan ze moeilijk verwoorden.

Waarschijnlijk fibroadenoom, maar geen zekerheid

Een kwartiertje later spring ik alweer over straat, met in mijn hand een plastiek zak met daarin de foto's en een brief van de radioloog aan mijn huisarts. Leen vraagt me of ik niet liever onmiddellijk naar de huisarts ga in plaats van te wachten tot het spreekuur vanavond. Ik merk op dat hij waarschijnlijk op huisbezoek zal zijn, maar iets in me wil dat toch even gaan checken en we rijden naar hem toe. Inderdaad, als we bij de dokter aanbellen blijkt zijn echtgenote de enige te zijn die thuis is. Ze is heel vriendelijk, zegt niet dat ik de dokter buiten het spreekuur met rust moet laten en biedt aan dat ik de plastiek zak bij haar achterlaat en tussen half een en een uur eens telefoneer, want dan heeft hij beloofd te komen eten.
Ik bedenk dat het beroep van huisarts ook niet je dat is. Consultaties vanaf acht uur, dan huisbezoek, een half uurtje middagpauze en na de namiddaghuisbezoeken bijna onmiddellijk opnieuw beginnen met de consultaties. Maar wat ben ik blij dat ik hem zelfs in zijn half uur middagpauze nog mag opbellen om te vragen wat er in de brief van het Medisch Centrum staat.
Als ik de dokter 's middags wil opbellen, moeten Leen en ik ons aanvankelijk plan om in de stad iets te gaan eten laten varen. We besluiten naar haar huis te gaan en het daar dan maar met een kant-en-klaar maaltijd te doen.
Het duurt lang voor het eindelijk kwart voor een is en ik de dokter kan opbellen. Wat ik aan de andere kant van de lijn te horen krijg is hoopgevend, maar niet helemaal geruststellend. De mammo- en echografie hebben uitgewezen dat er zich zowel in mijn rechter- als mijn linkerborst een gezwel bevindt dat waarschijnlijk goedaardig is: een fibroadenoom dus. Met iets van trots in zijn stem vertelt de dokter dat zijn diagnose van borstmuis dus waarschijnlijk de juiste is. Hà, denk ik, een borstmuis is dus een fibroadenoom. Jammer genoeg is er geen absolute zekerheid, maar om een en ander verder te bespreken vraagt de dokter dat ik 's avonds langskom voor een consultatie.

Daar zit ik nu, een halve dag spanning later en uiteindelijk weten we blijkbaar nog altijd even veel als gisteren. Leen tovert een kanjer van een medische encyclopedie tevoorschijn en samen zoeken we het woord "fibroadenoom" op. De symptomen lijken inderdaad te kloppen met diegene die ik heb en we besluiten dat de these van het fibroadenoom inderdaad waarschijnlijk is. We maken ons nog wat vrolijk over de term "borstmuis": we hebben er nog nooit over gehoord, en ook de medische encyclopedieën schijnen het woord niet te kennen. We vragen ons af of het iets te maken zou hebben met computers, gelukkig heb ik maar een borstmuis en geen borstklavier. Of misschien is het iets dierlijks, dan is een borstmuis in elk geval beter dan een borstolifant.

Lees het vervolg

nancy.wauters@borstkanker.net