Wie zijn wij? |  Email | Natarelle | Medewerkers | Steun deze site | Meters & peters | Partners | Sponsors |  Privacy |  Forum |  Nieuwsbrief |  Kalender
 
 
 >  Home
 +  Borstkanker
 -  Behandeling
     >  Prognose
     >  Chirurgie
     >  Radio
     >  Chemo
     >  Hormo
     >  Herceptin
     >  Zwangerschap
     >  Symptoomcontrole
 +  Gevolgen
 +  Psycho-sociaal
 +  Andere info
 +  Columns
 +  Bekendmaking site
 +  Vind uw weg

Wij onderschrijven de gedragscode van de Health On the Net Foundation Wij voldoen aan de HONcode, die staat voor betrouwbare informatie over gezondheid: Controleer hier .

Chemotherapie of chemo bij borstkanker


Chemotherapie bij borstkanker bestaat uit het gebruik van medicijnen in de strijd tegen de borstkankercellen. De medicijnen noemt men "anti-kankermedicijnen" of "cytostatica".

Er bestaan veel verschillende soorten chemotherapie die worden ingezet tegen borstkanker.

 Wat is chemotherapie?
 Wie krijgt chemotherapie?
 Hoe werkt chemotherapie?
 Wie dient chemotherapie toe?
 De toediening van chemotherapie
 Duur van de behandeling
 Werkwijze bij een behandelingssessie
 Effecten van de behandeling
 Mag chemotherapie worden gecombineerd met andere medicatie?
 Mogelijke bijwerkingen van chemotherapie
 Wat veroorzaakt bijwerkingen?
 Hoe lang duren de bijwerkingen?
 Misselijkheid en braken
 Haarverlies
 Vermoeidheid en anemie
 Verhoogde kans op infecties
 Problemen met de bloedklontering
 Problemen met de huid en nagels
 Problemen met de mond, het tandvlees en de keel
 Diarree
 Constipatie
 Griepaal syndroom
 Effecten op het voorplantingssysteem
 Effecten op de nieren en blaas
 Effecten op de spieren en het zenuwstelsel
 Effecten op andere organen
 Effecten op cognitieve functies
 Onstaan van nieuwe tumoren
 Chemotherapie behandelingsschema's
 Bijkomende vragen van bezoekers

 


 

 

Wat is chemotherapie?

    Foto: cytostatica
Chemotherapie is het gebruik van medicijnen in de strijd tegen kanker. De medicijnen noemt men "anti-kankermedicijnen" of cytostatica.

Er bestaan veel verschillende soorten chemotherapie. Meestal bestaat een behandeling met chemotherapie uit een combinatie van verschillende cytostatica. De werking van de combinatie van medicijnen is groter dan die van elk medicijn apart.
  soorten chemotherapie
    Bron foto: http://www.bcdg.org/
BREAST CANCER DECISION GUIDE

Terug naar inhoudstafel

 

 

Wie krijgt chemotherapie?

Het voornaamste doel van chemotherapie of chemo is de verspreiding van borstkanker tegen te gaan of er controle over te krijgen en op die manier de overlevingskansen van de patiënt te verhogen.

Chemotherapie wordt toegepast in de volgende gevallen:

  • Patiënten die een borstoperatie (mastectomie of lumpectomie) hebben ondergaan, krijgen na de operatie chemotherapie toegediend indien er een risico is op reeds bestaande microscopische uitzaaiingen. Dit risico wordt reëel geacht indien de patiënt aan ten minste een van de volgende criteria voldoet:
    • grote borsttumor;
    • aantasting van de lymfknopen in de oksel;
    • matig tot slecht gedifferentieerde kankercellen;
    • negatieve hormoonreceptoren;
    • sedert enkele jaren is er een factor bijgekomen namelijk de leeftijd. Toch is de juiste plaats (het exacte belang) daarvan nog niet volledig duidelijk. Zeker is wel dat de leeftijd niet een zwaar doorwegende factor is, zeker niet vergeleken met de andere factoren. Met andere woorden als een patiënte zich in de gunstige prognostische groep bevindt (tumor van minder dan 2 cm en geen okselklieraantasting) dan zal ze omwille van haar leeftijd niet plots in een slechte prognostische subgroep tuimelen!
      Door de onzekerheid over het precieze belang van de leeftijd bij de diagnose, beschouwen sommige oncologen de jonge leeftijd op zichzelf als voldoende argument voor het toedienen van chemotherapie. De leeftijdsgrens die daarbij wordt gehanteerd is 35 jaar.
    Deze toepassing van chemotherapie noemt men adjuvante chemotherapie.
  • Patiënten die niet onmiddellijk kunnen worden geopereerd omdat het gezwel te groot is geworden, krijgen soms eerst chemotherapie om de tumor te verkleinen. Bovendien worden hierdoor eventuele microscopische uitzaaiingen onmiddellijk mee bestreden. Deze toepassing noemt men neoadjuvante chemotherapie.
  • Chemotherapie wordt ook toegepast om patiënten die niet meer van hun ziekte kunnen genezen een betere levenskwaliteit te bieden, door bijvoorbeeld de pijn te verlichten. In dit geval spreekt men van palliatieve chemotherapie.
  • Uitzaaiingen in andere organen worden vaak met chemotherapie behandeld.

Terug naar inhoudstafel

 

 

Hoe werkt chemotherapie?

Normale, gezonde cellen groeien en sterven af in een door het lichaam gecontroleerd tempo. Er worden evenveel nieuwe cellen aangemaakt als er oude afsterven. Kankercellen groeien echter in een abnormaal, niet gecontroleerd tempo. Er worden meer nieuwe cellen gevormd dan er oude afsterven: daardoor ontstaan er gezwellen.
Cytostatica doen hun werk door op een bepaald ogenblik de levenscyclus van een cel te verstoren. Het precieze moment waarop ze het groeiproces van de cel verstoren, verschilt echter van medicijn tot medicijn. Tijdens een chemotherapiebehandeling zal men dan ook vaak een combinatie van verschillende medicijnen toedienen, dit noemt men combinatie chemotherapie.

Naast chemotherapie bestaan er nog andere bestrijdingsmiddelen tegen kanker. Hierover vindt u meer informatie in de onderdelen chirurgie, radiotherapie en hormoontherapie. Vele kankerpatiënten worden behandeld met een combinatie van verschillende therapieën. Chemotherapie als aanvulling op chirurgie en/of radiotherapie noemt men adjuvante chemotherapie.

Terug naar inhoudstafel

 

 

Wie dient chemotherapie toe?

Het is de internist-oncoloog die beslist welke medicijnen voor een bepaalde patiënt het meest zijn aangewezen. Zijn/Haar beslissing hangt af van het soort kanker, het stadium ervan en de algemene gezondheidstoestand van de patiënt.

Terug naar inhoudstafel

 

 

De toediening van chemotherapie

 

Duur van de behandeling

De duur van de behandeling hangt af van het soort kanker, het doel van de behandeling, de gebruikte medicijnen en de reactie van de patiënt op de medicijnen. Het is mogelijk dat u dagelijks, wekelijks of maandelijks een dosis chemotherapie krijgt toegediend.

Meestal wordt chemotherapie toediend in een aantal cycli, waarbij er rustpauzes worden ingelast die het lichaam de kans geven om de normale cellen te herstellen en nieuwe kracht op te bouwen.
Uw behandelende arts zal uw chemotherapieschema bepalen en met u bespreken. Het is van zeer groot belang dat u zich zoveel mogelijk aan het vooropgestelde schema kunt houden.

Tijdens de behandeling zal de arts regelmatig uw bloed laten testen. Op basis van de testresultaten is het mogelijk dat een behandeling moet worden uitgesteld, uw arts zal dan bepalen hoe lang dit uitstel duurt.

 

Werkwijze bij een behandelingssessie

Foto: IV toediening chemo    
toediening van chemotherapie  

Chemotherapie wordt toegediend ambulant in het ziekenhuis (u gaat naar het ziekenhuis, de medicijnen worden intraveneus toegediend en u keert daarna terug naar huis) of gecombineerd met een ziekenhuisopname van een of meer dagen.

Soms kan chemotherapie ook gewoon thuis worden genomen.
De plaats waar u de chemotherapie ontvangt, hangt meestal af van de medicijnen en hoe u er als patiënt op reageert.

Bron foto: http://www.bcdg.org/
BREAST CANCER DECISION GUIDE
   

Afhankelijk van de medicijnen die u moet nemen, wordt de wijze bepaald waarop de chemotherapie zal worden toegediend.
De volgende mogelijkheden bestaan:

  • Intraveneus (d.i. de voornaamste toedieningswijze)
    Dit kan gebeuren via een dunne naald die in een ader wordt gebracht (meestal in de hand of de onderarm).
    Een andere manier van intraveneuze toediening is via een catheter (of een catheter plus een poort, een port-a-cath genoemd), dit is een dun buisje dat in een grote ader van het lichaam wordt gebracht en daar voor de volledige duurtijd van de chemotherapie blijft zitten.
    Een catheter wordt gebruikt indien er (te verwachten) problemen zijn met het (herhaaldelijk) inbrengen van de naald in de hand of de onderarm.
  • Oraal
    Dit kan zijn in vloeibare vorm of in pilvorm. U neemt dan de medicijnen in net zoals u een aspirine zou innemen.
  • Intramusculair
    Door middel van een injectie rechtstreeks in een spier.
  • Subcutaan
    Door middel van een onderhuidse injectie.
  • Topisch
    Toediening op de huid.

Om het tempo van de toediening van de medicatie te regelen kunnen er pompen worden gebruikt. Er bestaan uitwendige en inwendige pompen.

 

Effecten van de behandeling

Het nemen of krijgen van chemotherapie, op welke wijze dan ook, voelt meestal aan als het nemen of krijgen van een ander medicijn.
De intraveneuze vorm van chemotherapie voelt aan zoals het toegediend krijgen van bloed. Sommige mensen voelen als de medicijnen beginnen te vloeien een koelte op de plaats waar de naald werd ingebracht. Als u evenwel pijn of een brandend gevoel krijgt op de plaats van de injectie, tijdens of na het toedienen van de medicijnen, moet u uw arts of verpleegkundige verwittigen.

Chemotherapie kan een aantal bijwerkingen met zich meebrengen, deze worden besproken in het onderdeel Mogelijke bijwerkingen van chemotherapie.

Terug naar inhoudstafel

 

 

Mag chemotherapie worden gecombineerd
met andere medicatie?

Sommige geneesmiddelen kunnen interfereren met de chemotherapie. Daarom is het zeer belangrijk om aan de voorschrijvende arts een lijst te bezorgen van alle geneesmiddelen die u neemt. Ook geneesmiddelen zoals pijnstillers, laxerende middelen en/of vitamines moeten in de lijst worden opgenomen.

Terwijl uw chemotherapie bezig is, moet u de arts ook verwittigen vóór u een ander geneesmiddel begint in te nemen. Verwittig hem/haar ook indien u stopt met een van de geneesmiddelen die u neemt.

Terug naar inhoudstafel

 

 

Mogelijke bijwerkingen van chemotherapie

Mensen die met chemotherapie moeten beginnen, stellen zich meestal veel vragen over de bijwerkingen die ze zullen ervaren.

Als u dit onderdeel leest vóór u met chemotherapie moet beginnen, kunt u onder de indruk komen van de vele verschillende bijwerkingen die worden beschreven. U moet echter onthouden dat niet elke patiënt alle beschreven bijwerkingen krijgt. Sommige patiënten ervaren slechts weinig of geen bijwerkingen. Of u bijwerkingen zult ervaren, hangt af van de medicijnen die u krijgt toegediend en van de manier waarop uw lichaam reageert. Het valt dan ook slechts in beperkte mate te voorspellen welke bijwerkingen u zult voelen en hoe erg ze zullen zijn.

Zorg er in elk geval voor dat u met uw behandelende arts praat over elke bijwerking die u ervaart. H/Zij kent misschien een middeltje om de bijwerking te bestrijden en het voor u weer draaglijker te maken.
Als uw arts niet op de hoogte is van de ongemakken die u ervaart, kan z/hij er ook niets tegen ondernemen.

 

Wat veroorzaakt bijwerkingen?

Omdat kankercellen snel groeien en zich snel delen, hebben anti-kankermedicijnen vooral effect op snelgroeiende cellen. Er zijn echter ook bepaalde normale, gezonde cellen die de eigenschap hebben snel te groeien en zich snel te delen. Doordat ze deze eigenschap hebben, lijden vooral deze snelgroeiende gezonde cellen onder de effecten van cytostatica.

Het gaat om de volgende cellen:

  • bloedcellen, gevormd in het beenmerg;
  • cellen in het spijsverteringssysteem;
  • cellen in het voortplantingssysteem;
  • cellen van de slijmvliezen;
  • haarcellen.

Cytostatica kunnen ook cellen beschadigen van het hart, de nieren, blaas, longen en het zenuwstelstel.

De meest voorkomende bijwerkingen van chemotherapie zijn misselijkheid (nausea) en braken, haarverlies en vermoeidheid.
Andere veel voorkomende bijwerkingen - die het gevolg zijn van de effecten van chemotherapie op het bloed - zijn verhoogde kans op bloedingen, een verhoogde vatbaarheid voor infecties en bloedarmoede (anemie).

 

Hoe lang duren de bijwerkingen?

Normale, gezonde cellen herstellen zich meestal snel als de chemotherapiebehandeling is afgelopen. Met het herstel van de normale cellen verdwijnen ook de bijwerkingen.
De noodzakelijke hersteltijd varieert van patiënt tot patiënt en hangt ook af van bijvoorbeeld de algemene gezondheidstoestand van de patiënt en de medicijnen die werden toegediend.

Sommige bijwerkingen kunnen maanden of jaren blijven aanslepen voor ze volledig verdwijnen. In zeldzame gevallen blijven de bijwerkingen levenslang duren, zoals in de gevallen waar chemotherapie permanente schade heeft toegebracht aan het hart, longen, nieren of voortplantingsorganen. Sommige soorten chemotherapie kunnen jaren na het beëindigen van de behandeling nog bijwerkingen geven. Ze kunnen bijvoorbeeld verantwoordelijk zijn voor het ontstaan van een nieuwe kanker elders in het lichaam.

Heel belangrijk is evenwel dat de overgrote meerderheid van de behandelde patiënten geen lange termijn-gevolgen van de chemotherapiebehandeling ondervindt.

Het is eveneens van groot belang te beseffen dat chemotherapie, ondanks de bijwerkingen, een krachtig wapen is in de strijd tegen kanker en de voordelen ervan opwegen tegen de nadelen.

Als patiënt moet u uw behandelende arts steeds informeren over de bijwerkingen die u ervaart. H/Zij kan vaak een middel hebben om de bijwerking te verminderen en daardoor het volhouden van de therapie voor u vergemakkelijken.

 

Misselijkheid en braken

Chemotherapie kan misselijkheid en braken veroorzaken doordat het invloed kan uitoefenen op de darm, de maag en/of op het gebied in de hersenen dat de braakreactie controleert (het zgn. braakcentrum).
Patiënten reageren zeer individueel: sommigen hebben geen last van misselijkheid, anderen in lichte mate, nog anderen in zeer hevige mate. Bij sommige patiënten beginnen de symptomen kort na de behandeling, bij anderen uren later. Indien u langer dan één dag erg misselijk bent en/of moet braken of indien u zelfs geen vloeistoffen kunt binnenhouden, moet u uw arts verwittigen.

Misselijkheid en braken kunnen bijna altijd worden bestreden met andere medicatie. Indien uw misselijkheid blijft duren ondanks tegenmedicatie, moet u uw arts opnieuw contacteren. Z/Hij kan een ander of aanvullend middel proberen tot uw misselijkheid en braken onder controle kunnen worden gehouden.

Ook de volgende aanbevelingen kunnen u misschien helpen:

  • Vermijd grote maaltijden, zodat uw maag niet overladen wordt. Eet kleine maaltijden verspreid over de dag in plaats van drie grote maaltijden.
  • Drink liefst niet tijdens het eten.
  • Eet en drink traag.
  • Gebruik liever geen zoete of vette voedingswaren.
  • Gebruik gerechten bij voorkeur op kamertemperatuur of koud. De geuren van warm eten kunnen uw misselijkheid verergeren.
  • Kauw uw eten goed om de vertering te bevorderen.
  • Drink ongezoete en niet-koolzuurhoudende dranken.
  • U kunt uw misselijkheid verminderen door op een ijsblokje te zuigen.
  • Vermijd geuren die uw misselijkheid verergeren, zoals kookgeuren, rook of parfums.
  • Bereid maaltijden als u zich goed voelt en vries ze in. Op die manier raakt u snel aan eten als u zich misselijk voelt en hoeft u geen uren in de keuken te staan.
  • Ga de eerste 2 uur na het eten niet plat liggen.
  • Draag losse kleding.
  • Als u zich misselijk voelt kan diep en traag inademen de misselijkheid verminderen.
  • Zoek afleiding in een praatje met anderen, een boek, muziek of TV.
  • Indien u misselijk wordt tijdens de toediening, eet u best niets meer twee uur vóór het begin van de behandeling.

 

Haarverlies

Haarverlies of alopecia is een veel voorkomende bijwerking van chemotherapie. Of u ermee te maken krijgt, hangt af van de toegediende medicijnen. Voor aanvang van uw behandeling, kan uw arts u vertellen hoe groot de kans is dat u uw haar zult verliezen. Bij sommige chemotherapiebehandelingen treedt er enkel een verdunning op van het haar.
Haarverlies kan zich voordien op alle behaarde lichaamsdelen: op het hoofd, het gezicht, de armen en benen en de schaamstreek.

In de meeste gevallen groeit het haar terug na beëindiging van de therapie, soms begint het zelfs te groeien terwijl de therapie nog bezig is.

In sommige gevallen heeft het "nieuwe" haar een andere kleur of textuur.
Een kleurverandering gaat meestal in de richting van een verdonkering. Soms is er ook een sterke verandering van de structuur van het haar: het gebeurt dat het nieuwe haar krullend is in plaats van glad of omgekeerd. Heel dikwijls is het nieuwe haar dikker en stugger dan het oorspronkelijke haar.

Wanneer oncologen aan patiënten met borstkanker meedelen dat de kans bestaat dat er haarverlies is dan zeggen ze er ook altijd heel snel bij: "... maar dat is van beperkte duur ". Wanneer men echter achteraf naar de beoordeling van "de kwaliteit van het leven" vraagt aan de patiënten zelf dan blijkt dat het haarverlies door de chemotherapie (ook op lange termijn) als de meest negatieve ervaring wordt beschouwd.
De oncologen doen er goed aan de patiënten op voorhand te verwittigen dat de kwaliteit van het haar kan veranderen. Dat is niet altijd in negatieve zin (het haar is meestal steviger) maar het wordt door de vrouw vanzelfsprekend wel als een belangrijke verandering van haar zelfbeeld beschouwd en het is voor haar ook letterlijk meer "zichtbaar" dan de resultaten van de lokale behandeling ter hoogte van de borst.

Of de veranderingen in de kwaliteit van het haar blijvend zijn, is niet te achterhalen, noch in de literatuur noch bij navraag aan collega's: bij sommige patiënten blijft de verandering, bij anderen niet, maar waarom het ene of het andere gebeurt weet men niet. In de "grote" medische literatuur en databanken is er nagenoeg geen informatie over haar-teruggroei na chemotherapie te vinden. Wetenschappelijke verklaringen zijn dan ook ver te zoeken. We zitten dus met speculaties over de mechanismen die hierbij een rol zouden spelen.

Een eerste vaststelling is dat wanneer een jonge kerel zijn hoofd volledig kaal laat scheren en het haar teruggroeit dan is het eerste aspect en gevoel ook "steviger" dan voordien. Dat komt natuurlijk omdat de haren korter en op die manier stugger zijn. Wat echter niet wijzigt in die omstandigheden is de kleur van het haar. Bij haaruitval door chemotherapie is de haaruitval veel dieper: de haarwortel wordt door de chemotherapie aangetast en wil geen nieuw haar meer produceren. Voor alle duidelijkheid: haar is een "dood" weefsel, d.w.z. er is geen bloedcirculatie in een haar dus de chemotherapie heeft alleen effect ter hoogte van de haarwortel. Wanneer de chemische producten uit het lichaam gewassen zijn kan er nieuwe haargroei beginnen. Welke hormonale invloeden op dat ogenblik een rol spelen werd (bij mijn weten) nog nooit onderzocht. Het uiteindelijk resultaat van de haar-teruggroei zal sterk afhankelijk zijn van wat er zich juist afspeelt ter hoogte van de haarwortel in die fase.

Meestal begint haarverlies na enkele behandelingen. Soms valt het haar geleidelijk uit, soms met grote plukken tegelijk. Het haar dat niet uitvalt, kan dof en droog worden. Enkele aanbevelingen om uw haar te verzorgen tijdens de chemotherapie:

  • Gebruik een milde shampoo.
  • Gebruik een zachte haarborstel.
  • Gebruik geen krulspelden.
  • Als u uw haar met een haardroger droogt, zet u hem best op de laagste temperatuur. Warmte bevordert het haarverlies.
  • Verf uw haar niet of laat geen permanent zetten.
  • Laat uw haar kortknippen. Kort haar geeft een dikkere en vollere indruk. Indien er haaruitval optreedt, is het ook eenvoudiger te verwerken met een kort kapsel.
  • Bescherm uw hoofd tegen de zon.

 

Vermoeidheid en anemie

Onder invloed van de chemotherapie kunt u zich zwak en vermoeid voelen.

Bovendien kan chemotherapie het vermogen van het beenmerg om rode bloedcellen aan te maken, verminderen. Rode bloedcellen brengen zuurstof naar alle delen van het lichaam. Als er te weinig rode bloedcellen zijn, krijgt het lichaam dus onvoldoende zuurstof, deze toestand noemt men anemie.
Ook anemie uit zich in een verzwakt en vermoeid gevoel. Andere symptomen zijn duizeligheid, koude rillingen of kortademigheid. Meld het steeds aan uw arts indien u één van deze symptomen vaststelt.

Tijdens uw behandeling zal het aantal rode bloedcellen dat u heeft regelmatig worden geteld. Indien daarbij zou blijken dat u met een te laag aantal rode bloedcellen te maken heeft, kan een bloedtransfusie noodzakelijk zijn. Ook het geven van ijzer, foliumzuur of erytropoëtine, een natuurlijk groeihormoon voor de aanmaak van rode bloedcellen, behoort tot de mogelijkheden.

Hou rekening met de volgende aanbevelingen indien u te maken krijgt met anemie:

  • Zorg voor voldoende nachtrust. Las indien mogelijk ook rustpauzes in tijdens de dag.
  • Beperk uw activiteiten: doe alleen de dingen die voor u belangrijk zijn.
  • Aarzel niet hulp te vragen aan familie of vrienden, bijvoorbeeld bij huishoudelijke taken.
  • Zorg voor een gevarieerde voeding.

 

Verhoogde kans op infecties

Chemotherapie kan uw vatbaarheid voor infecties overal in het lichaam verhogen. Dit is het gevolg van de inwerking van de chemotherapie op het beenmerg. Hierdoor kan het beenmerg minder witte bloedcellen aanmaken en het zijn net deze cellen die infecties in het lichaam bestrijden.

Tijdens uw behandeling zal het aantal witte bloedcellen dat u heeft regelmatig worden geteld. Indien daarbij zou blijken dat u met een te laag aantal witte bloedcellen te maken heeft, kan uw dokter u medicatie geven om het aantal witte bloedcellen niet al te laag te laten komen. Soms zal het nodig zijn om de behandeling uit te stellen of om de toegediende dosis te verlagen.

Om de kans op infecties te verminderen, kunt u rekening houden met de volgende aanbevelingen:

  • Was uw handen vaak tijdens de dag. Zorg ervoor ze goed te wassen vóór het eten en zowel vóór als na een bezoek aan het toilet.
  • Vermijd contact met mensen die een besmettelijke ziekte hebben, zoals griep, mazelen of waterpokken. Vermijd ook drukke plaatsen, zoals supermarkten.
  • Vermijd contact met kinderen, vooral indien ze recent een inenting kregen tegen polio, mazelen, bof of rode hond.
  • Vermijd verwondingen aan de nagelriemen.
  • Vermijd verwondingen aan de huid. Zorg voor een grondige ontsmetting indien ze zich toch voordoen.
  • Gebruik een zachte tandenborstel om de kans op verwondingen aan het tandvlees te verminderen.
  • Laat pukkels staan, knijp ze niet uit of krab er niet aan.
  • Neem elke dag een warm bad of douche (warm, niet heet). Dep uw huid droog.
  • Vermijd contact met menselijke en dierlijke uitwerpselen. Draag handschoenen indien u er toch mee in contact komt (b.v. kattenbak).
  • Laat geen inentingen toedienen, tenzij met toestemming van uw arts.

Wees bedacht op tekenen van een infectie, zoals:

  • een lichaamstemperatuur boven 38,5 °C;
  • koude rillingen;
  • zweten;
  • platte stoelgang (dit kan ook een bijwerking van de chemotherapie zijn);
  • een brandend gevoel bij het urineren;
  • een hoest of zere keel;
  • ongewone vaginale uitscheiding of jeuk;
  • roodheid, zwelling of gevoeligheid, vooral rond een wonde, zweer of pukkel;

Meld alle tekenen die wijzen op een infectie onmiddellijk aan uw arts. Dit is vooral van belang indien u een verlaagd aantal witte bloedcellen heeft. Gebruik in geen geval op eigen houtje zelfmedicatie zoals aspirine.

 

Problemen met de bloedklontering

Chemotherapie kan het vermogen van het beenmerg om bloedplaatjes aan te maken, verminderen. Bloedplaatjes helpen om bloedingen te stoppen doordat ze samenklitten en zo bloedklonters vormen. Als uw lichaam onvoldoende bloedplaatjes aanmaakt, kan u gemakkelijker bloedingen krijgen, zelfs na het oplopen van een minieme verwonding.

Licht uw arts steeds in indien u last krijgt van blauwe plekken zonder aanwijsbare oorzaak, kleine rode puntjes onder de huid heeft, rood of roze urineert, of last heeft van zwarte of bloederige stoelgang. Meld ook onmiddellijk bloedingen van het tandvlees of de neus.

Net als de rode en witte bloedcellen, zullen ook de bloedplaatjes in uw bloed regelmatig worden geteld. Indien daarbij zou blijken dat u met een te laag aantal bloedplaatjes te maken heeft, kan een bloedtransfusie noodzakelijk zijn.

Indien u te weinig bloedplaatjes hebt, kunt u rekening houden met de volgende aanbevelingen:

  • Neemt geen medicijnen tenzij uw dokter het u toestaat. Hieronder vallen ook alle pijnstillers zoals aspirine of ibuprofen. Deze medicijnen kunnen immers de functie van de bloedplaatjes beïnvloeden.
  • Drink geen alcohol, tenzij toegestaan door uw dokter.
  • Gebruik een zachte tandenborstel.
  • Snuit uw neus zacht.
  • Probeer verwondingen te vermijden, wees dus voorzichtig met scharen, messen, naalden, ...
  • Wees voorzichtig bij het koken of strijken, zodat u geen brandwonden oploopt.
  • Vermijd contactsporten of andere activiteiten die de kans op verwondingen verhogen.

 

Problemen met de huid en nagels

Tijdens de chemotherapiebehandeling kunnen zich problemen met de huid en de nagels voordoen.

Wat de huid betreft zijn mogelijke bijwerkingen:

  • roodheid en huiduitslag;
  • droogheid en schilferigheid;
  • jeuk;
  • acne.

In geval van ernstige jeuk en/of huiduitslag, moet u uw arts inlichten. Deze symptomen kunnen wijzen op een allergische reactie op één van de medicijnen die best zo snel mogelijk wordt behandeld.
Sommige cytostatica veroorzaken een verdonkering van de huid langs de ader waar ze werden toegediend. Deze verdonkering zal verdwijnen een tweetal maanden na beëindiging van de therapie.
De effecten op de huid kunnen bij sommige cytostatica worden verergerd wanneer de huid wordt blootgesteld aan de zon. Vraag daarom uw arts of u veilig van de zon kunt genieten.

Indien de medicijnen tijdens de intraveneuze toediening uit de ader zouden lekken kunnen ze ernstige en blijvende schade aan het weefsel toebrengen.
Het is zeer belangrijk om de arts of verpleegkundige onmiddellijk te verwittigen indien u tijdens de toediening een pijnlijk of brandend gevoel krijgt op de plaats van toediening.

Wat de nagels betreft zijn mogelijke bijwerkingen:

  • verdonkering;
  • breekbaarheid;
  • scheurtjes;
  • verticale of horizontale lijnen.

 

Problemen met de mond, het tandvlees en de keel

Tijdens de behandeling is het van belang uw mond goed te verzorgen. Smaakveranderingen behoren tot de meest frequente klachten van chemotherapiepatiënten. Chemotherapie kan echter ook pijnlijke plekken in de mond en de keel veroorzaken. Ze kunnen de mond ook droog en geïrriteerd maken. De pijnlijke plekken in de mond kunnen bovendien geïnfecteerd raken door de bacillen die in de mond leven. Dank zij een goede mondverzorging kan een dergelijke verwikkeling in vele gevallen worden vermeden.

Hierna volgen enkel aanbevelingen om mond, tandvlees en keel gezond te houden:

  • Bezoek indien mogelijk uw tandarts vóór het begin van de chemotherapie voor een check up van uw tanden.
  • Poets uw tanden na elke maaltijd. Gebruik daarbij een zachte tandenborstel en poets niet te hard.
  • Maak de tandenborstel na het poetsen goed schoon en bewaar hem op een droge plaats.
  • Gebruik geen mondwater, want dat droogt de mond uit.

Verwittig uw arts indien u last heeft van pijnlijke plekken in de mond. Het kan nodig zijn medicatie te nemen. Als u last heeft van een pijnlijke of droge mond of keel en u daardoor last krijgt met eten, kunnen de volgende tips misschien nuttig zijn:

  • Vraag uw arts om een geneesmiddel om de pijn te stillen.
  • Gebruik gerechten op kamertemperatuur of koud. Hete of warme gerechten kunnen uw mond of keel nog meer irriteren.
  • Gebruik zachte voedingsmiddelen, zoals ijs, milkshakes, babyvoeding, zacht fruit (zoals bananen), kaas, pudding.
  • Vermijd irriterende, zurige voedingsmiddelen zoals tomaten, citrusvruchten en fruitsappen (sinaasappelen, pompelmoezen, citroenen).
    Vermijd ook sterk gekruide of zoute voedingsmiddelen, evenals droge en harde voedingswaren zoals rauwe groenten.
  • Drink veel om uw mond en keel vochtig te houden, zuig op ijsblokjes.
  • Breng lipbalsem aan indien u last heeft van droge lippen.

 

Diarree

Als chemotherapie de cellen van de darmen aantast, kan u af te rekenen krijgen met diarree. U moet uw arts verwittigen indien de diarree langer dan 24 uur aanhoudt of indien het gepaard gaat met pijn en krampen. In ernstige gevallen, kan de dokter anti-diarree medicatie voorschrijven. Gebruik echter in geen geval op eigen houtje medicatie.

Indien u last krijgt van diarree, kunnen de volgende aanbevelingen u misschien helpen:

  • Eet kleinere hoeveelheden, verspreid over de dag.
  • Vermijd vezelrijke voeding omdat hierdoor de diarree en de krampen kunnen verergeren. Voorbeelden van vezelrijke voedingswaren zijn zemelen, bruin brood, granen, groenten, vers en gedroogd fruit, noten en popcorn. Gebruik in de plaats meer vezelarme voedingswaren. Voorbeelden hiervan zijn witbrood, witte rijst of noedels, fruit uit blik, yoghurt, eieren, gebakken aardappelen, kip en vis.
  • Vermijd koffie, thee, alcohol en snoep.
  • Vermijd vette of sterk gekruide voedingswaren.
  • Gebruik meer voedingswaren rijk aan kalium, tenzij anders aangeraden door uw arts. Diarree kan het kaliumgehalte van het lichaam namelijk verlagen. Voedingswaren rijk aan kalium zijn bijvoorbeeld bananen, sinaasappelen, aardappelen, perziken en abrikozen.
  • Drink voldoende om het vocht dat u verliest door de diarree weer aan te vullen. Gebruik bij voorkeur niet-koolzuurhoudende dranken.

 

Constipatie

Sommige chemotherapiemedicijnen en medicijnen tegen misselijkheid en braken veroorzaken constipatie. Indien u last krijgt met de stoelgang, kan uw arts u een laxerend middel voorschrijven. Gebruik geen laxerende middelen die niet zijn voorgeschreven door uw arts.

Volgende tips kunnen u misschien helpen indien u last heeft van constipatie:

  • Drink voldoende. Tegen constipatie zijn vooral warme of hete dranken aan te raden.
  • Gebruik vooral vezelrijke voeding. Voorbeelden van vezelrijke voedingswaren zijn zemelen, bruin brood, granen, groenten, vers en gedroogd fruit, noten en popcorn.
  • Zoek beweging, maak bijvoorbeeld dagelijks een wandeling. Overleg eerst met uw arts indien u een of andere sport wenst te beoefenen.

 

Griepaal syndroom

Sommige mensen ontwikkelen na toediening van de chemotherapie griepsymptomen zoals spierpijn, hoofdpijn, vermoeidheid, koorts. Deze symptomen kunnen 1 tot 3 dagen aanhouden.
Indien u deze symptomen vertoont, overlegt u best met uw arts om infecties uit te sluiten.

 

Effecten op het voorplantingssysteem

Chemotherapie kan de eierstokken beschadigen en de hormoonproductie ervan verminderen. Tijdens de chemotherapie wordt de menstruatie bij sommige patiënten onregelmatig of blijft volledig uit.

De hormonale effecten van chemotherapie veroorzaken bij sommige patiënten ook menopauze-achtige symptomen zoals warmte-opwellingen.

Schade aan de eierstokken kan resulteren in tijdelijke of permanente onvruchtbaarheid. Of de chemotherapiebehandeling resulteert in onvruchtbaarheid hangt af van verschillende factoren zoals de toegediende medicijnen en de leeftijd van de patiënt. Uw arts kan u vertellen wat in uw geval de te verwachten invloed is op uw vruchtbaarheid.

Tijdens de chemotherapiebehandeling is een zwangerschap af te raden, wegens het verhoogde risico op afwijkingen bij het ongeboren kind.
Als kanker wordt vastgesteld bij een zwangere vrouw, zal geprobeerd worden de chemotherapiebehandeling uit te stellen tot na de geboorte van de baby. Indien dit onmogelijk is zal de therapie toch uitgesteld worden tot na de 12de week van de zwangerschap. In sommige gevallen kan een zwangerschapsbeëindiging aangewezen zijn.

 

Effecten op de nieren en blaas

Sommige cytostatica kunnen de blaas irriteren en tijdelijke of definitieve schade aan de nieren toebrengen.
Uw arts kan u vertellen of de medicijnen die u krijgt deze bijwerkingen kunnen hebben.

U moet uw arts zo snel mogelijk inlichten indien u te maken krijgt met een van de volgende symptomen:

  • een pijnlijk of brandend gevoel bij het urineren;
  • frequent urineren;
  • plotselinge aandrang om te urineren;
  • rode of roze urine of bloed in de urine;
  • koorts.

Veel drinken na een chemotherapiebehandeling kan helpen problemen te voorkomen.

 

Effecten op de spieren en het zenuwstelsel

Het zenuwstelsel beïnvloedt alle organen en weefsels in het lichaam. Chemotherapie kan het zenuwstelsel aantasten en als gevolg daarvan kunnen een heleboel bijwerkingen zich manifesteren. Aantasting van het zenuwstelsel kan zich uiten in bijvoorbeeld een tintelend of brandend gevoel in de handen en/of de voeten, zwakte of gevoelloosheid in handen en/of voeten, evenwichtsstoornissen, onhandigheid, problemen met het oprapen van dingen of het knopen van kleding, stapproblemen, kaakpijn, gehoorverlies, maagpijn en constipatie.

Sommige cytostatica kunnen ook de spieren beïnvloeden, de spieren worden dan zwak, moe of stram.

De problemen met het zenuwstelsel en de spieren zijn meestal zeer vervelend, maar vaak van voorbijgaande aard.
In bepaalde gevallen moet bij deze problemen medisch worden ingegrepen. Verwittig daarom steeds uw arts wanneer u met deze bijwerkingen wordt geconfronteerd. H/Zij kan dan bepalen wat er kan worden gedaan om uw problemen te verhelpen.

 

Effecten op andere organen

Sommige cytostatica kunnen blijvende schade aanrichten aan organen zoals het hart, de longen en de lever.
Indien u met een van dergelijke cytostatica wordt behandeld, zal er tijdens medische controles extra aandacht worden geschonken aan het eventuele optreden van deze bijwerkingen.

 

Effecten op cognitieve functies

Zeer frequent maar nog relatief weinig onderzocht zijn de (dikwijls laattijdige maar langdurige) negatieve effecten op de cognitieve functies gekenmerkt door klachten van o.a. vergeetachtigheid en concentratiestoornissen.

 

Ontstaan van nieuwe tumoren

In zeldzame gevallen is chemotherapie verantwoordelijk voor het ontstaan van een nieuwe kanker, zoals bijvoorbeeld leukemie. Deze nieuwe kanker kan zich jaren na de behandeling beginnen ontwikkelen.

Terug naar inhoudstafel

 

 

Chemotherapie behandelingsschema's

In onderstaande tabel wordt een overzicht gegeven van enkele vaak voorgeschreven chemotherapiebehandelingen voor borstkankerpatiënten. Deze lijst is niet exhaustief.
Klik op de naam van het medicijn indien u meer informatie wenst.

Schema Medicijnen
 
AC
  • Adriamycine (Doxorubicine)
  • Cyclofosfamide
  •  
    CMF
  • Cyclofosfamide
  • Methotrexaat
  • Fluorouracil
  •  
    CNF
  • Cyclofosfamide
  • Mitoxantron
  • Fluorouracil
  •  
    EC
  • Epirubicine
  • Cyclofosfamide
  •  
    Docetaxel
  • Docetaxel
  •  
    FAC (of CAF)
  • Cyclofosfamide
  • Adriamycine
  • Fluorouracil
  •  
    FEC
  • Fluorouracil
  • Epirubicine
  • Cyclofosfamide
  •  
    Mitomycin
  • Mitomycin
  •  
    Paclitaxel
  • Paclitaxel
  •  
    TAC
  • Taxotere (Docetaxol)
  • Adriamycine (Doxorubicine)
  • Cyclofosfamide
  •  

    Dit hoofdstuk staat onder inhoudelijke controle van dr. Alain Bols, medisch oncoloog, A.Z. Sint Jan, Brugge. en dr. Eveline Decuypere, medisch oncoloog, A.Z. Sint Jan, Brugge.

    Terug naar inhoudstafel

     

    Bijkomende vragen van bezoekers

    Terug naar inhoudstafel

     

     


    Document laatst aangepast op: 20 July 2010
    De informatie op deze site heeft niet tot doel medisch advies te verlenen.
    Alle medische beslissingen moeten worden genomen in overleg met uw arts.

    Alle opmerkingen kunt u kwijt aan Nancy Wauters
    © vzw Kaboi