Capecitabine (Xeloda®)


Benamingen

  • Capecitabine
  • Xeloda®

Beschrijving

Capecitabine of Xeloda® is een chemotherapiemedicijn dat in tabletvorm wordt ingenomen.

Onder de chemotherapeutische medicijnen wordt het gerangschikt onder 'cytotoxische antimetabolieten'.

Eens aanwezig in kankercellen, wordt het product omgezet in Fluorouracil (5-FU), de actieve vorm van Capecitabine of Xeloda®.
De omzetting van Capecitabine naar Fluorouracil gebeurt door verschillende enzymen (eiwitten) in het lichaam. Het enzym dat voor de laatste stap in het omzettingsproces zorgt, wordt vooral gevonden in tumorweefsel (ook al komt het voor in andere lichaamsweefsels).

Omdat de enzymen die de omzetting kunnen doen van inaktief Capecitabine naar aktief 5-FU, voorkomen in de tumorcellen, wordt de actieve stof Fluorouracil (5-FU) dus vooral geproduceerd in de kankercellen en kan ze daar interfereren met de DNA-synthese in de celkern.
Daarom kunnen we hier spreken van een gerichte kankertherapie.

 

Mogelijke bijwerkingen

Het is van groot belang alle bijwerkingen aan de behandelende arts te melden.

 

Meest voorkomende bijwerkingen
  • Misselijkheid en braken al is dit effect met Capecitabine meestal mild.
    Er bestaat momenteel zeer efficiënte medicatie tegen misselijkheid en braken. Indien de voorgeschreven middelen niet het gewenste resultaat geven, kan de arts eventueel overschakelen op andere middelen. U dient dit dus zeker met hem/haar te bespreken.
     
  • Ontsteking van het mondslijmvlies (pijn en zweertjes in de mond, problemen met slikken): door veel te drinken, vaak de tanden te poetsen met een zachte tandenborstel kunt u het risico op deze bijwerking verminderen.
    De behandelende arts kan ook medicatie voorschrijven om mondinfecties tegen te gaan of te genezen.
     
  • Verandering in smaak: mogelijk gaat uw voedsel anders smaken terwijl u in therapie bent. Dit is meestal een tijdelijk verschijnsel dat na de therapie weer verdwijnt.
     
  • Diarree: deze bijwerking kan vrij ernstig zijn, maar kan meestal onder controle worden gehouden met medicatie. Indien u er 4-6 maal per dag last van hebt, moet u uw behandelende arts onmiddellijk contacteren.
    Misschien moet u de behandeling afbreken, of overschakelen op een lagere dosis.
    In geval van diarree moet u ervoor zorgen genoeg te drinken.
     
  • Buikpijn en constipatie: het kan helpen om voldoende te drinken, wat lichaamsbeweging te nemen en zorgen voor voldoende vezelinname.
    Indien dit niet voldoende is, kan uw arts u medicatie voorschrijven.
     
  • Verminderde eetlust: indien Capecitabine uw eetlust vermindert, bespreekt u dit best met een diëtist van het ziekenhuis.
     
  • Pijnlijke en rode handpalmen en voetzolen: ook wel het handen-voetensyndroom (hand-footsyndroom of HFS) genoemd. Vermijden van warmte en traumata (ook wandelen!) ter hoogte van handen en voeten en ook aktieve afkoeling ervan vermindert het voorkomen van dit HFS. Vette zalf of vitamine B6 (pyridoxine) kan worden voorgeschreven om deze bijwerking te voorkomen of te verhelpen. Capecitabine (Xeloda) kan ook een droge en jeukerige huid veroorzaken. Bespreek dit met uw arts.
     
  • Vermoeidheid en zwakte: neem genoeg rust om deze bijwerking te boven te komen.
     
Minder voorkomende bijwerkingen
  • Verminderde weerstand door verlaging van het aantal witte bloedcellen.
    Dit effect begint meestal 7 dagen na toediening van Capecitabine (Xeloda®) en bereikt meestal een dieptepunt na 10 tot 14 dagen.
    Nadien zal het aantal witte bloedcellen weer beginnen stijgen en het normale niveau wordt normaal gezien weer bereikt als de volgende toediening gepland is.
    Neem onmiddelijk contact op met uw behandelende arts indien:
    • Uw temperatuur boven 38°C stijgt.
    • U zich plots erg onwel voelt (zelfs bij een normale lichaamstemperatuur).
    Voor elke toediening van chemotherapie zult u een bloedtest ondergaan om na te kijken of het aantal witte bloedcellen op een normaal niveau staat.
    Indien dit niet het geval zou zijn, zal de behandeling wellicht een week worden uitgesteld.
     
  • Blauwe plekken of bloeden: Capecitabine kan het aantal bloedplaatjes doen dalen waardoor gemakkelijker bloedingen ontstaan.
     
  • Bloedarmoede (anemie): door vermindering van het aantal rode bloedcellen. In geval van deze bijwerking zal u zich wellicht vermoeid en kortademig voelen.
    Een bloedtransfusie kan noodzakelijk zijn als het aantal rode bloedcellen te laag wordt.
     
  • Haarverlies: meestal is het haarverlies onder Capecitabine (Xeloda®) eerder beperkt (haaruitdunning). Occasioneel valt het toch allemaal uit. Als er haarverlies is, begint die meestal 3 tot 4 weken na de eerste toediening van Capecitabine (Xeloda®) (maar kan ook vroeger). Ook wenkbrauwen, wimpers en ander lichaamshaar kan uitvallen.
    Het haarverlies is tijdelijk - het haar zal dus opnieuw beginnen groeien na beëindiging van de therapie.
     
  • Hoofdpijn en duizeligheid: indien u deze bijwerking ondervindt, neemt u best contact op met uw behandelende arts.
  • Invloed op het hart: Capecitabine kan invloed uitoefenen op de werking van het hart. Dit uit zich dan door pijn in de borst, een beklemmend gevoel op de borst, een zogenaamde "angina".
    Als u last krijgt van deze symptomen, neemt u best zo snel mogelijk contact op met uw behandelende arts.
     
  • Verhoogde traanproductie: een zeldzame bijwerking van Capecitabine (Xeloda®). Uw ogen kunnen ook pijnlijk worden en ontsteken (conjunctivitis). Uw behandelende arts kan u hiertegen medicatie voorschrijven.